De toekomst van de krant
Als het gaat om voorspellingen die met technologie te maken hebben, lijden we vaak aan een collectieve bijziendheid: we hebben de neiging om te overschatten wat er op korte termijn zal gebeuren, terwijl we onderschatten wat er op de lange termijn allemaal verandert. Vijf jaar geleden kende niemand YouTube of Hyves, nu kunnen velen niet meer zonder. Het gesprek over de toekomst van de krant is daarmee volstrekt nutteloos. In het kort: over vijf of tien jaar zal er heus nog wel hier en daar een dagblad verschijnen: wat sterk geconcentreerde regionale titels, een enkele dure landelijke kwaliteitskrant, een tweetal gratis bladen op tabloidformaat. Over dertig tot veertig jaar zijn deze allemaal verdwenen.
Niets van dit alles heeft te maken met de kwaliteit van het nieuws, de dwang van de markt, of de alsmaar voortrazende technologie. Als dit wel zo zou zijn, is de toekomst van de krant belachelijk simpel: investeer in nieuwe genres en goede beroepsopleidingen, werk samen met commerciële partners en marktonderzoekers om een aantrekkelijk product aan te bieden, investeer in digitale toepassingen en internet. Oeps. Laat dat nou precies zijn wat uitgevers de laatste tien tot twintig jaar gedaan hebben.
Zonder enig gevolg.
Wat achter de geleidelijke teloorgang van de krant schuilt is een veranderende manier van samen leven. Het is inmiddels bijna een cliché: we leven een digitaal leven, ondergedompeld in media, zijn altijd en overal bereikbaar. Ons mediagebruik – en vooral dat van jongeren – schuift langzaam maar zeker op naar apparaten en functies, die met elkaar gemeen hebben dat ze draagbaar, draadloos, convergent en genetwerkt zijn: het beste voorbeeld daarvan is wel de eigentijdse mobiele telefoon, waarbij activiteiten als bellen, mailen, chatten, websurfen, fotograferen, televisiekijken en (alleen of samen met anderen) spelletjes spelen volledig door elkaar heen lopen. Het leven is vergeven van al dan niet nieuwe media, welke media steeds dieper doordringen in ons bestaan, variërend van de apparaten die we elke dag gebruiken, via de wijze waarop we communiceren en alledaagse beslissingen nemen, tot aan de manier waarop we de wereld om ons heen zien en begrijpen. We leven met andere woorden niet meer met media, maar in media.
Gedeelde indentiteit
Aan de ene kant draagt ons leven in media bij aan een gevoel van diepe verbondenheid met anderen. Deze gedeelde identiteit is er echter wel een zonder wortels, dat wil zeggen: zonder noodzakelijke band met een specifieke plaats of tijd. Je kunt je uiterst verbonden voelen met mensen en opvattingen waar dan ook – en die verbondenheid intiem beleven via virtuele gemeenschappen en sociale netwerken. Voorheen was dit een min of meer exclusieve functie van massamedia zoals de krant en het NOS Journaal. Niet voor niets werd de journalistiek wel omschreven als het ’sociale cement’ van de samenleving. Nu is iedereen in staat om zijn of haar wereldbeeld te delen en vergelijken met een in potentie wereldpubliek.
Aan de andere kant bestaat een leven in media in feite uit een eindeloze reeks hoogstpersoonlijke en gefragmenteerde ervaringen. Al onze technologische apparaten en handelingen zijn er op ingesteld om aangepast te (kunnen) worden aan onze individuele wensen en voorkeuren. Hiermee wordt de ervaring van een leven in media een vorm van ‘samen alleen‘ zijn, waarbij iedereen communiceert en het nog maar de vraag is wie er nog luistert.
Nieuwe organisatie
De krant verdwijnt, omdat het als medium niet past bij een samenleving van samen alleen zijn. Dat wil echter niet zeggen dat de journalistiek als beroep geen aansluiting bij de burger kan vinden. Dat moet alleen gebeuren in een andere vorm, met een nieuwe organisatie, buiten het bereik en de agenda’s van de bestaande instituten die het vak bewaken – en daarmee doel ik met alle respect op de bestaande omroepbedrijven en uitgeverijen.
