Over de Amerikaanse tv weten wij in Nederland heel wat, denken we, vanwege de series en de talkshows die hier worden overgenomen. Over de Amerikaanse radio weten we veel minder, om voor de hand liggende redenen. Wát we ervan weten wordt in ruime mate bepaald door wat we horen over het fenomeen talk radio. Dat is inderdaad een niet te verwaarlozen factor wanneer het gaat om de meningsvorming en het propageren van wat wel de paranoïde stijl in de Amerikaanse politiek is genoemd. Intimiderende neanderthalers die hun banvloeken de ether in bulderen over alles wat vies en voos is, tegen de goddeloze pinko homo’s, tegen de massamoordenaars in de abortusklinieken, tegen de communist Obama die… Probeer er eens een halve dag naar te luisteren en je moet jezelf tegenhouden om niet meteen het vliegtuig naar huis te nemen.
Prullenbak
Iets anders dat aan Nederland niet voorbij is gegaan is hoe het medium in de VS in luttele decennia zijn avontuurlijke karakter vrijwel is kwijtgeraakt. Nog maar een halve generatie geleden droeg het in belangrijke mate bij aan de sensatie van met de auto door Amerika rijden: als je een nieuwe stad naderde pikte je weer een nieuw signaal op, elke streek had zijn eigen typische lokale zenders, met lokale presentatoren, muziek die eigen was aan stad of streek. Al dat avontuur is in hoog tempo aan het verdwijnen met de concentratie van steeds meer stations in conglomeraten als Clear Channel, Citadel en Cumulus (nomen est omen) die stations overnemen, het format van de ene dag op de andere in de prullenbak gooien en uitzenden wat je overal elders ook al hoort. Zes jaar geleden controleerden drie conglomeraten de helft van de zendtijd in Amerika, en dat kan alleen nog maar erger zijn geworden. Winstmaximalisatie is het enige wat telt.
Van Seattle tot Miami, van Bangor tot San Diego, overal meer van hetzelfde, DJ’s en presentatoren zijn vervangen door computers, die een geestdodende mix de ether insturen van wat dankzij een raar misverstand voor AOR (adult oriented rock) moet doorgaan. Er is geen levend mens meer te horen, het is de Amerikanisering van Amerika ten voeten uit. Een tendens om je bezorgd over te maken? Als je uitgaat van het dictum van wijlen Prof. Den Hollander, de grondlegger van de Amerikanistiek in Nederland, dan is dat zeker zo. Alles wat ons in Amerika ergert, zo schreef hij, ergert ons omdat we, al dan niet terecht, vermoeden dat het zich in de toekomst in ons land ook zal gaan manifesteren. Welnu, die toekomst is allang aangebroken, al ligt de oorzaak van de gelijkschakeling hier wat anders.
National Public Radio
Maar laat ik eens een hoopvoller toon aanslaan, want ook dit kan je in Amerika overkomen, op veel plekken zelfs: je loopt door de gangen van een Universiteitsgebouw en hoort vanuit het kantoortje van een collega die werkstukken zit na te kijken zachtjes klassieke muziek. Een gang verder zelfde situatie, zelfde muziek. Als je wat later in de auto van een andere collega stapt die je een lift geeft hoor je de presentator van hetzelfde station een volgend programma aankondigen, waarin de auteur en voedseldeskundige Michael Pollan geduldig uitlegt waarom wij minder vlees moeten eten. De boekwinkel waar je even later binnenstapt heeft diezelfde zender aanstaan, waarop, na het interview met Pollan, een lokaal orkestje bijna uitgestorven muziek uit de Appalachians te horen brengt, live in de studio. Dit is NPR, National Public Radio, een netwerk van 860 stations verdeeld over heel Amerika, met een sterke concentratie in de grote steden aan de oost- en westkust en (veelal) universiteitssteden verspreid over de rest van het land. Nationwide luisteren er meer dan 27 miljoen Amerikanen op enigerlei tijdstip naar hun NPR station. Elk station heeft zijn eigen regionale programmering met aandacht voor lokale kwesties en lokale cultuur, maar heeft doorgaans enkele uren per dag een link met Washington waar het centrale nieuwsprogramma vandaan komt, inclusief commentaar. Er is tijd, er zitten levende mensen achter microfoons, er wordt (soms iets te) geroutineerd gepresenteerd.
Syndication
Succesvolle programma’s van individuele NPR-stations krijgen al snel een nationale status via het syndication systeem. Zo kan het gebeuren dat een heerlijk programma als Fresh Air, gepresenteerd door Terry Gross vanuit Philadelphia, in bijna het hele land te beluisteren valt. Terry heeft een talkshow waarin ze, tussen enkele kleinere items en goede muziek door, elke dag een auteur, film- of theatermaker interviewt, rustig en geïnformeerd, een weldaad om naar te luisteren. Zoals dat ook vroeger het geval was met de talkshow van wijlen Studs Terkel vanuit WFMT in Chicago, die nog meer een persoonlijkheid was dan Terry maar zijn onderwerpen al even respectvol en geïnformeerd tegemoet trad.
En dan misschien wel het grootste succes, Garrison Keillors A Prairie Home Companion dat nu al 35 jaar wekelijks wordt uitgezonden en een hit is op zichzelf, met als ingrediënten Keillors verhalen over Lake Wobegon, geestige fake-commercials en optredens van niet de geringste muzikanten in allerlei genres. Keillors programma wordt door meer dan 500 NPR stations overgenomen, en is na al die tijd nog steeds zo succesvol dat het regelmatig on the road gaat en de inspiratie vormde voor een film van Robert Altman.
