Persvoorlichters Facebook afgeschermd van de pers

pentagonIk probeerde al maanden via e-mail een interview met Facebook te regelen. Via e-mail, de enige manier waarop de perswoordvoerders van het bedrijf communiceren. Tevergeefs. Dus toen ik op een dag in Palo Alto, Californië, was, zocht ik het adres op van Facebooks nieuwe kantoor en ging naar het glazen, open ogende gebouw.

Of ik met de perswoordvoerder kon praten, informeerde ik aan de receptie, waar twee jonge meiden zaten. “Heb je een naam?” wilde een van hen weten. Nee, want via e-mail kreeg ik alleen de standaardreactie dat de afdeling zijn best zou doen zo snel mogelijk te reageren, standaard gevolgd door een ijzige stilte. Maar aangezien ik hier was, kon de receptioniste vast wel even de juiste persoon bellen.

“Wij mogen alleen iemand in het gebouw bellen als je een naam hebt”, zei ze. “We kunnen niet zomaar iedereen doorverbinden.” Maar ik was een journalist, legde ik uit. Perswoordvoerders staan journalisten te woord, dat is hun werk. Niet bij Facebook. Hoe kom ik dan aan een naam, vroeg ik. Via e-mail, legde ze uit.

Tja… Had ze misschien een telefoonnummer van de persafdeling? “Jawel, maar dan krijg je een boodschap dat je moet e-mailen”, legde ze uit op een toon alsof dit allemaal volstrekt logisch klonk.

Kennelijk wekte mijn verwarde blik medeleven bij haar op, want ze gaf me een kaartje. Maar daar bleek het nummer van de receptie op te staan. En zij mocht mij niet doorverbinden. Sterker, ze mocht me niet eens haar eigen naam geven. “Om privacyredenen”, zei ze. “Facebook wil niet dat je onze namen gebruikt om iemand te bereiken.”

Het Pentagon van internet
Er was een tijd waarin CEO’s werden afgeschermd van de pers door hun woordvoerders. Dat was de goeie, ouwe tijd. Tegenwoordig moeten perswoordvoerders kennelijk worden afgeschermd van de pers. Facebook is het meest bizarre voorbeeld dat ik in mijn ruim 23-jarige carrière in Nederland en Amerika ben tegengekomen. Facebook is het Pentagon van internet, ondanks dat het zelf een miljardenbedrijf heeft gebouwd op de notie dat iedereen met elkaar in contact wil zijn, 24 uur per dag. De onderneming is echter lang niet de enige organisatie die het in het informatietijdperk journalisten moeilijk maakt informatie te achterhalen.

In haar uitstekende verhaal op DNR legde Ameline Ansu uit welke tactieken mediawoordvoerders gebruiken om een verhaal naar hun hand te zetten. Vooral het feit dat deze profielen schetsen van journalisten was opmerkelijk. Pakweg vijftien jaar geleden maakte ik dit soort praktijken alleen mee met Scientology. Na een verhaal dat ik in 1995 voor Nieuwe Revu schreef over de rechtszaak die de kerk had aangespannen tegen vier Nederlandse internetproviders en publiciste Karin Spaink, werd elk telefoontje van mij naar Scientology in de VS steevast beantwoord met: “We bellen je zo terug.” Wanneer de woordvoerder contact opnam, had die duidelijk in een paar minuten uitgezocht wat ik eerder had bericht. Dat deed vermoeden dat Scientology een databank bijhield.

Maar dan hebben we het over organisaties en personen die nog min of meer toegankelijk zijn. Wat te doen tegen de toenemende ondoordringbaarheid van bedrijven en volksvertegenwoordigers in Amerika, in menig opzicht het voorland van Nederland?

Sarah Palin
Toen ik bijna twaalf jaar geleden begon als correspondent westkust, kreeg ik met wat vasthoudendheid bijna iedere prominente politicus en invloedrijke Amerikaan te spreken die ik benaderde. De laatste jaren wordt dat echter steeds moeilijker. Collega-correspondenten in andere landen kampen met hetzelfde probleem.

Het is al niet veel anders met sommige Amerikaanse ondernemingen. Ze hebben een ware PR-tank, maar probeer er tegenwoordig maar eens antwoord op een simpele vraag te krijgen. Vooral als je ooit een kritisch artikel hebt geschreven, kan dat een nutteloze inspanning blijken. Inderdaad Ameline, ‘de andere kant’ houdt bij wat journalisten schrijven. En dat doet ze tevens om te bepalen aan welke journalisten ze medewerking verleent. Amerikaanse collega’s zijn daarvan niet uitgezonderd, hoor ik van hen.

Niet alleen het uitdijende leger spin doctors en communicatiestrategen is verantwoordelijk voor deze ontwikkeling, de moderne technologie werkt wat dit betreft tegen de pers. Hoewel de website van de Republikein Sarah Palin vriendelijk vraagt interviewverzoeken te e-mailen, praat ze met vrijwel geen enkele Amerikaanse, laat staan buitenlandse, journalist. Zelfs tijdens haar boektoer was Palin niet aanspreekbaar. De politica richt zich voornamelijk tot de wereld via Facebook.

