Meer of minder ANP?

anp“Persbureaus domineren nieuwsvoorziening.” Na het boek Flat Earth News van Nick Davies en een eerder onderzoek [pdf] van de Radboud Universiteit wekte deze kop boven een persbericht van het Commissariaat van de Media begin december weinig verbazing. Het is immers inmiddels algemeen bekend dat persbureaus verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van het nieuws. En door de krimpende redacties wordt het alleen maar erger. Dat bleek ook uit het rapport [pdf] van het Commissariaat: In bijna alle kranten stijgt tussen 2006 en 2008 het percentage artikelen dat gebaseerd is op een ANP-bericht. In het onderzoek is het allemaal netjes en nauwkeurig becijferd. Maar de conclusie van de onderzoekers dat “een groeiend deel van de berichtgeving in Nederlandse dagbladen uit één bron afkomstig is”, is op zijn minst twijfelachtig.

Op 3 december publiceerde het Commissariaat van de Media het rapport ‘Mediamonitor 2009: Over nieuws en het ANP’ [pdf]. In dit rapport komen twee onderzoeken aan de orde. In het eerste onderzoek wordt de berichtgeving op internet, radio en televisie op een willekeurig gekozen dag (18 juni 2009) nageplozen: hoeveel berichten worden gepubliceerd, hoe vaak wordt het nieuws ververst en wat is de bron van het nieuws? Het tweede onderzoek in het rapport is uitgevoerd door Otto Scholten en Nel Ruigrok van de Nederlandse Nieuwsmonitor en bekijkt in welke mate de berichtgeving van kranten afkomstig is van het ANP.

Nieuwssites als ANP-doorgeefluik
Uit beide onderzoeken komt naar voren dat redacties in flinke mate gebruik maken van ANP-kopij. Vooral nieuwssites zijn doorgeefluiken van ANP-nieuws. Metronieuws.nl bestaat vrijwel uitsluitend uit ANP-berichten. Bij NU.nl en AD.nl is het aandeel ANP-kopij ongeveer tweederde, Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad en de Volkskrant zitten rond de helft en NRC en Trouw scoren rond de veertig procent.

Een opmerkelijke bevinding is dat er ook ANP-loze nieuwssites zijn, namelijk Telegraaf.nl, dePers.nl, NOS.nl en Sp!tsnieuws.nl. Hoe dat kan? De onderzoekers hebben geteld op basis van een bronvermelding boven of onder het bericht. De sites die nooit het ANP als bron vermelden, scoren dus nul procent ANP-berichten. Bij die sites is het percentage berichten met een onbekende herkomst, heel erg hoog: Telegraaf.nl 76%, dePers.nl 87% en NOS.nl 98%. Dit zijn dus geen sites waarvan je kan zeggen dat ze weinig van het ANP overnemen, maar wel dat ze slecht zijn in bronvermelding.

En een reëel beeld van de hoeveelheid ANP-nieuws op nieuwssites geeft dit onderzoek dus niet.

Kranten leunen steeds meer op ANP
Wat dat betreft is het onderzoek van de Nieuwsmonitor naar krantenberichtgeving een stuk interessanter. Want daarin zijn de onderzoekers aan heel wat secuurdere informatie gekomen. Met behulp van zogenaamde plagiaat-software zijn ze nauwkeurig nagegaan in welke mate kranten kopij van het ANP overnemen.

De onderzoekers constateren dat de kranten “steeds sterker gaan leunen op berichten van het ANP.” Dat wijzen de cijfers uit: in 2006 bestond gemiddeld 24% van de krantenberichten uit ANP-kopij, en in 2008 was dat toegenomen naar 28%. Onderling verschillen de kranten overigens nogal. In 2008 was Sp!ts koploper met 46% ANP en vervolgens komen Metro en NRC Next met circa eenderde ANP. De resterende kranten vullen hun pagina’s voor ongeveer een kwart met ANP-berichten.

