Schrijvende journalisten zijn voor hun inkomen weer iets minder afhankelijk geworden van kranten en bladen (met beperkte ruimte) en websites (met beperkte budgetten). Scribd biedt journalisten en alle andere schrijvers de kans geld te vragen voor het werk dat ze op de zelfpublicatie-site plaatsen. Tachtig procent van de opbrengsten mogen ze zelf houden.
Dat percentage is vergelijkbaar met wat CreateSpace toekent aan auteurs die hun boeken verkopen in hun eigen eStore op de site. En het is aanmerkelijk hoger dan wat Amazon.com overdraagt aan schrijvers die hun boeken via de Amazon-site distribueren: zestig procent.
Zestig miljoen bezoekers
Op Scribd kunnen schrijvers behalve boeken alles plaatsen. Het gros van de content – gepubliceerd in negentig talen en variërend van handleidingen en gedichten tot research en presentaties – is nu gratis. Volgens woordvoerster Michelle Laird heeft de ruim twee jaar oude site zestig miljoen bezoekers per maand.
Kranten en andere media gebruiken Scribd al om originele documenten, zoals juridische papieren en overheidsdocumenten over de varkensgriep en de Iraanse protesten, in te bedden in hun online-artikelen. Voordeel daarvan is dat er geen links zijn, waardoor de lezer niet van de website verdwijnt.
Door de nieuwe, betaalde service – de Scribd Store (vooralsnog alleen in Amerika, de internationale winkel opent volgend jaar) – is Scribd voor journalisten ook aantrekkelijk geworden om hun eigen werk te publiceren. Freelancers die in opdracht een verhaal schrijven dat vervolgens in de prullenbak verdwijnt, kunnen het alsnog op Scribd kwijt. Journalisten die op eigen initiatief een artikel, serie of boek produceren, kunnen eveneens hun voordeel doen met de site.
Cole Louison bijvoorbeeld, medewerker van The New York Times en GQ, week uit naar Scribd omdat hij een stapel artikelen had die hij niet kon slijten. Hij overweegt een dollar per verhaal – evenveel als een liedje op iTunes – te gaan vragen omdat zijn (gratis) artikel over de inhuldiging van president Barack Obama zo’n 16.000 keer werd gelezen.
Twee dollar per boek
De eerste die zijn werk, in mei, via de Scribd Store publiceerde, was Scott James, een TV-journalist uit de Bay Area. Sinds 2003 schrijft hij onder de naam Kemble Scott boeken. Aanvankelijk zocht James een reguliere uitgever voor zijn nieuwe boek The Sower, maar hij koos voor Scribd omdat hij het boek dan sneller kon uitbrengen. “Via een uitgever duurt het anderhalf tot twee jaar en dan zouden alle actuele referenties in mijn boek, over George Bush onder meer, zijn verouderd”, legt James uit.
Hij vraagt twee dollar per boek. Daarvan laat Scribd hem $1,60 houden. Dat is meer dan het bedrag ($1,12 per paperback) dat hij waarschijnlijk van een uitgever zou krijgen. Afhankelijk van de belangstelling voor het werk kan een schrijver de prijs in de Scribd Store later veranderen, zegt Laird. “De gemeenschap bepaalt mede hoe hoog de prijs kan zijn.”
Anders dan bij een uitgever kan James op Scribd direct zien hoe vaak zijn boek is bekeken en verkocht, al mag hij van de startup niet bekendmaken hoeveel exemplaren de deur uit zijn. “Maar ben ik gelukkig met de resultaten? Ja. En de Scribd Store is nog maar net open.”
The Sower is vooral populair onder studenten. “Ik denk dat er een goede kans is dat jonge lezers door Scribd meer gaan lezen dan alleen SMS’jes”, zegt James. Hij ziet voor journalisten veel mogelijkheden op de site: ze kunnen langere versies van artikelen kwijt (de director’s cut), onderzoeksjournalistiek en gespecialiseerde reisgidsen. Voorwaarde is wel dat de journalist alle rechten op het werk bezit. Omdat Scribd tegelijk functioneert als een sociaal netwerk, bieden journalisten zich ook al aan als eindredacteur voor schrijvers die op de site willen publiceren.
Hoeveel journalisten de Scribd Store gebruiken, weet Laird niet omdat er geen speciale categorie voor is. Journalistiek werk wordt nu gepubliceerd onder de brede noemer ‘Creative Writing’, maar ook onder ‘Magazines & Newspapers’. Dat probleem is binnenkort opgelost, zegt Laird, want Scribd is een categorie voor journalisten aan het creëren.
Digitale vingerafdruk
Over de bescherming van hun auteursrechten hoeven schrijvers zich volgens haar weinig zorgen te maken. Alle content die wordt geüpload gaat door het copyright-managementsysteem. Het werk wordt dan voorzien van een digitale ‘vingerafdruk’. Als hetzelfde werk een tweede keer wordt geüpload, door iemand anders, wijst het systeem het af. In principe is het mogelijk dat anderen je artikel of boek zonder toestemming de eerste keer uploaden, zodat jij, de rechthebbende, de tweede keer wordt afgewezen, erkent Laird. “Maar als je bezwaar maakt, halen wij het werk van de site.”
Auteurs kunnen er ook voor kiezen om hun pennevruchten te coderen, zodat het voor kopers onmogelijk is om het na aankoop gratis op Internet te verspreiden. Uitgeverij Simon & Schuster, waarmee Scribd sinds juni samenwerkt, plaatst al zijn boeken gecodeerd op de site.
Blijft de vraag: wie doet het zware werk, de promotie? Was dat nou niet net een van de taken waarvoor de reguliere uitgever goed werd betaald? James steekt er nu veel tijd in, zegt hij. Behalve via lezingen en interviews promoot hij zijn boek via websites en sociale netwerken. “Maar bij een uitgever moet je tegenwoordig ook veel voor je rekening nemen”, relativeert hij.
Scribd zelf verzorgt eveneens een deel van de promotie, in ruil voor de twintig procent die auteurs afdragen. Dankzij search engine optimization (SEO) verschijnt het geschreven werk in zoekresultaten: tik de naam Cole Louison in Google in en je krijgt zijn Scribd-publicaties als eerste te zien. Scribd is aan het kijken naar andere promotie-mogelijkheden, zegt Laird. Ze vermoedt dat er veel gratis zullen zijn, “want het succes van de schrijvers is ons succes”. Maar Scribd, dat ondanks de recessie in mei winstgevend werd, overweegt betaalde premium accounts te introduceren en die bevatten misschien speciale marketing-opties.
Eén reactie