Wat opvalt bij de studie van nieuwsbedrijven, is dat de meeste journalisten geen zeggenschap hebben of voelen wat betreft de broodnodige creativiteit en innovatie in het vak – terwijl ze tegelijkertijd hun banen (en publiek) zien verdwijnen. Als je met dit vak een salaris wilt verdienen, wacht dan niet (meer) op de enkele teerling, welke je vanuit de gebouwen van Wegener of de Persgroep toegeworpen krijgt. De toekomst ligt bij het zelf organiseren van nieuwe werkvormen en netwerken van journalisten in binnen- en buitenland die alleen of samen werken aan mooie verhalen voor verschillende media. Die toekomst is, met andere woorden, niet noodzakelijkerwijs aan de krant.
Bovenstaande opniebijdrage werd geschreven voor dagblad Trouw en verscheen eerder op de weblog van de auteur.










12 reacties:
15 december, 2009
Interessante materie. Op 9 april 2010 is er op de Erasmus Universiteit een seminar over dit onderwerp. Kijk voor meer info op mijn website!
17 december, 2009
Precies: “journalism as service” met de juiste ‘tools’ om te anticiperen op de Apple Tablet. Begrijp het gedrag van de nieuwe lezer en bespeel de juiste niche. Maar of de kranten geen rol meer zullen spelen? http://www.guardian.co.uk/open-platform/blog/launching-applications-gallery
17 december, 2009
Beste Mark Deuze,
Wilt u mij alstublieft vertellen waarom u gisteren zonder mededeling mijn on-topic reactie heeft verwijderd uit de reactieruimte onder uw weblog ‘De toekomst van de krant’? (NRC 3 oct 2009, ‘De lezer schrijft over de taak van de krant. De krant antwoordt: De lezer heeft gelijk.’)
Omdat ik niet had verwacht dat u mee zou doen aan de verwijderingsgekte die als een Q-koorts rondwaart op journalistieke websites, heb ik zelf geen kopie van mijn tekst. Heeft u die misschien toch ergens bewaard? Tenslotte stonden er best dingen die hout sneden. Zoals bijvoorbeeld de opmerkingen van Birgit Donker (hoofdredacteur NRC Handelsblad) over de functie en taak van de krant en (dus) van de journalistiek en over de uiteindelijke controle daarop door de burger.
Van dat laatste komt niet veel terecht zolang journalisten mogen en kunnen bepalen of die kritiek wel of niet wordt gepubliceerd. Iedere willekeurige anonieme moderator of redacteur kan kritische burgers naar eigen believen tijdelijk of zelfs permanent uitsluiten van het publieke debat op het openbare forum van hun keuze, alleen omdat hun mening hem of haar niet bevalt, hoe to-the-point die ook is en hoe correct die ook wordt geuit.
Wat is uw mening over de plaats van de openbare reactie- en discussieruimtes van media in het veelgeroemde (maar zwaar gecensureerde) ‘publieke debat’ in een ware democratie? Iedere keer als ik probeer om dit onderwerp in een reactie of bijdrage ter sprake te brengen, wordt dit genegeerd of zelfs verwijderd. Dat is toch wel merkwaardig.
Weblogs en openbare reactie- en discussieruimten op de websites van media maken deel uit van het ‘publieke debat’ en daarmee ook van de ‘checks and balances’ die een democratie transparant, evenwichtig, eerlijk en rechtvaardig moeten houden. Het verzet van de journalistiek hiertegen lijkt dit eigenlijk alleen maar te bevestigen.
Het fundamentele en universele recht van vrije meningsuiting (behoudens etc.) zou niet mogen worden beperkt door persoonlijke willekeur, journalistieke vormen van machtsmisbruik, belangenverstrengelingen en ook niet op grond van gebruiksvoorwaarden die nietig zijn ivm strijdigheid met (Grond)wet, internationale verdragen en universele verklaringen.
In de praktijk wordt burgers echter op grote schaal de mond gesnoerd door journalisten. Ik ben benieuwd naar uw mening hierover.
Vriendelijke groet,
Robert van Waning,
Amstelveen
http://www.vkblog.nl/blog/2021/DONQUI
http://www.amstelveenkanbeter.nl
http://www.contrails.nl
http://www.meteologica.nl
(Hierna zal ik u hier niet meer lastigvallen, tenzij u mij toestaat om te reageren op uw weblogs.)