Verbrokkeld en tandeloos
Andere politici en bedrijven die tegen elke prijs controle willen houden over hun imago en boodschap, in een tijd waarin uitspraken een lang leven zijn beschoren op internet, communiceren eveneens zelf met hun klanten of kiezers via hun website, blog of Twitter-account. Het adagium ‘Slechte publiciteit is beter dan geen publiciteit’ is vervangen door ‘Eigen publiciteit is beter dan publiciteit die misschien slecht voor mij uitvalt’.

En dan zijn er de talloze ondernemingen en overheidsinstanties die alleen vragen van de pers beantwoorden via een ‘handig’ modern communicatiemiddel als e-mail. Om tijd te besparen, is het argument, maar laten we wel wezen: het is een stuk makkelijker om via e-mail lastige vragen te ontwijken.

Uiteraard moeten journalisten bronnen ontwikkelen die goed zijn ingelicht over nieuwswaardige personen, bedrijven en organisaties. Dat levert vaak nog betere informatie op ook. Een Nederlandse versie van het Center for Media and Democracy, een onafhankelijk non-profit in Madison, Wisconsin, zou eveneens waardevol zijn. Het centrum publiceert onder meer elk kwartaal PR Watch, dat onderzoeksjournalistiek naar de invloedrijke PR-industrie bevat.

Maar daarmee is het probleem niet opgelost. Dat is de groeiende mentaliteit dat er geen verantwoording meer hoeft te worden afgelegd aan (delen van) de pers, the Fourth Estate, over werkwijze, beleid of andere beslissingen die het openbaar belang raken. Ook omdat die pers steeds meer verbrokkeld en daardoor tandeloos raakt.

Tegenstander
In het geval van Sarah Palin is dat gebrek aan transparantie zorgwekkend, aangezien Palin – sinds kort nota bene zelf een TV-commentator bij het rechtse Fox News – waarschijnlijk de fundering voor een presidentscampagne aan het leggen is. Even bedenkelijk is het veelbekritiseerde besluit van het Witte Huis om Fox News te behandelen “als een tegenstander”, zoals communicatiedirecteur Anita Dunn in oktober stelde, vanwege de niet-aflatende kritiek op president Obama. Idem dito: de weigering van de rechts-populistische Tea Party-beweging om, afgezien van een handvol uitzonderingen, media toe te laten tot de eerste conventie in februari. Op een ander vlak is de geslotenheid van ondernemingen als Facebook, dat bergen privacygevoelige informatie over hun miljoenen gebruikers verzamelt om daarvan zelf rijker te worden, verontrustend.

Ik denk dat hier een rol is weggelegd voor niet-journalisten, voor de klanten en kiezers tot wie deze politici en ondernemingen zich liever richten. Zij moeten op tekst en uitleg staan van degene aan wie ze hun stem of geld geven. Wellicht krijgen ze zelfs meer uit Facebook dan de zoveelste standaardmail die ik ontving toen ik vroeg waarom de perswoordvoerders daar niet praten met de pers.

9 reacties

  1. Jouri Bakker schreef op 20 januari 2010 om 01:49

    Goed verhaal Hélène,
    Dit frustreert als journalist inderdaad vaak. Een gevoelige privacykwestie. Facebook dient absoluut openheid van zaken te geven. Ze hadden je op zijn minst te woord kunnen staan.

    Je oproep heb ik al eens in de praktijk gebracht. En daaruit blijkt dat het op veel plaatsen in de wereld hetzelfde werkt. Ik wilde als toerist een woordvoerder van het Bocog (organisatiecomité Olympische Spelen Beijing) spreken omdat ik een vraag had over de regels voor de buitenlandse pers. Ik kreeg te horen dat hij op dat moment net een persconferentie zou gaan geven. Ik vroeg of ik daarbij kon zijn, en na twee telefoontjes naar de elfde verdieping bleek dat geen probleem. Ik mocht alleen geen vragen stellen. Dat was een jaar voor de Spelen. Als ik me had voorgesteld als journalist (zonder perskaart), was het me nooit gelukt om binnen te komen.

    Groet,

    Jouri Bakker

  2. Edu Braat schreef op 20 januari 2010 om 15:07

    Goed punt maar niet bepaald nieuw. Al vroeg in de jaren negentig begon ik steeds meer “voorlichters” tegen te komen die hun taak (m.i. als communicatie-experts bemiddelen tussen bedrijf/organisatie en publiek of de representanten daarvan) partijdig opvatten en geen antwoord gaven op lastige vragen. Ik doopte dat MV voor Moderne Voorlichting. Sindsdien is dat alleen maar toegenomen. Sterker nog, we zijn steeds meer beland in wat Orwell in zijn 1984 (uit 1948) al schetste: terminologie die verhullend of ronduit bedrieglijk is.
    Zoals vredesmissies voor oorlogsacties en veiligheid die juist onveiligheid teweeg brengt. Het enige wat je daar tegen kunt doen is het steeds weer aan de kaak stellen en zelf zuiver blijven.
    Hier ligt een mooie taak voor opleidingsinstituten voor journalisten en voorlichters, die zouden van hun alumni moeten eisen dat ze hier niet (al teveel) mee knutselen op straffe van ontnemen van hun diploma en/of status. Een stap verder is wetgeving die paal en perk stelt aan misleiding en bedrog door individuen en organisaties en dat strafbaar stelt.

