Radio moet actief op zoek naar partners

609-witHans Maarten van den Brink heeft gelijk als hij zegt dat radiomakers zich de afgelopen jaren gedragen hebben als “een bedreigde diersoort. (…) kermend, protesterend, grommend zonder indruk te maken.” Zolang de Publieke Omroep blijft aarzelen en vergaderen, moeten radiomakers – gewapend met goede ideeën – zelf actief op zoek gaan naar nieuwe podia, nieuwe luisteraars en nieuwe financieringsmogelijkheden.

“Maak jij radio?! Luistert daar überhaupt nog ìemand naar?”
Hoewel ik nog maar een paar jaar rondloop in radioland, heb ik deze zin al heel wat keren langs horen komen. Vooral leeftijdgenoten –ik ben 27- luisteren weinig ‘praatradio’. Op een enkele fanatiekeling na. Als je mensen vraagt waarom ze geen radio luisteren, zeggen ze niet van “dat gepraat op de achtergrond” te houden, het “een grote massa aan korte nietszeggende gesprekjes en jingles” te vinden of totaal niet te weten of en waneer er “iets boeiends” te horen is. Verder dan 3FM of Radio 538 en af en toe wat nieuws op Radio 1 of BNR komen de meesten niet. Mooie dingen worden immers vaak op vreemde tijdstippen uitgezonden, of op zenders die niet op de kabel te vinden zijn.

Reuzespannend
Het vreemde is, dat als mensen dan op mijn aanraden wél gaan luisteren naar radiodocumentaires, lange interviews of hoorspelen, ze het allemaal reuzespannend en interessant vinden. Hierin zit wat mij betreft de crux van de schaarste aan aandacht voor radio waar Jan Westerhof in zijn reactie over spreekt. Voor een geslaagde toekomst voor de radio, wat een taak is voor de Publieke Omroep, moeten er niet alleen meer zich onderscheidende programma’s komen, interessante radioproducten moeten vooral beter vindbaar worden voor het luisterpubliek. Door bijvoorbeeld goede marketing, een radioplatform dat informatie, overzicht en selectie biedt, én door meer samenwerking tussen radio en andere media.

Meer onderscheidende programma’s
Vastgeketend aan het beleid van strakke formats en time slots en het streven om een zo breed mogelijk publiek te bereiken, zijn radiozenders een homogene brij van gesprekjes geworden, met af en toe een bijzondere reportage, langer interview of mooi hoorspel. Voor deze krenten in de pap moet je echter goed zoeken. Deels komt dit door een gebrek aan continuïteit. De laatste jaren zijn programma’s steeds veranderd van naam, lengte, tijdstip en zender. Daarmee creëer je geen vaste groep luisteraars en Jan Donkers merkt op dit weblog terecht op dat het succes van de TROS Nieuwsshow, OVT en De Avonden juist te danken is aan een gemeenschapsgevoel dat mede veroorzaakt wordt door een herkenbaar profiel en continuïteit.

Soort NRC Next op radio
Deze ‘ankers’ in radioprogrammering hebben ook een nadeel, want ondertussen zit het radiobestel muurvast en is er weinig ruimte voor nieuwe initiatieven. Afgelopen voorjaar deden de zendercoördinator en de zenderredactie van Radio 1 een poging om daar verandering in aan te brengen: het zogeheten ‘Radiolab’ werd in het leven geroepen. Het doel van Radiolab was tweeledig: allereerst wilde men radiomakers inspireren tot het indienen van verrassende en originele voorstellen die leiden tot spannende radio voor de luisteraars. Ten tweede was het een mogelijkheid om programma’s te testen die in de toekomst wellicht een vast plek op Radio 1 konden krijgen. Zo werd het althans gepresenteerd aan de tientallen enthousiastelingen die een plan indienden.

Ik werkte met heel veel plezier mee aan twee van de negen plannen die uiteindelijk uitgekozen werden voor uitvoering en eenmalige uitzending. Het eerste plan betrof een achtergrondprogramma, Visie Versa, dat gericht was op hoogopgeleide jongeren. Volgens mede-initiatiefnemer Laura Stek en mij valt deze groep namelijk buiten de boot als het gaat om het aanbod op Radio 1. Een soort NRC Next, maar dan op de radio moest het worden, en hoewel er ook een hoop op aan te merken viel, kregen we enthousiaste reacties van de doelgroep.

This American Life
Het tweede programma waar ik aan meewerkte was geïnspireerd op het Amerikaanse storytelling, zoals dat in het succesvolle programma This American Life gebeurt. In dit programma, Papa Hotel Radio, waren enkele korte documentaires rondom een thema te horen, gemaakt door de makers van 1 Minuut. Ook hierop kwamen enthousiaste reacties van luisteraars. De programma’s werden in mei en juni uitgezonden, maar van de zenderredactie of zendercoördinatie hebben we helaas tot op de dag van vandaag nog niets gehoord. Desondanks blijven wij hopen dat er een vervolg mogelijk gemaakt wordt op de proefuitzendingen. Het zou ronduit zonde zijn als er niets gebeurde met de enorme inzet en het enthousiasme waarmee deze programma’s van de grond zijn gekomen.

