Decennia lang gingen journalisten die het vak verlieten linea recta naar de voorlichting en de PR. Nu meer journalisten dan ooit ander emplooi moeten vinden, komen ze erachter dat hun sterke kanten – informatie verzamelen en analyseren, mensen aan het praten krijgen, snel kunnen werken – minstens even waardevol zijn in onder meer de research-sector.
Douglas Frantz bijvoorbeeld, voormalig chef en onderzoeksjournalist bij The New York Times en de Los Angeles Times, trad in januari in dienst als hoofdonderzoeker voor het Foreign Relations Committee van de Amerikaanse Senaat. Sue Schmidt en Glenn Simpson, ex-onderzoeksjournalisten van The Wall Street Journal, richtten in het voorjaar SNS Global LLC op, een onderzoeksbureau dat zich onder meer bezighoudt met corruptie, terrorisme en internationale misdaad.
Schmidt won bij The Washington Post twee Pulitzer Prizes: in 2002 samen met Bob Woodward en vijf andere verslaggevers voor hun artikelen over terrorisme en in 2006 voor haar onthullingen over de corrupte lobbyist Jack Abramoff. Nadat ze was overgestapt naar The Wall Street Journal, bleek er steeds minder geld en ruimte voor onderzoeksjournalistiek te zijn. In maart dit jaar namen Schmidt en Simpson ontslag. “Glenn en ik wilden iets opbouwen in plaats van te blijven zitten op een krimpend eiland”, verklaart Schmidt.
Als onderzoeksjournalisten voegen ze een extra dimensie toe aan hun nieuwe beroep. “Onderzoeksjournalisten denken anders dan de meeste mensen”, zegt Schmidt, die veel met advocaten werkt. “Ze vragen zich altijd af waar en hoe ze het antwoord op een vraag kunnen krijgen, en zien een verhaal waar een advocaat misschien alleen juridische consequenties ziet.”
Hun reputatie en niche bezorgen het duo zoveel opdrachten dat ze andere journalisten moeten inhuren. Vanwege de vertrouwelijke relatie met haar cliënten wil Schmidt echter alleen kwijt dat zij en Simpson senior fellows zijn bij de denktank International Assessment and Strategy Center.
Disaster recovery coördinator
Het kwam Paul Shukovsky, bekroond onderzoeksjournalist van de opgeheven krant Seattle Post-Intelligencer, ook van pas dat hij een specialisme heeft, zelfs al viel dat buiten de journalistiek: over een periode van tien jaar werkte de Amerikaan, die tevens een gediplomeerd therapeut is, in rampgebieden voor het Rode Kruis. Zo was hij in 1999 zes maanden in Kosovo om een hulpprogramma voor genocide-slachtoffers op te zetten. Toen de Seattle Post-Intelligencer in maart dit jaar over de kop ging, kon Shukovsky meteen aan de slag voor de overheid in Pierce County, ten zuiden van Seattle. Als disaster recovery coördinator onderzoekt en rapporteert hij hoe de regio kan herstellen van een grote ramp.
“Zonder mijn Rode-Kruiservaring had ik mijn huidige baan niet gekregen”, vermoedt Shukovsky. “Journalisten die de overstap naar research willen maken moeten naast journalistieke ervaring andere expertise hebben.”
Hoewel hij veel journalistieke vaardigheden, zoals researchen op Internet en openbare documenten opvragen, integreert in zijn werk, blijven er flinke verschillen met de journalistiek. “Je moet je er bewust van zijn dat je in een andere wereld bent en een andere rol hebt. Je kunt niet zo agressief zijn als je gewend bent als journalist.”
Schmidt heeft eveneens gemerkt dat haar nieuwe baan een andere benadering vereist. “Je hebt als journalist veel meer vrijheid om te bellen wie je wilt.” Daar staat tegenover dat een journalist een verhaal samenstelt uit stukken informatie, terwijl ze nu meteen een volledig beeld heeft.
De vertrouwensrelatie en het contract met de cliënt maken het echter onmogelijk om al die interessante informatie te publiceren. Hoe frustrerend is dat voor een onderzoeksjournalist? “Verschillende mensen worden gemotiveerd door verschillende dingen”, zegt Schmidt. “De ene journalist wil verhalen publiceren, de andere vooral feiten achterhalen. Ik val in de laatste categorie. Daarbij, onderzoeksjournalisten zijn gewend hun mond te houden.”
