Jan Blokker houdt niet van journalisten

boekblokkerNederlandse journalisten, fulmineert columnist Jan Blokker, houden niet van journalistiek. Waar heuse journalisten de feiten ‘opzoeken en voorgeleiden’, geven Hollandse dagbladschrijvers, doortrokken als ze zijn van verzuiling, al meer dan honderd jaar de voorkeur aan opinies. Het gaat ze niet om de waarheid, maar om hun waarheid.

Jan Blokker was niet de beste journalist van de vorige eeuw, dat was – volgens collega’s – Henk Hofland. Maar Blokker is wel een van de iconen van de Nederlandse journalistiek, welzeker een van mijn iconen, samen met Martin van Amerongen en Martin Bril. Van beiden heb ik, net als van Blokker, leren schrijven.

Meer nog dan Van Amerongen heeft Blokker mij de journalistieke attitude bijgebracht. Argwaan, onafhankelijkheid, scepsis. Daar hoort uiteraard ook nieuwsgierigheid bij, maar dat is niet Blokkers opmerkelijkste eigenschap. Blokker wil alles weten, en weet stuitend veel, maar begint bijna altijd met van alles iets te vinden.

Jan Blokker is voor alles columnist. Al schrijft hij prachtige stukken over geschiedkundige onderwerpen, en begon hij zijn loopbaan in 1952 als filmrecensent (bij Het Parool), ik ken hem toch in de eerste plaats als de man van de tegendraadse provocatie. Gebeeldhouwde zinnen. Geestige stokpaarden. Pesterig toontje. Vilein eigen gelijk.

Missiedrang
Als Blokker zijn vakgenoten de les leest, wil ik weten waarom. In ‘Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek‘ (uitgegeven door Bert Bakker), een bundeling van vooral oude, maar stevig naar elkaar toe herschreven artikelen, legt Blokker uit hoe de pers bij ons doortrokken is geraakt van missiedrang, meer dan van nieuwsgierigheid – meer van Blokker, zou je zeggen, dan van iets anders.

Nederlandse journalisten hebben minder op met feiten dan met meningen, of meninkjes. Hun kranten wortelen bijna alle in de verzuiling, niet anders dan hun publieke omroepen, die nu nota bene druk doende zijn met herprofilering en de hemel weet herzuiling. De onverbiddelijke commercie die de Amerikaanse pers groot maakte, de jacht op nieuws voedde, bleef hier lang ondergeschikt aan De Boodschap.

Het is een aardig boek, dat van Blokker. Vooral om het historisch overzicht, en minder om de autobiografische intermezzo’s waarin grootvader nog een keer vertelt. Maar helaas maakt Blokker zijn provocatie niet waar. Dat Nederlandse journalisten niet van journalistiek hielden, geloof ik onmiddellijk, maar dat dit vreemde gebrek hen nog steeds in de weg zit, lijkt me geen boutade – die mag -, maar flauwekul.

Per saldo beweert Jan Blokker weinig of niets verstandigs over de huidige generatie journalisten, over de moderne journalistiek, noch over de pers van de jaren nul. Zijn historisch overzicht houdt zo’n beetje op in de jaren zestig, toen Blokker voor het Handelsblad schreef, en voor hij de overstap maakte naar de Volkskrant.

Rekening vereffend
Dat is des te pijnlijker omdat Blokker in zijn laatste hoofdstuk een rekening vereffent met Pieter Broertjes. De huidige hoofdredacteur van de Volkskrant had Blokker zodanig beledigd of op de ziel getrapt dat de belangrijkste columnist van die krant in 2006 uitweek naar NRC Handelsblad.

Broertjes geloofde, zei hij van de week bij de presentatie van het Blokkerboek, dat het bij een kopje koffie allemaal weer was bijgelegd en uitgepraat, maar ‘ik had meer op mijn qui-vive moeten zijn’. Broertjes was er beduusd van.

De absolute columnist kan zich geen vrienden permitteren, ik weet het. Zoals ik al zei, waardeer ik Blokker juist om zijn onverbiddelijke pen. Beminnelijke man, daar niet van, maar achter zijn schrijftafel net zo zuur als het moet, net zo haatdragend, chagrijnig en betweterig als nodig is. Van oudedagmildheid niets te merken.

Maar wie zijn gelijk zo scherp binnen schraapt, moet wel gelijk hebben. En dat heeft Blokker niet zodra hij over de moderne dagbladpers begint en Broertjes wegzet als draaikont en dromer.

Dwaallicht
Godlof behoort Blokker niet tot de internethaters, tot het type oudere journalisten dat elke vernieuwing als bedreiging van hun status quo ervaart. Hij citeert W.F. Hermans: “Geen technische ontwikkeling zal ooit door morele verontwaardiging tegengehouden kunnen worden, evenmin als de dood tegengehouden kan worden door de onwil te sterven.”

