De Vrije Radio en het internet – Golven van Dagelijks Leven
Dit is de verkorte versie van een artikel dat compleet en met literatuurverwijzingen op de weblog van Geert Lovink zelf staat.
Nederland kent een rijke radiogeschiedenis, maar de dood van de radio is nabij, zo prediken de evangelisten van de podcast. Wat betekent dat ‘samen alleen’ surfen van de ene soundscape naar de andere? Ontstaan er nieuwe sociale structuren? Wat is radio na radio?
De doemscenario’s over de ondergang van het medium ten spijt blijft de belofte van radio als imaginaire lokale audio-extase zijn aantrekkingskracht behouden. Stel je voor hoe de FM-golven neerstralen op de stad. Zie ze kaatsen en dansen. Dat is een krachtig beeld. In de afgelopen decennia kwam deze energie samen in een rijke ecologie van vrije radiozenders, die nu vrijwel is opgedroogd. Nederland kent een rijke geschiedenis van vrije radiozenders. Van piraten als Radio Veronica en Radio Mokum in de roerige jaren zeventig loopt een directe lijn naar de vrije radiozenders die in de jaren tachtig en negentig vanuit kraakpanden uitzonden. Daarnaast waren er talloze meer of minder commerciële dance- en popzenders actief. Hoewel zulke lokale zenders overal bestonden, van Rotterdam en Den Haag tot Nijmegen en Groningen, beperk ik me hier, om biografische redenen, tot Amsterdam. Een van de mogelijke beginpunten van die geschiedenis ligt bij Radio De Vrije Keyser die begin 1980 begon uit te zenden vanuit het gebarricadeerde pand De Groote Keyser. Uit deze activistische fase ontstond een hele stamboom aan vrije radiozenders die gekenmerkt werden door een grote experimenteerlust met muziekstijlen en formats.
De ultieme radiovrijheid
Begin jaren tachtig werd ik nog opgeslorpt door een studie politicologie en het Weekblad Bluf!, maar vanaf 1987 begon ik de Bilwet Portrettengalerij op Radio 100, een serie van 130 interviews met de gepassioneerde intelligentsia die in de Nederlandse media niet aan het woord kwam. Een van de onderwerpen was het filosoferen over de Amsterdamse radiotechnieken. Tezamen vormden De Vrije Keyser, Radio 100, Radio Dood en Radio Patapoe, met nog wat (etnische) programma’s her en der op de legale SALTO frequenties, op de kabel en in de ether, een hechte scene van 120 tot 150 makers. Men luisterde naar elkaars programma’s en ontwikkelde het medium radio verder. Anders gezegd: toen er een kritische massa bereikt was, ontstond er een zelf-referentiële dynamiek, een geïntegreerde radiocultuur.
Het karakteristieke van het Amsterdamse geluid was de cut-up en de live mix. Deze techniek was vele malen radicaler dan het mixen door de DJ’s, zoals dat ook toen al in het uitgaansleven te horen was. Het ging hier juist niet om het onhoorbaar aan elkaar lassen van twee tracks. Kenmerkend is de onderbreking, de scratch, het knarsende contrast tussen de genres. Giuseppe Verdi crashing into Crass. De Amsterdamse sound ging verder dan het mixen van muziek. Het ging ook om het remixen van informatiestromen. De vrije radiomaker nam alle tijd. Hij schiep eigen geluidsuniversums, die zich in de lengte en de breedte oneindig ver uitstrekten. De liefde voor het mixen gaf de overgang aan van alternatieve media, die een lacune in het bestaande aanbod wilden aanvullen, naar soevereine media, die zich hadden losgemaakt van het luisterpubliek. Dit ging verder dan democratisering: dit was ultieme radio-vrijheid.