Is het erg?
Dit soort bevindingen roept meteen de vraag op of het erg is dat kranten bericht van persbureaus plaatsen. In een reactie op het eerder genoemde onderzoek van de Radboud Universiteit liet Marcel van Lingen van het GPD weten dat er niets mis is met het overnemen van kopij van persbureaus. Daar werken immers ook journalisten “die niets anders doen dan kwalitatief hoogwaardige nieuwsproducties leveren. En dat doen ze door ruw aangeleverd of kant en klaar materiaal te checken, zoals ook kwaliteitsredacties van andere media dat doen.”

Dat klinkt heel logisch en aannemelijk, maar er zijn kanttekeningen te plaatsen bij Van Lingens argument.

Zo blijkt uit het rapport van het Commissariaat dat het ANP de afgelopen jaren steeds meer berichten is gaan produceren, terwijl tegelijkertijd het aantal ANP-medewerkers door bezuinigingen is afgenomen (zie het recent verschenen onderzoeksrapport ‘Het persbureau in perspectief‘). Een steeds hogere productie met steeds minder redacteuren roept vragen op. Bij mijn weten zijn er geen cijfers over de juistheid van ANP-berichten, maar je kunt je afvragen wat de consequenties zijn als redacteuren steeds minder tijd hebben om iets uit te zoeken en informatie te controleren.

De onderzoekers Scholten en Ruigrok wijzen bovendien op het gevaar van een ‘gelijkgeschakelde pers’. Een pluriforme pers is nodig voor het zogeheten ‘zelfreinigende vermogen’ van de journalistiek. Als een medium een fout maakt zijn andere media er als de kippen bij om die fout te corrigeren. Maar als alle redacties zich verlaten op het ANP, valt dat corrigerende mechanisme weg. Iedereen plakt immers hetzelfde ANP-bericht in de krant. Het gevolg daarvan is een slechter functionerend journalistiek systeem. Overigens haasten de onderzoekers zich om te benadrukken dat daar nog geen sprake van is, maar dat de trend in hun ogen wel zorgen baart.

Andere conclusies
Maar hoe terecht zijn die zorgen eigenlijk? Wie de cijfers in het rapport bestudeert kan ook tot een andere conclusie komen dan die van de onderzoekers. Want het percentage krantenberichten dat is gebaseerd op ANP-kopij is weliswaar toegenomen, het absolute aantal berichten dat kranten overnemen van het ANP is afgenomen! In 2006 belandden 5.654 ANP-berichten in de krantenkolommen en in 2008 is dat aantal gedaald naar 5.578. Het is dus niet zo dat kranten steeds meer ANP’tjes publiceren, ze doen dat juist steeds minder!

Daar komt bij dat kranten maar heel weinig ANP-berichten letterlijk overnemen. Slechts 11% van de krantenberichten (in de periode 2006-2008) die zijn gebaseerd op ANP-kopij, zijn een exacte kopie van aangeleverde ANP-berichten. Meestal bewerken redacties de ANP-kopij en breiden die uit met zelf vergaarde informatie. Dat geldt voor zestig procent van de gevallen.

Bovendien neemt het letterlijk overnemen van ANP-berichten af: in 2006 was 16% van de op ANP gebaseerde berichten een letterlijke kopie en in 2008 nog maar 7%. Daarentegen neemt het aandeel bewerkte en uitgebreide kopij juist toe: van 50% naar 66%. Kortom, meestal beschouwen redacties ANP-berichten als ruw materiaal waarmee ze zelf nog aan de slag gaan.

Op de conclusie van de onderzoekers dat kranten steeds meer op het ANP leunen, valt dus wel wat af te dingen. Het aantal ANP-berichten dat in de krant terecht komt daalt, evenals het aantal ANP-berichten dat één op één wordt overgenomen. In het leeuwendeel van de gevallen breiden redacties de aangeleverde ANP-kopij uit met eigen informatie en dat gebeurt in toenemende mate.

