Je zult intercultureel incompetent verklaard worden! Het overkwam Jonathan Maas en hij schreef er een artikel over. Op de redactie van MTNL bleek een kritische debatcultuur minder gangbaar dan bij NOS, AD of Trouw. Een harmonische en gezellige sfeer is er belangrijker dan directheid en journalistieke scherpte en kritiek, althans volgens deze ‘roomblanke journalist’. Of dit een adequate invulling is van het begrip ‘ínterculturele competentie’ valt te betwijfelen. Maas ging op zoek naar de inhoud van dat begrip en naar de oorzaken van zijn harde landing in de MTNL-redactiecultuur.
Lange tijd hebben de media wanneer het om diversiteitsbeleid ging, vooral gekeken naar het aantal redactieleden uit niet-westerse minderheidsgroepen. Redacties van kranten en omroepen zijn nog steeds te wit, zegt Maas terecht. Het percentage allochtonen is klein en groeit niet of nauwelijks. Ook niet op de journalistenopleidingen. Dat laatste is verbazingwekkend in een tijd waarin steeds meer allochtone jongens en meisjes de weg naar hogescholen en universiteiten weten te vinden. Naar de oorzaken daarvan wordt onderzoek gedaan door leden van de kenniskring die verbonden is aan het lectoraat bij Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Dat lectoraat is drie jaar geleden gestart op de noemer interculturele journalistiek.
Rolmodellen
In de loop van de jaren, want het probleem speelt al heel lang, wordt bij het zoeken naar oorzaken vooral gewezen naar het imago van het vak. Wie goed kan leren en nadenkt over een vervolgstudie en hopelijk daarna een glansrijke carrière, komt niet onmiddellijk uit bij een loopbaan in de journalistiek. In kringen van niet-westerse allochtonen heeft men sowieso niet zo veel op met de ‘witte autochtone media’. Rolmodellen voor Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse jongeren zijn er nauwelijks in de media en als ze er al zijn, zijn ze onzichtbaar en dus nauwelijks rolmodel. Bovendien is journalistiek een vak waarin taalbeheersing een centrale rol speelt. Dat schrikt allochtone leerlingen af. Ook Pabo’s hebben met dit verschijnsel te maken.
Naast deze klassieke verklaringen zijn er mogelijk nog andere. Misschien zijn de journalistenopleidingen nauwelijks bekend bij allochtone leerlingen, omdat de mainstream journalistiek en de opleidingen afwezig zijn in de netwerken en online communities waar allochtone leerlingen elkaar treffen en met elkaar de dingen van de dag bespreken. Een factor zou ook kunnen zijn, dat redacties vrij gesloten witte bolwerken zijn met een cultuur waarin allochtone jonge mensen zich niet op hun gemak voelen.
Portefeuille multiculti
Stel dat elke redactie morgen versterkt zou worden met twee of drie jonge journalisten met een niet-westerse etnische achtergrond, zou het probleem dan opgelost zijn? De nieuwkomers zouden misschien te maken krijgen met wat Washif Shadid het ‘burden of representation dilemma’ noemt: de achterban verwacht dat allochtone journalisten hun best doen om ‘hun groep’ positief in het nieuws te krijgen, terwijl de collega’s op de redactie verwachten dat zij zich aanpassen aan de redactiecultuur en dat zij werken volgens de gangbare journalistieke standaarden. Dat heeft tot gevolg dat ze zich ofwel aanpassen ofwel vertrekken naar een andere baan, vaak buiten de journalistiek.
Het is evenmin ondenkbaar dat ze al in hun eerste redactievergadering de portefeuille multiculti toebedeeld krijgen, zeer tegen hun zin waarschijnlijk, want dat is wat de meesten nou net niet willen. Ze willen ‘gewoon’ meedraaien op de redactie en ze vinden bovendien dat alle journalisten in staat en bereid zouden moeten zijn om multiculti onderwerpen aan te pakken als dat zo uitkomt.
Multicultureel vakmanschap
Daarmee zijn we bij de interculturele competenties. Die term houdt in dat alle professionals voldoende toegerust moeten zijn om hun werk goed te doen in een samenleving die de laatste tientallen jaren veranderd is in een multiculturele samenleving. In andere sectoren, de politie bijvoorbeeld, spreekt men van ‘multicultureel vakmanschap’, een minder sjieke maar wel zo duidelijke term.
