Journalistiek moet je betalen maar niet via een abonnement

wereldbol“Op dit moment zoeken wij manieren om Grenspost te financieren” vermeldt de slapende website van het gelijknamige initiatief tot een netwerk van Nederlandstalige freelance correspondenten. Hiermee hebben we gelijk de essentie van de discussie over de ‘vergeten buitenlandberichtgeving’ te pakken: geld. Hoe prijzenswaardig het initiatief van Pieter-Bas van Wiechen ook is het zal nooit continuïteit kunnen bieden als het zijn correspondenten niet kan betalen.

Als een medium zijn correspondenten niet kan betalen moet het iets anders bieden wat het toch aantrekkelijk maakt er te publiceren: interactie met lezers, meer redactionele vrijheid en exposure die leidt tot betaalde artikelen en lezingen. Continuïteit levert dit echter nog niet op. Nu de traditionele kranten vechten voor hun bestaan wordt ook daar de continuïteit in internationale verslaggeving bedreigd. Als buitenlandberichtgeving ons iets waard is, zal er betaald voor moeten worden, alleen de oplossing hoe er betaald gaat worden ligt niet in oude structuren.

Ieder land krijgt de buitenlandberichtgeving dat het verdient. Laat men het over aan kranten die zelf hun inkomsten bij elkaar moeten harken op een slinkende abonnee- en advertentiemarkt dan leidt dit onvermijdelijk tot een kwaliteitsvermindering. Vanwege de hogere kosten worden bijdragen van correspondenten vervangen door persbureau nieuwsberichten. Zoekt men financiering bij ministeries, bedrijven of ngo’s dan levert dit onherroepelijk gekleurde verhalen op die moeten bijdragen aan het legitimeren van bestaand beleid, product placement of een campagnestrategie.

Organiseert men de internationale verslaggeving via vrijwillige bijdragen van onbezoldigde correspondenten dan zal de berichtgeving continuïteit missen en sterk in kwaliteit variëren. Je kan van vrijwilligers immers niet verlangen dat ze regelmatig bijdragen als ze daarnaast met ander werk in hun woon- en verblijfskosten moeten voorzien. Volwaardige internationale verslaggeving die zelf haar aandachtsgebieden definieert en de journalistieke middelen creëert vereist een structurele onafhankelijke financiering.

Archaïsche territoriumdrift
Dit nieuwe financieringsmodel zal recht moeten doen aan de manier waarop mensen tegenwoordig nieuws tot zich nemen. Nieuws wordt geplukt uit een breed spectrum van bronnen die zich presenteren via evoluerende technologieën: (mobiel) internet, (on demand) tv, (podcast) radio. Nieuws is er waar en wanneer je maar wilt, mede aangejaagd door blogspostjes en tweets. Al deze media functioneren in een netwerk met legio mogelijkheden om elkaar te versterken. Sommige partijen in dit netwerk zullen het nieuws betaald produceren zodat het door anderen weer zonder te betalen wordt (her)gebruikt. Zo gebeurt het nu al maar het zal in de toekomst alleen maar toenemen. Het heeft echter geen zin hierom te vervallen in een archaïsche territoriumdrift.

Nu abonnees van de papieren krant afhaken en de kredietcrisis de advertentie-inkomsten tijdelijk heeft doen teruglopen roepen kranten in een reflex dat hun websites weer achter een betaalwand moeten. Maar hiermee krijgen ze hun betalende lezers niet meer terug. Blogs genereren met verwijzingen naar krantenartikelen juist extra bezoekers voor kranten en daarmee ook advertentie-inkomsten. De traditionele media zullen moeten wennen aan deze nieuwe structuur waarin ze het ene moment investeerder zijn opdat ze op een ander moment weer kunnen profiteren van het netwerk waartoe ze behoren. Ook nu al profiteren traditionele media volop van de informatie die via nieuwe media gratis tot ze komt. Media die bereid zijn hun content te delen zullen zich een positie verschaffen, zij die zichzelf afschermen zullen gegarandeerd verdwijnen omdat de consument deze opstelling niet meer accepteert.

Creative commons
Andrew Keen, auteur van het boek The Cult of the Amateur, heeft van het schoppen tegen het internet zijn beroep gemaakt. Maar al twitterend en bloggend over hoe desastreus deze nieuwe technologieën voor de journalistiek en onze cultuur zijn, baant hij zich een weg omhoog naar betaalde lezingen en een lucratieve boekverkoop. Ook Keen stelt dat de journalistiek ten dode is opgeschreven tenzij uitgevers en hoofdredacteuren leren gebruik te maken van de nieuwe wetten van het internet. Uiteindelijk gelooft ook hij in nieuwe methoden, met nieuwe bedrijfsmodellen. Of het bedrijfsmodel dat Keen zelf volgt een recept kan zijn dat bijdraagt aan volwaardige internationale verslaggeving valt te betwijfelen. Maar op individueel niveau kan het voor correspondenten zeker inkomsten genereren.

Op nationaal en misschien wel Europees niveau vraagt buitenlandberichtgeving die continuïteit en kwaliteit biedt een structurele aanpak. In Hilversum slaan de publieke omroepen jaarlijks 650 miljoen euro stuk, dit bestaat uit belastinggeld én STER-inkomsten. Nu de scheidslijnen tussen tv, krant en internet al bijna volledig zijn verdwenen zou het ook niet meer dan logisch zijn dat kranten aanspraak kunnen maken op een deel van dit overheidsbudget? In verschillende Europese landen waaronder Estland, Oostenrijk, België, Finland, Italië, Zweden en Noorwegen gebeurt dit al. Het afschaffen van de STER-reclame wordt al jaren als een maatregel gezien om weer stijgende advertentie-inkomsten voor kranten te genereren. Maar misschien zal samenwerking van verschillende media op het uitzetten en verdienen aan reclames nog wel meer inkomsten kunnen opleveren? Bovendien zou het delen van informatie tussen kranten en omroepen, geheel in stijl met de wetten van het internet, wel eens tot kwaliteitsverbetering en een groter aanbod kunnen leiden?