Maar internet, het medium van de eenentwintigste eeuw, of dan toch van de jaren nul, is voor Blokker louter een hulpmiddel, geen alternatief voor de krant. Wie het tegenovergestelde beweert, zoals Broertjes – die als geen andere dagbladhoofdredacteur in Nederland de multimedia-innovatie heeft nagestreefd – is een angstig dwaallicht, vindt Blokker.

Moderne Nederlandse journalisten houden volgens Blokker niet van journalistiek omdat ze er af en toe ook rekening mee houden dat kranten wel eens zouden kunnen verdwijnen. Ze denken hardop na over nieuwe “dragers”, over iets anders dan papier, en zelfs over verdienmodellen – alleen van dat anglicisme al moet Blokker het zuur voelen opkomen.

Fatale zwakte
Waar Blokker dik honderd pagina’s lang de verzuilde journalistiek fileert – “Een aanstaande journalist werd in Nederland niet gekozen en getraind als een ‘waakhond van de democratie’, maar als de herdershond van verzuilde kuddes…” – toont hij zich een behoudzuchtige oude man zonder verbeeldingskracht zodra hij vernieuwers de maat neemt.

Blokker typeert de Nederlandse journalistiek, als het hem te pas komt in de persoon van Pieter Broertjes, als afzijdig en passief. Bij de ‘overrompelde entree van internet’ bleek dit ‘een fatale zwakte’: de dagbladpers reageerde “eerder defensief dan uitdagend (…), eerder bang dan strijdbaar, eerder tot capitulatie geneigd dan tot competitie, eerder nederig dan hooghartig en zelfbewust”.

De journalistiek valt stellig veel te verwijten, zeker in verband met internet. Maar Nederlandse journalisten waren de laatste jaren eerder overmatig zelfbewust en arrogant dan bedeesd. Ze waren in grote meerderheid behoudzuchtig, dat is waar, maar vooral zoals Jan Blokker zich conservatief betoont, niet geneigd tot vernieuwing, zelfkritiek of acceptatie van het onafwendbare.

Eigenaardig toch dat uitgerekend Jan Blokker, de ‘übercolumnist’ uit een journalistieke eeuw die, naar hij zelf betoogt, meer van columnisme en missiedrang was gemaakt van dan nieuwsgierigheid – merkwaardig dat juist die Blokker zo streng afgeeft op de Nederlandse journalistiek. Te weinig zelf verslaggever van het nieuws geweest, misschien.

Zeer waarschijnlijk houdt Jan Blokker wel van journalistiek, maar niet van journalisten. En evenmin van de journalist die hij zelf blijkt te zijn geworden.

Bovenstaand stuk verscheen eerder op de weblog van de auteur.

Henk Blanken

Henk Blanken is schrijver en journalist.

Alle artikelen van Henk Blanken op De Nieuwe Reporter.

  • Filip S.

    Aardige recensie. Naast het persoonlijke karakter verdient de stellingname van Blokker wellicht toch meer onderzoek.
    Vandaag meldde RTL Z, nog geen 10 minuten nadat de commissie De Wit het verhoor met DNB-chef Wellink had afgerond, dat het een … was geweest (de exacte kwalificatie heb ik even niet paraat, iets van zwaar of streng). In een poging zo snel te duiden blijven de hoofdzaken echter achterwege. Dat komt vaker voor dan zou mogen. In de poging om te duiden en een sfeer weer te geven gaan alle feiten verloren.
    Eenzelfde houding zien we ook vaak m.b.t. controversiele issues als Irak, Afghanistan etc. Door het neerzetten van een duidelijke stelling en het afstemmen van beelden en quotes daarbij verdwijnen argumenten en feiten naar de achtergrond.

  • http://www.foodlog.nl/vandaag/bericht/de_waarheid_over_vet/

    Een prachtig onderwerp voor ‘investigating journalists’

    Over onderzoek en journalistiek gesproken, hoe kan het dat zo weinig journalisten
    (op Melchior Meijer en Klootwijk na) eens stevig in de feiten, verstrengelingen en voeding duikt en daar leesbare artikelen van bakt? Geen individuele meningen en statistiekjes over obesitas meer, maar een fundamentele benadering over de zeer wankele overheidvoorlichting? Ik heb het wel gezien met de NAP/ Reuter copy & paste journalistiek. (Geen wonder dat de gemiddelde Nederlander niet meer voor nieuws wil betalen).

    Deze lezer smacht naar INHOUD, ANALYSE & NIEUWE INVALSHOEKEN.
    (En wil daar journalisten/kranten/e-papers graag voor betalen)

  • Pingback: Politici en komkommernucatie - Frankwatching()