Wat voor informatie redacties toevoegen aan de ANP-kopij is niet bekeken in dit onderzoek. Dat lijkt me interessant voor een vervolgonderzoek: wat doen journalisten om ANP-berichten aan te vullen? Raadplegen ze extra bronnen? Controleren ze informatie in een ANP-bericht? Zoeken ze achtergrondinformatie?

En wat ook niet in het onderzoek aan de orde komt: de mate waarin het ANP nieuws overneemt van andere media. Want zo werkt het natuurlijk ook: de media zijn voor het ANP een nieuwsbron. In welke mate is vooralsnog onbekend.


7 reacties:

Marthijn Uittenbogaard
20 december, 2009

De Telegraaf neemt vaak ANP-berichten over zonder het ANP als bron te vermelden.
Het ANP is geen persbureau dat enkel nieuws wil verspreiden. Ze bedrijven bij het ANP politiek.

Pytrik
20 december, 2009

Hoi Alexander,

Ook bij de publicatie van het KIM onderzoek merkten we al dat de vraag ‘is het erg’ gesteld werd, zonder de onderzoeksresultaten in een breder perspectief te plaatsen. En dat is zoals je betoogt, wel nodig. In het onderzoek van Scholten en Ruigrok gebeurt het blijkbaar niet (ik ga even op jouw lezing af). In het onze hebben we daar een bescheiden poging toe gedaan. Zowel door een vergelijking door te tijd te maken als ook door op basis van onze case study te kijken wat de journalisten doen met het van derden (persbureaus) overgenomen materiaal. In die casestudy blijkt ook dat journalisten persberichten vaak als basismateriaal gebruiken. De manier waarop er aangevuld wordt kun je dan ook nog verder uitsplitsen. Dan blijkt dat met name relatief eenvoudig te fabriceren aanvullingen gedaan worden, een korte quote als commentaar, contextualisering mbv eerdere soortgelijke nieuwsfeiten, maar veel minder diepgravender uitzoekwerk of analyse. Als die laatste 2 zaken nu steeds minder aangetroffen zouden worden, dan zouden we ons wel degelijk zorgen moeten maken. Dat zou immers een teken zijn van verminderde hoeveelheid journalistiek ambachtswerk in de krant. En dat journalistieke ambachtswerk is het surplus dat de krant en de krantenlezer nodig hebben, hetgeen dat de diversiteit en kwaliteit van nieuws maakt.

Frits Bloemendaal
21 december, 2009

Ik ben het niet eens met Alexander dat het onderzoek van Scholten en Ruigrok zich positief onderscheidt. Integendeel: het zou moeten worden ingetrokken omdat er een cruciale fout is gemaakt.
De onderzoekers hebbebn met een automatisch programma teksten van het ANP vergeleken met teksten uit dagbladen. Als er meer dan vijf procent overeenkomst is, concluderen ze dat het krantenbericht deels op het ANP-bericht is gebaseerd. Naarmate de overeenkomst groter is, leunt het bericht volgens de onderzoekers meer op het ANP.
Niets ten nadele van het ANP, dat een belangrijke functie heeft in het nieuwslandschap. Maar deze conclusies kun je op basis van deze methode niet trekken. De onderzoekers zien iets belangrijks over het hoofd: de geconstateerde overlap kan ook een heel andere verklaring hebben: beide berichten zijn gebaseerd op eenzelfde bron.
Dat kan een persbericht zijn, bijvoorbeeld van een ministerie of een pr-bureau. Dat daar een of meerdere zinnen hetzelfde kunnen uitvallen is dan niet vreemd; een goede krant zal de informatie wel checken en verrijken.
Het kan ook een persconferentie zijn, of een verslag van een kamerdebat. Is het niet heel goed denkbaar dat een krant er eenzelfde citaat uithaalt als het ANP, en dat de berichten daardoor al een beetje elkaar lijken?
Kortom: ook berichten die uit eerste hand zijn opgetekend, worden langs deze meetlat ten onrechte (deels) aan het ANP toegeschreven.

