De graasgeneratie

ZeitungDe jongeren van nu. De ‘google-generatie’ worden ze wel genoemd. Omdat ze groot zijn geworden met computers, makkelijk de weg weten op internet, hun hele hebben en houden op het web publiceren, en de computer ook veel gebruiken om te communiceren met vrienden. En, o ja, ook hun nieuws halen ze natuurlijk voornamelijk van internet. Kranten noemen ze ‘dode bomen’, media voor opa’s. Internet is helemaal hun ding: net zo normaal en vanzelfsprekend als een fiets of een mp3-speler. Maar nog veel normaler is de televisie, zo blijkt uit het vandaag gepubliceerde onderzoek ‘Jongeren, nieuwsmedia en betrokkenheid’ van Nico Drok en Fifi Schwarz. Naar de televisie kijken jongeren gemiddeld anderhalf uur per dag. En de radio is ook populair, ze luisteren een uur per dag. Internetten doen ze maar zo’n drie kwartier per dag. Verrassend weinig eigenlijk. Reden genoeg een dik vraagteken te plaatsen bij het predikaat ‘google-generatie’.

Hoewel? Bij het berekenen van die mediatijd laten de onderzoekers een aantal zaken buiten beschouwing als het gaat om internet. Namelijk: mailen, skypen, twitteren, chatten, msn-en, downloaden en hyvesen. Oei, zijn enkele daarvan niet juist de internetapplicaties die zo populair zijn onder jongeren? En die ervoor zorgen dat ze vaak en lang online zijn?

Het is de onderzoekers vergeven, want zij wilden vooral weten welke media jongeren gebruiken om aan nieuws te komen. En ook dan scoort televisie veruit het hoogst. Het liefst en het meest informeren jongeren zich via de beeldbuis. En verder is het nieuwsmediagebruik van jongeren volgens de onderzoekers het best te omschrijven als ‘grazen’: de hele dag nemen ze links en rechts nieuws tot zich. En dat gaat vaak snel en fragmentarisch: even een gratis krant doorbladeren, even op NU.nl kijken, even langs televisiejournaal zappen, even een flits van het radionieuws opvangen.

Krant
En een goede krant lezen? Zo’n krant waarvoor je nog ouderwets moet betalen? Doen jongeren dat ook nog wel? Dat varieert nogal. Een kwart leest vrijwel dagelijks een betaald dagblad. En een derde doet dat vrijwel nooit. Degenen die het doen, doen het overigens ook ‘even’, een kwartiertje is voor de meerderheid de max.

En dat terwijl die kranten onder jongeren het beste van alle media scoren op ‘diepgang’. En daarin zien ze ook de toegevoegde waarde van kranten: uitleg en achtergronden geven bij het nieuws. Ze zeggen behoefte te hebben aan die duiding, maar lezen desondanks maar weinig in de krant. Geen tijd voor en geen geld voor zijn hun excuses. Daar valt weinig aan te doen voor een krantenmaker. Die kan hooguit een goedkoper abonnement aanbieden, maar de meeste jongeren zullen dat al te duur vinden, want ze zijn gewend aan gratis.

De inhoud van de krant interessanter maken kan wel. En dat is wat een derde van de jongeren graag zou zien, want dan zouden ze naar eigen zeggen vaker een dagblad lezen. Maar hoe maak je de inhoud van de krant interessanter voor jongeren? Een speciale jongerenpagina toevoegen? No way. Daar zitten ze niet op te wachten. Ze willen niet in de hoek gezet worden, maar serieus meetellen. Dus willen ze door de hele krant heen onderwerpen tegenkomen die hen interesseren, zoals muziek, film en televisie.

Betalen
En gaan jongeren dan wel een krant kopen? Dat blijft hoe dan ook hoogst twijfelachtig, want zelfs van de jongeren die regelmatig een krant lezen, zegt maar een kwart bereid te zijn om te betalen voor een kwalitetiskrant. Bovendien vindt de meerderheid een gratis krant net zo goed als een krant waarvoor je moet dokken.

