De vloek van de lage verwachting

brief_320Jonathan Maas (Den Haag/Nederland, 1976) en Seada Nourhussen (Gondar/Ethiopië, 1978) kennen elkaar dertien jaar sinds ze begonnen aan hun studie journalistiek. Jaren later werden ze collega’s op de redactie van Trouw. Nu schrijven Jonathan en Seada elkaar over hun verwondering en bezorgdheid naar aanleiding van Jonathans recente ervaring bij een multicultureel televisieproductiebedrijf in Amsterdam.

Beste Seada,

Zoals je misschien al hebt gehoord, ben ik gaan werken op de redactie van een multicultureel televisieproductiebedrijf. Pretty fly for a white guy, huh ;) ?
Wat denk je? Na drie en een halve week stuurden ze me alweer naar huis. Ik ben niet voldoende ‘intercultureel competent’, vindt MTNL (Multiculturele Televisie Nederland).

Laat mij bij het begin beginnen. De eerste weken kwam ik er al snel achter dat slechts weinige redacties binnen dit bedrijf een nieuwsagenda bijhielden. Het niet volgen van het ANP en het lopende nieuws van andere media kan voordelen bieden. Mooie en relevante onderwerpen liggen op straat. Het kan een verrijking zijn als verslaggevers, die wel de Vogelaarwijken in komen en andere netwerken en achtergronden hebben dan veel gevestigde journalisten, hun eigen oren en ogen gebruiken om tot programmakeuzes te komen. Er zijn genoeg media die de lopende agenda braaf volgen, dus leuk: eigen signalering. Wat mij wel de plicht lijkt van iedere journalist of programmamaker is afvragen wat de kijker er mee moet. Waarom wil je een portret van een Turkse buschauffeur maken? Wat is het verhaal dat je er mee wilt vertellen? Waarom moet mijn buurvrouw er naar kijken? Het viel mij op dat niet iedereen bij mijn nieuwe werkgever zich met dit soort vragen bezighield. Niet goed, want wij journalisten beoefenen niet onze hobby, wij willen verhalen vertellen die maatschappelijk relevant zijn, worden bekeken en discussies los maken.

Zeker een specifiek multicultureel mediabedrijf heeft hier naar mijn mening een bijzondere verantwoordelijkheid. De integratiediscussie is gekaapt door Wilders en vertroebeld door de focus op incidenten en probleemgevallen,vanuit een white man’s view. Multiculturele mediaorganisaties kunnen daar iets zinvols tegenover stellen. Dan moeten je programma’s de kijker uiteraard wel meer bieden dan een portret van een leuk of interessant iemand, wiens naam je bij wijze van spreken het afgelopen weekend op een verjaardagsfeestje voorbij hoorde komen. Je moet op de hoogte zijn van het maatschappelijk debat dat zich vandaag in Nederland afspeelt. Het is verbijsterend als je vandaag verbaasd bent over nieuws van verleden week. Het is shockerend als eindredacteuren hun dag niet beginnen met het doornemen van de kranten en het nieuws op internet of via andere kanalen. Het is zonde niet te weten wie de smaak- en stemmingmakers zijn van het maatschappelijk debat, de namen niet te kennen van opiniemakers en columnisten. Enfin, deze verwondering maakte zich de eerste weken van mij meester. Ik gaf dit wel eens aan en mijn nieuwe werkgever moedigde mij aan de boel een beetje aan te jagen. Ik was tenslotte aangenomen om mijn ‘journalistieke scherpte’.

Hollandse directheid kan omslaan in lompheid, daar ben ik me van bewust en daar doe ik niet aan mee. Ik functioneer optimaal binnen een saamhorig team, waar de ambities hoog zijn, waar hard wordt gewerkt en veel wordt gelachen. Waar je met elkaar iets tot stand brengt en waar je het beste in elkaar naar boven weet te halen. Dus ik begon de ochtenden met spuien wat mij zelf was opgevallen in het nieuws, om maar debat te ontlokken. Ik hield verslaggevers kritische vragen voor: leuk onderwerp zijn, maar wat wil je nou eigenlijk vertellen? Draaien op een buurtfeest, kan. Maar waarom? Bevorderen die feestjes de sociale cohesie? Niet interessant, dat kan iedereen verzinnen. Wat is er nieuwswaardig of bijzonder aan?

Lastige vragen vormen de kern van onze beroepspraktijk. Ze dwingen je na te denken en argumenten te vinden voor de journalistieke zoektocht die je uiteindelijk kijkers of lezers voor houdt. Ze houden je scherp. Zonder scherpte geen keuzes en invalshoeken. Zonder invalshoek geen verhaal, zonder verhalen geen journalistiek.

