Keurmerk kan positie journalist versterken

approved1-300x287Journalistiek is een vrij beroep en moet dat vooral ook zo blijven. Dat neemt niet weg dat een groot verschil kan bestaan tussen een willekeurige blogger en een gedegen onderzoeksjournalist. Maar hoe moet de gemiddelde burger de betrouwbaarheid van beiden inschatten en derhalve het aangebodene wegen? Ik vind het de moeite waard om eens te bekijken of een ‘keurmerk’ daarbij behulpzaam kan zijn.

Voor de informatievoorziening is de hedendaagse burger al lang niet meer afhankelijk van wat de journalist hem op duidelijk herkenbare podia aanbiedt. De nieuwsrubrieken op radio en televisie en de kranten en tijdschriften waar de burger vroeger op kon varen, zijn vervangen door een diffuus geheel waardoor informatie naar de burger doorsijpelt: naast de traditionele media zijn er nu internet, blogs, twitter, e-mail, LinkedIn, Facebook en aanverwanten, enzovoort. Dat maakt het er niet eenvoudiger op een indruk te krijgen van de betrouwbaarheid van die informatie.

Een (Nederlandse) vriend in Amerika meldde dat hij de kranten afgeschreven heeft als leveranciers van betrouwbare informatie. Hij zoekt die op het internet en meent die te vinden in bepaalde blogs. Ik zet daar toch vraagtekens bij. Er is immers veel geschreeuw (vaak ook letterlijk) en veel te weinig wol.

Experts vinden
Natuurlijk, theoretisch kun je dichter bij ‘de waarheid’ komen als je de juiste experts weet te vinden. Maar de problemen die daarbij opdoemen zijn op zijn minst de volgende:

1. wie weet wie de experts zijn?
2. wie weet waar die experts te vinden zijn?
3. als je ze al gevonden hebt, wie zegt mij dat klopt wat ze zeggen/schrijven (er is geen enkele controle/kritische benadering)?
4. en vooral: wie kan hetgeen de expert te vertellen heeft in het juiste perspectief zetten?

Met andere woorden, ik kan me niet voorstellen dat de gemiddelde burger de tijd en het inzicht heeft om door al die bomen het bos te kunnen blijven zien. Een van de hoofdopgaven van de serieuze journalistiek lijkt me daarom nu domeinen te creëren waar de werkelijk belangrijke, interessante zaken eenvoudig te vinden zijn. Voorlopig denk ik dat gedrukte media daar nog het meest voor in aanmerking komen. Het net, de weblogs, de twitters en wat dies meer zij zijn te vluchtig en (daarom) vaak onbetrouwbaar. Let wel: ik zeg niet dat die nieuwe technologische middelen geen (soms zelfs goede) rol zouden kunnen vervullen, maar wel dat het nuttig is als in het verander(en)de medialandschap meer duidelijkheid komt over hoe je de verschillende uitingen kunt waarderen.

President Obama heeft zich, naar verluidt, in september ook in deze zin geuit. Op NRCNext.nl stond het zo: ‘Journalistieke integriteit, verslaggeving op basis van feiten en good old onderzoeksjournalistiek, dat zijn eigenschappen van de krant die Obama zo lief heeft. De grootste uitdaging is nu om die journalistieke ethiek te vertalen naar nieuwe media, aldus de president. “Dat is van groot belang voor de gezondheid van onze democratie.” In de blogosphere daarentegen ziet Obama maar weinig terug van die beroepsethiek: “Veel meningen, feiten worden niet gecheckt, weinig duiding en veel geschreeuw zonder dat mensen elkaar willen begrijpen”.’

Met die laatste zin omschrijft Obama impliciet het journalistieke werkveld van de toekomst. Nu journalisten niet langer de exclusieve waakhonden van de samenleving zijn, verschuift hun positie meer en meer in de richting van, wat ik maar even noem, procesbewaking. De werking van een democratische samenleving is idealiter afhankelijk van een proces waarbij besluiten tot stand komen op basis van een grondige uitwisseling van vele meningen. De acceptatie van die besluiten moet kunnen rekenen op voldoende draagvlak. In beide processen – de uitwisseling van gedachten, en het vinden van voldoende draagvlak – speelt de pers een wezenlijke rol.

