De krant is niet relevant genoeg voor individualistische burger

krantenOntlezing en de daarmee gepaard gaande daling van advertentie-inkomsten heeft de krantensector de laatste jaren in een diepe crisis gestort. Moeten we de krant redden of de journalistiek? Ad van Liempt is met een aantal anderen bezig om een talentenklas voor onderzoeksjournalistiek samen te stellen, vertelde hij maandagavond tijdens een VVOJ-café. “Op deze manier proberen we de Nederlandse onderzoeksjournalistiek een impuls te geven.”

De tijd dat er bij ongeveer ieder huishouden dagelijks een krant op de mat viel, dateert al uit de periode van de verzuiling. In die jaren was de krant voor veel Nederlanders nog een echte meneer. Inmiddels is er van dat trotse imago weinig meer over in de in misère verkerende krantenwereld. Anno 2009 vindt een groot deel van de bevolking het al min of meer vanzelfsprekend dat een krant gratis af te halen is op een OV-station of een andere openbare gelegenheid.

Ontlezing en de daarmee gepaard gaande daling van advertentie-inkomsten heeft de krantensector de laatste jaren in een diepe crisis gestort. Afgelopen juni kwam de commissie-Brinkman, op voorspraak van minister Plasterk (PvdA, OCW), daarom met een rapport over de toekomst van de nieuws- en opinievoorziening in Nederland. De belangrijkste aanbeveling van de oud-CDA-leider betrof de invoering van een internetheffing van enkele euro’s in te voeren voor iedere burger die gebruikmaakt van het internet. Op deze manier moet het bij mensen doordringen dat nieuws niet gratis is. Daarnaast pleitte Brinkman onder andere voor meer samenwerking tussen kranten en de Publieke Omroep. Minister Plasterk laat vooralsnog acht miljoen euro (vier procent van de STER-begroting) boven de markt hangen.

Studentenhuis
Kortom, hoe de Nederlandse krantensector te redden? Of kan beter de vraag gesteld worden of deze sector überhaupt nog levensvatbaar is? Deze vragen stonden centraal tijdens het eerste VVOJ-café van het nieuwe seizoen, maandagavond in het Haagse perscentrum Nieuwspoort, waar Kees Pijnappels (hoofdredacteur De Gelderlander), Wim Noomen (Stimuleringsfonds voor de Pers), Henk Blanken (adjunct-hoofdredacteur Dagblad van het Noorden), Ad van Liempt (publicist en hoofdredacteur Geschiedenis bij de NPS) en Dick van Eijk (NRC Handelsblad en medeoprichter VVOJ) probeerden een toekomstvisie op de dagbladwereld te ontwikkelen.

“Laat ik vooropstellen dat de Nederlandse krantenlezer zowel kwantitatief als kwalitatief beter bediend wordt dan een aantal decennia geleden”, beet Van Liempt het spits af. “Journalisten zijn beter opgeleid en waar vroeger slechts een halve pagina extra beschikbaar kwam bij grote nieuwsfeiten, worden nu vaak twee pagina’s extra gedrukt.” Journalisten kunnen dan wel beter opgeleid zijn, maar als je door bezuinigingsrondes als krant niet altijd meer bij een gemeenteraadsvergadering kunt zijn, wat is hoger opgeleid zijn dan nog waard? Blanken: “Een klein voorbeeld. In Emmen hadden wij voorheen twaalf fulltime journalisten rondlopen, nu moeten we het doen met de helft. Als Dagblad van het Noorden ben je niet meer bij iedere raadsvergadering in Emmen, laat staan bij commissievergaderingen. Je trouwe groep lezers verlangt dat echter wel.”

Dreigen de kranten aan de ene kant een oudere groep lezers te verliezen doordat, met name regionale kranten niet meer in staat zijn om in ieder dorp of stad in een hun verspreidingsgebied het politieke spel te coveren, aan de andere kant lukt het kranten niet om de jonge generatie tot 35 jaar, volgens Blanken de ‘Google-generatie’, aan zich te binden. Blanken: “Je hebt de krantengeneratie en de Google-generatie. Deze laatste groep jonge burgers is over het algemeen niet meer geïnteresseerd in kranten. Vroeger had ieder studentenhuis een abonnement op De Volkskrant, dat zie je tegenwoordig niet meer. Ook de komst van NRC Next heeft deze trend niet kunnen keren. Deze generatie neemt informatie tot zich via televisie, internet, sociale netwerksites, maar niet via papier. Ik heb het idee dan ook al opgegeven dat we de krant in zijn bestaande vorm kunnen redden.”