17 december, 2009
Beste Robert van Waning,
die NRC pagina waar je naar verwijst kende ik niet, maar bevat een mooi stuk van Marie-Jose Klaver over de toekomst van de krant.
ik heb mijn eigen weblog gecheckt, maar daar is gisteren geen reactie van jou binnengekomen. ik hoop dat je deze alsnog wilt indienen (en ik besef dat Blogger nogal onhandig is als het gaat om reacties versturen en modereren).
het internet is groter dan de handvol sites, die door nieuwsbedrijven worden gemaakt. als daar mensen werkzaam zijn die zo nu en dan reacties van buiten weigeren of verwijderen, is dat hun goed recht. dat weerhoudt je niet om die verhalen op je eigen of andere sites te plaatsen.
kranten en omroepen moeten net zo goed leren als meepratende burgers dat dit soort gesprekken niet op 1 plek plaats vinden, maar dat de conversatie in een digitale cultuur per definitie “gedistribueerd” is. ik zie daarin juist de verworvenheden van vrijheid van meningsuiting.
17 december, 2009
Hierbij de volledige tekst van de betreffende rubriek/column ‘De lezer schrijft [over de taak van de krant]‘ van 3/10 jl van Birgit Donker, hoofdredacteur van NRC Handelsblad:
[Quote:]
De lezer schrijft over de taak van de krant
Zaterdag 03-10-2009 | Sectie: Overig | Pagina: O07 | Birgit Donker
“In De lezer schrijft van 19 september trof mij de zin: Het is onze taak de macht kritisch te volgen. Dat roept bij een kritische lezer de vraag op wie u die taak heeft toebedeeld. Naar mijn mening heeft de krant maar één taak. Het nieuws te brengen zonder aanzien des persoons of instanties. Als daar een onthulling uitrolt die gevestigde machten niet aanstaat, soit. Maar een taak van kritisch volgen of zelfs controleren is nergens aan u opgedragen en heeft u – weinig democratisch – uitsluitend uzelf toebedeeld. Evenals de zogenaamde onderzoeksjournalistiek. Wichtigmacherei. Maar voor de lezers een voortdurend bewijs dat u de parlementaire democratie wantrouwt. Daardoor speelt u personen en groeperingen in de kaart die garen hopen te spinnen bij dat wantrouwen. Aan zelfbenoemde en door niemand te controleren controleurs heeft in elk geval deze lezer geen enkele behoefte.”
A.L. de Werker
Den Haag
De krant antwoordt
“De lezer heeft gelijk: het controleren van de macht is geen taak die ons is toebedeeld. Het is wel zo gegroeid. Ons vak komt immers voort uit de Verlichting en hangt samen met de scheiding van kerk en staat, de emancipatie van de burger en het democratisch debat. Een vrije pers engageert zich als het ware van nature met de idee van een vrije samenleving van goed geïnformeerde, mondige burgers, aldus journalist Hendrik Jan Schoo in 2006. Journalisten zijn de oren en ogen van het publiek. Ze zijn beroepsburgers: zij hebben de tijd en de expertise om informatie bij verschillende bronnen te vergaren en die te wegen. De journalist wordt daarbij geleid door de algemene relevantie van het onderzoek, niet door persoonlijke interesse of belangen.
In een democratie leggen degenen met een openbaar ambt niet alleen verantwoording af binnen de politieke instellingen, maar ook in de publieke opinie, die zijn uitdrukking vindt in de media. Die controle is niet alleen een recht, maar kan beschouwd worden als een plicht en verantwoordelijkheid van de pers in een democratische staat, schreef de Europese Commissie in 1984.
Zonder goede pers geen goede democratie. Journalistieke onthullingen, niet zelden kwesties die het parlement of andere officiële controleurs lieten liggen, dienen het publiek belang. Hét klassieke voorbeeld is Watergate: de onthulling van afluisterpraktijken begin jaren zeventig door journalisten Woodward en Bernstein, die uiteindelijk leidde tot het aftreden van president Nixon. Het controleren geldt ook voor de economische macht. Zie de artikelen in 2005 over boekhoudfraude bij Ahold, die de lezer in een vroeg stadium informeerden. En die ertoe leidden dat een lid van de raad van bestuur opstapte nadat uit onderzoek van de krant bleek dat de huisaccountant van Ahold het vertrouwen in hem had opgezegd.
De afgelopen jaren is veel gedebatteerd over de vraag of journalisten hun macht niet misbruiken. De relatie tussen de media en de politiek is vergiftigd, betoogde de Britse journalist John Lloyd in 2004. Door de toenemende competitie tussen de media is de beste manier om aandacht te trekken een zo hard mogelijke aanval op de politiek en individuele politici, ten koste van de feiten. Door de cultuur van wederzijds cynisme, de vooronderstelling dat de ander in principe verdacht is, kan het informeren van burgers – een journalistieke hoofdtaak zoals de lezer terecht stelt – op de achtergrond raken. Met zijn pleidooi voor slow journalism – neem de tijd om zaken echt uit te zoeken en zet het publieke belang steeds voorop – heeft Lloyd een punt. Dat spoort met het uitgangspunt van deze krant om vertegenwoordigers van een gevestigd belang met scepsis tegemoet te treden.