Zichtbaarheid
Behalve dat Nederlandse radio meer onderscheidende programma’s kan gebruiken, is de radioprogrammering ook nogal onzichtbaar en onvindbaar, ook al heeft elk programma tegenwoordig een eigen website met terugluisterfunctie. Jan Westerhof schrijft dat radio on demand “een aanvullende activiteit in de marge van de radiodistributie” is, maar ik vraag me sterk af of dit niet komt door de slechte bewegwijzering. Als je verdwaalt in het aanbod, in slecht te vinden websites of niet werkende mediaplayers, kies je snel de makkelijke weg: de weg van lineaire radio. Stel dat er een handige site zou zijn, waar je niet alleen alles terug kan vinden, maar waar ook bijvoorbeeld luistertips en interviews met makers worden gegeven. Stel dat er een plek is voor dat andere dat radio mist, een ordentelijke radiokritiek zoals er ook literaire kritiek en tv-kritiek is, dan is dat volgens mij een heel ander verhaal. Pas dan gaat het genre ook onder een groter publiek leven.

Nauwelijks aankondigingen
Natuurlijk is er het overkoepelende Radiocast.nl, een soort Uitzending Gemist, maar dit is niet meer dan een vrij onbekende zoekmachine die ook nog eens niet echt goed werkt. Als een collega-radiomaker een mooie reportage of interessant project heeft gemaakt, moet ik het maar net toevallig weten, want als ik de naam van een maker intyp kan ik via de Radiocast niets vinden en in kranten of tv-gidsen wordt radio nauwelijks aangekondigd.
Toen ik voor mijn scriptie een onderzoek deed naar het luistergedrag van (hoogopgeleide) jongeren, was de onvindbaarheid een veel gehoord commentaar: “Ik vind radio best leuk, maar ik weet nooit wanneer er interessante dingen worden uitgezonden en waar ik die moet zoeken.” Weinig mensen in mijn omgeving hebben dagelijks de radio aanstaan, maar als ik ze via email, Facebook of Twitter attendeer op mooie radioreportages of interviews, luisteren ze allemaal. Live via hun computer of Iphone, of later via Ipod of Mp3-speler.

Nieuw online radioplatform
Mijn radiohart maakte dan ook een sprongetje toen ik onlangs hoorde van de plannen van het Mediafonds om een online platform voor het gesproken woord op te richten. Nog enthousiaster werd ik maandag 12 oktober, toen ik een zaal vol welwillende radiomakers aantrof in de Brakke Grond en ik allerlei inspirerende presentaties hoorde over de mogelijkheden van zo’n radioplatform en zelfs een vrij uitgewerkt plan kon inzien. De ideeën die Klaas Kuitenbrouwer had over het zogeheten Spreekweb -een archief, magazine en radiokanaal in één, alles onder het kritische oog van een redactie- werd met groot applaus ontvangen in de zaal. Wat een mogelijkheden en wat een bereik zou zo’n platform kunnen opleveren!

Een lichte teleurstelling was dan ook de reactie van Jan Westerhof, directeur radio van de Publieke Omroep, achteraf in de paneldiscussie. Westerhof wekte de indruk allerminst warm te lopen voor dit platform, waarschijnlijk zag hij alleen maar de smak geld voor zich die dit hem zou gaan kosten. In ieder geval deed hij weinig meer dan benadrukken dat er al heel veel bestaat. “We hebben al www.radiocast.nl en binnen afzienbare tijd start er een proef met camera’s in de radiostudio’s, zoals bij 3 FM al gebeurt. Dat is toch ook al een grote stap vooruit!” Westerhof en Van den Brink beloofden het publiek om vòòr het eind van dit jaar nog verder met elkaar in gesprek te zullen gaan. Laten we hopen dat de lancering van Spreekweb niet jaren op zich laat wachten.

Samenwerking met andere media
Terwijl er verder vergaderd wordt over het platform, kan radio zijn zichtbaarheid ondertussen ook vergroten door meer samenwerking te zoeken met andere media, bijvoorbeeld kranten. Jongeren surfen zich dagelijks suf op zoek naar nieuws, informatie, opinie, goede verhalen en mooie muziek. Ze kiezen daarbij niet voor een medium, ze kiezen voor een platform met een sterke merknaam, waarbij ze weten dat er selectie en kwaliteit geleverd wordt. Het eerder genoemde gemeenschapsgevoel speelt daarbij ook een belangrijke rol.

