Als freelance autodidactisch generalistisch entrepreneur beleefde ik in de herfst van 2008 een ‘eureka-momentje’: ik was lid geworden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en mijn perskaart was onderweg. Het was nog geen ‘dream that came true’, maar de eerste stap was gezet. Ik mocht mijzelf professioneel journalist noemen en als een naïef musje begaf ik mij in de roerige wereld die journalistiek heet.
Nu, ruim een jaar later durf ik mijzelf een stuk minder naïef te noemen, een musje ben ik echter nog wel. Een venijnig musje, die zich het afgelopen jaar heeft verbaasd, verwonderd en zeer heeft geïrriteerd. Een korte opsomming.
ANP
Het ANP staat vrijwel synoniem aan journalistiek. Hoewel de knipseldienst bijkans op instorten staat, is het nog altijd bon ton om het ANP op je CV te hebben staan. Mijn vreugd was dan ook groot toen ik werd gebeld met de vraag of ik interesse had in een functie als nachtredacteur en, zo ja, of ik op gesprek wilde komen. Het gesprek geschiedde, ik was nummer een van drie en ik werd afgewezen. Tijdens het gesprek werd mij het algemeen bekende gegeven medegedeeld dat de functie van nachtredacteur voornamelijk werd vervuld door pas afgestudeerden en CV-opleukers (en ik schaarde mijzelf als freelance autodidactisch generalistisch entrepreneur onder de laatste).
De reden dat ik werd afgewezen was dat er toch werd gekozen voor iemand met meer ervaring. Nu was het zo dat tijdens het ‘sollicitatiegesprek’ werd verteld dat de functie een groot gedeelte zou bestaan uit het selecteren van foto’s die binnen zouden komen (de nachtelijke brandjes, verkeersongelukken, auto’s te water) en het voorschrijven van necrologieën. U leest het goed: het voorschrijven van necrologieën. Het schijnt dat zelfs de winnaar van het Eurovisie Junior Songfestival al is opgetekend (Ralf, 14 lentes jong). Mijn verwarring was dan ook groot: plots was de functie van nachtredacteur voorbehouden aan iemand met ruime ervaring in het selecteren van foto’s en het schrijven van necrologieën. En aan die summiere voorwaarden bleek ik niet te voldoen.
Daarnaast, de honorering voor deze nachtfunctie bedraagt een schandalige € 20,- bruto per uur.
Plasterk
Niet alleen ogenschijnlijk zichzelf serieus nemende media zoals het ANP deden mij versteld staan en erger, deden mij gruwen. Minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) is gezwicht voor de oproep van noodlijdende kranten (een pleonasme) en stelt miljoenen beschikbaar om (60) jonge journalisten twee jaar aan het werk te helpen bij een krant.
“Plasterk geeft hiermee de verjonging en vernieuwing van krantenredacties een belangrijke impuls. Juist jonge journalisten dreigen de dupe te worden van de bezuinigingen die kranten moeten doorvoeren om het hoofd boven water te houden,” aldus het ministerie van OCW.
Een overheid die journalisten subsidieert zorgt voor geleidelijke censuur. Immers, het eigen nest bevuilen wordt niet gewaardeerd en broodheer Plasterk zal nimmer onafhankelijk worden verslagen of kritisch aan de tand gevoeld als de hoofdredactie afhankelijk is van een Plasterkpotje. Hoofdredacteur Kees Pijnappels van De Gelderlander spant de kroon, die heeft zijn ziel reeds verkocht:
“De onafhankelijkheid van de regionale krant zou door staatssteun niet onder druk komen te staan,” vindt hij. “Als er maar goede ‘zakelijke afspraken’ over worden gemaakt.” (waarbij Pijnappels garandeert dat de berichtgeving ‘kwalitatief, objectief en ongebonden’ is) “Ik heb het niet over volledige subsidie of staatsjournalisten. Maar gewoon genoeg om te waarborgen wat we zelf niet kunnen waarborgen.”
Een door de overheid gesubsidieerde journalist is een staatsjournalist. C’est ca. Een wonderlijke, maar schandelijke ontwikkeling.
Master, bachelor of loser
Pauline Sinnema (ex-Parool) roemde ooit mijn gebrek aan het gevolgd hebben van een journalistieke opleiding. Want, zo zei zij: “Daar word je een bepaalde richting opgeduwd. Journalisten die eerst in het bedrijfsleven hebben gewerkt, zichzelf hebben gevormd en niet blanco van de School van de Journalistiek komen hebben een veel minder bekrompen en beperkt wereldbeeld.”
Toevallig sprak ik begin december een journalist van De Telegraaf. Hij wist te vertellen dat ‘vroeger’ de Telegraaf (en uiteraard het NRC Handelsblad) alleen academisch geschoolden aannamen. Bij hoge uitzondering glipte er wel eens een mindere god doorheen, maar de decadentie spat er vanaf. De hoon die vandaag de dag alom aanwezig is over de eerste afgestudeerde MBO-student journalistiek (Alexander Bakker) is dan ook tekenend.