Voorwaarde is dan wel dat de burger de betekenis van wat hem aangeboden wordt voldoende kan wegen. Steeds meer mensen die in het publieke domein hun/een mening verkondigen, bestempelen dat tegenwoordig al gauw als journalistiek. Dan is het extra nuttig als er mensen zijn die controleerbaar via een heldere taakopvatting te werk gaan. Die taakopvatting (en daarmee de controleerbaarheid) kan zijn neerslag vinden in een keurmerk.

Een keurmerk journalistiek
In januari van dit jaar stelde Marcel Broersma, hoogleraar Journalistieke Cultuur en Media, op een bijeenkomst in Utrecht dat het in de toekomst gaat om de persoonlijke kwaliteit van de journalist, maar hij verbond daar onmiddellijk de vraag aan: hoe herken je die, respectievelijk hoe krijg je die aan de man/vrouw gebracht? Met andere woorden: hoe kan iemand de serieuze pers onderscheiden van ieder ander die iets publiceert?

Samen met een collega heb ik enige tijd gespeeld met de gedachte een Nederlandse variant in het leven te roepen van het Amerikaanse Committee of Concerned Journalists. Die organisatie bestaat sinds 1997 en betreft een groep journalisten, uitgevers, bladeigenaren en academici die bezorgd zijn over de toekomst van het vak. Dat comité omschrijft zijn doelstelling als volgt:

1. Het geloof van journalisten in de basisprincipes en het functioneren van de journalistiek verhelderen en vernieuwen.
2. Een beter begrip van deze principes te creëren bij de burgers.
3. De eigenaars en het management bij deze principes te betrekken en hen te informeren over de financiële en sociale waarde ervan.

Vanuit die doelstelling zijn in een uitgebreid ‘statement’ een aantal normen beschreven waaraan de ‘betrokken journalist’ zou moeten voldoen.

Mijn gedachten gaan er nu naar uit in eerste instantie te focussen op zo’n ‘statement’, een verklaring dus. Daarmee kan een journalist vrijwillig kenbaar maken volgens welke normen hij/zij wenst te werken. De daarbij te gebruiken letters VJH staan voor Verklaring van Journalistiek Handelen (werktitel). De inhoud van de Verklaring moet, minimaal op internet, openbaar en voor iedereen toegankelijk zijn.

Een VJH-logo kan de transparantie van het systeem nog versterken. Zo’n logo kan niet alleen gebruikt worden op het briefpapier of de website van de individuele journalist, maar ook op specifieke producten, zowel op papier als op televisie en internet.

Voor alle helderheid: er is geen organisatie die het VJH-brevet verleent, en er is geen controlerende instantie die beoordeelt of een journalist zich wel aan de Verklaring houdt. Maar de journalist kan er wel door belanghebbenden en collega’s op aangesproken worden en het onderschrijven van de Verklaring moet ook door de Raad voor de Journalistiek bij de beoordeling van een casus meegewogen worden.

Verklaring
De uiteindelijke verklaring moet tot stand komen na een grondige discussie in het veld. Ik stel me voor dat eerst een concept aan de beroepsgroep voorgelegd wordt, waar iedereen op- en aanmerkingen bij kan plaatsen. Dat moet na een aantal maanden leiden tot een definitieve Verklaring. Die Verklaring moet dan gepubliceerd worden op internet en daaronder komen de namen te staan van degene die die verklaring onderschrijven en daarmee aangeven met welke intentie en op welke manier zij als journalist hun werk willen doen.

14 reacties

  1. Beste Jacq, is de Code van het Genootschap van Hoofdredacteuren, of de Code van Bordeaux niet genoeg?

  2. Vergeet de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek ook niet, die bestaat ook al. De door Jacq voorgestelde verklaring zou dan al de derde journalistieke code in Nederland zijn.

