Wisselende gedachten over het nut van Twitter op nieuwsredacties
Individuele journalisten zijn al behoorlijk aan het twitteren. Maar hoe zit het met het beleid van redacties? Een rondje bellen laat zowel enthousiasme als scepsis zien. “Wij schrijven voor de krant en de website en zien Twitter niet echt als een meerwaarde in ons dagelijkse werkzaamheden.”
“Stay strong, my friend, and stay safe. One day, both of our daughters will walk down the street in safety. Our thoughts are with you”, twitterde de in Boston, Massachusetts wonende Jake Bush zaterdag 11 juli 2009 als steunbetuiging op de persoonlijke twitterpagina van @Mahdi. De identiteit van @Mahdi is niet bekend, behalve dat hij in Iran woont en hoogstwaarschijnlijk aanhanger is van de Iraanse oppositieleider Mousavi.
Wil je @Mahdi volgen, dan dien je eerst een persoonlijk verzoek bij hem of haar in te dienen. Maar uit de lijst met personen en groepen die @Mahdi volgen (@Greenvote, @Change_for_Iran bijvoorbeeld) kan snel de conclusie worden getrokken dat @Mahdi tijdens de recente verkiezingen in Iran één van de velen Iraniërs was die via social media als Twitter, Facebook en Youtube niet alleen het geluid van de oppositie aan de buitenwereld probeerde te verkondigen maar ook een beeld trachtte te schetsen van wat er daadwerkelijk tijdens de massale demonstraties op straat gebeurde.
Ook veel Nederlandse nieuwsmedia maakten in de eerste dagen na de verkiezingen (noodgedwongen) gebruik van sociale media bij hun verslaglegging van de gebeurtenissen in Iran. Dagelijks werden in de journaals YouTube-filmpjes vertoond van de (uiteengeslagen) demonstraties of werden in kranten (o.a. nrc.next) overzichten afgedrukt van de meest recente tweets over de situatie in de Islamitische Republiek.
Crash Turkse Boeing
De Nederlandse journalistiek benutte eigenlijk voor het eerst op grote schaal de mogelijkheden van Twitter na de crash van de Turkse Boeing 737-800 afgelopen februari in een weiland bij Schiphol. Via Twitter kwamen de eerste getuigenverslagen van mensen die het vliegtuig naar beneden hadden zien komen en de eerste foto’s en filmpjes van de crash, nog voor er een verslaggever ter plekke was. Keerzijde van het verhaal was dat gedurende de eerste uren na het ongeval op basis van niet gecheckte informatie via Twitter het aantal doden en gewonden continu veranderde in de media en dat er druk gespeculeerd werd over mogelijke oorzaken. Want naast dat Twitter vooral na rampen of bij politieke ontwikkelingen in landen als Iran een snelle bron van informatie kan zijn voor journalisten, ligt tevens het gevaar op de loer dat niet geverifieerde informatie als feiten aan de burger wordt gepresenteerd, waarna achteraf blijkt dat de zaken toch anders in elkaar steken.
Nu sociale media als YouTube, Facebook en Twitter een steeds grotere rol spelen in de berichtgeving door traditionele nieuwsmedia rijst de vraag hoe nieuwsredacties omgaan met Twitter. Denken redacties na over wat individuele journalisten mogen op Twitter? Zoeken redacties actief naar nieuws op Twitter? En zo ja, zijn er ethische afspraken gemaakt op een redactie aangaande de betrouwbaarheid van de berichtgeving op Twitter? De NOS publiceerde op 10 juli 2009 via de weblog van adjunct-hoofdredacteur Tim Overdiek een beleidsnotitie over het gebruik van Twitter door NOS-journalisten. Overdiek en mede-auteur van de beleidsnotitie Roeland Stekelenburg (Hoofd Nieuwe Media) stellen dat Twitter voor de NOS een ‘interessante uitdaging is’. “De eerste feitjes, het eerste beeld, geluid en URL-links naar andere sites. Het nieuws gaat als een lopend vuurtje door het dorp, door de wereld en door de newsrooms. We hoeven niet per se te wachten totdat een verslaggever ter plekke is en kan gaan berichten. Op Twitter is het verslag al begonnen. Als NOS moeten we daarvan profiteren. Niet vrezen dat Twitter ons gaat vervangen, welnee, we moeten inzien dat hier een geweldige nieuwsbron voor het oprapen ligt.”