Het beeld dat dit onderzoek schetst is niet verrassend. Het bevestigt het beeld dat Irene Costera Meijer eerder gaf in haar boek ‘De toekomst van het nieuws’. Zij typeerde de nieuwsconsumptie van jongeren treffend als ‘snacken’, terwijl Drok en Schwarz het hebben over ‘grazen’. Desondanks is dit onderzoek een goede aanvulling, omdat het een hoop cijfermateriaal heeft opgeleverd. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat jongeren naarmate ze ouder worden meer belangstelling krijgen voor nieuws. En dat maatschappelijke betrokkenheid en krantlezen hand in hand gaan. Geen verrassende uitkomsten, maar het is goed dat er nu cijfermateriaal voorhanden is.

Het hele rapport zit vol met tabellen en grafieken die het resultaat zijn van een online enquête onder 1029 Nederlandse jongeren tussen 15 en 29 jaar. Daarnaast zijn vier focusgroepgesprekken met jongeren gehouden. Het onderzoek maakt deel uit van een internationaal onderzoek dat is geïnitieerd door de World Association of Newspapers. Meer over dit onderzoek is te vinden op www.jongerennieuwsmediabetrokkenheid.nl. Daar is het rapport ook te downloaden.

Alexander Pleijter –

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent internetjournalistiek aan de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden.

Alle artikelen van Alexander Pleijter op De Nieuwe Reporter.

  • Sil

    Reden genoeg om je vraagtekens bij het onderzoek te zetten. Het zal dan wel officieel een valide onderzoek zijn, met 1029 respondenten, maar mijn ‘gutfeeling’ zegt dat de interesse in nieuws volgens dit onderzoek hoger is dan de werkelijkheid en het internetgebruik lager dan de werkelijkheid.
    Nee dit kan ik niet onderbouwen.

  • Mara

    Jongeren geven aan dat ze wel diepgang willen, maar ze lezen geen kwaliteitskranten. Geen tijd of geen geld zeggen ze. Jongeren zijn niet meer bereid om te betalen voor content, want alles is gratis op internet verkrijgbaar. Toch?

    Ik denk dat kwaliteitsjournalistiek alleen kan bestaan als mensen bereid zijn om voor informatie te betalen. Als straks de oudere generatie er niet meer is, zijn de jongeren van nu belangrijk voor de toekomst van de journalistiek. Wie heeft ooit beslist dat nieuws gratis is? We moeten af van het idee dat informatie altijd gratis is.

    De krant uitdelen op school vind ik een goed initiatief. Dan wordt de krant tenminste gelezen en wellicht realiseren jongeren zich dan het belang van een goede krant. Nu halen jongeren (maar ook ouderen) overal (een beetje) nieuws vandaan; gratis kranten, televisie, radio en gratis kranten. Maar zijn mensen in staat zelf nieuws te selecteren? Ook daarom is de krant belangrijk.

  • Klaas

    Volgens mij lazen jongeren vroeger nou niet veel vaker ‘kwaliteitskranten’ dan tegenwoordig. Dat heeft niet zo veel met geld of tijd te maken. Daarnaast weten ze ook, denk ik tenminste, een stuk meer over de wereld dan jongeren vroeger deden. Dit is dan vooral aan het internet te danken, daar kan je binnen twee minuten tien goed onderbouwde standpunten vinden over een bepaald onderwerp. Ze zijn al aardig bekend met ‘diepgang’.

    Jongeren lezen inderdaad vaak kranten als de Spits en de Metro, die voegen inderdaad niet erg veel toe als het om ‘kwaliteitsmedia’ gaat. Maar veel jongeren lezen ook De Pers, wel weer een zogenaamde kwaliteitskrant.

    Kranten zijn inderdaad nodig voor het nieuws selecteren en zonodig ook zelf maken d.m.v. onderzoeksjournalistiek. Maar zo verschrikkelijk is het allemaal niet, de kranten zullen best overleven, misschien op zichzelf, misschien met overheidssubsidie.