Enkele van mijn nieuwe collega’s zagen dit anders. Die geloofden meer in harmonie dan in de zaken scherp stellen. ‘Het zijn langzame processen’, kreeg ik als een mantra om mijn oren, als ik mij verbaasd toonde over het gebrek aan journalistiek inhoudelijk debat en de hoeveelheid tijd die er op de redactie werd besteed aan kletsen over lekker eten tijdens de ramadan. Er was altijd wel begrip voor iemand die zich niet aan zijn afspraken hield en deadlines negeerde. Daar kritische kanttekeningen bij maken was hetzelfde als ‘frustraties’ hebben en tentoonspreiden. Zakelijke en inhoudelijke kritiek werd persoonlijk opgevat (‘Jij hebt geen humor’, kreeg ik een keer toegeworpen toen ik vlak voor een deadline een tekst checkte bij een programmamaakster). Dat was niet oké, want alles wat op mijn redactie aan kritiek werd geuit moest onmiddellijk ‘tot iets positiefs worden omgebogen’ omdat collega’s vooral ‘de verbinding met elkaar’ moesten opzoeken.

Seada, naar mijn idee is harmonie niet noodzakelijk voor gezelligheid en hoef je niet eeuwig ‘de verbinding’ op te zoeken om met elkaar op een prettige en inspirerende wijze iets moois tot stand te brengen. Tegengestelde visies kunnen zich aan elkaar scherpen, zolang er respect en waardering is. En zolang je zonder aanzien des persoon kritisch en complimenteus kunt zijn. Ik was intercultureel incompetent, zo kreeg ik te horen. Maar was mijn journalistiek kritische houding ook in verkeerde aarde gevallen als ik een kleurtje had gehad? Hadden ze dan meer van me geaccepteerd? Was er dan minder aversie geweest?

Beste Seada, ik vind het jammer. Ik heb er kort genoeg gewerkt om te zien dat er talenten werken. Dat er makers zijn die verhalen kunnen vertellen waar men in Hilversum op zit te wachten, die verrijkend zijn voor het huidige maatschappelijke debat en voor de beeldvorming van allochtonen of nieuwe Nederlanders, hoe je ze ook wilt noemen, in het bijzonder. Jammer is het dat sommigen van hen, in tegenstelling tot jou, hun ambities aanpassen. Een verslaggeefster bij MTNL had stage gelopen bij een van Hilversums actualiteitenrubrieken. Ik vroeg haar of ze daar niet kon blijven freelancen maar nee, ze werkte liever voor MTNL. Daar kon je meer doen en had je meer vrijheid, ervoer ze. In Hilversum moest je eerst te veel bureauredactie doen voordat je zelf items kon gaan maken en de redactiecultuur stond haar ook niet aan. Te hard, te scherp en te veel ego’s.

Waar leidt dit alles toe? Tot volstrekte segregatie, ben ik bang. Allochtone talenten blijven in veilige en gezellige kweekvijvers hangen, waar ervaren en kritische autochtonen niet worden geduld. De kweekvijvers worden niet of slechts traag professioneler, scherper en spraakmakender. Gevestigde mediaredacties worden ondertussen summier verrijkt met mooie verhalen van allochtone talenten.

Interculturele groet,
Jonathan

Beste Jonathan,

Ik had inderdaad via ‘the grapevine’ gehoord dat je bij Multiculturele Televisie Nederland aan de slag ging. Ik keek er eerlijk gezegd van op en tegelijk hield ik mijn hart vast.

Ik was niet alleen verbaasd vanwege het medium – tv? Daar doen wij schrijvers toch niet aan? – maar ook vanwege de aard van de zender. Als collega, vriend en studiegenoot ken ik je als iemand die heel makkelijk tussen allerlei culturen beweegt. Als iemand die weinig onderscheid maakt tussen wit en zwart, gelovig of ongelovig, allochtoon of autochtoon. De onbevangenheid waarmee jij op de baan bij MTNL reageerde, zonder je af te vragen of jij wel in zo’n voornamelijk allochtone omgeving zou passen, kenmerkt je onbevooroordeelde houding maar tegelijkertijd ook je naïviteit.
Jij houdt van het journalistieke debat voor, tijdens en liefst ook nog na productie. Je legt niet alleen anderen het vuur aan de schenen, maar verwacht dat zij dat bij jou ook doen. Maar door mijn ervaring met de wereld van minderhedenjournalistiek, was ik vantevoren al bang dat jouw journalistieke directheid niet gewaardeerd zou worden door je nieuwe collega’s. Ik heb zelf, met veel plezier en dankbaarheid, voor minderhedenmedia gewerkt. Maar ik besefte na enige tijd dat ik daar weg moest omdat dit warme bad anders mijn eindstation zou worden.

