De Gelderlander en de lokale concurrentie

afbeelding-11Het derde artikel van ‘Zomerreporter‘ Lex Boon ging over het eiland Sark en het piepkleine krantje dat voor de zeshonderd bewoners wordt uitgegeven. Ondanks dat het eiland zo klein is dat iedereen precies weet wat de buren uitvreten, is er toch behoefte aan een medium dat aandacht besteedt aan het hyperlokale nieuws. Min of meer uitgedaagd door Lex Boon om zijn video te beantwoorden met een video, pakte Miriam van der Have, ‘schrijvend fotograaf’, de camera op. Over hoe De Gelderlander bij het verslaan van een lokale gebeurtenis moeite heeft met de concurrentie die op het internet beter overweg kan met video, en hoe diezelfde krant in print nieuwe concurrentie krijgt door burgers die meer aandacht willen voor hyperlokaal nieuws.

De Gelderlander en De Dukenburger from Newwws on Vimeo.

Een vakantie laat je letterlijk vanuit een ander perspectief naar dingen kijken. Zo heeft de vakantie mijn blik op Nijmegen een beetje veranderd. Nijmegen was in de week van de Vierdaagse niet van de buis af te slaan. En niet alleen van de buis. Radio, internet en landelijke kranten, iedereen leek het te hebben over de Vierdaagse.

Voor de Gelderlander was deze happening met landelijke allures natuurlijk gewoon een lokale gebeurtenis. Iedere dag werd een aantal pagina’s gevuld met vierdaagsenieuws en voor de lopers en feestvierders werd dagelijks een vierdaagsekrant uitgegeven. In druk heeft de Gelderlander weer een prima prestatie neergezet.

Maar op het internet had de lokale krant veel concurrentie van andere media. De Gelderlander op het internet is nog te veel een verzameling artikelen die ook in de krant staan, terwijl andere media op het internet breed uitpakken met video.

Niet dat de Gelderlander het niet probeert. Tijdens de vierdaagse werd dagelijks een aantal heel behoorlijke filmpjes op het internet geplaatst. Maar de reportages hebben nog niet de snelheid die kijkers van TV gewend zijn.

Verrekte moeilijk
Kranten en video’s gaan blijkbaar nog steeds niet goed samen. Misschien wel begrijpelijk want het is verrekte moeilijk om een goede video te maken – ik stond iedere avond weer verbaasd hoe de mensen van SBS6 schijnbaar moeiteloos een vierdaagsejournaal in elkaar konden draaien, terwijl ik de grootst mogelijke moeite heb om een filmpje in elkaar te zetten.

Misschien is streaming video een oplossing voor het gebrek aan ervaring bij kranten. Gewoon een paar camera’s op een evenement richten en uitzenden die handel. Op deze manier kon je via de website van de vierdaagseorganisatie de beelden van acht camera’s bekijken. En via de website pyro-tv was zelfs het vuurwerk via streaming video te bekijken. Het is een gemiste kans dat de Gelderlander niet overal van die kleine camera’s heeft neerzet. Maar ik vermoed dat een journalist in hart en nieren de beeldenbrei uit een webcam geen journalistiek zal noemen.

De Dukenburger
De link tussen de video van Lex Boon en de situatie in Nijmegen heeft wel te maken met echte journalistiek. Of misschien juist niet. Ik ben namelijk benieuwd waarom de A4-tjes uit Sark een krant worden genoemd. Als beide uitgaven op het internet zouden worden gepubliceerd, zou iedereen het een blog noemen. Wat maakt een krant dan tot een krant? Papier? Journalistiek? Onafhankelijkheid?

In de video van Lex is te zien dat de Sark Scribe zichzelf een ‘independent monthly journal’ noemt. Maar hoe onafhankelijk ben je als je zelf alles bedenkt, opschrijft en publiceert?

De situatie in Sark met zijn 600 inwoners kun je nog afdoen met een glimlach. Wie zit er op onafhankelijkheid te wachten als je 598 mogelijkheden hebt om de berichtgeving te verifiëren? En als je het niet met de redactie eens bent, kun je makkelijk je eigen krant beginnen, nietwaar?

Tijdens de vakantie realiseerde ik me dat er hier in Nijmegen een soort gelijke uitgave bestaat. Sinds ruim een jaar publiceert een aantal inwoners van het Nijmeegse stadsdeel Dukenburg een eigen onafhankelijke magazine.