Helaas is dit nu het tweede (door Nick Davies geïnspireerde) onderzoek naar journalistiek kopieergedrag, dat door een methodologische fout door de mand valt. Het eerste, van de sectie communicatiewetenschap van de Radboud Universiteit, veegde persbureaus ANP en GPD op één hoop. Een van de onderzochte kranten, de Gelderlander, zou GPD-berichten ongecheckt plaatsen. Een van de auteurs, ex-Gelderlanderjournalist Kees Buys, had moeten weten dat de GPD niet als een normaal persbureau werkt, maar als een vooruitgeschoven deelredactie van de aangesloten kranten. En dat GPD-berichten als ‘eigen’ kopij worden beschouwd. Die langs dezelfde lat leggen als ANP-kopij is appels met peren vergelijken.

Kritisch onderzoek naar het functioneren van de Nederlandse pers kan ik alleen maar toejuichen. Maar laat dat onderzoek dan alsjeblieft zelf goed zijn. Aan de twee hiervoor genoemde bijdragen hebben we helemaal niets.

Verontrustend is overigens wel dat alle media die ik onder ogen heb gehad, de conclusies van Scholten en Ruigrok klakkeloos hebben overgenomen. Dat geldt ook voor het Commissariaat van de Media.
Even heb ik gedacht dat Scholten en Ruigrok een experiment hadden gedaan, om te kijken hoe makkelijk journalisten zich om de tuin laten leiden. Zoals Tros Radar dat had gedaan met een fake persbericht over flatulatie.
Maar die hoop heb ik inmiddels opgegeven.

Theo Dersjant
21 december, 2009

Ik vermoed dat Frits Bloemendaal wel eens gelijk zou kunnen hebben met zijn kritiek op het ANP-onderzoek.

Een aantal jaren geleden ben ik gevraagd een vergelijkend onderzoek te doen naar berichten van het ANP en Novum Nieuws. Het decor van dat verzoek vormde de – illegale – toegang tot de ANP-server die Novum had gehad. De vraag was of Novum ook misbruik had gemaakt van die toegang. Een softwareprogramma (Ik vermoed de anti-plagiaatdienst Ephorus) had een grote mate van tekstuele overlap vastgesteld in berichten van het ANP en van Novum. De conclusie leek voor de hand te liggen: Novum heeft toegang tot de ANP-server, de berichten lijken op elkaar, dus schrijft Novum het ANP over.

Ik nam een steekproef uit de berichten met overlap. Die berichten onderwierp ik aan een nader onderzoek. Daarbij stelde ik allereerst vast dat in sommige gevallen Novum eerder had gepubliceerd dan het ANP. Dan zou ook het ANP Novum overtikken?

Ik beschikte ook over het bronmateriaal (de persberichten die aanleiding vormden voor berichtgeving). En stelde vast dat ANP en Novum zoveel overlap vertoonden omdat ze beiden zeer zwaar ‘leunden’ op de persberichten. Het softwareprogramma had daar natuurlijk geen rekening mee gehouden. Dat programma registreerde alleen ‘hits’ bij overeenkomsten.

Op die manier kon ik bij negentien van de twintig onderzochte berichten aantonen dat de overeenkomst was ontstaan door het gebruik van het zelfde bronmateriaal. Slechts bij 1 bericht stelde ik een niet-verklaarbare overeenkomst vast in berichten van ANP en Novum (waarbij het ANP eerder publiceerde).

En eigenlijk is dat een nogal verontrustende vaststelling. Blijkbaar lieten (en laten) persbureaus zich in zeer grote mate leiden door teksten die bij hen binnenkomen en sijpelen die teksten in meer of mindere mate ook door in de berichten (waaruit dus de overlap ontstond).

Had ik daarmee aangetoond dat Novum geen misbruik maakte van de toegang tot de ANP-server? Nee. Maar ik kon wel het aangedragen materiaal in perspectief zetten.