De beleidsnotitie rept zelfs van het invoeren van ‘dit soort nieuwsbronnen als structureel onderdeel van de garende redactie’. Maar, erkennen Overdiek en Stekelenburg, ‘de journalistieke voelsprieten moeten zorgvuldig worden uitgestoken’. Want ook zij wijzen er op dat het noodzakelijk is de enorme hoeveelheid informatie die tot je komt als journalist via Twitter ‘structureel te controleren en te checken voordat je die informatie aan je publiek presenteert’. “Maar in dat dichte bos staat wel degelijk die boom met unieke, ware informatie.”
“Niet honderd procent duidelijkheid”
De vraag blijft hoe een nieuwsorganisatie als de NOS bij gebeurtenissen in landen met een dictatoriaal regime, zonder persvrijheid, als bijvoorbeeld Iran de enorme toestroom van berichten, video’s en foto’s checkt op hun betrouwbaarheid. Vaak werken deze mensen uit het oogpunt van hun eigen veiligheid onder schuilnamen en is het uiterst lastig om met ze in contact te komen en de informatie die ze verspreiden te verifiëren. Overdiek: “Iran is een hoofdstuk apart. Ten tijde van de onlusten rondom de verkiezingen hebben we het dossier Iran digitaal geopend waar we berichten, video’s en foto’s afkomstig van sociale media als Twitter publiceerden; nadrukkelijk met de mededeling dat we niet honderd procent duidelijkheid konden verschaffen over de betrouwbaarheid van de informatie, om de simpele reden dat de NOS geen journalisten meer in Iran had gestationeerd.”
Uit een rondgang langs een aantal andere nieuwsredacties blijkt dat er door de Nederlandse journalistiek wisselend gedacht wordt over het nut van Twitter als nieuwsbron. Concurrent van de NOS, RTL Nieuws, laat bij monde van redacteur Martin van Norel weten dat het gebruik van Twitter ‘naar mijn weten niet actief gestimuleerd wordt’. Norel: “Het lijkt mij uitgesloten dat Twitter in de nabije toekomst als nieuwsbron wordt gebruikt bij RTL Nieuws. Je kunt via Twitter wel op ideeën worden gebracht voor onderwerpen, maar de berichten die worden geplaatst vinden vaak hun oorsprong in nieuws dat ook al door de traditionele media is gebracht. Het enige moment waarop ik me kan voorstellen dat Twitter een handig medium is, is als er tijdens bijvoorbeeld een ramp door zestig verschillende personen op Twitter wordt gemeld dat er doden zijn gevallen en de regering stelt dat er weinig aan de hand is. Dan heb je als journalistieke organisatie de taak om die tweets te controleren.”
Norel noemt als grootste gevaar van Twitter dat iedereen berichten kan plaatsen waarvan het ondoenlijk is om al die berichten te checken op hun betrouwbaarheid. Een beleidsnotitie aangaande het gebruik van Twitter hoeven we dan ook niet te verwachten van de kant van RTL Nieuws. Norel: “Als de NOS komt met een beleidsnotitie dan lijkt het er op dat er in het verleden iets niet helemaal is goed gegaan.”
Het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) is inmiddels wel hard aan het werk om, net als de NOS, een beleidsnotitie tot stand te brengen over het gebruik van sociale media door ANP-journalisten. “Het ontwikkelen van dat beleid bevindt zich in een afrondende fase”, zegt Patrick Selbach, chef ANP Nieuws, per mail. “Kern van het beleid is dat wij ANP’ers meegeven dat ze sociale media moeten beschouwen als een openbare ruimte. Journalisten moeten weten wat ze zeggen en mogen met hun uitspraken het ANP geen schade toebrengen.”