Doorgeschoten individualisering
De cruciale vraag is hoe het allemaal zover heeft kunnen komen. Dick van Eijk hierover: “Ik ben een beetje bang dat de ontlezingstrend van de laatste decennia te wijten is aan tanend burgerschap. Na de ontzuiling is er langzamerhand toch een houding ontstaan in de Nederlandse samenleving van ‘ik zoek het wel uit met mijn eigen leven’. Uit allerlei onderzoeken komt ook steevast naar voren dat de Nederlander heel gelukkig is met zijn eigen leven, maar oh, oh, wat een teringzooi is het om ons heen. Maar in actie komen om daar iets aan te doen, is er niet meer bij. Gevolg is dat politieke partijen de grootste moeite hebben om raadsleden te vinden voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. De meeste Nederlanders zijn zich de laatste jaren vooral gaan organiseren op lokaal niveau. Men is best bereid om in actie te komen als er een spoorlijn dreigt aangelegd te worden door hun achtertuin, maar als dat probleem weer is opgelost, kijkt men voornamelijk weer naar zijn of haar eigen leventje. Deze veranderde maatschappelijke houding heeft ook gevolgen voor de werkwijze van een krant. Op dit moment blijken kranten niet relevant genoeg te zijn voor de individualistischer geworden Nederlander. Willen we dit wijzigen dan moeten we mee veranderen met de wensen van de burger.”

“Dick (Van Eijk red.) heeft gelijk”, aldus Blanken. “De doorgeschoten individualisering die eind jaren tachtig met de komst van de commerciële televisie serieus inzette, is slecht geweest voor de krantenwereld. In 1995 kwam daar de toegang tot internet bij en in 1999 verschenen de eerste gratis dagbladen. Maar wij hebben, net als de politiek, niet adequaat ingespeeld op deze maatschappelijke verschuivingen. We waren arrogant, kortzichtig en weinig vernieuwend in de jaren negentig. Krantenjournalisten waren te veel op de politiek gericht waardoor wij op een gegeven moment net zo gewantrouwd werden als diezelfde politiek. Maar hoe gaan we de journalistiek redden? In mijn ogen is het belangrijk dat er zo snel mogelijk gestart wordt met een uitgebreid en diepgravend onderzoek onder burgers met als insteek om antwoorden te krijgen op vragen als ‘wat verwacht u van een krant?’”

“Het is inderdaad een schande dat een dergelijk onderzoek nog niet is uitgevoerd”, stelde Wim Noomen van het Stimuleringsfonds voor de Pers. “Maar het beleid van Plasterk is in lijn met zijn voorgangers. De mond vol hebben over de kenniseconomie, maar een dergelijk belangrijk onderzoek voor de krantenwereld uitvoeren, ho maar! Al moet ik zeggen dat we nu niet alleen de oren moeten laten hangen naar de burger. Een journalist heeft als taak om de lezer iets bij te brengen, ook over onderwerpen waar hij of zij niet in geïnteresseerd is. Ik denk dat wanneer er een intensieve wisselwerking plaatsvindt tussen internet en papier een lezer ook geboeid kan raken over lastige dossiers in de politiek. Op internet vermeld je het laatste nieuws, het papier gebruik je voor duiding en analyses of een commentaar.”

Talentenklas
Concluderend kan gesteld worden dat alleen het verstrekken van acht miljoen euro subsidie door minister Plasterk niet voldoende is om de krantensector te redden. Er is reflectie op het eigen handelen nodig, en dat kost tijd. Of zoals Van Eijk het verwoordde: “Het gebrek aan geld is niet het probleem, maar het gebrek aan relevantie van een krant. Dat probleem moet eerst zien te worden opgelost.”

Ad van Liempt heeft inmiddels al een poging ondernomen om de krantenjournalistiek haar relevantie terug te geven. Samen met een aantal andere journalisten is hij bezig om een talentenklas voor onderzoeksjournalistiek samen te stellen. Van Liempt: “De bedoeling is dat de grootste talenten van de verschillende journalistenopleidingen in deze talentenklas bijeen worden gebracht, alwaar zij een gedegen opleiding tot onderzoeksjournalist krijgen en tegelijkertijd ook daadwerkelijk op onderzoek uit gaan. Wij hopen dat aan het einde van de cursus zij zo waardevol zijn geworden voor de journalistiek in Nederland, dat ze worden weggekocht. Op deze manier proberen we de Nederlandse onderzoeksjournalistiek een impuls te geven.”

8 reacties

  1. Dorien schreef op 22 september 2009 om 09:02

    Ik ben het met je eens dat het verstrekken van 8 miljoen euro weinig zal veranderen in ons medialandschap. Ik betwijfel echter of die talentenklas waar je over vertelt wel veel verschil zal maken.
    Het is niet het gebrek aan talent dat de kranten niet langer doet verkopen. Het is de afnemende behoefte van mensen aan nieuws op hun koffietafel in de ochtend. Mobieltjes zonder internet en dus zonder nieuws zijn tegenwoordig bijna uitzondering op de regel. Voor het nieuws is de krant dus gewoon te laat.
    Voor duiding, achtergrondinformatie en een verrijking van de kennis is echter genoeg behoefte. Ook onder jongeren. NRC Next mag de tendens dan niet kunnen keren, de krant maakte wel winst in 2008.
    Reflecteren op eigen handelen lijkt me daarom inderdaad gewenst. Laat die talentenklas denken over nieuwe toepassingen van het internet en invulling van de kranten.
    Internet dient niet als vijand gezien te worden, maar als uitkomst waarbij de lezer nog beter van nieuws voorzien kan worden. Uiteindelijk het doel van journalistiek.
    Bovendien zijn de grenzen niet zo zwart-wit, een weblog die winst maakt met een geprinte versie? http://www.nrcnext.nl/blog/2009/09/22/obama-kranten-zijn-goed-blogs-fout/#more-15094
    Blijkbaar kan het dus wel.