Gemeenschapsgevoel
Wat de NPR stations creëren, en ik aarzel het woord te gebruiken, is een sense of community voor iedereen die zich niet tevreden voelt binnen de oorverdovende Amerikaanse massacultuur, die zoveel moois heeft opgeleverd maar je ook kan doodslaan met zijn gecommercialiseerde alomtegenwoordigheid. NPR-luisteraars zijn een soort gemeenschap, uitgestrooid over dat immense land. Miljoenen van hen hebben nooit een ander station aan staan; in de auto die ik vorig jaar van mijn huisbazin leende stonden alle zeven voorkeurszenders op KPFA ingesteld. En denk niet dat dit allemaal het soort mensen is waar in Nederland de omroep MAX zich op richt, waar men lijkt te denken dat de geschiedenis van de radio eindigt bij Ome Keesje. Ook diverse rockmuzikanten die ik onder mijn vrienden reken verklaren met grote vanzelfsprekendheid dat ze nooit ergens anders naar luisteren. Dat mag smug klinken, maar wie dat vindt gaat zijn gang maar.
Vogelvrije uren
WBAI in New York, KPFA in Berkeley, KUT in Austin, ze hebben allemaal hun af en toe eindeloos lijkende problemen gehad. In de jaren zeventig en tachtig bittere ideologische strijd over wie de zeggenschap had over de airwaves, met als resultaat in sommige gevallen een onappetijtelijke vergaarbak van radicale feministes, veganisten, maoïsten, zwarte separatisten en wat al niet, die al lang van het idee waren afgestapt dat ze samen met een station bezig waren. Die tijden zijn grotendeels voorbij.
Omdat NPR listener sponsored radio is en geen reclame maakt zijn ze afhankelijk van sponsors, zowel indivi- duele luisteraars als (doorgaans lokale) bedrijven. Dat houdt in dat de stations minstens twee keer per jaar dagenlang de programmering opzij gooien en aan fondsenwerving doen, uren en uren achter elkaar, en dat levert op papier nu niet bepaald boeiende radio op. Maar ik kan, als ervaringsdeskundige, zeggen dat het prettige vogelvrije uren zijn waarin je muziek hoort die je anders nooit hoort. Ik heb zelfs vrienden in Amerika die beweren dat ze eigenlijk deze dagen de leukste vinden. Waarom? Omdat het ze, inderdaad, een gevoel van verbondenheid geeft met het station en de andere luisteraars, waar ook in de stad, waar ook elders in Amerika.
In Nederland?
Wat kunnen we hier in Nederland mee? Om te beginnen ons realiseren dat de situatie onvergelijkbaar is, qua schaal en uitgangssituatie van de publieke omroep. Vervolgens kunnen we gerust constateren dat we kwalitiatief beslist niet voor NPR onder hoeven te doen. Een van de boegbeelden van NPR is het reportageprogramma This American Life op zondagochtend. Maar toen ik in 2003 aan de Universiteit van Texas les gaf in audio narrative had ik moeite een aflevering te vinden die met vindingrijkheid en creativiteit in elkaar was gezet. De onderwerpen zijn vaak goed, maar wij Nederlanders zijn verder in het vinden van oplossingen om een reportage verrassend te houden. En ik vind Terry Gross geweldig, maar kan hier best enkele presentatoren bedenken die het vergelijkbaar goed doen. Ze zouden alleen, onder de gegeven omstandigheden, onvindbaar zijn in het immer veranderende oerwoud van de ether.
Zet in op communities
Ik zou vooral inzetten op dat gemeenschapsgevoel dat NPR sterk houdt. Er zijn in Nederland enkele programma’s die dat ook om zich heen hebben gecreëerd, en ze worden dikwijls, niet toevallig denk ik, in het weekend uitgezonden; OVT, Vroege vogels, de TROS Nieuwsshow, De Avonden, hoe gemarginaliseerd ook. Programma’s die, ook al niet toevallig, al lange tijd op hetzelfde tijdstip en op dezelfde zender worden uitgezonden. Decennia lang had je iets vergelijkbaars met VPRO Vrijdag, dat helaas aan luistercijfer-fetisjisme en horizontaliseringsdwang ten onder is gegaan. Dat al die kleine communities ook samen één community zouden zijn is natuurlijk een illusie, zoals ook het denkbeeld dat er een aparte zender voor zoveel moois zou moeten zijn naar NPR-voorbeeld onhaalbaar is.
Continuiteit en herkenbaarheid
Maar: creëer een aantal herkenbare blokken met culturele programmering in de brede, sociologische zin van het woord, trek er talent voor aan en vooral: garandeer continuïteit en herkenbaarheid. Maak een vereniging met een blad, laat mensen voor €5 lid worden en geef ze toegang tot speciale uitzendingen. Zorg vanaf dag één dat alle programma’s makkelijk on demand te vinden zijn, want wij liefhebbers van kwaliteitsradio zijn drukbezette mensen. Zorg dat… Mijn tijd is op. Maak het beeld niet te mooi, spreek ik mezelf nu bestraffend toe, NPR is niet altijd een lichtend baken. Er zijn ook onverteerbare programma’s die je zuchtend naar een van de betere commerciële stations doen overschakelen. En PBS, de televisiependant van NPR, blijkt terwijl ik dit opschrijf massaal gevallen voor de edelkitsch van onze eigen André Rieu. Ze vinden dat waarschijnlijk very European. Als de radio daar op korte termijn in meegaat ben ik alweer een illusie armer, maar zover is het nog niet. Nog niet.
3 reacties