Helaas staat de Publieke Omroep zelf wat minder te springen om samenwerking, lijkt het. Toen er tijdens de bijeenkomst van het Mediafonds op 12 oktober vanuit de zaal werd opgemerkt dat de Commissie-Brinkman meer samenwerking wil tussen de Publieke Omroep en de kranten en dat de radio daar ook garen bij kon spinnen, was Jan Westerhofs reactie “De deur staat altijd open, maar we hebben al zoveel goede journalisten/makers rondlopen in Hilversum”. Deze houding is weinig constructief; om het genre levend te houden, moet radio zélf actief op zoek gaan naar partners.

Grote Bruine Envelop
In de VS gebeurt dit al. Op de sites van The New York Times en The National zijn bijvoorbeeld experimenten te vinden met radioreportages en slideshows en interviews in audio met schrijvers. De afgelopen jaren zijn er in Nederland ook een aantal interessante samenwerkingsprojecten geweest. Zoals Chris Bajema’s Grote Bruine Envelop, dat zowel online als in NRC Next als op de radio in Holland Doc te volgen was. En wat te denken van Looking for Mister Li, waarbij een samenwerkingsverband tussen de VPRO, De Wereldomroep en De Pers werd aangegaan, of de samenwerking tussen 1 Minuut en Cinekid. Laat dit soort projecten de aanzet zijn voor nog meer samenwerking.

Actie!
Het is de taak van de Publieke Omroep om bijzondere radioprogramma’s te stimuleren en ondersteunen, om radio meer zichtbaarheid te geven en meer samenwerking met andere media te bereiken. Maar radiomakers moeten zich niet laten belemmeren door de afwachtendheid van de omroepen en het heft in eigen handen nemen. Programma’s zoals die bedacht zijn voor het Radiolab moeten we zelf verder gaan ontwikkelen, desdnoods als podcasts, en er ruchtbaarheid aan geven via sociale netwerken als Facebook en MySpace. Waarom kan een onbekende tiener als Esmee Denters via MySpace een groot publiek bereiken en zou een mooi radioprogramma dat niet kunnen? Het Amerikaanse radioprogramma The Moth is een goed voorbeeld van wat mogelijk is. Begonnen als een huiskamershow rond storytelling die via internet verspreid werd, is het nu geworden tot een succesvolle show die door National Public Radio wordt uitgezonden. In Nederland is sinds enige tijd een soortgelijk initiatief te zien: Echt Gebeurd in Comedytheater Toomler. Laat dit soort projecten ons voorbeeld zijn. Wij radiomakers moeten goede, mooie, prikkelende radio maken: radiodocumentaires, hoorspelen en shows met goede verhalen. Wij moeten zelf kanalen vinden waardoor die mooie verhalen verspreid worden, in samenwerking met kranten, regionale omroepen, theaters en tijdschriften. Desnoods met hulp van adverteerders en een kleine vergoeding door de luisteraar. Wij moeten er voor zorgen dat de Publieke Omroep in de toekomst met hangende pootjes bij ons aanklopt. Alleen dan staan we aan wat Hans Maarten van den Brink “de vooravond van een miraculeuze wederopstanding” noemt.

3 reacties

  1. lieneke de kroon schreef op 22 oktober 2009 om 10:48

    Radio heeft niet meer de status die het vroeger had. Toen was er alleen radio en later kwamen daar steeds meer tv-zenders bij. Met de komst van het internet en alle interactieve media, is de plaats van de radio een stuk kleiner geworden.
    Zelf ben ik negentien jaar, ik luister alleen naar de radio in de auto. Ik denk dat de mensen tegenwoordig meer waarde hechten aan een plaatje bij een praatje, zoals op internet en op televisie.
    De radiouitzendingen zijn niet tastbaar. Voor zover ik weet, is er geen vast programma wat ergens wordt gepubliceerd voor dit medium. Hier verlies je de jonge luisteraars mee, die gewend zijn aan televisiegidsen. Zo wordt het tastbaar en duidelijk.

    Je laastste twintig jaar zijn de jongeren alleen maar opgegroeid met het idee dat radio alleen voor de muziek is. Dit beeld zal niet snel veranderen. Ook niet als de radio aandacht gaat besteden aan goede marketing. Jongeren vinden internet en televisie interesanter, tasbaarder en niet vaag.
    Misschien als de radio daar in kan meegaan, het ooit weer een groter medium wordt.

  2. Cecile schreef op 23 oktober 2009 om 15:55

    Right on, Tjitske! Ben benieuwd of je scenario uitkomt – ik ben vóór. Helemaal wbt die hangende pootjes natuurlijk :)

  3. Pingback: Het feest gaat beginnen « De nieuwe reporter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (639 van 891 artikelen)


Na al het voorbereidende werk van de commissie Brinkman was de minister ...