Sluiting
Eind jaren negentig, als het internet commercieel doorbreekt, is de vrije radiobeweging over zijn hoogtepunt heen. Het doek voor de vrije radio in Amsterdam viel symbolisch in juli 2003 met de dood van de technicus Rob van Limburg. Deze alleskunner was de enige die zonder hoogtevrees de wiebelende masten van de legale en illegale radiozenders beklom om antennes op te hangen, te repareren of te vervangen. Elke keer als er een zender een nieuwe frequentie vond moest de antenne worden aangepast. Bij de uitstervende groep radiovrijwilligers was de expertise en durf om zulke stunts uit te halen niet meer aanwezig. Tegenwoordig kan iedereen voor bijna geen geld zijn eigen webradio beginnen, maar voor een scene heb je ontmoetingsplekken nodig – een studio, kantoor of een café als de Patapoe Bar in een kraakpand bij de Zeedijk, waar wilde zondagavonden voor vrije radiomakers en publiek Radio Patapoe op de been hielden. Voormalig Patapoe-radiomaakster Josephine Bosma beaamt dit: “Met de sluiting werd radio ineens weer onzichtbaar. Toen daarna de kabelradio de standaard werd, nog voor internetradio en Mp3-downloads, vergaten mensen hoe ze een etherzender konden vinden.” Een bijkomend probleem van het verdwijnen van plekken om samen te komen was dat de kennis van radiotechnieken niet meer werd doorgegeven. Josephine Bosma: “Steeds minder mensen weten hoe mákkelijk radiomaken of het maken van soundscapes is. Daardoor is er minder vers bloed en minder vernieuwing. Het knutselen met techniek en geluid heeft zich verplaatst naar de dance- en technoscene.”
Naar het internet
De radiofanaten kunnen niet beschuldigd worden van monomediaal fetisjisme. Al sinds eind jaren tachtig be- stonden er banden met hackersgroepen als Hacktic en werden geluidsbestanden online via bulletinboards uitgewisseld. Experimenten met internet en radio gaan terug tot 1996, toen de Real Player software werd gelanceerd die het mogelijk maakte via het internet een radiostation te beluisteren. De Real Player luidde het tijdperk van ‘streamen’ in. VPRO Digitaal was er vroeg bij, net als de groep DFM (DeForMatie) die een belangrijke rol speelde binnen Radio 100. Bijgestaan door De Balie, xs4all en De Waag werd de kennis ook ingezet voor de solidariteitscampagne voor het Servische radiostation B92, dat naar het internet moest uitwijken. De internetdata uit Belgrado werden uitgezonden via een piratenzender boven De Waag op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De uitgaande capaciteit van de zogenaamde streaming servers was overigens beperkt. Het was al heel wat als een online zender een paar honderd luisteraars kon bedienen.
Nostalgie
De vrije radiocultuur anno 1989 was een radicaal locale mythe; een gift à la Baudrillard aan de bewoners van de stad. Niemand had het besteld. Gouden geluiden voor het grote Niets. Wat rest is een doos vol cassettes, een folder met files. Dat maakt niets uit. Radio is een vluchtig, vergankelijk medium. Vrije radiomensen zijn van huis uit niet nostalgisch ingesteld – allemaal produceren zij voor het Universele Archief – maar de passie is onmiskenbaar verschoven van het waanzinnige live mixen naar het distributiepotentieel van het internet en de bijbehorende sociale rituelen van het netwerken. Radio Patapoe zendt nog steeds uit, zij het met een kleiner bereik, aangevuld door een live stream op het internet. Josephine Bosma: “Ik denk dat radio net als andere media veranderd is door de nieuwe media, en wel in een meer individuele ervaring. Radio gaat voor mij om het behouden van pluriformiteit in het medialandschap en wat dat betreft is er niets veranderd. Ik zie de oude situatie als een verzameling ‘radioblogs’ avant-la-lettre. Het dondert niet dat er minder mensen luisteren, men gaat gewoon door, omdat ze altijd radio hebben gemaakt op die manier: als kunstwerk of dagboek.”
Dialogen en kakofonie
De functie van actiezenders als De Vrije Keyser als alternatieve bron van informatie voor activisten en de kraak- beweging is voortgezet op het internet door sites als Squat.net, kraken-post.nl, kraakforum.tk en indymedia.nl. Josephine Bosma ziet het werk van De Vrije Keyser voortgezet in M2M Radio (Migrant to migrant) dat uit de herdenkingen van de Schipholbrand is voortgekomen. M2M radiomaker Jo van der Spek noemt het ‘kampvuur radio’. “Het motto is: de maaltijd is de uitzending. Het stijve interview format is passé. Waar het om gaat is de conversatie, dialogen en kakofonie.” De grenzen van wat radio is worden bewust opgezocht. Van der Spek: “De kracht van het live streamen is het beschikbaar maken van intieme omgevingen die wereldmarkten bedienen.” Het basismateriaal van M2M is niet zozeer muziek maar gesproken woord uit het meertalige globale sociale leven. Als M2M trainingen geeft wordt bewust geen radioapparatuur meegenomen. Van der Spek: “Mensen hebben al een opnameapparaat in hun zak, namelijk hun mobiele telefoon. Verdere investeringen zijn niet nodig. Ontdek de potentie van de hardware die je met je meedraagt: het gaat om de skills. Met de meeste mobieltjes kan je tegenwoordig in de meest rare omgevingen opnames maken. Zo nam ik een keer mijn arrestatie op. Dat was op Schiphol Plaza. Vervolgens kan je dat ook weer op je mobiel afluisteren, hetzij via internet, hetzij als gedownloade podcast.”
