Zwarte vissen in een blanke kweekvijver

debat_afrika‘Maar dit heeft toch helemaal niks met web 2.0 te maken?’, vraagt een jongen van begin twintig uit het publiek. Hij heeft gelijk. Want hoe vaak presentatrice Femke van Zeijl tijdens het debat over Afrikajournalistiek en social networking een opmerking van een van de panelleden samenvat met ‘dus zonder internet zou dat niet mogelijk zijn’, het wordt pijnlijk duidelijk: hier zit de oude journalistiek aan tafel. Op één man na.

Maar eerst Stan van Engelen, eindredacteur van televisieprogramma Metropolis (VPRO). Zijn programma bestaat uit reportages van over de hele wereld, elke uitzending rondom een ander thema. Het lijkt burgerjournalsitiek, maar dat is het eigenlijk niet, geeft Van Engelen toe. ‘We zijn niet dogmatisch. De maker hoeft geen amateur te zijn. Er werkt bijvoorbeeld een bekende documentairemaker voor ons.’

Web 2.0 is het programma al helemaal niet. ‘We sturen alles centraal aan en breiden ons correspondentennetwerk via via uit. We krijgen wel eens spontaan een filmpje toegestuurd, maar dat is eigenlijk altijd vrij slecht.’ En de website van Metropolis is op dit moment nog veel te veel eenrichtingsverkeer. ‘We gaan begin volgend jaar onze website veranderen, nu kun je filmpjes nog niet eens op je Hyves of op Facebook zetten.’

Face-to-face contact
Bart Luirink, hoofdredacteur van Zuidelijk Afrika Magazine (ZAM), breidt zijn netwerk ook gewoon uit via face-to-face contact. Dat is volgens hem de enige manier om journalistieke kwaliteit te waarborgen. De redactie wordt centraal vanuit Nederland door Nederlanders aangestuurd.

De man die de bekentenis van Van Engelen en de kritiek van Luirink uitlokt is de enige in het panel die nieuwe media echt benut. Pieter van Twisk is directeur van web 2.0 persbureau Africa Interactive. Het persbureau biedt een weblogplatform waar burgerjournalsiten (lees: iedereen) in Afrika nieuws op kunnen publiceren.  ‘De redactie houdt de blogs in de gaten en plaatst interessante en betrouwbare berichten door naar de officiële nieuwssite’. Het nujij principe dus: Burgers genereren content, een deel van die content wordt door een redactie gepromoveerd tot nieuws.

Dat zijn precies het soort uitspraken waar Luirink van gaat steigeren. Burgerjournalsitiek vindt hij onbetrouwbaar. Het kan volgens hem niet meer zijn dan een kweekvijver. Eigenlijk is dat precies hoe Afrika Interactive het gebruikt, legt Van Twisk uit. ‘Journalist is een ander soort beroep dan chirurg. Iedereen kan zich journalist noemen en journalistiek bedrijven. Talent komt vanzelf bovendrijven.’

Om dat proces van bovendrijven te helpen, is er een ratingsysteem. Journalisten met meer sterren zij betrouwbaarder dan die met minder. Bovendien komt de waarheid op internet altijd boven tafel, volgens Twisk. ‘Mensen geven comments als er iets niet klopt, of sturen een mailtje naar de redactie.’

De beoordeling van het stuk en de journalist vindt volledig online plaats. Face-to-face contact is geen vereiste om een burger journalist te promoveren tot betrouwbare partner. Volgens Twisk zijn er uiteindelijk wel ‘allerlei gegevens’ bekend over de journalist.

Die gegevens vormen samen een database met handige contacten. Die verkoopt Twisk vervolgens aan nieuwsorganisaties en bedrijven. Eigenlijk is hij naast een persbureau ook een uitzendbureau.  ‘Uiteindelijk kun je op een Google Map zien wat voor beelden en contacten we in een bepaald gebied hebben. Standaardbeelden kunnen nieuwsorganisaties direct downloaden en in hun eigen reportages gebruiken. Voor nieuws kunnen ze contact opnemen met één van de journalisten in de buurt met een hoge rating.