  2. Pingback: Unrank the news « De wereld van Bas

  3. “Ad van Liempt heeft inmiddels al een poging ondernomen om de krantenjournalistiek haar relevantie terug te geven. Samen met een aantal andere journalisten is hij bezig om een talentenklas voor onderzoeksjournalistiek samen te stellen.”

    Een (voorlopig) korte aanvulling omdat dit ietwat kort door de bocht is. Het plan is om een select groepje talentvolle afgestudeerden van journalistieke opleidingen een baan aan te bieden op een onderzoeksredactie. Onder leiding van een ervaren hoofdredacteur gaan ze aan het werk als onderzoeksjournalisten. Deze onderzoeksredactie doet onderzoeksprojecten en levert de resultaten aan andere redacties. En dan niet per se aan krantenredacties, maar ook voor tv, internet en radio. Ergo, een soort ‘productiehuis voor onderzoeksjournalistiek’.

    Dus:
    - geen klasje, maar een serieuze onderzoeksredactie
    - niet om kranten hun relevantie terug te geven, maar om meer onderzoeksjournalistiek te realiseren, ongeacht voor welk medium dan ook

    De bewuste onderzoeksredactie (plus financiering) moet nog op poten gezet worden, maar de plannen zijn inmiddels uiterst serieus.

  4. paul-josse schreef op 22 september 2009 om 13:59

    Van Eijk het verwoordde: “Het gebrek aan geld is niet het probleem, maar het gebrek aan relevantie van een krant. Dat probleem moet eerst zien te worden opgelost.” Het is vooral het overheersende GEVOEL dat de krant irrelevant geworden is. Er zal altijd een behoefte aan nieuws blijven, en dan ook op de makkelijkste manier. Consumentenkinderen die we zijn, is er niks makkelijker dan de krant die op ons matje verschijnt. Natuurlijk zal er wel een verschuiving naar de nieuwe media gaan plaatsvinden, maar niet volledig.De oude garde houdt nu de krant in stand, maar ook de generatie van nu zal een “oude garde”worden , en deze op zijn beurt de krant in stand houden.
    Ik heb er nog wel (een beetje) vertrouwen in.
    Een journalist in opleiding

  5. tibbe schreef op 22 september 2009 om 14:00

    Weet u waarom ook de elite de Nederlandse kranten vaarwel zegt? Ze zijn dun, inhoudelijk mager, en vooral slecht geschreven. Zie de intro alleen al van bovenstaand stukje:

    De tijd … dateert al uit de periode van de verzuiling [sic]

    Ontlezing en de daarmee gepaard gaande daling van advertentie-inkomsten heeft de krantensector de laatste jaren in een diepe crisis gestort
    Alle onderzoeken wijzen uit dat er nog nooit zo veel gelezen is in Nederland als nu, alleen geen kranten zonder esprit of intellect, laat staan intellectuele bagage

    Afgelopen juni kwam de commissie-Brinkman, op voorspraak van minister Plasterk (PvdA, OCW), daarom met een rapport
    op voorspraak van iemand: dankzij de bemiddeling of op voorstel van iemand. Bedoeld wordt waarschijnlijk in opdracht van? Krant = malapropisme, tegenwoordig

    De belangrijkste aanbeveling van de oud-CDA-leider betrof de invoering van een internetheffing van enkele euro’s in te voeren voor iedere burger die gebruikmaakt van het internet [sic]

    kranten niet meer in staat zijn om in ieder dorp of stad in een hun verspreidingsgebied [sic]

  6. Lennart Brans schreef op 22 september 2009 om 14:28

    Wat mij opvalt is dat veel journalisten de individualisering en de opkomst van burgerjournalistiek als een bedreiging ervaren. Dat er een verandering gaande is in het medialandschap valt inderdaad niet te ontkennen, maar ik denk dat mensen altijd behoefte zullen hebben aan goede, objectieve berichtgeving.
    De rol van journalist hierbij is niet alleen het doorgeven van nieuws, maar ook dit nieuws in een bepaalde context plaatsen. Hierdoor zal de kwaliteitsjournalistiek altijd een meerwaarde hebben. Het gevaar van bezuinigen op correspondenten door redacties van kranten is dat dit kwaliteit van nieuws alles behalve ten goede komt.
    Een goede krant investeert in goede onderzoeksjournalistiek. De nieuwsconsument zal dit altijd blijven waarderen…

  7. Pingback: Hoe de journalistiek worstelt met ede Google-generatie en zichzelf « Neem de tijd …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (672 van 891 artikelen)


De jonge journalisten van nu zijn geneigd in de slachtofferrol te kruipen. ...