Verschijningsfrequentie: achtmaal per jaar, 44 pagina’s zonder advertenties, oplage 12.000 – ik ken magazines die het met minder moeten doen. De Dukenburger wordt gedrukt en verspreid op kosten van de gemeente, maar verder doet de redactie alles zelf, van schrijven en fotograferen tot en met de opmaak.

Concurrent
Het is opmerkelijk dat deze mensen een uitgave op papier prefereren boven het standaardwapen van de burgerjournalist, het weblog. Maar ik vind het veel opmerkelijker dat de lokale krantenredactie blijkbaar niet hyper-lokaal genoeg werkt. Ik beschouw De Dukenburger als een concurrent voor De Gelderlander omdat het magazine precies doet waar volgens mij voor kranten nog een toekomst ligt: achtergronden belichten en aandacht hebben voor de (lokale) politiek.

De Gelderlander moet het bij een evenement als de Vierdaagse jammer genoeg nog afleggen tegen de multimedia-ervaring van de omroepen. Maar in Dukenburg had de krant gewoon met pen en papier kunnen voorkomen dat er een kleine concurrent was bijgekomen.

De journalist/hoofdredacteur/uitgever van de Sark Scribe schrijft terecht op de voorpagina: “It should reflect the society that it serves and therefore it must have a range of contributing writers – people who have [..] opinions and information to share.” Iets soortgelijks zegt René van Berlo, hoofdredacteur van De Dukenburger, ook in de video die ik over dit onderwerp heb gemaakt. Maar is het nog wel journalistiek als je je informatieaanbod beperkt tot hetgeen de lezer bezighoudt? Ik heb daar geen antwoord op omdat er te veel aspecten aan die vraag kleven om in een video van tien minuten te behandelen.

Misschien dat de Zomerreporter volgend jaar maar eens in eigen land moet doorbrengen.

Bovenstaand artikel en video werden eerder gepubliceerd op de weblog van Miriam van der Have.

9 reacties

  1. Lex Boon schreef op 22 augustus 2009 om 16:11

    Sorry Mirjam, beetje weinig tijd om met een video te reageren, dus dan maar even zo :)

    Pracht beelden en mooie graphics! Naar mijn mening wel iets aan de lange kant voor datgene wat je vertelt, maar het is een interessant verhaal.

    Volgens mij schetst het prima de ‘identiteitscrisis’ waar sommige regionale kranten inzitten. Ze lijken aan twee kanten te worden ingehaald. Bij grote evenementen – zeker nu landelijke media ‘dichterbij’ de lezer proberen te staan – pakken de landelijke media groot uit. En ook bij groot nieuws komen ze vaak langszij, aangezien het dan opeens nationaal nieuws is.

    Aan de andere kant slaagt de regionale krant er vaak ook niet in om echt op hyperlokaal niveau te opereren. Het auto ongelukje, de inbraak of de groenteman op de hoek die 25 jaar in het vak zit. Die onderwerpen zijn gewoon niet interessant genoeg voor de regiokrant, maar mensen willen er wel over lezen. Dus worden ze aan de andere kant ook ingehaald door hyperlokale media zoals De Dukenburger (wel bizar van hun subsidie, laat Pijnappels het maar niet horen)

    Om wat vrijheid te behouden deze reis, heb ik van tevoren het begrip ‘krant’ bewust niet helemaal gedefinieerd. Bij zowel het verhaal in Sark , als bij het verhaal dat na het weekend volgt, is het een terechte vraag of je over een echte krant kan spreken – zelfs gedrukt op papier is voor mij geen leidend begrip meer. Journalistiek en onafhankelijkheid ook niet echt, zoals ik heb proberen te laten zien met mijn video.

    Sark was vooral een mooie testcase om hyperlokale journalistiek te bekijken, gesitueerd op een prachtig en bizar eiland. De dingen die mijn filmpje laat zien is dat er altijd wel mensen zijn die zich geroepen voelen om verslag te doen van wat er zoals gebeurt , en dat mensen dat willen lezen. Of je dit echte journalistiek kan noemen, ik denk het niet. In dat verband noem ik het altijd maar een beetje neerbuigend ‘kneuterige journalistiek’.

    Voor deze kneutigere journalistiek zoals die van La Vouair de Sercq, de Sark Scribe en de Dukenburger is echter een enorme markt. Het is vaak unieke content waarvoor mensen wel geld over hebben en het is enorm aantrekkelijk voor adverteerders. Daarnaast is het ontzettend makkelijk en goedkoop om te maken. Wat dat betreft zo de ‘serieuze’ journalistiek de hyperlokale journalistiek ook serieus zou moet nemen, financieel kan het je andere projecten ondersteunen.

