Het derde artikel van ‘Zomerreporter‘ Lex Boon ging over het eiland Sark en het piepkleine krantje dat voor de zeshonderd bewoners wordt uitgegeven. Ondanks dat het eiland zo klein is dat iedereen precies weet wat de buren uitvreten, is er toch behoefte aan een medium dat aandacht besteedt aan het hyperlokale nieuws. Min of meer uitgedaagd door Lex Boon om zijn video te beantwoorden met een video, pakte Miriam van der Have, ‘schrijvend fotograaf’, de camera op. Over hoe De Gelderlander bij het verslaan van een lokale gebeurtenis moeite heeft met de concurrentie die op het internet beter overweg kan met video, en hoe diezelfde krant in print nieuwe concurrentie krijgt door burgers die meer aandacht willen voor hyperlokaal nieuws.
De Gelderlander en De Dukenburger from Newwws on Vimeo.
Een vakantie laat je letterlijk vanuit een ander perspectief naar dingen kijken. Zo heeft de vakantie mijn blik op Nijmegen een beetje veranderd. Nijmegen was in de week van de Vierdaagse niet van de buis af te slaan. En niet alleen van de buis. Radio, internet en landelijke kranten, iedereen leek het te hebben over de Vierdaagse.
Voor de Gelderlander was deze happening met landelijke allures natuurlijk gewoon een lokale gebeurtenis. Iedere dag werd een aantal pagina’s gevuld met vierdaagsenieuws en voor de lopers en feestvierders werd dagelijks een vierdaagsekrant uitgegeven. In druk heeft de Gelderlander weer een prima prestatie neergezet.
Maar op het internet had de lokale krant veel concurrentie van andere media. De Gelderlander op het internet is nog te veel een verzameling artikelen die ook in de krant staan, terwijl andere media op het internet breed uitpakken met video.
Niet dat de Gelderlander het niet probeert. Tijdens de vierdaagse werd dagelijks een aantal heel behoorlijke filmpjes op het internet geplaatst. Maar de reportages hebben nog niet de snelheid die kijkers van TV gewend zijn.
Verrekte moeilijk
Kranten en video’s gaan blijkbaar nog steeds niet goed samen. Misschien wel begrijpelijk want het is verrekte moeilijk om een goede video te maken – ik stond iedere avond weer verbaasd hoe de mensen van SBS6 schijnbaar moeiteloos een vierdaagsejournaal in elkaar konden draaien, terwijl ik de grootst mogelijke moeite heb om een filmpje in elkaar te zetten.
Misschien is streaming video een oplossing voor het gebrek aan ervaring bij kranten. Gewoon een paar camera’s op een evenement richten en uitzenden die handel. Op deze manier kon je via de website van de vierdaagseorganisatie de beelden van acht camera’s bekijken. En via de website pyro-tv was zelfs het vuurwerk via streaming video te bekijken. Het is een gemiste kans dat de Gelderlander niet overal van die kleine camera’s heeft neerzet. Maar ik vermoed dat een journalist in hart en nieren de beeldenbrei uit een webcam geen journalistiek zal noemen.
De Dukenburger
De link tussen de video van Lex Boon en de situatie in Nijmegen heeft wel te maken met echte journalistiek. Of misschien juist niet. Ik ben namelijk benieuwd waarom de A4-tjes uit Sark een krant worden genoemd. Als beide uitgaven op het internet zouden worden gepubliceerd, zou iedereen het een blog noemen. Wat maakt een krant dan tot een krant? Papier? Journalistiek? Onafhankelijkheid?
In de video van Lex is te zien dat de Sark Scribe zichzelf een ‘independent monthly journal’ noemt. Maar hoe onafhankelijk ben je als je zelf alles bedenkt, opschrijft en publiceert?
De situatie in Sark met zijn 600 inwoners kun je nog afdoen met een glimlach. Wie zit er op onafhankelijkheid te wachten als je 598 mogelijkheden hebt om de berichtgeving te verifiëren? En als je het niet met de redactie eens bent, kun je makkelijk je eigen krant beginnen, nietwaar?
Tijdens de vakantie realiseerde ik me dat er hier in Nijmegen een soort gelijke uitgave bestaat. Sinds ruim een jaar publiceert een aantal inwoners van het Nijmeegse stadsdeel Dukenburg een eigen onafhankelijke magazine.
Verschijningsfrequentie: achtmaal per jaar, 44 pagina’s zonder advertenties, oplage 12.000 – ik ken magazines die het met minder moeten doen. De Dukenburger wordt gedrukt en verspreid op kosten van de gemeente, maar verder doet de redactie alles zelf, van schrijven en fotograferen tot en met de opmaak.
Concurrent
Het is opmerkelijk dat deze mensen een uitgave op papier prefereren boven het standaardwapen van de burgerjournalist, het weblog. Maar ik vind het veel opmerkelijker dat de lokale krantenredactie blijkbaar niet hyper-lokaal genoeg werkt. Ik beschouw De Dukenburger als een concurrent voor De Gelderlander omdat het magazine precies doet waar volgens mij voor kranten nog een toekomst ligt: achtergronden belichten en aandacht hebben voor de (lokale) politiek.
De Gelderlander moet het bij een evenement als de Vierdaagse jammer genoeg nog afleggen tegen de multimedia-ervaring van de omroepen. Maar in Dukenburg had de krant gewoon met pen en papier kunnen voorkomen dat er een kleine concurrent was bijgekomen.
De journalist/hoofdredacteur/uitgever van de Sark Scribe schrijft terecht op de voorpagina: “It should reflect the society that it serves and therefore it must have a range of contributing writers – people who have [..] opinions and information to share.” Iets soortgelijks zegt René van Berlo, hoofdredacteur van De Dukenburger, ook in de video die ik over dit onderwerp heb gemaakt. Maar is het nog wel journalistiek als je je informatieaanbod beperkt tot hetgeen de lezer bezighoudt? Ik heb daar geen antwoord op omdat er te veel aspecten aan die vraag kleven om in een video van tien minuten te behandelen.
Misschien dat de Zomerreporter volgend jaar maar eens in eigen land moet doorbrengen.
Bovenstaand artikel en video werden eerder gepubliceerd op de weblog van Miriam van der Have.
9 reacties