Als de journalistiek de macht controleert, wie controleert dan de controleurs? Dat doen we vooralsnog zelf, naar beste vermogen, door transparant te zijn en verantwoording af te leggen. Aan onszelf en aan de lezers. Die controleren ons pas echt, elke keer opnieuw, als zij de krant openslaan. Of overslaan.”
Trefwoord: Kranten
[Unquote.]
PS
Mijn uitgebreide reactie van gisteren heeft hier toch heus gestaan. Omdat ik er totaal niet op had gerekend dat jij (of all people) die zou verwijderen, had ik er geen kopie van gemaakt zoals ik dat bij de Volkskrant natuurlijk altijd wel doe. Nu ben ik toch benieuwd wie die tekst dan wél heeft weggehaald.
18 december, 2009
Beste Mark Deuze,
Het internet is inderdaad groter dan die paar discussiefora die nieuwsbedrijven op hun websites hebben ingericht voor het openbare publieke debat.
De universaliteit van het fundamentele recht van vrije meningsuiting houdt echter in dat men daarvan nooit en nergens in de publieke sfeer afstand hoeft te doen.
Redacties menen ten onrechte dat recht willekeurig te mogen beperken door kritische burgers uitingsmogelijkheden te ontzeggen en zelfs achteraf te ontnemen die in beginsel voor iedereen beschikbaar zijn.
Volgens jou is dat zelfs hun ‘goed recht’. Ik nodig je uit om nog daar nog maar eens goed over na te denken.
Daarbij moet je wel een onderscheid maken tussen enerzijds de ouderwetse brievenrubriek die inderdaad nog steeds een onderdeel vormt van het redactionele product en anderzijds de voor iedereen (dus zonder onderscheid des persoons) toegankelijke, mogelijkheid om zijn of haar mening te uiten waarbij eenieder alleen verantwoordelijk is voor de wet en voor de schade die andere mensen aandoet.
Niets weerhoudt mij inderdaad om mijn meningen ook op andere manieren en op andere openbare fora te uiten, maar waarom zou ik geen gebruik mogen maken van het forum van mijn keuze dat voor iedereen toegankelijk is? Omdat mijn opvattingen de redactie van een zichzelf als ongebonden en onafhankelijk afficherende krant niet bevallen?
Kom nou.
18 december, 2009
Robert, het is hun goed recht, omdat nieuwsbedrijven gewoon commerciele bedrijven zijn, die formeel het recht hebben bepaalde informatie wel te plaatsen en andere informatie niet. die onderhandeling moeten journalisten (vooral freelancers) ook elke dag met kranten en omroepen voeren: of het verhaal/reportage wel “past” bij de krant, bij het programma, bij wat de geschreven en ongeschreven regels zijn.
dit is voor mij weer eens een voorbeeld van het feit dat de beste journalistiek ZONDER media gemaakt kan worden – oftewel: media zonder journalisten, die met elkaar moeten concurreren om de reportages die journalisten zelf maken. nu is die situatie omgekeerd: journalisten worden gedwongen met elkaar (en in toenemende mate met hun voormalige publiek als zijnde “burgerjouralisten) concurreren voor de kans om tegen een schertsbeloning hun verhaal te mogen vertellen.
ik deel je zorgen over het nieuwsbedrijf, maar niet over het talent, de passie en creativiteit van de (Nederlandse) journalisten.
18 december, 2009
Mark, ik deel je enthousiasme over het talent, de passie, de vakbekwaamheid en creativiteit van Nederlandse journalisten. Ik deel echter niet jouw vertrouwen dat zij (in tegenstelling tot wat alle andere machten het liefst doen) die talenten etc. nooit voor andere belangen en doelen zullen aanwenden dan het algemeen maatschappelijk belang. Ik zie dat namelijk te vaak gebeuren, en er is dan geen externe instantie daar iets van kan en mag zeggen of schrijven, laat staan er iets tegen doen.
Het feit dat de pers zich kan en mag onttrekken aan het formele en informele stelsel van ‘checks and balances’ dat onze democratie evenwichtig, transparant, eerlijk, rechtvaardig, gezond moet houden, heeft geleid tot een merkbare scheefgroei in onze democratische verhoudingen.