    Na Sark ben ik op zoek gegaan naar een manier waarop je de kneuterige hyperlokale journalistiek kan verbinden met goede landelijke en internationale journalistiek. De krant Ouest-France (verhaal #3) doet het een beetje. Ze varen een duidelijke eigen journalistieke koers op nationaal en internationaal gebied, maar staan ontzettend dicht bij hun lezer door de vele lokale edities. Het kan daar, omdat ze de grootste oplage van Frankrijk hebben.

    Op mijn weblog heb ik hardop lopen denken over wat ik zou doen als ik de mogelijkheid had om een nieuwe krant te beginnen, de combinatie hyperlokaal/nationaal is daar een van de aspecten van. Iets wat makkelijker wordt nu goedkopere druktechnieken worden ontwikkeld (#4). Dus nu alleen nog een rijke Rus tegen komen (#1), dan kunnen we de lokale redactiekoffietentjes openen (#5) en tegelijkertijd de online videojournalistiek nieuw leven inblazen :)

  2. Theo Dersjant schreef op 22 augustus 2009 om 17:21

    @ Miraim en Lex. De analyse dat het traditionele regio-dagblad tussen wal (concurrentie van de landelijken als er echt iets interessants gebeurt) en schip (hyperlokale initiatieven) dreigt te vallen, deel ik. Maar regio-dagbladen en hyperlokale initiatieven zijn niet alleen spelers in de regio. Wat te denken van het huis-aan-huis-blad? Waar wel aandacht is voor de jubilerende groenteboer, inbraak of auto-ongeluk van Lex.
    Welke rol speelt bijvoorbeeld het huis-aan-huisblad in Dukenburg? Op Sark kan ik me voorstellen dat er een gat in de markt is bij het ontbreken van ‘zelfs’ een h-a-h-blad.
    Wegener zet volgens mij zelfs zwaar in op dat h-a-h-blad. Omdat je er nog geld mee kunt verdienen zonder al te veel journalistieke inspanning. Ofwel: het succesvolle businessmodel waar journalisten zo naarstig naar zoeken, is er misschien allang. Het heet huis-aan-huisblad.
    Ontlezing? Huis-aan-huisbladen hebben er volgens mij geen last van! Dode bomen? Dan toch niet bij de huis-aan-huisbladen.
    Zomaar een vraag die me te binnen schiet: zou een consument op termijn een huis-aan-huisblad op e-reader prefereren? Waarom speelt dat debat in die sector niet?
    Nu nog de vraag of een huis-aan-huisblad is wat je journalistiek wilt.

  3. Sent Wierda schreef op 22 augustus 2009 om 19:34

    Mooie reportage van Miriam!
    Theo staat er niet bij stil dat het h-a-h-blad slechts eenmaal per week verschijnt. Wat nieuwsvoorziening betreft is het hierdoor een zeer slap journalistiek aftreksel van een dagblad. Maar desalniettemin kun je er aardig mee uit de voeten als je niet al te hoge eisen stelt. Op enkele onderdelen biedt een h-a-h-blad zelfs meerwaarde t.o.v. het regionale dagblad, bijv. bij de berichtgeving op wijk- en verenigingsniveau.
    Het h-a-h-blad is heel vaak (soms: meestal) een uitgave van Wegener. Dat zichzelf dus commercieel enorm in de vingers snijdt. Maar als Wegener dat h-a-h-blad niet zou produceren dan zou een concurrerend bedrijf dat wel doen. In Friesland is dit gebleken met de strijd tussen h-a-h-bladen van Wegener en NDC.
    Overigens: 100% succesvol is het businessmodel van de h-a-h-bladen niet. De bezorging laat in sommige wijken van steden nogal eens ernstig te wensen over. Ook wordt bij circa 20% van de woningen geen h-a-h-blad bezorgd vanwege de nee-nee-sticker. Dit betekent dat bijvoorbeeld de gemeentelijke pagina’s (de pagina’s van het gemeentebestuur) niet onder ogen komen van vele burgers. Deze burgers zijn hierdoor verstoken van veel voor hen belangrijke informatie.
    H-a-h-bladen blijken in de praktijk geen h-a-h-bladen te zijn.
    De nee-ja sticker bestaat, ik weet het…

