Rechter in VS buigt zich steeds vaker over blogzaken
Bloggers en schrijvers op online-netwerken worden in de Verenigde Staten steeds vaker voor de rechter gedaagd wegens smaad. Hoeveel rechtszaken exact worden aangespannen in het hele land, is niet na te gaan. Maar een rapport van het Media Law Resource Center (MLRC) dit jaar, waarin een deel van deze zaken is gedocumenteerd, geeft een redelijk goed beeld van de situatie.
Het MLRC telde tussen 1994 en april 2009 in totaal 256 rechtszaken tegen bloggers en schrijvers op online-netwerken. In verreweg de meeste gevallen – 109 (ruim veertig procent) – was de aanklacht smaad. (Schending van auteursrechten was de tweede voornaamste aanklacht.)
Volgens de website van het MLRC, die ook zaken na april 2009 bevat, werden alleen al vorig en dit jaar ruim honderd processen tegen bloggers aangespannen. Ongeveer de helft daarvan betrof smaad. “Er is een enorme toename in online-publicaties, dus neemt het aantal rechtszaken ook toe”, zegt MLRC-directeur Sandra Baron.
Op internet blijven woorden circuleren
De groei in juridische actie heeft eveneens te maken met de aard van Internet: een uitspraak of opmerking verdwijnt niet meer uit de publieke sfeer zodra de krant van morgen in de bus valt – op Internet blijven woorden circuleren, soms wereldwijd. Dat kan de schadelijke gevolgen voor de bekritiseerde partij aanzienlijk vergroten.
Lang niet altijd halen smaadzaken tegen bloggers de rechtszaal: 31 van de 109 in het MLRC-rapport werden niet-ontvankelijk verklaard, zoals het proces van wapenfabrikant Glock tegen een Oostenrijks parlementslid dat op een persoonlijke website lasterlijke uitspraken over Glock zou hebben gedaan. In zes zaken kreeg de eiser evenwel een schadevergoeding en in twintig gevallen werd geschikt, soms voor kapitalen. In februari dit jaar bijvoorbeeld wees een jury het bedrijf ORIX Capital Markets in Texas 12,5 miljoen dollar toe omdat de website predatorix.com de onderneming onder meer vals van belastingfraude had beschuldigd. ORIX kreeg eveneens de predatorix-site in handen.
Maar het gaat de eiser er vaak niet meer om dat de blogger daadwerkelijk wordt vervolgd voor smaad. Het werkelijke doel van steeds meer smaadzaken is de identiteit van de criticus achterhalen, waardoor deze zich zo geintimideerd voelt dat hij/zij er het zwijgen toe doet, zegt cyberSLAPP.org, een net opgerichte coalitie van privacy- en burgerrechtenorganisaties.
“Publieke figuren die eerst meer controle hadden over hun imago vinden het niet leuk dat ze in het Internet-tijdperk meer kritiek krijgen”, verklaart Matt Zimmerman, advocaat van de Electronic Frontier Foundation (EFF) in San Francisco, die is aangesloten bij cyberSLAPP.org. “Ze gebruiken het rechtssysteem om mensen terug te pakken die hen onheus zouden hebben bejegend.”
Anonimiteit
In dit soort zaken – cyberslapps genaamd – voert de gegriefde partij aan de naam van de online-criticus nodig te hebben om deze aan te klagen voor smaad of een ander onwettelijk feit. Zodra de identiteit bekend is, laat de eiser de zaak vallen. Het is echter niet zo makkelijk om erachter te komen wie een anonieme blogger is. Het MLRC-rapport meldt dat in 42 van alle rechtszaken tegen bloggers sprake was van anonieme personen of pseudoniemen, maar dat in slechts negen gevallen bloggers hun ware naam bekend moesten maken.
De EFF wist dit jaar meerdere keren te voorkomen dat bloggers hun anonimiteit kwijtraakten. De politiechef van Elmwood Park, New Jersey, bijvoorbeeld stapte tevergeefs naar de rechter om erachter te komen wie de zes mensen waren die zijn functioneren bekritiseerden op een message board. En een onroerend-goedontwikkelaar in Chicago eiste zonder succes de namen van lokale bewoners die online tegen een nieuw bouwproject hadden geprotesteerd.