Selbach erkent dat het ANP via Twitter actief op zoek is naar nieuws. “Alle redacties volgen Twitteraars. Dat varieert van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken red.) tot renners uit de Tour de France.” Selbach benadrukt dat Twitter allereerst en vooral een signaleringsfunctie heeft. “Maar bij eventueel nieuws wordt zo veel mogelijk de identiteit van de persoon die we volgen gecheckt en geverifieerd en bellen we altijd de bron na.”
“Niet zo heel actief”
Herman Staal, parlementair verslaggever bij NRC Handelsblad, ‘ziet het niet zo heel snel gebeuren’ dat er op de Haagse redactie van NRC Handelsblad binnenkort beleid wordt ontwikkeld over hoe journalisten moeten omgaan met Twitter. Staal: “De parlementaire redactie is zelf niet zo heel actief op Twitter. Wij schrijven voor de krant en de website en zien Twitter niet echt als een meerwaarde in ons dagelijkse werkzaamheden. Echt actief zoeken naar nieuws via Twitter doen wij niet. Wat wel voorkomt is dat wij in onze Haagse rubriek op maandag, waarin opmerkelijke uitspraken worden afgedrukt van politici, citaten opnemen die afkomstig zijn van Twitter. Minister Verhagen en staatssecretaris De Vries (Defensie red.) zijn voorbeelden van bewindslieden die nogal actief zijn op Twitter, zij worden wel gevolgd door de redactie. Daarnaast besteden we af en toe ook in de gewone nieuwskolommen aandacht aan nieuwswaardige uitlatingen van politici, zoals onlangs gebeurde toen VVD-politicus Arend Jan Boekestijn zich op Twitter uitliet over het aantal doden dat zou zijn gevallen onder het regime van Mao Zedong.”
“Ongelooflijk en ongehoord”, reageert Sp!ts-hoofdredacteur Bart Brouwers op de uitlating van Staal dat de parlementaire redactie van NRC Handelsblad Twitter niet als meerwaarde ziet in het dagelijks werk. “Dat een hoofdredactie dit toestaat. Door zo te werk te gaan, verwaarloos je potentiële bronnen die zeer waardevol kunnen zijn bij het uitoefenen van je beroep. Ik vind het nogal een hautaine opstelling van NRC Handelsblad.”
Bij Sp!ts is het sinds 1 januari min of meer verplicht dat iedere journalist twittert. Achterliggende gedachte is dat Brouwers van mening is dat Twitter een verlengstuk is van de traditionele manier van bronnen opsporen. “Door te twitteren vergroot je als journalist je netwerk ieder uur. Dat kan je helpen om interessante links te krijgen naar verhalen of personen die je verder helpen bij het schrijven van je eigen verhaal.” Volgens Brouwer levert het actief zoeken naar nieuws, links en bronnen dagelijks wat op. “Voorbeeldje: gisteren (dinsdag 14 juli, red.) hadden wij een verhaal in de krant waarin wij graag de reactie van Nico Dijkshoorn wilden opnemen. Niemand op de redactie had echter het nummer van Dijkshoorn. Even een berichtje op Twitter plaatsen met de vraag wie over het mobiele nummer van Dijkshoorn beschikte, leverde direct resultaat op. Door te twitteren hebben wij uiteindelijk Dijkhoorn als bron kunnen opvoeren. Twitter verrijkt de traditionele journalistiek.”










1 reactie:
28 juli, 2009
Evert ten Napel op Radio 1 vanmorgen: ‘Lance Armstrong schijnt via Twitter te hebben gereageerd op uitspraken van Contador. Maar ik weet niet wat hij heeft gezegd want ik kan niet twitteren’. Dat valt waarschijnlijk ook in de categorie ‘wisselende gedachten over het nut van Twitter’?