  4. Theo Dersjant schreef op 22 augustus 2009 om 19:55

    @Sent: Je hebt mijn argument niet begrepen. Ik zal het op een andere manier proberen. Als er een huis-aan-huisblad is dat aandacht besteedt aan het kleine ‘nieuws’, hoe kan een blad als De Dukenburger dan een gat in de markt veronderstellen. Misschien springt De Dukenburger wel in een gat dat er helemaal niet is omdat er een huis-aan-huisblad is (maar ik ken de plaatselijke situatie niet).
    Voorts hoeft het huis-aan-huisblad ook helemaal niet dagelijks te verschijnen om de krant concurrentie aan te doen. Zolang het regio-dagblad veel jubilea, verbouwde winkels, behaalde zwemdiploma’s en sponsors van sportclubs links laat liggen, heeft het huis-aan-huisblad tijd genoeg om de schade in te halen.
    Het argument dat bij 1 op de 5 woningen geen huis-aan-huisblad komt vanwege de brievenbussticker (als het cijfer klopt) vind ik krachtiger pleiten voor de stelling dat het huis-aan-huisblad niet het hele gebiedt bestrijkt dat de krant laat liggen.

  5. Mario Guagliardo schreef op 23 augustus 2009 om 15:38

    @Sent: Is die 20% niet een beetje teveel? In mijn woonplaats met 73.000 inwoners heeft 7% van de huishoudens een NEE op de deur. Landelijk weet ik het exacte aantal niet maar of dat echt veel afwijkt?

    Daarbij is het bereik van een HaH nog steeds hoger dan een betaalde versie van (in deze regio de nummer 1) het AD met zijn dagelijkse krant bereikt.

    Nu kan je dus wel veel zeggen over een HaH, maar lokaal bereiken zij dus meer dan een betaalde krant. 100% bereik is eigenlijk onmogelijk.

    Daarbij: je haalt aan de gemeentelijke berichten maar deze blijken echt niet het meest gelezen te worden in een HaH. Wel zijn zij voor een uitgever een goede bron van inkomsten!

    @Lex, Nijmegen is op zich altijd al een aparte mediastad geweest. Even Google erbij en je ziet dat bijvoorbeeld in de jaren 80 het DE stad was op radiogebied waar destijds de illegale voorlopers van het huidige begrip lokale omroep hoogtij vierde.

    Maar ook door de aanwezigheid van de universiteit heeft zijn uitwerking gehad op het medialandschap Nijmegen. Toen ik daar woonde was er een wekelijkse krant die door gewone burgers werd gemaakt. Of die nog bestaat weet ik niet, daarvoor is het te lang geleden.

    Toch is er een verschuiving naar internet gaande die door veel uitgevers niet goed wordt opgepakt. Webregio (Noord Holland) Zuih-Holland-Zuid en zelf mijn eigen, op een kleine regio gerichte, website durf ik zeker succesvol te noemen.

    Misschien niet eens uit de directe (reclame)inkomsten maar juist door de extra inkomsten uit onze nevenactiviteiten maakt dat doorgaan op de ingeslagen weg wel eens een succesfactor kan zijn.

    Het afhaken van bijvoorbeeld de online regio-editie AD bezorgt ons een verveelvoudiging van het aantal bezoekers. Wat mij betreft, hoe meer de grote jongens gaan voor een betaamodel, hoe groter de kans van slagen wordt voor onze activiteiten.

  6. Sent Wierda schreef op 23 augustus 2009 om 18:53

    @Theo en Mario. Het enige wekelijkse h-a-h-blad in Nijmegen is sinds jaar en dag ‘de Brug’, met een oplage van 120.000. Het zal niemand verbazen: ‘de Brug’ is een Wegener-uitgave. Wellicht kan Miriam alsnog uitleggen wat de betekenis van ‘de Brug’ is in het Nijmeegse medialandschap.
    Ik zal het cijfer van 20% dat geen h-a-h-blad krijgt, onderbouwen met argumenten. In het wooncomplex waar ik woon (en dat volgens mij representatief is), staat op 14 van de 90 brievenbussen een nee/nee-sticker en op 13 brievenbussen een nee/ja-sticker.
    In totaal 30% krijgt, vanwege de stickers, dus geen folders in de bus.
    In totaal 15,5% blijkt geen h-a-h-blad te willen krijgen. In de gehele stad is dit percentage hoger:
    - er zijn nogal wat studentencomplexen waar op vrijwel elke brievenbus een nee/nee-sticker prijkt;
    - in het regionale (Wegener-)dagblad wordt met enige regelmaat geklaagd over de slechte bezorging van het (Wegener-)h-a-h-blad in bepaalde straten en wijken.
    Dan lijkt mij 20% een redelijk conservatieve schatting.