    Bijna op de kop af twee jaar geleden deed ik op DNR een soortgelijk voorstel van een keurmerk, maar dan met een koppeling naar de Raad voor de Joournalistiek. Als je als journalist een publicatie hebt gemaakt volgens de richtlijnen van de Raad, dan kan je dat laten zien door het toevoegen van een logo of stempel. Zie http://www.denieuwereporter.nl/2007/12/bescherm-journalistiek-product-niet-de-journalist/
    Is dat niet voor de hand liggender dan weer een nieuwe verklaring en nieuwe instantie?

  3. Miriam van der Have schreef op 7 december 2009 om 11:47

    Controleerbaarheid krijg je door links naar je bronnen toe te voegen, niet door een of ander stempel op een artikel te plakken.

    Dit artikel zou wat mij betreft direct zijn stempeltje van goedkeuring mogen inleveren omdat het citaten van citaten gebruikt zonder de lezer de kans te geven de bron te bekijken.

    In plaats van de onvolledige en zelfs onjuiste vertaling te citeren, had Zinken beter een linkje naar het originele interview met Obama kunnen plaatsen:

    http://www.toledoblade.com/apps/pbcs.dll/article?AID=/20090920/NEWS16/909200326

    Verder snap ik werkelijk niet waarom Zinken zegt dat “internet, blogs, twitter, e-mail, LinkedIn, Facebook en aanverwanten, enzovoort” het niet eenvoudiger maken om een indruk te krijgen van de betrouwbaarheid van informatie. Ik heb juist de indruk dat al die zaken het juist eenvoudiger maken om aan te tonen dat iemand uit zijn nek zit te communiceren.

    PS. het linkje naar het “Committee of Concerned Journalists” werkt niet omdat er geen http:// voor staat.

  4. @Miriam van der Have: Linken is inderdaad een prima optie voor de controleerbaarheid van bronnen. Ware het niet dat die bronnen soms hun teksten aanpassen. Ik linkte op mijn blog eens naar een artikel van de Volkskrant, maar de volgende dag was dat artikel veranderd. Dan lijk ik dus opeens heel onbetrouwbaar, want ik schrijf iets over de Volkskrant wat vervolgens via dat linkje niet is terug te vinden in dat Volkskrant-artikel.Zie http://www.toekomstvandejournalistiek.nl/2008/09/vloeibare-volkskrantjournalistiek/

    Verder nog wat opmerkingen over de tekst van Jacq Zinken:

    Hij schrijft: “Een van de hoofdopgaven van de serieuze journalistiek lijkt me daarom nu domeinen te creëren waar de werkelijk belangrijke, interessante zaken eenvoudig te vinden zijn.” Die domeinen bestaan toch? Bijvoorbeeld NOS.nl, Trouw.nl, Telegraaf.nl, etc.

    En over de door hem geschetste moeilijkheden voor het vinden een expert: Internet biedt juist veel mogelijkheden om je als deskundig journalist te onderscheiden. Begin bijvoorbeeld een weblog waarop je schrijft over jouw expertise en twitter over het onderwerp waar je veel vanaf weet. Allemaal op en top mogelijkheden om je juist in het internettijdperk te profileren als deskundig journalist.

  5. Miriam van der Have schreef op 7 december 2009 om 17:07

    @Alexander: je zegt het juist, dan _lijk_ jij onbetrouwbaar. Je bent dan het slachtoffer geworden van oude media die nog niet gewend zijn op het Web te publiceren.

    Serieuze bloggers (haha, dat klinkt net zo gek als ‘serieuze journalistiek’) maken wijzigingen in hun blog zichtbaar door teksten niet te verwijderen, maar door te strepen.

    Dat zouden kranten ook moeten doen.