  • Robin

    Ik denk dat kwaliteitsjournalistiek alleen kan bestaan als mensen bereid zijn om voor informatie te betalen.(Mara)

    Hier ben ik het niet mee eens want ik denk dat het probleem bij de kwaliteitsjournalistiek zelf ligt. Natuurlijk is het eenvoudig wanneer alles hetzelfde blijft en dat iedereen daar lekker zijn brood mee kan verdienen. Maar sinds wanneer doen de jongeren hetzelfde als wat de ouders doen. Elke generatie zoekt weer een nieuwe weg naar Rome. Dit wordt alleen maar gestimuleerd door de steeds sneller groeiende technologie. Het probleem is dus dat de kwaliteitsjournalistiek maar stapvoets richting de nieuwe media gaat. Het aanbod bepaalt niet de vraag maar andersom. Wanneer de kwaliteitsjournalistiek eindelijk besluit om mee te gaan met de veranderingen, dan zijn er talloze manieren om te blijven bestaan.

  • Laurens

    Allereerst moet het belang van achtergronden bij het nieuws duidelijk worden gemaakt aan jongeren. Het artikel lezen, het beoordelen van het (natuurlijk) gepleegde hoor- en wederhoor en er uiteindelijk zelf een mening over vormen. Dat is de essentie.

    De laatste twee stappen worden door de meeste jongeren niet meer genomen. De gratis kranten brengen in principe alleen maar kleine ‘zacht nieuws’ feitjes. Als er al ‘hard nieuws’ in staat wordt er negen van de tien keer geen hoor- en wederhoor gepleegd.
    Aangezien jongeren voornamelijk gratis kranten lezen worden ze dus niet meer gestimuleerd om zelf een mening te vormen, want er is weinig reden toe.

    Ik ben het eens met Mara dat we ons moeten gaan afvragen of al die gratis informatie wel zo goed is. Een gratis krantje, Nu.nl etc. je kan er je tijd mee doden in het OV, meer niet.

  • Boris

    ‘Bij het berekenen van die mediatijd laten de onderzoekers een aantal zaken buiten beschouwing als het gaat om internet. Namelijk: mailen, skypen, twitteren, chatten, msn-en, downloaden en hyvesen.’

    Jongeren kunnen tegenwoordig niet meer zonder dergelijke applicaties. Dat deze niet zijn meegerekend in het onderzoek vind ik uiterst discutabel. Hoe representatief is het beeld dat dit rapport schetst?

  • Eva

    Wat is nu werkelijk de essentie van dit onderzoek? Ik citeer: “Zij wilden vooral weten welke media jongeren gebruiken om aan nieuws te komen”. Het woordje ‘vooral’ geeft bij mij vraagtekens. Gaat het hier nou alleen om het gebruik van media (radio, kranten, televisie en internet) voor nieuwsgaring? Of het algemene gebruik? Want waarom worden zaken als skypen, twitteren en mailen etc. niet meegerekend? Luisteren jongeren dan een uur per dag naar de radio, enkel voor nieuwsgaring?
    Dit onderzoek is vaag en onduidelijk.

  • @Sil: Een nuttige kanttekening die je plaatst: in hoeverre geeft dit onderzoek een goed beeld van de Nederlandse jongere? Daarvoor kan je naar (minstens) twee punten kijken:

    1) De meting: in hoeverre geeft een vragenlijstonderzoek een goed beeld van gedragingen? Je vraagt naar gedrag (hoe veel uur kijk je tv per dag?) en mensen moeten dat zelf inschatten. Vaak schatten mensen dat te hoog in. Zie ook een stukje hierover op mijn blog: http://www.toekomstvandejournalistiek.nl/2008/12/hoeveel-tijd-lezen-we-in-de-krant/
    Bovendien speelt sociale wenselijkheid een grote rol bij dit soort onderzoek. Als de vraag je gesteld wordt ben je snel geneigd om te zeggen dat je nieuws belangrijk vindt. Simpelweg omdat dat van je verwacht wordt.

    2) Steekproef: in hoeverre is de onderzochte groep een goede afspiegeling van alle jongeren in Nederland? Vaak doen bepaalde groepen niet mee met onderzoek, zoals etnische minderheden. Dat is ook in dit onderzoek het geval, zo lees ik in het rapport. Bovendien zijn mensen die belangstelling hebben voor het onderwerp van onderzoek, eerder geneigd om mee te doen. In dit geval: jongeren met belangstelling zouden wel eens eerder geneigd zijn om de vragenlijst in te vullen dan jongeren die geen affiniteit hebben met nieuws. Dat zou kunnen verklaren dat het percentage jongeren met weinig belangstelling voor nieuws zo klein is. Maar hard maken kan je dat niet.