  7. Mario Guagliardo schreef op 26 augustus 2009 om 15:16

    @Sent, dan nog is het bereik heel hoog te noemen (80%). Ik weet zeker dat de Gelderlander dat beslist niet haalt. (halen zij de 20%?). Laat staan de vraag welke krant dat wel haalt?

    HaH is heus niet perfect en zou inhoudelijk best naar een hoger niveau mogen. Maar om ze weg te zetten als bladen die geen HaH zijn gaat mij dan te ver. Ze zijn huis aan huis MITS de ontvanger het niet wil (los van bezorgklachten).

    Over concurrentie gesproken: Nijmegen heeft alleen de Brug, hier heb ik: Maasblad Weekblad, De Botlek, De Delta en Weekblad Spijkenisse. Daarnaast nog eens eenmaal per maand “Zicht op Spijkenisse”(die laatste kan gemist worden als kiespijn).

    Daarnaast zijn er 3 online nieuwssites die zich speciaal op Spijkenisse/de regio richten. Die drie stijgen overigens enorm hard in bezoek de laatste maanden. Nieuws is niet dood. Wel het verdienmodel.

  8. Sent Wierda schreef op 26 augustus 2009 om 16:39

    @Mario. Ik wil niet flauw doen, maar welk verdienmodel is dood?
    In elk geval niet dat van de betaalde dagbladen want de abonnees en lossenummerkopers blijven gewoon betalen: de vele miljoenen euro’s stromen binnen.
    Dat het verdienmodel van de gratis dagbladen dood is, dat ga ik zo langzamerhand wel geloven. Daar stroomt het geld nu niet meer binnen (wel eens een optimistische uitgever van Metro, Spits of De Pers gehoord?). Dat het verdienmodel van gratis nieuwssites dood is, dat lijkt me ook wel aannemelijk.

  9. Miriam van der Have | newwws.net schreef op 27 augustus 2009 om 12:11

    Lex schreef: “Naar mijn mening wel iets aan de lange kant voor datgene wat je vertelt, maar het is een interessant verhaal.”

    Er is er nog wel meer kritiek mogelijk. Zo kreeg ik per email van Theo Dersjant de opmerking dat de video een erg lange aanloop naar het onderwerp heeft en dat René van Berlo te veel vrij spel krijgt.

    Ik ben het helemaal met die kritiek eens. De video zou van mij korter mogen in de betekenis van ‘dit moet je ook in minder tijd kunnen vertellen’. Als fotograaf ben ik misschien te verliefd op mooie beelden – ik heb al zoveel mooi beeldmateriaal moeten weggooien ;) Maar afgezien van dat aspect, denk ik dat langere video’s steeds normaler zullen worden op het internet. Bij Uitzendinggemist.nl duren de programma’s immers ook langer dan drie of vijf minuten.

    Hoewel het artikel en de video moeten vertellen wat er te vertellen valt, wil ik naar aanleiding van de kritiek uitleggen waarom ik de video heb gemaakt zoals hij nu is.

    De allerbelangrijkste reden is natuurlijk dat ik wat betreft video een amateur ben en dat ik het domweg (nog) niet beter kan. Dit is mijn eerste mini-documentaire, hiervoor heb ik video alleen gebruikt om een paar presentaties vast te leggen. Ik probeer van mijn beginnersfouten te leren en meer opbouwende kritiek is daarom welkom op miriam@newwws.net

    Eerst iets over de lengte. Naar mijn idee bestaat het filmpje uit drie delen en misschien zijn dat er twee te veel.

    1. Het eerste deel is haast een zelfstandig filmpje van ongeveer zestig seconde waarin ik de overdonderende massaliteit van de vierdaagse wil schetsen. Het is die massaliteit waardoor Nijmegen landelijk in de belangstelling staat en op een afstand is die massaliteit indrukwekkender dan wanneer je er tussenin staat.

    2. Het tweede deel laat zien dat het De Gelderlander net niet helemaal lukt om op dezelfde hoogwaardige wijze crossmediaal verslag te doen van de vierdaagse. In print lukt het wel, maar er wordt blijkbaar te weinig geïnvesteerd in ‘nieuwe’ media om op niveau te concurreren met media die al veel langer ervaring hebben met internet en video.

