Op de onderste trede van de journalistieke ladder

goodbalkansOp een koude januaridag in 1997 arriveert de jonge Engelse journalist Jack Hamilton in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. In zijn bagage slechts een oude laptop, een accreditatiebrief van de Financial Times en een adresboekje met vage contacten. Zoals zo vaak in de winter is Sofia in een grauwe nevel gehuld. De straten zijn bedekt met een dik pak sneeuw en ’s nachts zakken de temperaturen zo ver onder het vriespunt dat Hamilton zijn bed tegen de radiator schuift in een wanhopige poging warm te blijven. Elke dag vraagt hij zich af wat hij in deze godvergeten uithoek van Europa doet. Ondanks dit ontluisterende begin, zal Hamilton bijna zeven jaar in Bulgarije blijven. In het onlangs verschenen ‘The good Balkans. Adventures between old and new Bulgaria’ beschrijft hij zijn ervaringen.

In korte hoofdstukken biedt het boek een liefdevolle inkijk in het ‘moderne’ Bulgarije, waar niets is wat het lijkt en waar heden en verleden broederlijk naast elkaar bestaan. Aan de hand van straatmuzikanten, zigeunerbaronnen, heksen en geheimagenten, neemt Hamilton zijn lezers mee op ontdekkingsreis door een wonderbaarlijke wereld. Maar ‘The good Balkans’ gaat over meer dan alleen maar Bulgarije. En passant schetst Hamilton een beeld van zijn leven als stringer, de contractloze avonturier die op de onderste trede van de journalistieke ladder staat; onderbetaald en ondergewaardeerd, maar onmisbaar voor de buitenlandse verslaggeving. Hamilton spreekt zich weliswaar nergens openlijk uit over zijn broodheren of de journalistieke praktijk, verhulde kritiek is er meer dan genoeg.

Revolutie
Hamiltons keuze voor Bulgarije is ingegeven door de hang naar avontuur. Het Balkanland is een blinde vlek op de kaart en niemand weet wat er gebeurt. Ook Hamilton heeft geen idee, maar alles is beter dan je dagen te moeten vullen met het tikken van beursberichten, zo redeneert hij. Hij neemt zijn beslissing op het juiste moment. Kort nadat hij zich in Sofia heeft gevestigd, maakt Bulgarije met enige vertraging alsnog zijn revolutie van 1989 mee. Honderdduizenden mensen gaan de straten op en bestormen het parlement om de oud-communisten eruit te jagen. Hamilton is er getuige van en kan volop tikken. Sofia is in het centrum van het nieuws.

Heel even dan, want de brand in het parlement is nog niet gedoofd of de aandacht is al weer weggeëbd. Niemand in het Westen lijkt geïnteresseerd in wat er na de revolutie gebeurt en in hoe het land langzaam begint aan de lange weg die uiteindelijk tot het lidmaatschap van de Europese Unie zal leiden. Ook de Financial Times verliest zijn belangstelling. Maar terwijl de geparachuteerde collega’s vertrekken, besluit Hamilton tegen beter weten in te blijven, ‘verslaafd’ aan een land waar niets leek te kunnen veranderen en opeens elke dag nieuwe omwentelingen brengt. De verhalen die hij maakt over duistere privatiseringen, overweldigende armoede, massafaillissementen en de uitverkoop van het land aan offshorebedrijven kan hij bijna alleen kwijt bij de Sofia Independent; een inmiddels ter ziele krantje dat eigendom was van de lokale CIA-vertegenwoordiger en dat volgeschreven werd door een handjevol goedbedoelende expats.

Steuntje in de rug
Het gebrek aan belangstelling voor buitenlands nieuws is niet de enige negatieve ervaring die Hamilton heeft met de Financial Times. Op een dag ontdekt hij dat de gerenommeerde zakenkrant afspraken heeft met nog een stringer in Sofia. Deze beklaagt zich bij de redactie dat Hamilton onderwerpen voor zijn neus zou wegkapen. Een boos telefoontje uit Londen naar huize Hamilton is het gevolg. Hij moest maar eens op zoek naar wat andere opdrachtgevers, luidt de waarschuwing van de chef buitenland. Als Hamilton uitlegt dat het allemaal een gevolg is van de accreditatiebrief die hij van diezelfde chef heeft meegekregen – waardoor de autoriteiten hem nu eenmaal weten te vinden – gaat het van kwaad tot erger. ‘Haal het niet in je hoofd je onze correspondent te noemen’, beëindigt de chef het gesprek.

Hamilton laat het gelaten over zich heen gaan. Maar groot is zijn opluchting verderop in het boek wanneer hij vertelt dat hij de Financial Times verruilt voor diens directe concurrent, The Wall Street Journal Europe. De redacteuren op het hoofdkwartier in Brussel zijn oprecht enthousiast als Hamilton zich daar aanbiedt. ‘Ze waren niet moe van de chaos en de problemen die de democratie had veroorzaakt. Integendeel, ze raakten er opgewonden over’, schrijft hij. Het is het precies het steuntje in de rug dat een stringer af en toe nodig heeft. ‘Het was de bevestiging van wat ik zelf al die tijd gevoeld had, maar wat ik maar niet onder woorden kon brengen, zelfs niet voor me zelf. Ik was getuige van een groots verhaal.’

Jack Hamilton, The good Balkans. Adventures between old and new Bulgaria, Wild Man Books (2009), ISBN 978-0-9557969-0-6

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (736 van 891 artikelen)


In opdracht van De Nieuwe Reporter (DNR) reist Lex Boon deze zomer ...