  6. kdd schreef op 7 december 2009 om 17:26

    @ Alexander: als ik op een van je links klik en vervolgens ontdek dat wat jij citeert niet op die pagina staat, dan is mijn conclusie niet dat jij onbetrouwbaar bent. Want als jij bewust iets fout citeert, dan ga je niet zo stom zijn om naar de originele bron te linken. Eerder zal ik je als lezer confronteren met het feit dat je citaat niet klopt. Waarop jij vervolgens kan vaststellen dat het originele citaat veranderd is, dat ook kan melden op je blog, en vervolgens ook kan reageren op de pagina waar de informatie is aangepast. Linken is misschien geen 100 procent waterdicht systeem, maar in combinatie met de mogelijkheid tot reageren komt het komt toch aardig in de buurt. Helaas maken kranten – in tegenstelling tot blogs – het plaatsen van reacties niet altijd even makkelijk (ik ga me niet registreren om zoiets te melden)

  7. Miriam schreef op 7 december 2009 om 21:59

    O jee, het gebeurt hier ook! :) Ik constateer een foutje in de link naar het “Committee of Concerned Journalists” en dat wordt zonder verder commentaar hersteld waardoor mijn opmerking nu in het luchtledige zweeft. #fail

  8. Theo Dersjant schreef op 8 december 2009 om 01:15

    @Miriam: Sorry! De link is inmiddels hersteld.

  9. Jacq Zinken schreef op 8 december 2009 om 15:29

    De discussie lijkt zich nu even toe te spitsen op de verifieerbaarheid van (internet)producties. Ook goed, maar daar gaat het me toch niet in eerste instantie om. Het gaat mij vooral om de vraag hoe de gemiddelde burger de informatie waar hij mee geconfronteerd wordt, moet waarderen. Of anders gezegd: wie garandeert hem dat dat stuk van Jacq Zinken betrouwbaar is? Ik dus, maar ik heb niet eens de blauwe ogen waar ze me op kunnen vertrouwen. En ze lezen (helaas, natuurlijk) te weinig van me om aan die producten dat vertrouwen te kunnen ontlenen. In die zin zou een keurmerk (of een stempel à la Alexander Pleijter, waarover later meer) mij, maar vooral de lezer, kunnen helpen.
    Mijn keurmerk moet gebaseerd zijn op één helder statement (ik hou het voorlopig maar even op de Verklaring). Uiteraard is het zo dat er al (veel te) veel codes in omloop zijn. En wat mij betreft hoeft er niet per se een nieuwe code te komen. Maar op dit ogenblik kan niemand aan een artikel aflezen of de auteur zich aan de Code van het Genootschap van Hoofdredacteuren houdt, de Code van Bordeaux of de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, of dat hij misschien wel aan geen van alle een boodschap heeft.
    De genoemde codes hebben trouwens naar mijn idee vooral een, om het zo maar te noemen, interne werking. De door mij bedoelde code/verklaring moet echter primair externe werking hebben. Daarom ben ik ook gecharmeerd van de pogingen van het CCJ om in zijn statement een brug te slaan naar de lezers. Bij ons kunnen de hier bestaande codes best als basis dienen voor een ‘publieksvriendelijke’ vertaling daarvan, die snel en gemakkelijk toegankelijk moet zijn. De betreffende site bevat niet meer dan die Verklaring (zo blijf ik het toch maar even noemen) en de namen van de mensen die de verklaring onderschrijven en dus zelf hanteren.
    In principe maakt het me niet uit of bij de verwijzing naar die Verklaring een stempel gebruikt wordt of een andersoortig keurmerk. Maar ik wil wel iets zeggen over het onderscheid dat Pleijter met zijn stempel maakt tussen journalistieke en andersoortige producties. Daar zit zeker enige logica in, maar uiteindelijk leidt dat volgens mij alleen maar tot meer verwarring. Om de beginnen bij de journalist zelf, die moet bepalen welke van zijn producten hij van het stempel voorziet en welke niet. En ten tweede bij de lezer, die de ene keer geconfronteerd wordt met een ‘betrouwbaar’ artikel en de andere keer van dezelfde auteur een product onder ogen krijgt zonder zo’n stempel. Ik ben er niet zo zeker van of die lezer het door Pleijter bedoelde onderscheid tussen journalistieke en andersoortige producten kan volgen.
    Per saldo geef ik er de voorkeur aan het keurmerk/stempel bij al mijn producties te gebruiken. Het geeft mijn journalistieke grondhouding aan: ik werk daar altijd mee, ook al kan het soort product verschillen. En, nog belangrijker, ik geef daarmee aan dat ik altijd al mijn producties denk te kunnen verantwoorden, gegeven de normen die ik hanteer.
    Nog even over de door Miriam van der Have geëntameerde discussie. De tik op de vingers zie ik vooralsnog als een onderstreping van mijn betoog. Ik heb duidelijk vermeld dat ik de citaten ontleende aan NRCNext. Natuurlijk was het beter geweest als ik de originele uitspraken te pakken had gekregen, respectievelijk ernaar had verwezen. Maar in de praktijk is het vaak moeilijk, zo niet ondoenlijk voor een journalist door te checken tot de originele bron. Hij/zij zal zich meestal baseren op enkele bronnen die hij/zij betrouwbaar acht, zoals in mijn geval NRCNext of bij Alexander Pleijter NOS.nl, Trouw.nl en Telegraaf.nl.
    En dan nog een punt: links naar je bronnen verhogen de controleerbaarheid van de informatie, zeker. Maar dat zegt nog niks over de betrouwbaarheid. De gemiddelde lezer zal naar mijn mening echt niet al die links af gaan lopen, en daarom moet hij erop kunnen vertrouwen dat wat hij onder ogen krijgt klopt. Concreet: als Miriam bij alles wat ze doet zo nauwgezet te werk gaat als zij bepleit, is haar informatie (nog) betrouwbaarder dan de mijne, maar hoe weet de lezer dat? Misschien helpt dan dus toch een keurmerk of een stempel (de ‘Alexander’?).