Betrouwbaar?
Maar is informatie uit burgerjournalistieke bron wel betrouwbaar? Brechtje van de Moosdijk, chef buitenlandredactie RTL Nieuws, is er een beetje dubbel over. ‘Die contacten zou ik sowieso gebruiken als fixer. Maar uiteindelijk doet onze eigen correspondent de verslaggeving. RTL Z doet wel al zaken met Africa Interactive’
Volgens Twisk zelf heeft RTL Nieuws ook al beelden gebruikt uit zijn database, maar nooit complete reportages. Hij heeft nog niet gemerkt dat klanten moeite hebben met het feit dat zijn bureau de journalisten nooit ontmoet heeft.

Eigenlijk ging het in De Balie dus vooral over burgerjournalistiek en niet zozeer over Afrika. Want dat je nieuws wilt maken over Afrika, is nog geen reden om ineens burgers in te zetten volgens Luitink. ‘Ik stel aan Afrikaanse journalisten dezelfde eisen als aan Nederlandse. Gelukkig maar, anders zouden ze behoorlijk beledigd zijn.’

Wat er fout kan gaan als je correspondenten niet te vertrouwen zijn, is te zien in het volgende filmpje. Het gaat over daten in India. De redactie van Metropolis vroeg correspondent Kazim om wat meer actie in zijn reportage te stoppen. Dat deed hij (vanaf 2:30). De redactie begon pas te twijfelen over de authenticiteit toen reageerders op internet kritische vragen begonnen te stellen. Ook aan de authenticiteit van het filmpje van Kazim over de Swat-vallei (bekijk ook de comments) wordt getwijfeld.

Eén reactie

  1. Opvallend: omdat bezoekers filmpjes op onze site niet kunnen embedden en omdat we bij Metropolis onze correspondenten intensief begeleiden, worden we door de verslaggever onder de noemer ‘oude’ (ik neem aan dat hier eigenlijk moet staan ‘ouderwetse’) journalistiek geschaard. Nu wil ik best toegeven dat we dat embedden ook op onze eigen site zo snel mogelijk voor elkaar moeten krijgen (het is overigens wel al mogelijk via het Youtube kanaal van Metropolis, zie bovenstaand filmpje ;-) Maar bij dat tweede punt zet ik toch mijn vraagtekens.

    Ik mag toch niet hopen dat (eind)redactionele begeleiding van journalisten, of ze nu in eigen land of elders op de wereld aan het werk zijn en of ze nu amateur of prof zijn, in de ‘nieuwe journalistiek’ taboe wordt verklaard. Metropolis wordt ‘simultaan’ gemaakt door een netwerk van inmiddels zo’n vijftig lokale videojournalisten. De samenstelling gebeurt in Hilversum maar de verhalen komen vanuit alle delen van de wereld. Zowel voor- als tijdens het draaien is er intensief contact met de redactie. We denken mee over het verhaal, kijken mee naar eerste versies, overleggen met de correspondenten hoe een volgend item nog beter kan worden. Dat is geen hinderlijke bemoeienis maar zorgt juist voor een gevoel van verbondenheid en het geeft een ‘drive’ aan beide kanten om het maximale eruit te halen.
    Gaat het altijd goed? Nee, natuurlijk niet. Daarom liet ik het item van Kazim Raza zien tijdens het debat (het komt natuurlijk niet uit India maar uit Pakistan). Maar daar tegenover staan inmiddels ook tientallen items die echt een bijzonder beeld geven van het dagelijkse leven op allerlei “onbekende” plekken. En zo leren we steeds bij, wat werkt wel en wat vooral ook niet. En komen we stap voor stap tot een andere vorm van buitenlandtelevisie, helemaal gemaakt vanuit het lokale perspectief. Best vernieuwend dacht ik zo…

    Maar oordeel vooral zelf, reacties, suggesties én kritische noten zijn natuurlijk meer dan welkom: http://www.metropolistv.nl

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (677 van 891 artikelen)


Het gaat niet goed met de wetenschapsjournalistiek. In Amerika bezuinigen kranten en ...