Dit artikel is een reactie op ‘Nationale agenda media-innovatie richtsnoer vernieuwing‘.
Het wordt wel eens vergeten dat innovatie nogal wat paradoxale trekken heeft. Idealiter wil je een systeem hebben om buiten alle systemen om te kunnen denken. Je wil vooruitlopen en experimenteren, maar dat probeersel moet wel bestendigheid hebben. Je wil het liefst ook innoveren binnen bestaande structuren om het maximale rendement uit je tijd, geld en energie te halen. Er is een voortdurende spanning tussen dat wat er is en dat wat er moet komen.
De zes agendapunten van Valerie Frissen raken de kern van de problematiek van media-innovatie en bevatten een prachtig ambitieuze agenda. Ze zijn allemaal zeer herkenbaar. Maar ze benoemen slechts in algemene termen wat de allerbelangrijkste resource voor innovatie is: kennis en nieuwsgierige en strategisch denkende mensen. Denken vanuit de gebruikers én de makers, dus. Goede mediaprofessionals die verder kijken dan hun neus lang is, die zinnige experimenten opzetten, durven te falen en die snappen dat je het oude niet hoeft af te schrijven om ook nieuwe wegen te bewandelen. Die mensen op de juiste plekken te hebben zitten, dat is de motor achter elke progressieve beweging. Zonder de juiste mensen op de juiste plekken kun je definiëren, herstructureren, herformuleren wat je wil, zonder resultaat.
We moeten anders leren denken, maar daarbij richten we ons teveel op organisatiestructuren en te weinig expliciet op de denkers, op de mensen die het moeten doen. Zijn journalisten eigenlijk wel voldoende getraind of bijgepraat om over hun schutting te kijken? Durven we goed te kijken naar onze experimenten en daaruit te leren zonder het in termen van overwinnen en falen te zien? Staat innoveren wel in de functie-omschrijving? Is er tijd en geld voor? Wordt innovatief gedrag wel echt beloond of hangt dat toch nog sterk samen met de ‘kijkcijfers’ of de omzet? Hebben we überhaupt de juiste mensen aangenomen?
Een belangrijke hindernis is tevens ons gebrek aan kennis, dat als je wat dieper graaft soms opmerkelijke vormen aanneemt. We weten nauwelijks hoeveel mensen downloaden en wat ze uitgesteld kijken. We weten niet voor welke journalistiek welke mensen willen betalen. Van zweverige literatuurresearch hebben we genoeg, goed nuchter Nederlands onderzoek is broodnodig.
Het is mijn ervaring dat als – met die kennis – het vuur van de vernieuwing eenmaal goed is aangestoken, de meeste mensen het ongelooflijk leuk en nuttig vinden en soms verrast zijn hoe met eenvoudige middelen toch heel erg veel bereikt kan worden. Misschien valt dit allemaal samen te vatten in het woord ‘cultuur’, maar dat maskeert ook snel hoe journalistiek en innovatie uiteindelijk mensenwerk zijn.
2 reacties