Dat het slecht gaat met kranten is ondertussen oud nieuws. Dat ik nu als zomerreporter op zoek ga naar kranten die het wél goed doen, leidt dan ook tot verwonderde blikken in mijn omgeving. “Man, wat zoek je nog bij die kranten. Kranten zijn dood.”
Hoewel kranten het ontzettend zwaar hebben en geen idee lijken te hebben waar ze de oplossing moeten zoeken, is het tegendeel waar. De toekomst is onzeker, maar dood zijn ze op dit moment nog niet. Dagelijks worden er nog zo’n 3,5 miljoen betaalde kranten gedrukt en wordt er eindelijk – hopelijk niet te laat – volop geëxperimenteerd met het heruitvinden van de krant. Zowel in print (tabloid en andere lay-out, nieuwe rubrieken, katernen en genres), op internet (experimenten met digital storytelling, telefoon applicaties en interactiviteit) als bedrijfsmatig (nieuwe abonnementsvormen, advertentiemogelijkheden en online verdienmodellen). Soms zijn deze innovaties succesvol, vaker niet. Het komt de rekening van de uitgever in ieder geval meestal niet ten goede.
Maar wanneer doe je het als krant wel goed? Als je nog steeds 14 miljoen euro per jaar winst maakt, hoewel je je buitenlandse correspondenten moet laten gaan? Als je jongeren weet te bereiken, maar je krant nooit zelfstandig – financieel en redactioneel – op eigen benen kan staan? Als je als krant een eigen journalistieke koers vaart, hoewel er iedere dag duizenden euro’s verlies wordt geleden?
Goed
De opdracht die ik van De Nieuwe Reporter heb gehad is natuurlijk een prachtopdracht. Twee maanden reizen en verhalen maken over ‘dagbladen die het tegen de stroom in – wel goed doen’. Maar net zoals dat er niet één gouden oplossing is die de dagbladensector gaat redden, is er ook niet één succesfactor te benoemen die de krant per definitie succesvol maakt.
In deze opdracht is het begrip ‘goed’ dan ook ruim op te vatten. Ik ga op bezoek bij kranten die op hun manier goed bezig zijn. Die de mooiste journalistieke stukken produceren, maar geen cent verdienen. Of die baggerjournalistiek bedrijven, maar waar het geld nog steeds binnenstroomt. Kranten die wel succesvolle innovaties hebben, die de lezers aan hun producten weet te binden of een totaal andere manier hebben bedacht om hun continuïteit te garanderen. Uiteindelijk draait het om de journalistieke succesverhalen die inspireren, aanzetten tot discussie of gewoon interessant zijn.
Na tien verschillende verhalen in tien verschillende landen zal ik proberen te formuleren wat de Nederlandse dagbladen zouden kunnen leren van hun Europese collega’s. De kans is groot dat mijn kernwoorden grotendeels overeen komen met die van transparantie, snelheid, interactie, connectiviteit en convergentie van de commissie Brinkman. Tijdens mijn reis zal ik echter constant op zoek gaan naar concrete voorbeelden (en bijkomende implicaties) die onder deze modewoorden schuil kunnen gaan.
2.0
De functie waarop ik heb gesolliciteerd heeft de toevoeging 2.0 meegekregen. Niet alleen omdat ik na Olaf Koens de tweede DNR Zomerreporter ben, maar ook omdat wordt verwacht dat ik twee-punt-nul te werk ga. Ik zal experimenteren met videotoepassingen, coole presentatietools zoals Vuvox en andere technologische toepassingen zoals geotagging. De tien artikelen verschijnen hier om de zoveel dagen bij De Nieuwe Reporter. Mijn (mislukte) experimenten, overtollige content, reisavonturen, dagelijkse krantentip en persoonlijke beslommeringen komen op mijn eigen weblog. Daarnaast ben ik uiteraard te volgen via het onontkoombare Twitter.
Maar 2.0 betekent veel meer dat het proberen te creëren van extra journalistieke waarde door het gebruik van verschillende internettoepassingen. 2.0 Staat vooral voor interactiviteit. Dat betekent enerzijds dat ik de discussie moet faciliteren, prikkelen en serieus moet nemen. Anderzijds moet U, trouwe DNR lezer, ook aan de bak. Heeft u commentaar, tips, vragen, verzoekjes of een slaapplek in het land waar ik op dat moment ben? Laat het weten, mogelijkheden genoeg.
Ondertussen ben ik alvast onderweg.
17 reacties