Het model Liskula Cohen slaagde er daarentegen wel in haar criticus te ontmaskeren. Zij daagde Google voor de rechter nadat een anonieme blogger haar op Google’s Blogger-dienst had uitgemaakt voor ‘hoer’ en ‘de grootste slet in New York City’. In augustus droeg de rechter Google op de identiteit van de blogger te onthullen. Dat bleek Rosemary Port te zijn, een studente die zich, net als Cohen, ophield in de mode-scene van New York.
In gerechtelijke documenten beargumenteerde ze dat blogs ‘moderne forums’ zijn ‘waarop persoonlijke meningen worden geuit, inclusief schelden en tieren’. (De Amerikaanse wet staat inderdaad een bepaalde mate van uitschelden toe. ‘Hoer’ kan juridisch worden uitgelegd als een algemeen scheldwoord in plaats van als een feitelijke uitspraak over iemand. Wanneer het laatste echter het geval is, is er sprake van smaad. Dat is onwettelijk en beperkt de vrijheid van meningsuiting.) Port is dan ook woedend dat Google haar naam heeft vrijgegeven en wil vijftien miljoen dollar van het bedrijf.
Geslachtsziekte
In het geval van Cohen, en sommige anderen, is het lastig om geen sympathie te voelen voor de eiser. Wie zou niet de anonieme lafaard willen aanpakken die je voor een online-publiek ‘slet’ en ‘hoer’ noemt? En wie kan niet Brittan Heller en Heide Iravani begrijpen, twee Yale Law-studenten die in 2007 28 anonieme online-schrijvers voor het gerecht sleepten? De mannen hadden op AutoAdmit, ‘het meest prestigieuze’ online-forum voor aankomende advocaten, onder meer geschreven dat beiden een geslachtsziekte hadden en dat Heller moest worden verkracht.
“Ik wil dat niet bagatelliseren”, geeft EFF-advocaat Zimmerman toe. “Maar de morele kant moet niet met de juridische worden verward.” Liskula Cohen klaagde Rosemary Port uiteindelijk niet aan voor smaad, “waardoor het er alle schijn van heeft dat ze het rechtssysteem als haar eigen detective heeft gebruikt om uit te zoeken wie haar criticus is”, vindt Zimmerman. “Dat is misbruik van het systeem.”
Zimmerman maakt zich vooral zorgen dat steeds meer politici, ondernemers en andere publieke figuren er met behulp van de rechter achter proberen te komen wie hen online dwarszit. “Dat kan beklemmend werken op de vrijheid van meningsuiting”, zegt Zimmerman.
Ed Baker, een expert in het Eerste Amendement (dat grondwettelijk de vrijheid van meningsuiting garandeert) aan de University of Pennsylvania Law School, deelt die zorg. “Bedrijven hebben het geld en de advocaten om mensen met behulp van de rechtbank tot zwijgen te brengen. Daar gebruiken ze ook het auteursrecht voor.”
CyberSLAPP.org wil nu dat service-providers en andere online-bedrijven het recht van hun gebruikers om anoniem hun mening te uiten beter beschermen. De afgelopen dertig jaar heeft het Hooggerechtshof enkele zaken behandeld waarin de rechters het Eerste Amendement dusdanig interpreteerden dat dit recht ook was verzekerd voor anonieme sprekers. Maar dat wil niet zeggen dat dit in alle gevallen geldt, waarschuwt MLRC-directeur Baron.
Ze adviseert iedereen die online publiceert de basisregels op het gebied van smaad, privacy, auteursrecht en patent te leren – wetten die de vrijheid van meningsuiting beperken. “Je voert geen gesprek meer over de heg, je bent een uitgever geworden. En er is weliswaar een enorme vrijheid van meningsuiting in Amerika, maar dat betekent niet dat je alles mag zeggen wat je wilt en hoe je het wilt. De wet weegt verschillende belangen tegen elkaar af. Het is niet het Wilde Westen.”
“Verzin niets”
Lucy Dalglish, directeur van het Reporters Committee for Freedom of the Press, wil dat bloggers zich houden aan journalistieke normen: “Verzin niets en check alles.” Ze krijgt regelmatig telefoontjes van bloggers en internet-journalisten die voor het gerecht dreigen te worden gedaagd. “Als ze opzettelijk smaad blijven plegen omdat ze denken dat ze ermee wegkomen, kan de vrijheid van meningsuiting die we nu hebben worden ingeperkt”, vreest Dalglish. “Daar zal de journalistiek, offline en online, de gevolgen van ondervinden.”










Geen reacties.