In zijn nieuwe functie heeft hij op een andere manier voldoening, zegt Shukovsky. “Als journalist publiceerde ik niet alleen onthullingen, ik schreef ook onbelangrijke routine-verhalen. Nu is alles wat ik doe belangrijk.”
The Economist Group
Nieuw is het niet dat journalisten betaald research doen voor derden. The Economist Group, die het gelijknamige blad uitbrengt, zette in 1946 al de Economist Intelligence Unit (EIU) op. Deze wereldwijde research- en adviesfirma, waarvan het hoofdkantoor in Londen is gevestigd, is inmiddels uitgebreid naar ruim veertig steden. Een netwerk van 650 full-time en freelance-analisten en -redacteuren volgt meer dan tweehonderd landen. De specialisten leveren een reeks diensten voor multinationals, financiële instituten en overheden, waaronder analyses van landen en industrieën, marktinformatie voor ondernemers, investeringsrapporten en research/presentaties-op-maat. (De EIU reageert niet op interviewverzoeken van DNR.)
Nu nieuwsorganisaties naarstig op zoek zijn naar andere inkomstenbronnen, hopen sommige het EIU-model op bescheidener schaal te kopiëren. Directeur Joe Bergantino van het New England Center for Investigative Reporting aan Boston University kwam op het idee toen een particuliere cliënt het centrum dit jaar vroeg een onderzoeksproject uit te voeren. Bergantino wil freelance-journalisten koppelen aan klanten die een researcher nodig hebben. “Het komend jaar gaan we uitzoeken hoe deze markt in elkaar steekt”, zegt Bergantino. “Dit is allemaal nieuw voor ons.”
Ook GlobalPost, dat buitenlands nieuws in een Amerikaanse context aanbiedt, probeert erachter te komen hoe het zijn omzet kan uitbreiden met research (de start-up hoopt in 2012 winstgevend te worden). Leden van de betaalde Passport-dienst (104 dollar per jaar) mochten zelf al ideeën voor artikelen aandragen, maar kunnen nu voor een extra bedrag een van de 74 correspondenten onderzoek laten verrichten. Volgens CEO Philip Balboni kost het de klant minstens enkele duizenden dollars. Een “flink deel” daarvan gaat naar de verslaggever, die zo een minimum-maandinkomen van duizend dollar kan aanvullen.
“Research is ook een journalistiek product, alleen is het niet voor een groot, maar voor een klein publiek”, zegt Balboni. Voor de eerste klant werd onderzoek gedaan naar de bedragen die migranten in de VS terugsturen naar Mexico. De tweede opdracht, voor een serie, is inmiddels binnen.
Koorddans
Hoewel de research-industrie menig journalist financieel uit de brand kan helpen, blijft het een koorddans om beide te combineren. “We doen geen privé-detective-werk en blijven uit de buurt van alles wat naar belangenverstrengeling riekt, zoals politiek onderzoek”, zegt Bergantino. Wel overweegt hij research voor boeken en het zoeken van slachtoffers voor groeps-rechtszaken die advocatenbureaus willen aanspannen.
GlobalPost heeft richtlijnen opgesteld om problemen te voorkomen. De organisatie behoudt zich het recht voor opdrachten te weigeren of tijdens productie stop te zetten. De afnemer heeft minstens twee weken exclusief toegang tot de onderzoeksresultaten, maar GlobalPost houdt het auteurs- en publicatierecht, waardoor de informatie later alsnog kan worden gepost. In het geval dat het onderzoek nieuws oplevert dat “aanzienlijke waarde heeft voor het publiek”, wordt dat meteen gepost en krijgt de cliënt het geld terug, zegt Balboni. Hij verwacht dat deze richtlijnen de inkomsten voor GlobalPost zullen beperken, “maar dat is lang niet zo belangrijk als dat we onze journalistieke integriteit behouden”.
Journalisten die hun sector helemaal verlaten om fulltime-onderzoeker te worden, moeten beseffen dat ze niet over de onderzochte kwesties kunnen berichten als ze ooit terugkeren naar de journalistiek: het zou onethisch zijn, en zelfs onwettig indien een contract is getekend, om te schrijven over onderwerpen waarover de journalist in een andere functie zoveel openheid van zaken heeft gekregen. Schmidt moest er dan ook diep over nadenken voordat ze de sprong waagde. “Je kunt niet terug.”
4 reacties