Recent heeft de VPRO besloten een aantal documentaires onder Creative Commons licentie te distribueren. “Juist als publieke omroep hebben wij de plicht om onze producties zo flexibel mogelijk aan ons publiek ter beschikking te stellen” zo verklaart de omroep deze opvallende stap waar ook kranten weer van kunnen profiteren. Maar ook internetgigant Google komt kranten – en daarmee de buitenlandberichtgeving – te hulp: Google CEO Eric Schmidt liet weten kranten te willen helpen met het vinden van aansluiting op de huidige consument en het opzetten van nieuwe verdienmodellen. Zo ontstaan er innovatieve samenwerkingsverbanden tussen kranten, (publieke) omroep en blogs waarin alle betrokken partijen door middel van aanpassing overleven.

Democratische samenleving
Misschien bestaan er in de toekomst geen krantenabonnementen meer, maar ben je bijvoorbeeld tientjeslid van het samenwerkingsverband VPRO-VARA-NRC-Grenspost-Sargasso? Maar ook andere samenwerkingsverbanden met ieder een eigen kleur behoren tot de mogelijkheid zoals EO-Trouw-DagelijkseStandaard óf PowNed-AVRO-Telegraaf. Minister Plasterk heeft met zijn voorstel tot meer samenwerking tussen kranten en omroepen hier in feite al de eerste voorzet voor gegeven.

Hoeveel aandacht er binnen deze samenwerkingsverbanden naar buitenlandberichtgeving gaat ligt uiteraard aan de verschillende redacties, maar door middel van een structurele financiering vanuit overheidsgeld en gezamenlijk beheerde reclame-inkomsten zou het in ieder geval mogelijk moeten zijn. Als we onafhankelijke journalistiek met volwaardige internationale verslaggeving zien als een essentieel onderdeel van een gezonde democratie dan zullen we het financieel mogelijk moeten maken. Het vervolgens hergebruiken en doorgeven van nieuws draagt ook weer bij aan een democratische samenleving waarin burgers participeren, dit zal daarom eerder gestimuleerd dan bestraft moeten worden.

Vergeten verhalen
Wereldwijd gonzen miljarden verhalen over evenzovele gebeurtenissen op onze aardbol. Soms zijn ze zonder meer de aandacht van het Nederlandse publiek waard, maar worden ze toch niet opgepikt door de Nederlandse media. Verhalen die ongezien en ongehoord blijven. Vergeten Verhalen.

De Dick Scherpenzeelstichting zoekt die verhalen. Verhalen afkomstig uit niet-westerse landen, die mogelijk relevant zijn voor het streven naar een eerlijkere welvaartsverdeling. Verhalen die misschien minder vlot in de formats van redacties passen maar die vanuit de journalistieke verantwoordelijkheid niet mogen blijven liggen.

Stuur ons je ideeën over zulke verhalen, in maximaal vierhonderd woorden, op www.hetvergetenverhaal.nl. Maak in ieder geval duidelijk waar het verhaal over gaat en waar het zich afspeelt. Een zeer breed samengestelde jury selecteert de beste tien, die worden belicht in een speciale uitgave: Vergeten Verhalen 2009. De Dick Scherpenzeel Stichting vraagt vervolgens aan redacties van kranten en televisierubrieken een of meer verhaalideeën uit te werken. Zo vraagt de Dick Scherpenzeelstichting aandacht voor de blinde vlekken van de journalistiek. Stuur voor 8 december jouw Vergeten Verhaal 2009 naar info@dickscherpenzeelstichting.nl Haalt jouw verhaalidee de top tien, dan win je een mini-camera, de Flip Mino HD.

Naast verhalen zijn we ook op zoek naar foto’s. Beeld is immers belangrijk, soms zelfs belangrijker om de boodschap over te brengen. Stuur je Vergeten Foto naar info@dickscherpenzeelstichting.nl en wij publiceren het beeld op de site van Het Vergeten Verhaal. Vertel ons ook in het kort waarom deze foto zo belangrijk is. Omdat de site in flash is, kan niemand je foto illegaal kopiëren. Laat vooral je contactgegevens achter, zodat belangstellenden voor jouw werk in contact kunnen komen met jou.


1 reactie:

Liza
7 oktober, 2009

Ik vind het een heel goed idee om kranten mee te laten profiteren van het geld dat publieke omroepen jaarlijks genereren. Hopelijk krijgen de kranten dan weer de ruimte om op zoek te gaan naar echt interessante verhalen. Nu lees je steeds meer van hetzelfde. Komt dat dus door het schrappen van banen, het schrappen van correspondenten en het gebruiken van persbureaus om de krant maar te vullen? Als toekomstig journalist vind ik dat een zeer slechte zaak. Maar ook ik zoek steeds meer via het internet mijn nieuws. Het is prachtig dat je door de online berichtgeving ook artikelen, nieuwsberichten en reportages geschreven voor journalisten uit andere landen en zelfs andere werelddelen kunt lezen. Zijn de papieren uitgaven van kranten in de Westerse wereld nog nodig? Vervullen zij nog steeds een zeer belangrijke rol bij het informeren van burgers? Vooral de jongeren en jong volwassenen van nu zijn het gewend om alles via het internet te researchen.


Laat een reactie achter »