Het informatiegat: Shirky’s filter failure

monitorWe gaan niet ten onder aan information overload – dat is een mythe. Eerder is er een informatiegat: we kunnen per individu alles weten, en als het echt belangrijk is kijken we allemaal naar CNN. Maar tussen die uitersten ontbreekt het midden. Te weinig weten we samen. Deel 4 van een serie over information overload: Clay Shirky en filter failure.

Als iets al heel lang een probleem is, citeert Clay Shirky oud-premier Rabin, is het geen probleem meer, maar een feit. Waar Rabin het ongetwijfeld had over het Israëlisch-Palestijnse conflict, bedoelde Shirky dat information overload geen probleem is, maar a fact of life.

Al een half millennium hebben we meer informatie beschikbaar dan we in een mensenleven kunnen consumeren. Omdat sinds Gutenberg niet alles door iedereen kon worden gelezen, hadden uitgevers een nuttige functie. Zij bepaalden wat genoeg kwaliteit had, en wat niet. Zij waren het filter.

Sinds internet is het verspreiden van informatie vrijwel gratis geworden, zei Clay Shirky eind 2008 in een veelbesproken lezing (zie video). De economische noodzaak om als uitgever onderscheid te maken tussen wat deugt en wat niet – scoor een bestseller om je drukpers terug te verdienen -, viel weg.

Filter failure
Niet informatie-overdaad is het probleem – want die was er altijd al -, maar filter failure, zei Shirky. Daarbij doelde hij niet op technische softwarefilters, niet op Google of Delicious, maar op sociale filters. Dat was nogal ironisch. Net nu we Facebook, Myspace en Hyves hebben, net nu we daar met honderd miljoen mensen bovenop gesprongen zijn, lijkt web 2.0 dus al stuk.

De vanzelfsprekende filters die we onder ‘echte’ vrienden hanteren – wat vertel je aan wie? – blijken volgens Shirky op Facebook niet te werken. Privacy is niet wat je dacht dat het was. En samenwerking blijkt ineens illegaal als je met 147 ‘vrienden’ een proefwerk maakt; wat werd toegestaan als je het met zijn vijven op je studeerkamer deed, heet op Facebook fraude.

Tussen het persoonlijke en het publieke, schreef ik eerder in Mediamores, is door internet een derde domein gekomen, iets wat half-openbaar is, semi-publiek. Shirky illustreert dat met een anekdote over een collega wier verloving beëindigd is. Als ze op Facebook aanvinkt dat ze weer “single” is, zijn meteen veel te veel mensen op de hoogte. Ze had het liever aan vier echte vrienden verteld, die het zouden hebben doorverteld, en zo verder. Maar dit ongewenste effect, zei Shirky, is geen bug van sociale netwerken, het is een feature.

Journalistieke informatie
Clay Shirky doceert nieuwe media aan New York University en geldt als een van de helderste denkers over de sociale effecten van internet. Zijn verhaal ging over sociale netwerken, privacy en samenwerking – niet over journalistieke informatie. Toch geldt ook daarvoor dat niet overdaad het probleem is, maar gebrekkige filtering.

Wat is het gevolg van filter failure? Dat niet de juiste informatie bij de juiste mensen komt. Dankzij het enorme aanbod van informatie kunnen we allemaal steeds meer weten, en weten we samen ongetwijfeld ook meer dan ooit. Maar – en dat is een cruciaal verschil – we weten onvoldoende samen, te weinig informatie delen we met voldoende mensen.

Badkuip
Zie het voor je als een badkuip. Aan de hoge randen weten we heel veel. Aan de ene kant als individu of in kleine groepen: we gebruiken meer informatie dan ooit tevoren, en wisselen die eenvoudig uit. Aan de andere kant van de kuip gebruiken we informatie als massa: als het nieuws echt belangrijk is – 9/11, tsunami, Haiti – kijken we wereldwijd massaler dan ooit.

Maar in het midden van de badkuip staat het water steeds lager. We delen steeds vaker steeds minder informatie in grotere groepen, in wat we vroeger misschien ook al sociale netwerken zouden hebben genoemd: de sportvereniging, de vakbondsafdeling, het lokale schoolbestuur, de vrijwilligersorganisatie, de politieke partij.

Internet is niet – anders dan je zou denken – op die grotere groepen gebouwd. De technologie van internet blijkt ideaal voor kleine, flexibele, tijdelijke groepen en veel minder voor langdurige, grotere en hechte verbanden. Of nog beter geformuleerd: groepen op internet zijn niet hetzelfde als groepen in real life. Dat weten we ook wel: je vrienden ontvrienden doe je op internet makkelijker dan in het echt. Maar ook andere mechanismen werken op Facebook anders dan in het klaslokaal: roddel kan op een website venijniger zijn dan in het echt, en in een virtuele gemeenschap zal een enkeling eerder van het collectief profiteren – de freerider – dan in een gewone dorpsgemeenschap.

Dit is deel 4 van een uitdijende serie over de informatiecrisis, overload en burgerschap. In deel 5 antwoord op de vraag of journalisten iets kunnen doen aan filter failure. Eerdere delen verschenen – evenals deze aflevering – op de weblog van de auteur.

2 reacties

  1. Arne van Elk schreef op 18 januari 2010 om 12:31

    Deze serie over de informatiecrisis zou eerst drie delen krijgen, maar we gaan nu al naar de vijf! Heel verleidelijk dus om nu een grapje over deze ‘informatiestortvloed’ te maken, maar dat laat ik wel uit mijn hoofd. Van mij mogen het er nog meer worden. En mooi hoe het verhaal zich ontwikkelt aan de hand van de commentaren.

  2. Pingback: Curation « Weblog van een innovatieadviseur

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (1196 van 1533 artikelen)


Ik probeerde al maanden via e-mail een interview met Facebook te regelen. ...