Iedere macht streeft voortdurend naar zelfbehoud en naar uitbreiding van haar machts- en invloedsfeer door alles uit te schakelen waardoor dat streven kan worden aangetast.
De pers gedraagt zich tegenover het publiek op haar best als een welwillende verlichte despoot, maar bij tegenslag soms ook als een arrogante en humeurige dictator die geen mededogen kent met oppositie, kritiek en dissidentie.
Het is niemands ‘goed recht’ om onder welk voorwendsel dan ook het recht op vrije meningsuiting van mensen te schenden teneinde het ondergeschikt te maken aan eigen belangen. Alleen als werkelijk landsbelang in het geding is, mag hierop een uitzondering worden gemaakt, maar dan alleen onder de strengste voorwaarden en volgens de strengste regels.
Wij twisten hier niet over het recht van een redactie om volgens eigen voorkeur, smaak en believen een eigen journalistiek product tot stand te brengen.
Om echter aanspraak te mogen maken op alle privileges en mogelijkheden die de vrije pers in het belang van democratie en rechtsstaat toekomen, is er een externe controle nodig die erop toeziet dat die rechten en vrijheden niet worden misbruikt om onder het mom van algemene, ongebonden, onafhankelijke, onpartijdige en (dus) betrouwbare journalistiek andere belangen te dienen dan dat algemeen maatschappelijk belang.
Het is werkelijk te veel gevraagd om de controle daarop geheel en al over te laten aan de pers zelf.
“Een vrije pers engageert zich als het ware van nature met de idee van en vrije samenleving van goed geïnformeerde, mondige burgers,” schreef de helaas veel te vroeg overleden journalist en columnist Hendrik Jan Schoo. (Ik had hem gewaarschuwd dat hij het niet lang zou uithouden als adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant.) NRC-hoofdredacteur Birgit Donker citeerde die woorden in haar column over de taak van de krant op 3/10 jl.
Ondanks al die vrijheid, berechtigdheid, geïnformeerdheid en mondigheid zouden burgers volgens jou (en volgens verreweg de meeste journalisten) de pers dus niet kunnen en mogen bekritiseren op hetzelfde platform als waarop de pers kritiek op alles en iedereen kan en mag leveren?!
“I beg to differ.”
Zonder een gelijkwaardige mogelijkheid om de journalistiek te bekritiseren, kopen burgers weinig voor hun recht om dat te doen.
De reactie- en discussieplatforms op de websites van onafhankelijke journalistieke media zijn geen onderdeel of verlengstuk van het betreffende journalistieke product. Zij zijn daarentegen te vergelijken met het parlement waar de journalistiek niet meer rechten heeft dan ‘Vak K’ in de Tweede Kamer. Zij zijn dus het burgerparlement waarin de redactie en de moderator hoogstens de functie en taak hebben van een conciërge die ervoor zorgt dat er geen rommel wordt gemaakt , als toezichthouder op het respecteren van regels en goede zeden en zo nodig als politieagent ter handhaving daarvan. In het ideale geval ligt de moderatie zelfs niet in handen van de redactie.
Dankzij die reactie- en discussiefora hebben journalisten, columnisten, redacteuren, commentatoren en presentatoren geen excuus meer om de dialoog en discussie met burgers te ontwijken zoals zij dat altijd hebben kunnen en mogen doen.
NB
Ik ben nu al bijna twintig dagen(!) door verbanning uitgesloten van het voor iedereen toegankelijke publieke debat op het platform van mijn keuze (de website van de Volkskrant), louter en alleen omdat ik op 27 october jl in een reactie op een column van VK-columnist en –commentaarschrijver Paul Brill had geschreven:
“Knap hè, hoe Paul Brill met zijn verwijzing naar ‘het Midden-Oosten’ het noemen van Israël als ‘hot issue’ zorgvuldig vermijdt. Hij laat echter geen gelegenheid onbenut om Iran in een kwaad daglicht te stellen. Ook hier niet, dus. Iran moet natuurlijk goed in de gaten worden gehouden, maar Israël is en blijft nog altijd ‘the hottest issue of them all’ met zijn systematische schendingen van het internationale recht (waaronder kernwapenverdragen).”