  10. @Jacq Zinken: die externe werking vind ik een sterk punt in je betoog: een brug slaan naar de lezers. Dat doen de huidige codes inderdaad niet, die zijn onbekend bij het grote publiek. En dan heb je er naar mijn idee niet zoveel aan.

  11. Jets schreef op 10 december 2009 om 02:28

    Ik kan het niet laten dus moet het maar weer. Met een boete in het vooruitzicht van de VK, wegens het overnemen van drie artikelen, welliswaar met bronvermelding, hetgeen de Telegraaf zelfs stimuleert te doen, moet ik alle keurmerken afwijzen. Jullie kranten zijn zo’n beetje allemaal ontstaan op stencilmachines in een tijd dat veel gekeurde mensen, verschrikkelijke dingen mee maakten. Ja toen waren kranten van groot belang. Dat het ooit een beroep zou worden om kranten te vullen omdat er zo lekker aan advertenties verdiend werd had niemand kunnen bevroeden toen.
    Als je je als journalist hebt laten “scholen”, kun je natuurlijk veel meer, dus waarom zo hangen aan die krant?

    Ik houd van “bloggers” en daarom heb ik voor persoonlijk gebruik, de “kwezel” samengesteld.
    Raar maar bijna allemaal begenadigde schrijvers en schrijfsters en veelal journalisten, die niet zitten te wachten op een keurmerk om alles bij het oude te laten.
    Zo Ik heb gezegd.
    En voeg er voor de grap dan maar aan toe, dat die boete (1100 euro) maar voor de rechter moet komen, want de VK geeft wel weer een gratis “app” weg voor de iPhone. Is Yoghert nu om te eten of te drinken?
    Verder gun ik ieder zijn boterham, maar dan ook iedereen!

  12. renzo schreef op 10 december 2009 om 19:25

    Beste mensen. Rare discussie die code.
    er zullen altijd media zijn die niet te vertrouwen zijn, journalisten die niet te vertrouwen zijn/onzin schrijven, ook al hebben ze 100 keurmerken.
    Journalisten zijn nl mensen – dus je moet ze niet automatisch geloven…
    net als bloggers hoor, ik pleit absoluut niet voor bloggers geloven,. hou me ten goede.

    Menig burger herkent de ervaring dat als ie in de krant of op het net leest over een onderwerp waar ie goed in thuis is, de verstrekte info vaak onvolledig is, en geregeld onjuist.

    daar zal geen keurmerk wat aan veranderen.

  13. Pingback: Weg met internet! » Blog Archive » Berlusconi, Bart Brouwers, en de opmars der incapabelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (1230 van 1533 artikelen)


Een financieel hek rond websites van dagbladen zal die bedrijven niet redden, ...