    @Eva: Ik citeer uit rapport: “Het hoofddoel is meer inzicht te krijgen in de sociale relevantie van nieuws en acutaliteiten voor jongeren en het daarmee samenhangende gebruik van nieuwsmedia, in het bijzonder dagbladen.” Maar de cijfers over mediagebruik gaan niet alleen over nieuwsgaring! Een uur per dag naar de radio luisteren voor nieuws zou inderdaad ongeloofwaardig zijn. Het uitsluiten van bepaalde media is inderdaad betwistbaar, want speelt bijvoorbeeld Twitter niet een steeds grotere rol in het verspreiden en consumeren van nieuws?

  • Goed om te zien dat dit onderzoek discussie oplevert.
    Het stuk van Alexander en de reacties erop vragen om een reactie van de auteurs. Ik ben zo vrij:

    @Sil en Alexander:
    Het lijkt erop of Sils gut feeling is gebaseerd op – onjuiste – aannames over jongeren, die hardnekkig stand houden.
    Natuurlijk, er is altijd sprake van dat respondenten sociaal wenselijke antwoorden geven. Om dat te beperken, hebben we bewust niet apart gevraagd of de respondenten nieuws interessant vinden of niet (met grote kans op het sociaal wenselijke ‘ja’), maar gewerkt met lijsten onderwerpen waaruit ze zelf konden kiezen. Bovendien blijkt de werkelijke belangstelling van jongeren nog duidelijker als je met ze in gesprek gaat over concrete onderwerpen, zoals is gebeurd in focusinterviews die zijn gehouden als vervolg op de online survey.

    @Mara:
    Goed punt, het gaat om kwaliteitsjournalistiek. We hebben met dit onderzoek willen loskomen van de technologische discussie. Natuurlijk doet het platform ertoe, omdat dat in sterke mate bepaalt in hoeverre de informatie uiteindelijk bij de eindgebruiker (de burger) komt. Maar het is vooral de content waarmee journalisten zich kunnen onderscheiden.

    @ Laurens:
    Veel jongeren – we moeten generalisaties vermijden – denken inderdaad niet uit zich zelf na over de waarde van kwaliteitsjournalistiek. Maar dat betekent niet dat ze er niet voor open staan. Punt is, dat moet ze worden uitgelegd.
    Ik kan niet vaak genoeg benadrukken (dat heb ik hier ook al eerder gedaan, zie http://www.denieuwereporter.nl/2007/11/kranten-lezen-moet-je-leren): kranten lezen moet je leren.
    Hoe degelijk, onderbouwd, informatief, aansprekend de berichtgeving ook is, jongeren pakken de krant er niet vanzelf bij. Ouders en docenten moeten de krant letterlijk in hun gezichtsveld brengen en over de berichtgeving praten.
    Dat dat werkt, weten wij uit het onderwijs. Maar daarbij moet wel gezegd dat het niet volstaat om dat af en toe doen: dat moet je heel vaak – en actief – blijven herhalen.

    @ Boris, Eva en Alexander:
    De reden dat we skypen, sms-en, msn-en etc buiten beschouwing hebben gelaten, is juist omdat dat al zo veel in andere onderzoeken gebeurt – zonder dat zij ons enig inzicht verschaffen in welke soorten informatie jongeren tot zich nemen en welke bronnen ze daarvoor gebruiken. Het is evident dat het doel van skypen, msn-en etc is om te communiceren – met elkaar in contact te staan.
    De opzet van Jongeren, nieuwsmedia en betrokkenheid was duidelijk om te focussen op de journalistieke functies van nieuwsmedia, in relatie tot de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren; niet om een compleet beeld te schetsen van het totale mediagedrag van jongeren. Zie het als een aanvulling op wat daarover al bekend is.

  • Eva

    Nico Brok

  • En mobiel telefoneren of het lezen van een boek op een ereader, valt dat ook niet onder het gebruik van de nieuwe media, net als gamen trouwens. Volgens mij brengen ze daar een paar uur per dag mee zoet.