Reactie op de debatbijdrage Feest voor het oor – Renaissance voor de radio, van Hans Maarten van den Brink, directeur van het Mediafonds
Hans Maarten van den Brink schrijft een bevlogen pamflet (sic) over wat de Engelsen noemen intelligent speech op de radio. Hij heeft het over de nieuwe mogelijkheden van on demand, maar hij schrijft vooral vanuit het perspectief van on offer. Aanbod en vraag bij elkaar brengen op een slimme manier, heet heel ouderwets programmeren. Biedt de techniek van on demand nieuw perspectief voor Van den Brinks intelligent speech? In het digitale domein wordt de keus van de luisteraar steeds groter en is het aanbod gevarieerd. Er is nog schaarste aan geld, maar steeds minder aan distributiekanalen. Het meest bepalend is de schaarste aan aandacht.
Publiek wil lineaire programmering
De programmastrategie bij de publieke radio wordt in hoge mate bepaald door de simpele vraag: hoe winnen we de aandacht van de luisteraar voor mooie relevante programma’s? Het antwoord ligt in lineair programmeren omdat het publiek daar verreweg de grootste behoefte aan heeft en voor de nabije toekomst ook nog hoofdzakelijk langs analoge weg.
Het internet als platform voor radiocontent kan een rol spelen in het nog beter anticiperen op de wensen van luisteraars. Eén van de grote voordelen van internet is dat radiocontent naast lineair ook nog eens on demand beschikbaar is. Hans Maarten van den Brink ziet hier mogelijkheden voor met name radiodrama en radiodocumentaires.
Bommel: 500 downloads per dag
Het gebruik van internet om naar de radio te luisteren groeit. Volgens recent online (!) onderzoek van Intomart gaat 12 procent van de beluistering via internet. Maar van de internetluisteraars kiest 90 procent van het publiek voor ‘live’ en voor de bekende radiostations. Slechts 4 procent van het publiek gebruikt podcasts van radiostations. Dat was twee jaar geleden een procent meer. De radiodramaserie Bommel levert per dag ongeveer vijfhonderd downloads op, maar trekt op Radio 1 en Radio 4 elke dag gemiddeld honderdduizend luisteraars. Vergelijkbare aantallen luisteraars hadden Het Bureau en Radio Bergeijk in het verleden op radio. Naar een documentaireprogramma zoals Holland Doc Radio luisteren op de zondagavond vele tienduizenden mensen.
On demand audio marginaal
Verantwoordelijk voor zeven radiozenders en veertien digitale audio themakanalen (in ontwikkeling) presenteert de publieke radio een gevarieerd pakket. Steeds meer voor elk wat wils. En steeds beter lukt het ons om de aandacht vast te houden in een heel competitieve radiomarkt met groeiende concurrentie van nieuwe media.
De publieke omroep heeft daarnaast de ambitie om duidelijk aanwezig te zijn op alle mediaplatforms.
Anders dan bij video is on demand audio – uitgezonderd het downloaden van muziek – een aanvullende activiteit in de marge van de radiodistributie. De beperkte belangstelling voor de content die we op deze wijze leveren maakt dat we zorgvuldig investeren.
Radiocast.nl
Van den Brink schrijft dat de publieke omroep over zijn eigen schaduw moet springen. Afgezien van een flauwe reactie dat het niet kan en dat alleen Lucky Luke sneller schoot dan zijn schaduw, weerleg ik de suggestie dat het een kwestie van willen is.
De wil is er zeker. Naast het bedienen van een zo groot mogelijke groep luisteraars met publieke radio, zie ik in het maximaliseren van het bereik voor mooie audioproducten een echte publieke opdracht. In het verlengde van de programmering van radiozenders zie ik ook mogelijkheden. Ik verwijs graag naar de publieke website www.radiocast.nl, waar veel radiocontent teruggeluisterd kan worden, maar ook andere zendersites en programmasites bieden al de mogelijkheid van Uitzending Gemist.
Nieuwe initiatieven
Exclusief produceren voor on demand audio is – zeker op dit moment – een weinig doelmatige inzet van gemeenschapsgeld. Radio is een relatief goedkoop medium, maar de productie van drama en documentaires en aanverwante genres is kostbaar. De Directie Radioprogrammering van de NPO moet een investering kunnen rechtvaardigen. Ik vind het interessant om nieuwe initiatieven te overwegen. Goede merkvoering is daarbij onontbeerlijk. Onder welke noemer zou een platform voor intelligent speech ingericht moeten worden? Bij welke mediabehoefte van het publiek sluit het aanbod aan? Kortom, hoe ontwikkel je een goed concept dat ook luisteraars trekt?
De antwoorden op deze vragen gaan we vinden. In de bevlogenheid voor mooie radioproducten zoals de documentaire en het drama treft Hans Maarten van den Brink in mij een medestander.