Ik neem aan dat een van de doelen van redacties zoals MTNL is om mensen klaar te stomen voor de professionelere, landelijke, of misschien zelfs wel internationale journalistiek. Niet omdat het een multiculturele zender is, maar omdat het een kleine zender is. Iemand die bij de Edese Post begint hoopt ook ooit voor Trouw of NRC Handelsblad te kunnen schrijven. Maar hoe stoom je mensen klaar voor de ‘witte’ mediawereld als je ze constant in bescherming neemt? Op een krantenredactie, is mijn ervaring, is er geen tijd voor gevoeligheden. Tikken moet je, want dat doet de klok ook. Er is ook geen tijd om je af te vragen of iemand je zo doorzaagt omdat ‘ie de pik op je heeft. Discussie en kritiek is de kern van ons werk. Na stevig debat, meerdere keren op een dag, wordt er pas besloten of een artikel er wel of niet komt. Als journalist moet je je, teneinde tot het beste resultaat te komen, elke dag weer verdedigen tegenover je collega’s en jezelf. Waarom moet een bepaald artikel mee? Wat voegt het toe aan het nieuws? Deze vragen zijn vrij van waardeoordeel en niet persoonlijk bedoeld.

Ik geef toe, het is niet altijd makkelijk om de enige allochtoon op een werkvloer te zijn. Geloof me, ik kan het weten. Wat mijn ervaring anders maakt, is dat ik jarenlang ‘training’ heb gehad in vreemde eend in de bijt zijn, doordat ik in een geheel wit Gelders dorp aan de rand van de ‘bible belt’ ben opgegroeid. Ik weet inmiddels hoe ik adequaat moet reageren als mensen mij beoordelen op mijn kleur of afkomst. Ik heb op de lagere school, middelbare school, op de opleiding journalistiek en tijdens mijn werk – altijd als enige zwarte vrouw mét ook nog een islamitische achtergrond – werkelijk álle goeie en heel slechte grappen over Ethiopiërs, moslims, Surinamers, Antillianen, Marokkanen en Turken al eens gehoord. En, belangrijker, ik ben inmiddels niet bang om erom te lachen of de lolbroek in kwestie subtiel onderuit te halen. Wat ik in ieder geval nooit doe is het me persoonlijk aantrekken. Ik kan me voorstellen dat zo’n laconieke houding een stuk moeilijker is als je in de Bijlmer of Kanaleneiland bent opgegroeid en niets anders hebt gekend dan je eigen groep. Dat moet een veilig en sterk gevoel zijn, zo’n eigen groep. Maar hoe hou je je staande in de buitenwereld? In het bolwerk van haantjes en grote bekken dat de media toch is? Dan voelt het al snel als een persoonlijke aanval als iemand van buiten je eigen groep je (inhoudelijk) bekritiseerd, laat staan je op de hak neemt.

En natuurlijk heb ook ik vervelende dingen meegemaakt op een redactie. Collega’s die er zeker van waren dat de enige reden dat ik op de redactie rondliep, mijn kleur was. Ik was een excuusallochtoon die ofwel snel zou verdrinken in de harde, witte mediawereld en daarom alle liefde en schouderklopjes nodig had, of ik was er zo een die nog jaren zou blijven plakken om alleen nog maar bittere, verongelijkte stukjes te schrijven over en voor de eigen achterban. (Ik zou niet zo goed weten welke; de twaalf Ethiopiërs die in Nederland wonen?). Ook ik erger me aan collega’s die nog stééds mijn naam niet kunnen uitspreken. Of die ene oud-collega die mij herhaaldelijk vroeg naar het sociale klimaat in de Bijlmer, terwijl ik hem meerdere malen had verteld dat ik daar nooit heb gewoond. Daar kun je boos om worden, je erdoor laten verlammen of besluiten dat je op z’n werkplek niet thuishoort. Maar je kunt er ook op voorbereid zijn. Er van uit gaan dat je de vreemde eend in de bijt bent en blijft en die titel met trots dragen en er je voordeel mee doen. Hoeveel autochtone journalisten spreken arabisch of tamazight? Welke journalist kan zonder op te vallen een reportage maken in een in illegale Afrikaanse kerk in Amsterdam-Zuidoost? Maak slim gebruik van je bagage, zonder er teveel de nadruk op te leggen of je te beperken tot één aandachtsgebied. Want niemand is de hele dag allochtoon. Je bent hopelijk ook nog gewoon mens.