Welke eisen ten aanzien van kennis, vaardigheden en houding mogen gesteld worden aan journalisten die ‘intercultureel competent’ zijn? Het valt op dat vaak geschreven en gesproken wordt over het belang van interculturele competenties van journalisten zonder dat daaraan concrete invulling wordt gegeven en zonder aan te geven hoe die competenties verworven kunnen worden. Zo zegt minister Plasterk in een brief aan de Kamer over media en diversiteit van november 2008: “De aandacht voor culturele diversiteit op journalistieke opleidingen neemt de laatste jaren toe. Ik vind het belangrijk dat journalisten beschikken over interculturele competenties, niet alleen vanwege de internationalisering maar ook vanwege het veranderende karakter van onze samenleving.”
Extra dosis zorgvuldigheid
De Tilburgse journalistenopleiding is bezig die competenties te concretiseren. Dat is op kennisniveau niet zo moeilijk. Allereerst moeten journalisten beschikken over een brede oriëntatie op en kennis van de sociaal-culturele, politieke en religieuze achtergronden van de diverse maatschappelijke groeperingen. Bovendien moeten ze op de hoogte zijn van zaken als immigratiegeschiedenis en overheidsbeleid op het terrein van asiel en immigratie. Een stukje sociologie (in- en uitsluitingsmechanismen, stereotypering, stigmatisering en beeldvorming) en ethiek (richtlijnen voor berichtgeving) hoort er ook bij.
Competenties formuleren op vaardigheids- en houdingsniveau is veel lastiger. Het gaat dan over de vaardigheid om een goed en divers netwerk op te bouwen en om, meer in het algemeen, aandacht te besteden aan het intercultureel gehalte van het bronnengebruik.
Op het niveau van attitude moeten journalisten zich bewust zijn van hun eigen sociaal-culturele beperktheden en vooringenomenheden en dienen ze bereid en in staat te zijn om te investeren in een geregelde dialoog met minderheidsgroepen in de samenleving.
Dit alles roept terecht de vraag op hoe specifiek dit alles is. Anders gezegd, behoort dit niet gewoon tot de bagage van elke goede journalist? Schuilt het specifieke in het bewustwordingsproces en in het besef dat journalistieke standaarden met een extra dosis zorgvuldigheid gehanteerd moeten worden vanwege de gevoeligheden die vastzitten aan kwesties rond de multiculturele samenleving?
Extra gevoelige antenne
Wellicht hebben allochtone journalisten op dit punt een extra gevoelige antenne. Tegelijkertijd is het allochtoon zijn geen garantie voor betere multiculti journalistiek.
Zoals een (Surinaamse) studente het onlangs openhartig formuleerde : “als allochtone journalist kan ik melden dat ik tijdens mijn werk bij de Wereldomroep erachter kwam dat ik zeker niet over de gewenste interculturele vaardigheden en competenties beschikte. …De laatste keren dat ik echt in contact stond met mensen van andere culturen was in de periode toen ik in de kapsalon werkte en dagelijks te maken had met Marokkanen, Kaapverdianen, Antillianen, Turken en Somaliërs, Ghanezen, Eritreanen en Polen”.
De ervaring van Maas bij MTNL is niet uniek, maar wel in die zin bijzonder dat in de discussie meestal het perspectief van de allochtone journalist het uitgangspunt is. Het maakt duidelijk dat een interculturele competentie, hoe het ook wordt ingevuld, alleen in samenhang met andere journalistieke competenties gezien kan worden. Een journalist kan nog zo intercultureel competent zijn, daarmee is hij nog geen goede journalist.
Tot slot de vraag hoe die competenties verworven kunnen worden. In Tilburg volgen de studenten in hun derde studiejaar een programma van vier weken waarin de thematiek van de journalistiek en de multiculturele samenleving centraal staat. Het programma bestaat uit theorie (veel gastdocenten, ook uit de hoek van niet-westerse etnische minderheden) en praktijkopdrachten, bijvoorbeeld interviews.
3 reacties