    3. Het laatste deel zou moeten aantonen dat De Gelderlander haar eigen concurrentie kweekt door onderwerpen te laten liggen die de redactie wel perfect zou kunnen behandelen.

    In mijn oorspronkelijke opzet zou het derde deel niet het interview met de hoofdredacteur van De Dukenburger bevatten. Het zou dan geëindigd zijn met de opmerking dat een volgende Zomerreporter maar moet uitzoeken in hoeverre De Dukenburger echt een concurrent/vervanger voor De Gelderlander is. Maar ik was te nieuwsgierig en kon het niet laten om René van Berlo op te bellen. :)

    Voor mezelf heb ik inmiddels genoteerd dat voor een documentaire voortaan twee of drie mensen geïnterviewd moeten worden. Dat maakt de video afwisselender om te zien en het maakt het ook eenvoudiger om het verhaal te vertellen.

    Het interviewtje met René van Berlo had beslist weerwoord mogen hebben. Maar enerzijds vond ik dat de kijker zelf maar conclusies moet trekken en anderzijds had ik de video primair gemaakt als reactie op de video van Lex en daarom zou er juist ruimte moeten zijn om op mijn video te reageren met een nieuwe video. Met andere woorden: laat iemand anders maar kritiek geven op Van Berlo en De Dukenburger. Het zou, denk ik, een onderwerp op zich zijn.

    Ik heb ongeveer een half uur video opgenomen en daarna heb ik nog een uurtje met René nagepraat. In die tijd heb ik ook vragen gesteld die buiten het bestek van deze video lagen en ik ging me steeds meer afvragen wat het woord ‘onafhankelijk’ voor De Dukenburger inhoudt. In de montage laat ik (naar ik hoop) ook een beetje doorschemeren dat het vooral betekent ‘onafhankelijk van de gemeente Nijmegen’ en niet perse ‘vrij’. In het artikel stel ik ook de vraag in hoeverre je bij dit soort uitgaven nog van journalistiek kunt spreken. Ook dat zou een eigen video waard zijn.

    Kortom, deze video zie ik als een uitnodiging aan anderen om daar met een andere video -of met een ander artikel- op door te borduren. Door bewust vragen onbeantwoord te laten hoop ik dat kijkers reageren en de door mij gegeven informatie en visie aanvullen. Misschien past zo’n opzet wel in het Augmented Journalism-project van Bart Brouwers. Lex heeft daar vandaag een interessant artikel over geschreven op zijn blog: http://www.lexboon.nl/2009/08/27/augmented-journalism/

    Lex, Theo, ik ben erg blij met jullie kritiek, want ik wil nog veel leren. Ik heb zelf ook paar andere kritiekpuntjes genoteerd:

    * maak gebruik van een professionele voice-over en geef die stem de ruimte. Bij cursisten zeg ik altijd dat bij grafische vormgeving de witruimte minstens zo belangrijk is als de ruimte waar wel inkt staat, maar dat geldt blijkbaar ook voor geluid. Stilte geeft je de gelegenheid te overdenken wat er gezegd is,

    * maak tijdens de opnamen voor een interview veel extra opnames van een kopje op tafel, de handen van de persoon die je interviewt, enzovoort. Die heb je nodig als je verschillende gedeelten van het interview achterelkaar gaat zetten,

    * neem liever geen interview op in de buitenlucht want de veranderende bewolking kan voor verschillen in de belichting zorgen (verdraaid, het ging nog regenen ook – op het originele HD-beeld zie je de regendruppels vallen),

    Niet echt een kritiekpunt, maar wel de moeite van het noteren waard: in een geschreven artikel kun je meer informatie kwijt dan in een video en je kunt met tekst veel eenvoudiger de afzonderlijke delen van het verhaal op een logische wijze aan elkaar koppelen. Daarom moet je voordat je de camera aanzet al redelijk nauwkeurig weten hoe je video er uit zal gaan zien.
    Wie pakt de handschoen op en komt met een nieuwe video die hier min of meer op aansluit? Wie maakt bijvoorbeeld een video over de betekenis van de H-a-H-bladen? Of over de hyperlokale verslaggeving door kranten?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (697 van 891 artikelen)


Er zijn zes urinemonsters met EPO erin uit de Tour de France ...