Als recensenten zouden uitsterven, moet dat maar

609-witEerste reactie op de debatbijdrage “Wordt kunstkritiek een zorg van de overheid?”

Een recensie dient twee doelen, zegt Hans Beerekamp. De eerste is een kwestie van consumentenvoorlichting, en de tweede gaat over duiding. Maar in een ideale recensie gaan die twee volgens mij samen. Juist door het besprokene in historisch, maatschappelijk en cultureel opzicht een plaats te geven, hoe beknopt ook, maakt de recensent zich tot een consumentenvoorlichter die zijn lezers zo goed mogelijk informeert. Eigenlijk zou hij zelfs zo duidelijk moeten schrijven, dat de lezer puur op basis van een recensie tot een tegengesteld oordeel kan komen. Al besef ik dat zulke recensies helaas zeldzaam zijn.

Als recensent schrijf ik voor de lezers. Niet voor de makers, niet voor de sector waarin zij werken en niet voor subsidieverstrekkers. De lezers zijn mijn enige publiek. Of ik enig gezag heb in ‘het forum’, zoals Beerekamp dat noemt, zal mij eerlijk gezegd een zorg zijn. Of mijn recensies enige invloed hebben op de makers of op het cultuurbeleid in dit land, vind ik van geen belang. Sterker nog: als er al van zulke invloed sprake is, blijf ik daarvan liever onkundig. Als mij voortdurend voor ogen zou staan wat de gevolgen van een recensie zouden kunnen zijn, zou me dat belemmeren in het opschrijven van een vrijmoedig oordeel. Het enige gezag dat ik op prijs stel, is het gezag dat in de loop der jaren kan groeien bij een lezerskring die vertrouwd raakt met een recensent.

Nooit laten annexeren
Daaruit volgt dus, denk ik, ook dat recensenten altijd buiten het door hen beschreven kunstgenre moeten blijven staan. En zich nooit moeten laten annexeren door sectorinstituten. Ze behoren immers niet bij een sector, maar bij het publiek dat via media als kranten, tijdschriften, internet of radio- en tv-rubrieken kennis kan nemen van hun oordeel. Hoe zeer hun onafhankelijkheid binnen zo’n sectorinstituut ook zou worden gewaarborgd – ze horen daar niet, ze horen aan de zijlijn te blijven. En ook wie dit principiĆ«le bezwaar niet deelt, zal niet gauw een antwoord weten op de vraag naar de ballotage. Want welke recensenten krijgen dan zo’n bezoldigde baan en welke niet?

Ik ben het met Beerekamp eens dat er te weinig analyserend over televisie wordt geschreven. Een vergelijking van de tv-shows van Bob Rooyens uit de jaren zestig en zeventig met de wijze waarop de grote shows van nu worden gemaakt (denk alleen al aan het blauwe licht dat allesoverheersend is geworden) of een beschouwing over de verschillen tussen het vroegere studiodrama en het huidige tv-drama op filmisch niveau, zou ik graag lezen. Al lenen zulke stukken zich misschien eerder voor de vakpers dan voor publicatie in de massamedia.

Lezer heeft het laatste woord
Mij lijkt dat er voor goed beargumenteerde consumentenvoorlichting ook in de nabije toekomst nog wel een ‘markt’ zal bestaan. Zo hoog is de nood nog niet gestegen. Maar als de recensent werkelijk zou uitsterven, moet dat maar. Als de podia voor zijn recensies werkelijk zouden wegvallen, is zijn beroep blijkbaar niet langer relevant. De lezer heeft, hoe dan ook, het laatste woord. Niet de overheid.

Henk van Gelder

Henk van Gelder (1946) is freelance-journalist, werkt onder meer als amusementsrecensent bij NRC Handelsblad en schreef diverse boeken die vaak over de amusementsgeschiedenis gingen.

Alle artikelen van Henk van Gelder op De Nieuwe Reporter.

  • Het feit dat kranten wegens geldgebrek niet meer in kunst en resencenten geloven, zegt helemaal niets over de maatschappelijke behoefte aan duiding op kunstgebied. ‘Consumenteninfo’ dekt de lading maar half. Henk, volg het Cultureel Persbureau. We scheppen een verdien- en inkomstenmodel dat de nadelen van Beerenkamps model omzeilt, maar wel voor een andere omgang van de overheid en van de media met kunstjournalistiek zorgt. Een paar van je ex-collega’s bij NRC schrijven er al voor. Maar we zijn nog zo vers dat de website nog moet ontstaan. Volg de professionals via twitter op twitter.com/cultuurpers.

  • En waar nodig m oet je zo nu en dan de c en de s van plaats verwisselen. Zoals in het woord Recensienten. :-)

  • Interessant stuk Henk. Maar onafhankelijk is een criticus eigenlijk>? daar hoor ik je niet over.
    Ik zeg nooit. een criticus heeft altijd belangen, vaak persoonlijke.
    Geeft niet, maar het uitgangspunt ‘onafhankelijk criticus’vind ik al fout. een criticus is er altijd in de eerste plaats voor zichzelf.

  • Als het zo is dat professionele recensenten tot uitsterven zijn gedoemd dan is er een reden temeer voor schrijvers om zelf op een meer directe wijze contact met de lezer te zoeken. De lezer wordt immers geacht gelijk te hebben, en dat is niet het gelijk dat alleen door (literaire) uitgevers en in de pas lopende schrijfscholen mag worden afgedwongen. Initiatieven zoals de site boekenopener.punt.nl lijken mij derhalve welkom.
    Locker (ps.)