Maar het helpt in elk geval niet om witte mediaredacties af te schilderen als eng, zoals ik ooit tot mijn schrik hoorde na een workshop die ik samen met een vriendin gaf. Wij, beiden allochtone mediamakers, waren gevraagd om een groep voornamelijk allochtone jongeren te vertellen over ons werk. Zij, radiopresentatrice, zou de jongeren een algemeen beeld van radio maken geven en ik, dagbladjournalist, zou vertellen over nieuwsgaring en onderwerpkeus. Maar de jongeren waren eigenlijk alleen benieuwd hoe ik als enige zwarte vrouw ‘overleefde’ op een witte redactie. Werd ik niet gediscrimineerd? Accepteerden ze mij wel? Hun beeld, dat ik de hele dag voor mijn baan moest vrezen en door mijn collega’s bijkans de tent uitgepest werd, shockeerde mij. In wat voor wereld leven deze jongeren, vroeg ik me af? Blijkbaar in een wereld waarin hun mentoren ze na mijn workshop vertellen dat ‘de buitenwereld eng is, maar dat ze er met hard werken heus ooit wel komen.’ Nou, ga d’r maar aan staan. Wie wil er dan nog?

Ik neem het dit soort mentoren, die zelf vaak wel wat ervaring hebben mogen opdoen bij gevestigde media en zichzelf daarom als orakel presenteren aan de onwetende allochtone pupil, dan ook het meest kwalijk dat ik na bijna tien jaar werkervaring nog altijd de enige zwarte vrouw ben op redacties waar ik werk(te). Bij de Volkskrant, Elsevier, mijn huidige werkgever Trouw, zelfs bij het inmiddels helaas ter ziele multiculturele weekblad Contrast; ik was en ben nog steeds de uitzondering. Als student journalistiek zag ik de opleiding verkleuren, maar hoe kan het dat zich dat niet vertaalt naar de landelijke mediaredacties? Waarom zijn die studenten nu niet mijn collega’s? Ik vermoed dat het mantra van ‘langzame processen’, waar je bij MTNL mee om de oren werd geslagen, er veel mee te maken heeft.
The soft bigotry of low expectations, de zachte dweperij van lage verwachtingen. Een uitspraak van de Zambiaanse econome Dambisa Moyo, die ik onlangs interviewde over haar bestseller ‘Doodlopende hulp’ waarin ze ontwikkelingshulp aan Afrika de grootste vloek van het continent noemt. Juist de hulp, en de daarmee gepaard gaande aanname dat Afrikaanse landen het nooit zelf zouden kunnen rooien, remt de ontwikkeling en geeft tegelijkertijd de ontwikkelingsindustrie bestaansrecht, luidt haar pleidooi. Ik zie hetzelfde mechanisme in de allochtonenindustrie. Die houdt zichzelf uiteindelijk ook alleen maar in stand door ervoor te zorgen dat pupillen niet té goed worden. Want als iedereen na een maand werken bij bijvoorbeeld MTNL zelfverzekerd genoeg is om de vleugels uit te slaan en te solliciteren bij de NOS, kunnen de allochtone kweekvijvers en minderhedenmentoren wel inpakken. De vloek en de hypocrisie van de lage verwachtingen.
Daar had jij gelukkig geen last van en dat siert je. Gelukkig, zou ik zeggen, ben je ‘intercultureel incompetent’ verklaard. Dat jij, als ervaren witte journalist, zonder vooroordelen de MTNL-redactie binnenstapte en evenveel van deze mediamakers verwachtte als van je collega’s bij Trouw of het AD, had juist een doorbraak en eindelijk een kruisbestuiving tussen twee werelden kunnen betekenen. Vooral voor diegenen die, net als ik jaren geleden, niet bij minderhedenmedia willen eindigen.

Blijf kritisch,
Seada


4 reacties:

Johan Dreksen
5 november, 2009

Ok, theorie: kennelijk lag het niveau op de MTNL redactie niet heel hoog. Kan het zijn dat men Jonathan gewoon een irritante betweter vond en hem er met een smoesje uit knalde? Ik heb het gevoel – meer ook niet – dat hier wellicht een multicultureel drama wordt geschapen waar er geen bestaat.

Ex-MTNL stagiair
6 november, 2009

In mijn tijd zat er een homofiel als eindredacteur op de Marokkaanse redactie, wiens uit Marokko geimporteerde bruid het daglicht in Nederland niet te zien kreeg.

Van die dingen waar we het niet over mogen hebben.

schipper K
6 november, 2009

Omgaan met frustratie is inderdaad heel lastig.
Dat is dus geen lesonderdeel op die journalistiekcursus die jullie hebben gedaan.

Jeroen Wollaars
8 november, 2009

Complimenten voor beide schrijvers, mooi en open stuk!

Ik werk bij een enigszins (maar in onze ogen té) witte redactie die z’n best doet om wat te verkleuren. Dit soort verhalen helpen, denk ik, ons te begrijpen hoe het kan dat dat streven al zolang bestaat maar zo moeilijk van de grond komt.


Laat een reactie achter »