Mp3 recorders gaan overal mee naar toe. We horen gedetineerde migranten opbellen vanuit hun cel die van buitenaf door M2M voorzien worden door beltegoed. Binnen het Amsterdamse radiolandschap neemt DFM nog altijd een bijzondere plaats in. De mediakunstenaar Toek, die begin jaren tachtig met radio begon, is de spil van DFM. Na zich jaren te hebben ingezet voor Radio 100, transformeerde hij de DFM website succesvol in een globaal netwerk van luisteraars en soundmakers. Stan Rijven noemde het (Trouw, 12 sept 2009): “… de enige erflater van het alternatieve radiocircuit, dat in de jaren tachtig nog volop meetelde. DFM brengt de kracht terug van wat radio vermag: illusionair theater voor het oor. Precies datgene wat onze publieke zenders al jaren vergeten te doen.” Er is nog een onverwachte impuls voor radiomaken: de 3D-internetomgeving Second Life. Mediakunstenaar Mauzz bestudeert al 2,5 jaar lang Second Life en verzamelt daar non-commerciële livestreams: “Mensen en scenes die ik anders nooit had verwacht ooit te gaan ‘streamen’ of radio maken, zie ik nu live Mp3 streams uitzenden vanuit hun huis, café of feest, voor een gemeenschappelijke virtuele ruimte in Second Life. Ieder stukje land in Second Life kan een bijbehorende Mp3 stream hebben. Ook zijn er virtuele ‘radiotoestellen’ te koop waarmee je kan kiezen tussen ontelbare radiostations en je eigen favorieten kan toevoegen. Vooral het live aspect is belangrijk: het gaat om de gedeelde ervaring en interactie van luisteraars met de DJ’s en andere radiomakers.” Dit alles komt niet voort uit het instituut radio. De tendensen die hier worden opgesomd zijn het gevolg van ontwikkelingen op het gebied van hardware, software, bandbreedte en de spectaculaire daling van de telecommunicatiekosten. Dit maakt het mogelijk dat we van het audio mixen overgaan naar het tijdperk van het media mixen. Tal van technologische kruisbestuivingen blijven nog onbesproken. Denk aan de tactische inzet van derde generatie mobiele telefoons. Denk aan Skype en andere gratis online telefoondiensten, die het mogelijk maken een discussie te hebben tussen vier of vijf locaties, wereldwijd, die als live stream kan worden uitgezonden. Vergeet niet het kraken van de leegstaande frequenties op de AM en FM. Maar zover is het nog niet. Dat zien we wel als ook deze technologie is vergeten. Tot dan.










4 reacties:
15 oktober, 2009
[...] September I wrote an essay, in Dutch, for the 609 magazine of the Dutch Cultural Media Fund. A shortened version became available on the Nieuwsreporter blog. I have posted the full length version here on the [...]
19 oktober, 2009
[...] voor de radio, van Hans Maarten van den Brink, directeur van het Mediafonds en de artikelen van Geert Lovink en Jan [...]
19 oktober, 2009
[...] DNR Voorgaande Volgende Marlies Cordia 16.10.2009 Reacties: [...]
16 maart, 2010
We zijn opgegroeid met het feit dat er alleen maar geluid en muziek uit onze radio kan komen en beeld te zien is op onze televisie. Internet, en weblogs in het bijzonder, laten ons kiezen in de vorm, soms tekst, soms beeld (foto, video) en soms audio. En dat in combinatie.
Ik zie dat die mix van media nog nauwelijks echt goed op weblogs ingezet wordt. Je moet eigenlijk vanuit de middelen gaan denken. Wat het voordeel van tekst zonder stem is (geschreven tekst), of wanneer je daar audio aan gaat toevoegen. Het heeft te maken de manier van storytelling en het al dan niet toevoegen van perspectief (neem een stem op locatie op en het verhaal krijgt perspectief).
Lijkt mij ook zeker iets voor DNR om toe te passen. Geschreven tekst heeft vaak de voorkeur, maar audio werkt soms beter, of doe en-en.