Journalistiek in tijden van puzzels en mysteries

gladwellMalcolm Gladwells nieuwe boek What the Dog Saw bevat verhalen die hij onder meer voor de New Yorker schreef. Een daarvan springt er wat mij betreft uit: Open Secrets, Enron, intelligence and the perils of too much information (hier online te lezen).

De ineenstorting van energiegigant Enron kwam voor velen als een volslagen verrassing. Tijdens het proces werd Jeffrey Skilling, de toenmalige superster CEO, verweten dat hij de schimmige accountings- en investeringspraktijken had verdonkeremaand. Hij zou bewust aandeelhouders, toezichthouders, klanten en zelfs zijn eigen werknemers om de tuin hebben geleid. Hij kreeg 24 jaar gevangenisstraf opgelegd.

Maar dit beeld van een CEO die schimmige zaken buiten het licht probeert te houden klopt niet. Alle relevante informatie was publiekelijk beschikbaar. In het verhaal beschrijft Gladwell hoe een analist zich vastbeet in de vloedgolf van bedrijfsinformatie nadat hij een paar cijfers en statements niet kon rijmen. Deze investeerder kwam de fraude op het spoor. Daar was geen verheven onderzoeksjournalistiek of Deep Throat voor nodig.

Volgens Gladwell maken we vaak de fout door puzzzels met mysteries te verwarrren. Ik ben benieuwd hoe relevant dit onderscheid is en hoor dat graag van jullie.

Hij zegt over dit verschil:

Osama bin Laden’s whereabouts are a puzzle. We can’t find him because we don’t have enough information. The key to the puzzle will probably come from someone close to bin Laden, and until we can find that source bin Laden will remain at large.

The problem of what would happen in Iraq after the toppling of Saddam Hussein was, by contrast, a mystery. It wasn’t a question that had a simple, factual answer. Mysteries require judgments and the assessment of uncertainty, and the hard part is not that we have too little information but that we have too much. The C.I.A. had a position on what a post-invasion Iraq would look like, and so did the Pentagon and the State Department and Colin Powell and Dick Cheney and any number of political scientists and journalists and think-tank fellows. For that matter, so did every cabdriver in Baghdad.

The distinction is not trivial. If you consider the motivation and methods behind the attacks of September 11th to be mainly a puzzle, for instance, then the logical response is to increase the collection of intelligence, recruit more spies, add to the volume of information we have about Al Qaeda. If you consider September 11th a mystery, though, you’d have to wonder whether adding to the volume of information will only make things worse. You’d want to improve the analysis within the intelligence community; you’d want more thoughtful and skeptical people with the skills to look more closely at what we already know about Al Qaeda. You’d want to send the counterterrorism team from the C.I.A. on a golfing trip twice a month with the counterterrorism teams from the F.B.I. and the N.S.A. and the Defense Department, so they could get to know one another and compare notes.

If things go wrong with a puzzle, identifying the culprit is easy: it’s the person who withheld information. Mysteries, though, are a lot murkier: sometimes the information we’ve been given is inadequate, and sometimes we aren’t very smart about making sense of what we’ve been given, and sometimes the question itself cannot be answered. If you sat through the trial of Jeffrey Skilling, you’d think that the Enron scandal was a puzzle. The company, the prosecution said, conducted shady side deals that no one quite understood. But the prosecutor was wrong. Enron wasn’t really a puzzle. It was a mystery.”

Iedere serieuze journalist zal deze verwarring af en toe herkennen. Vaker dan we denken ligt het antwoord op onze vragen ergens verborgen in een gigantische stapel rapporten, Kamerstukken, notulen, verslagen en vooral de immer groeiende berg online informatie. Het is dan ontzettend belangrijk dat je weet waar je naar zoekt. Is het dat ene puzzelstukje dat alle losse lijnen verbindt? Of is het juist de algemene analyse waaruit blijkt wat er mis is?

Ik heb zelf eens een verhaal gemaakt over Amerikaanse opsporingsdiensten die op illegale wijze informatie van Nederlandse bankrekeningen verkregen. Ik pakte dat verhaal aanvankelijk op als puzzel en ging op zoek naar mijn eigen Deep Throat. In de gesloten wereld van advocatuur en financien zal je die niet snel vinden, al wilden sommigen best off the record het een en ander bevestigen. Toen ik langzaam vastliep, ben ik van tactiek veranderd: onbewust moet ik er bij zeggen. Ik heb mij door de informatieberg geworsteld. Het stomme is dat de meeste informatie gewoon openbaar bleek. Je moet alleen weten waar je moet zoeken en belangrijker nog, hoe je die informatie moet wegen. Met die kennis konden we alsnog wat actoren in de zij prikken en zodoende wat meer informatie te ontfutselen.

Ik denk dat het verhaal van Gladwell een helder beeld geeft van de vaardigheden die je als (onderzoeks)journalist nodig hebt. Om puzzels op te lossen moet je bovenal over goede netwerkvaardigheden beschikken. Om mysteries te ontrafelen moet je slim kunnen omgaan met gigantische hoeveelheden informatie. Dat vereist weer een grondige kennis van waar je mee bezig bent. Een verstandige journalist ziet snel het verschil tussen de twee en kan hopelijk ook tussentijds van de een naar de ander springen.

Ik ben benieuwd wat jullie ervaringen hier mee zijn. Klinkt dit betoog van Gladwell herkenbaar?

Dit artikel verscheen eerder op het blog van Dimitri Tokmetzis.

Eén reactie

  1. Theo van Stegeren schreef op 18 november 2009 om 14:20

    Je schrijft: om puzzels op te lossen moet je bovenal over goede netwerkvaardigheden beschikken. Om mysteries te ontrafelen moet je slim kunnen omgaan met gigantische hoeveelheden informatie. Het lijkt me allemaal waar, op het woordje bovenal na.

    Bovenal beginnen pogingen om mysteries en puzzels op te lossen met twee persoonlijke eigenschappen: een bovengemiddeld gevoel van verontwaardiging of verontrusting, en een bovengemiddelde intuïtie die je vertelt in welke richting je de oplossing moet zoeken.
    Bekijk wat dat betreft vrijdagavond vooral op televisie de film De Onrendabelen van Marcel van Dam en Hans Heijnen, waarin de missing link tussen armoede, criminaliteit en ongezondheid wordt blootgelegd.
    Alle informatie die ze in de film tonen – ik zag hem gisteren tijdens de première – was voorhanden maar er waren primair de verontwaardiging en intuitie van een Van Dam voor nodig om ze boven water te krijgen. Het zou aardig geweest zijn als deze film door een journalist was gemaakt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (614 van 891 artikelen)


"Waar doe je het eigenlijk allemaal voor?", twitterde Vrij Nederland-hoofdredacteur Frits van ...