Maar liefst 25 meest jonge journalisten ‘solliciteerden’ enkele maanden geleden naar de functie van ‘Zomerreporter’. Lex Boon, inmiddels op pad, werd uitgekozen. Aan de ‘afvallers’ – althans de jongeren onder hen – vroeg De Nieuwe Reporter in een essay hun eigen toekomst of de toekomst van de journalistiek te schetsen. Vandaag de zesde aflevering. Door internet ontstaan er volgens Linda Zeestraten twee soorten journalisten: een groep idealisten en ‘journalisten’ die vooral ‘leuke, snelle, korte artikelen’ copy-pasten.
Journalisten zijn steeds minder informatievoorzieners en steeds meer informatiemanagers. Aan informatie om te managen is geen gebrek; ANP-tjes en persberichten vliegen hen om hun oren. Online media benutten niet hun mogelijkheden, waardoor de kwaliteit van journalistiek daalt, dit blijkt uit mijn scriptieonderzoek naar de verschillen tussen kranten en hun online edities.
Voordelen online media
Publiceren in bits in plaats van in print biedt meerdere mogelijkheden om journalistieke kwaliteit te verhogen. Droge stukken tekst kunnen worden afgewisseld met webvideo’s of presentaties. Lezers kunnen op artikelen reageren en zo meer perspectieven bieden. Journalisten kunnen met behulp van hyperlinks direct hun bronnen weergeven en verwijzen naar meer relevante informatie. Artikelen op internet kunnen op elk moment worden geüpdate. Daarbij is de ruimte om te verdiepen op internet oneindig in tegenstelling tot het beperkt aantal kolominches in de krant. Maar deze zogenaamde online stijlkenmerken worden slechts beperkt gebruikt, blijkt uit mijn onderzoek.
Mijn onderzoek
Voor mijn scriptie heb ik vijf Nederlandse dagbladen en hun krantensites onderzocht. Allereerst zijn de online edities van De Telegraaf, de Volkskrant, Metro, de Gelderlander en Het Parool beoordeeld op de hier boven genoemde online stijlkenmerken met een kwalitatieve analyse en een steekproef (n=135). Vervolgens heb ik verschillen in brongebruik, artikelsoort en toonzetting tussen print- en online-artikelen opgetekend in twee verzamelende casestudies (n=170), te weten de patstelling van de PvdA tegen de JSF en de strijd om Sesamstraat om half zeven uit te zenden. Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van data van Publistat, een mediaonderzoeksbureau, bestaande uit alle berichtgeving van een mobile operator, een biermerk en een groot accountancykantoor uit 2008 uit de print en online versie van De Telegraaf, de Volkskrant en Het Parool (n=605).
Weinig waardetoevoegingen
Gemiddeld bestaan de vijf krantensites voor 81% uit korte, feitelijke nieuwsberichten. Slechts 16% van de online-artikelen bevat achtergronden of duiding. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van hyperlinks, is dit voornamelijk naar eigen artikelen van de krantensite. Alleen artikelen op Volkskrant.nl en Parool.nl worden regelmatig geüpdate. Met eenderde analyse-artikelen, heeft Volkskrant.nl ook de grootste verscheidenheid in artikelsoort.Telegraaf.nl en Metronieuws.nl scoren liever met verse berichten. Ook de data van Publistat toont dat berichten die uitsluitend op de site verschijnen, voor 79% korte nieuwsberichten zijn. Bijna 70% van alle analyse artikelen verschijnt alleen in de papieren editie.
Brongebruik weinig divers
Telegraaf.nl is de titelhouder in de meeste artikelen en webvideo’s: een willekeurige dag geeft 400 geplaatste artikelen en 28 webvideo’s. De andere krantensites doen over deze aantallen bijna een week. Op Telegraaf.nl is echter veel aangekocht: enkel drie webvideo’s vermelden een eigen bron. Slechts elf procent van de artikelen op Telegraaf.nl heeft een bronvermelding met een redactienaam of een naam van een journalist. Bij Volkskrant.nl is dit 52%. Het aandeel eigen werk van Parool.nl ligt er tussenin. Bijna alle artikelen op Gelderlander.nl hebben of een ANP-vermelding of geen bronvermelding. Metro.nl bestaat geheel uit ANP-berichten. Hierdoor bestaat de steekproef gemiddeld uit: 59% ANP-bronvermelding, 24% geen bronvermelding en voor slechts 17% uit een vermelding van een naam of redactie.
Meer PR-beïnvloeding online
Persbureaus zijn ingeschakeld om aan de permanente actualiteit te voldoen. Door deze informatievoorzieningrol, sluipt nieuws van PR-medewerkers ook via het ANP in de media. In navolging van het bronnenonderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen is daarom de aangever van de informatie vastgelegd. De aanleiding van een artikel kan ontstaat uit vrije journalistieke vergaring, een verwijzingen naar andere media of materiaal afkomstig van belanghebbende derden, oftewel van PR-medewerkers van overheden en organisaties. Onder dit materiaal kan zowel een commerciële productlancering, als de bekendmaking van jaarcijfers vallen.
In 60% van de online nieuwsberichten uit de steekproef is de aanleiding door PR-medewerkers verzorgd, 20% van deze nieuwsartikelen ontstaat door uitingen uit andere media en de overige 20% procent is naar aanleiding van vrije journalistieke vergaring. Niet onbegrijpelijk met Van Vree’s conservatieve schatting van drie PR-medewerkers op één journalist. De casestudies zetten de papieren editie af tegen de online editie in twee nieuwsissues. Hier blijkt het aandeel artikelen met een PR-aanleiding bijna twee keer groot is op de krantensites. In deze cases heeft 24% van de artikelen in de papieren editie een PR-aanleiding tegenover 42% van de artikelen op de krantensites. Dit is ook terug te zien in de toonzetting van de artikelen. Krantensites berichten minder kritisch.
Minder berichtgeving
De data van Publistat tonen dat op het gebied van bedrijfsnieuws bijna de helft minder artikelen op de sites, dan in de papieren versie verschijnt: 255 onlinepublicaties tegenover 406 in de printeditie. Dit is in tegenstelling met de actuele cases, te verklaren door de vele korte berichten die krantensites tijdens het JSF-debat en de petitie voor Sesamstraat, plaatsten. Slechts 7% van de artikelen uit de cases en 9% van de bedrijfsartikelen verschijnt zowel in de print als online versie van de krant.
Toekomst van journalistiek
Krantensites zijn weliswaar actueler, maar bieden minder verscheidenheid in brongebruik en artikelsoort. Blijkbaar is eigen nieuwsvergaring te tijdrovend en verdringt de actualiteit de kwaliteit. Wanneer consumenten krantensites beschouwen als aanvulling op het krant lezen, zoals De Waal, Schönbach en Lauf aantonen, is dit geen kwalijke zaak. “Op waardetoevoegingen zit de consument helemaal niet te wachten”, zegt ook Paul Molenaar, voormalig directeur van Nu.nl. De nieuwe journalistiek maakt een tweedeling tussen twee soorten journalisten. Ten eerste ‘journalisten’ die vooral ‘leuke, snelle, korte artikelen’ copy-pasten. Ten tweede vraagt de verhouding van drie PR-medewerkers op één journalist juist de om de ‘idealisten die de onderste steen boven willen krijgen’ en het algemeen verantwoordelijkheidsgevoel bewaken. Het bestaansrecht van kwaliteitskranten en opiniebladen, die deze vastbijtende journalisten in huis hebben, zal hierdoor alleen maar groter worden.
Pingback: De wederkerigheid van de hyperlink « De nieuwe reporter