Het is puur natuur en van alle tijden, het schofferen van mensen met een lagere opleiding of van minder allooi. Het doet echter treurig aan als de academici bij de kranten krokodillentranen huilen over teruglopende omzetten, maar onderwijl de arrogantie ten toon spreiden om niet-journalistiek- of MBO-geschoolde journalisten te degraderen tot minderwaardige paupers (nog zo’n pleonasme).
Eerst leren je eigen broek op te houden lijkt mij raadzaam.
Internet
Lachwekkend is het te noemen dat het internet nog altijd niet wordt erkend als meest geschikte, snelste, multimediale en winstgevende nieuwsmedium. Toppunt van cabaret is natuurlijk de troonrede van onze koningin en de daarop volgende ja-en-amen reactie van bijvoorbeeld Trouw. De virtuele wereld die de echte wereld zou verdringen. Nu, aan de vooravond van 2010 zien kranten nog steeds niet in dat internet nooit de echte wereld kan en zal verdringen.
Zoals reageerder Taco schrijft: (citeert de koningin) “De moderne burger is vooral met zichzelf bezig en lijkt van de ander weg te kijken.”
”Waar is deze uitspraak op gebaseerd? (…) Mensen waren nog nooit zo betrokken bij de wereld. Kijk naar Iran, de verkiezing van Obama, het succes van Facebook. Enkele jaren [geleden] waren we opgegroeid in een kleine wereld waarin we alleen maar (!) onze buren kenden. De moderne burger stelt zich juist open voor nieuwe contacten in plaats van de ander niet binnen te laten kijken in zijn wereld (lees: paleis).”
Het is niet bijster Machiavellistisch, maar internet is een open source die ‘de burger’ juist een vorm van macht geeft en tenminste een gevoel van inspraak veinst. Internet is de manier om nieuws, achtergronden en actualiteiten te brengen en hiermee nog geld te verdienen ook.
Gevaarlijk is dit allerminst, te meer omdat de anonieme scheldkanonnades tanende zijn.
Zakelijk inzicht
Een zeer persoonlijk euvel: mijn interesse ligt bij conflictsituaties, oorlog en (natuur-)rampen en voor dat soort reportages zijn weinig euro’s beschikbaar. Nu was het zo dat een jaar geleden de oorlog in Gaza begon. En daar wilde ik naar toe. Rondbellen, mailtjes sturen, lobbyen, slijmen en proberen te overtuigen: maar geen krant, website of magazine die op voorhand een reportage over een aanstaande oorlog wil financieren.
In februari, ten tijde van de Israëlische verkiezingen, ben ik dan toch naar Israël en de Westbank afgereisd. Volledig op eigen kosten, zonder toezegging tot publicatie van ook maar enig medium. Totale kosten voor een week: zo’n € 1.200,-. Dat bedrag is door mij als freelancer vrij lastig op te brengen, maar zelfs een noodlijdende krant kan het betalen. Maar, de lef ontbreekt om met (onbekende) freelancers in zee te gaan. De moed om te investeren in een reportage ontbreekt en de angst om de stug vastgeroeste, duurbetaalde correspondenten ter plaatse voor de schenen te stoten overheerst. Het zakelijk inzicht om bereidwillige journalisten op pad te sturen en (hot) items te verslaan ontberen de meeste redacties echter.
Een mooie reportage over de schrijnende situatie van een alleenstaande vrouw in Hebron (Westelijke Jordaanoever) is het resultaat van mijn trip. Maar met de huidige instelling van met name de kranten in het overtikken van overgetikte ANP-stukjes, wordt het steeds lastiger om ‘diepere’ reportages te maken.
Tot slot
Ik kan nog wel een tig aantal woorden verder fulmineren over en tegen de vermaledijde journalistiek, de rol van de NVJ bij de Plasterk-euro’s, de Raad voor de Journalistiek, toppunt van moderne internetcensuur Jouw Online OpiniePagina (JOOP) en over hoe slecht alles blijkt te zijn. Feit blijft dat ik mij desondanks prima amuseer ‘binnen’ de journalistiek. Het naïeve schud ik langzaam van mij af, mijn verwondering blijft, maar zoals een freelance autodidactisch generalistisch journalistiek entrepreneur betaamt blijf ik ondernemen en zal ik blijven pogen om mooie journalistieke kunstwerkjes af te leveren. Ik zal mijn eigen weg wel weer zoeken en vinden. Evenals de zoektocht naar geldpotjes en media voor mooie artikelen een belangrijk onderdeel zal blijven van mijn dagelijkse werkzaamheden.
Dit artikel verscheen eerder op DePubliekeTribuhne.nl
22 reacties