Nu zullen persvoorlichters hieruit het positieve nieuws halen dat zij er blijkbaar in toenemende mate in slagen om persberichten hapklaar te schrijven. Nogal wat voorlichters gaan er prat op dat hun teksten bijkans ongewijzigd de pers halen.

Een onderzoek naar de mate van overlap tussen kopij van Novum en ANP (en daarmee een groot deel van de pers) met persberichten zou een logisch vervolg zijn op deze studie. Voor de uitkomst houd ik m’n hart vast. Niet dat beide persbureaus klakkeloos hele persberichten overschrijven. Maar doordat persberichten digitaal binnenkomen, lijkt knip- en plakgedrag wel heel erg verleidelijk. Voor voorlichters zal de uitkomst van zo’n onderzoek ongetwijfeld tot gegniffel in de eigen beroepsgroep leiden. Zij weten immers allang hoe de hazen lopen.

Pytrik
21 december, 2009

De plagiaat software die gebruikt is in het onderzoek geeft zover ik weet inzicht in alle op internet beschikbare bronnen waar het gecontroleerde stukje tekst op zou kunnen lijken. M.a.w. het biedt de mogelijkheid om te controleren voor een andere (oorspronkelijkere bron). Over de manier waarom het is toegepast zouden de auteurs ons zelf kunnen inlichten, maar technisch gezien hoeft het niet zo te zijn gegaan als hierboven vermoed wordt.

Ik ben benieuwd hoe dat verder gaat. Ik moet daarnaast dhr. Bloemendaal er op wijzen dat we in het onderzoek voor het KIM niet zoals hij beweerd de GPD en ANP zomaar op een hoop hebben geveegd. En al helemaal niet de Gelderlander hebben beticht van het niet checken van het GPD materiaal dat zij gebruiken. Ons onderzoek ging niet over de mate waarin journalisten al dan niet hun bronnen controleren. Wat we wel constateerden was dat de Gelderlander in vergelijking met andere kranten (en met 10 jaar geleden) weinig transparant is over haar bronnen. In het onderzoek werden ANP en GPD wel beiden beschouwd als persbureaus, maar niet als 1 pot nat.
In de case study (zie onze bijdrage in het boek ‘Journalistiek in Discrediet’ (2009) hebben we toegelicht hoe de bijzondere verhouding tussen GPD en de Gelderlander (en andere Wegnerbladen) is. Feit blijft dat de Gelderlander voor een groot deel van haar nieuwsberichten niet transparant is over de herkomst van dat bericht. We weten dat een groot deel daarvan van de GPD afkomstig is en een kleiner deel van ANP of eigen medewerkers. In het onderzoek trekken we ’slechts’ feitelijke conclusies en doen geen waardeoordelen.

Lisa Mooijman
24 december, 2009

Persberichten waren ook voor de komst van het internettijdperk naast de persbureaus ook al een belangrijke bron, een startpunt, van een verhaal. Hoewel de kwaliteit van persberichten erg verschilt, van helder en nieuwswaardig tot discutabel en ongefundeerd, kan het naar mijn mening beter dienen als bron van informatie dan een samengesteld bericht van een persbureau. Dat laatste heb je als journalist immers niet uit de eerste hand.

Persberichten nodigen meer uit tot onderzoek. Ze vereisen meer journalistiek handwerk en kunnen daardoor zorgen voor de verrassende invalshoek of aanvulling.

Het idee dat één of twee bedrijven in het Nederlandse medialandschap kwa nieuwsvoorziening ‘de dienst uitmaken’, hoe netjes ze hun werk ook doen, want daar twijfel ik beslist niet aan, vind ik een enge gedachte. Zie ook deze stukken als bron voor verder onderzoek; zomaar overtikken zou eigenlijk taboe moeten zijn.

[...] belang van persbureaus is – zie ook het recente onderzoek (en de kritiek daarop) naar de positie van het ANP – evident en in tijden van uitdunnende redacties, steeds [...]


Laat een reactie achter »