Dit is precies een voorbeeld van wat ik bedoel. De kennelijk zelfs niet door Grondwet, fundamentele burgerrechten en ook niet door de eigen ‘Spelregels’ begrensde eigenmachtigheid van de redactie van deze zichzelf als algemeen-journalistiek en dus als ongebonden, onafhankelijk en betrouwbaar afficherende krant leidt tot willekeur en machtsmisbruik ten behoeve van deelbelangen die niet samenvallen met het algemeen maatschappelijke belang van onze democratische rechtsstaat die een belangrijke rol wil vervullen in handhaving van de internationale rechtsorde.
‘Dat is de gedachte, dat is het idee,’ zegt een prachtige slogan van de RaboBank.
18 december, 2009
Correctie:
Er had een ‘regel wit’ gemoeten tussen de tekst van mijn reactie op Paul Brill en de slotalinea met mijn commentaar op de onrechtmatigheid van mijn verbanning.
19 december, 2009
Kortom:
1.
Wie is de baas over de mening van iemand die mening wil uiten op een openbaar (want voor iedereen toegankelijk) discussieplatform op de website van een ongebonden, onafhankelijke en algemeen-journalistieke krant?
2. Als de journalistiek inderdaad verantwoording moet afleggen aan de burgers (zoals NRC-hoofdredacteur Birgit Donkers schreef in haar eigen rubriek/column), hoe gaat dat dan in zijn werk?
3. Volgens welk democratisch beginsel is het aanvaardbaar dat kritiek van burgers op de journalistiek door diezelfde journalistiek kan worden gecensureerd en zelfs kan worden verwijderd op grond van onwelgevalligheid?
21 december, 2009
“Journalisten moeten echt gaan ontvangen (en niet alleen maar zenden),” schrijft Robert Buzink op 10/12 jl op DNR:
“Het mooiste vooorbeeld van hoe de krant ooit bedoeld is, is Publik Occurences, Both Foreign and Domestick. Benjamin Harris bracht deze krant uit in september 1690 in Boston. Het document bestond uit vier pagina’s, waarvan drie bedrukt. Op de vierde, blanco, pagina kon de gebruiker zijn eigen nieuws toevoegen voordat hij de krant doorgaf aan vrienden.
Laten we terug gaan naar onze roots en een vierde pagina toevoegen aan kranten, weekbladen en televisieprogramma’s. Maar laten we niet onbezonnen en onhistorisch te werk gaan. Laten we leren van de initiatieven die er al zijn of waren.”
(Zie: http://www.denieuwereporter.nl/2009/12/journalisten-moeten-echt-gaan-ontvangen-en-niet-alleen-maar-zenden/)
Ik heb daarop gereageerd met o.a. een citaat uit de column van Birgit Donker, hoofdredactuer van NRC Handelsblad. Die eerste reactie werd echter verwijderd. In een tweede poging tot bijdrage aan de dialoog tussen journalistiek en lezer merkte ik op dat die ‘vierde pagina’ al lang bestaat in de vorm van de reactie- en discussieruimtes op de websites van de media.
Op de vraag of op die voor de lezers bestemde pagina ook kritiek op media en journalistiek mag worden geuit, kwam geen antwoord. Dat schiet lekker op, zo.
3 januari, 2010
Dat kranten slechter lopen dan, zeg maar, twintig jaar terug is een feit. Dat het nieuws lezen op internet groeiende is, is ook een feit. Maar laten we wel wezen, tijden veranderen. Het internet geeft de mogelijkheid om sneller een nieuwsitem aan te kaarten en sneller te publiceren. Op die manier is internet een redding. Het nieuws is sneller, actueler, meet foto’s/filmpjes en kan verwijzingen geven naar andere madia die misschien meer informatie hebben. Maar er worden door de snelheid en de druk van actualiteit wel meer fouten gemaakt. Ook hypes ontstaan sneller. Daarbij bespaart internet de bomen, wat ook een belangrijk detail is in deze milieuvriendelijke hype, oh ik bedoel natuurlijk tijd.
Anderzijds heeft een krant weer de tijd om research te doen, waardoor de informatie -over het algemeen- meer klopt en daardoor nieuwswaardiger is dan internet. Een krant geeft vaak ook een duidelijk overzicht, kaders die het verleden beknopt in kaart brengen en een duidelijke bronvermelding -ook niet onbelangrijk-.
Al met al heeft internet zeker voordelen, maar als we eerlijk zijn, dan kan je toch niet voorstellen dat je ’s ochtends met een bakje cruesli/muesli/havermoutpap en je koffie voor een scherm geplakt zit om het nieuws te lezen?