    vriendelijke groet,
    Edu Braat

  3. Laurens L. schreef op 20 januari 2010 om 16:55

    Wat een bureaucratie die feitelijk tot niets leidt. Zo heb ik ook eens een telefoonnummer van Hyves gezocht. Nergens te vinden. Doen ze daar dan niet aan persvoorlichting? Bleek ik eerst een mailtje te moeten sturen. Aan de telefoon kreeg ik echter niemand. Sociale netwerken zijn kortom vrij asociaal naar buiten toe, want hoe kun je jezelf zo afschermen dat wij – als journalist – met niemand contact kunnen leggen?

  4. bette dam schreef op 20 januari 2010 om 23:06

    Goed stuk. Zou t in t engels vertalen. Ik zet t iig op mijn facebook :)

  5. Helene Schilders schreef op 22 januari 2010 om 09:55

    @Edu Braat: Goed argument wat betreft de taak die er ligt voor scholen journalistiek en voorlichting. Meer dan ooit kun je je afvragen of ze deze twee takken wel kunnen combineren. Reactie, docenten?

    @Laurens L: Je ervaring met Hyves past inderdaad prima in mijn betoog. Journalisten moeten dit soort gevallen veel vaker naar buiten brengen, misschien verandert die publiciteit iets aan de huidige situatie. Zijn er meer voorbeelden?

  6. Spot journalist schreef op 24 januari 2010 om 15:39

    @ Edu Braat: Vakjournalist verwordt meer en meer tot riooljournalistiek. De media hebben een taak zuivere verslaggeving en objectieve beschouwingen te verstrekken, met ‘gratis’ dagbladen gaat ook de kwaliteit hiervan echter hard onderuit. Straks rest alleen nog de Telegraaf en roddelpers; wie de schoen past trekke hem aan. Ik ben in ieder geval niet trots op de bestaande moraal van menig journalist om maar even snel te scoren in plaats van het vertolken en bevorderen van een gezonde publieke discussie, welke zaak het ook mag betreffen. Jammer, schijnbaar zien journalistieke opleidingsinstituten geen beduidende rol weggegelgd voor ethiek en moraal in hun lesprogrammas.

  7. Theo Dersjant schreef op 24 januari 2010 om 16:28

    @ Edu @ Helene @ Spot journalist: Grappig, als je eenmaal voor een van de journalistenopleidingen werkt, zie je het mechanisme ineens heel helder: alle fouten en feilen van de journalistiek (en ik vrees dat dat er nogal wat zijn), worden op het bordje van de opleidingen geschoven: die moeten maar alles oplossen en als ze dat niet doen, zijn ze de schuld van alles. Ik ben bang dat het zo niet werkt. @Spot journalist nodig ik uit eens te komen kijken bij de Tilburgse fact-checkers. Eens zien of hij dan nog zijn stelling over de opleidingen overeind houdt.
    @Edu: het ontnemen van diploma’s kan bij wet niet. Daar kun je de opleidingen niet de schuld van geven. Een wet die misleiding bestraft (Wet Oneerlijke Handelspraktijken) is er al. Alleen jammer dat de toezichthouder (Consumentenautoriteit) de ogen niet gericht heeft op de mediasector.
    Dat gezegd hebbend, denk ik dat opleidingen studenten weerbaarder kunnen maken tegen de golf van pr die op hem afspoelt zodra ze de poort gediplomeerd hebben verlaten. Ik heb me de kritiek van Ameline Ansu in ieder geval ter harte genomen.

  8. Amanda H schreef op 24 januari 2010 om 18:58

    Zelf ben ik journalist in opleiding en ik moet toegeven dat we op school nog niet veel les hebben gehad in ‘hoe om te gaan met persvoorlichters’. Toch denk ik dat dit een essentieel element in de journalistiek is. Natuurlijk moet je ook een goede dosis eigenwijsheid en brutaliteit hebben, maar het lijkt mij wel handig om te weten welke ‘trucjes’ er zijn op dat gebied. Zo heb ik een paar dagen geleden de PR van Amsterdam International Fashion Week gemaild om te vragen of ik bij een modeshow aanwezig kan zijn. De modejournalistiek interesseert mij namelijk wel en ik wil er voor school graag een verslag over schrijven. Toch heb ik zonder perskaart, uitnodiging of een zeer goede (journalistieke) naam geen enkele kans.

  9. renzo schreef op 31 januari 2010 om 11:03

    Beste journalisten. Ik wil u iets onthullen. er zijn bedrijven die dit allemaal niets interesseert, dit artikel en de commentaren ook niet,
    mensen en bedrijven hebben namelijk echt het recht om journalisten niet te woord te staan. Ik zeg niet dat ik dat leuk of gewenst vind – al kan ik me er wel wat bij voorstellen vaak – maar dat is een feit.
    wij hebben dan de neiging te denken :schande. journalistiek is toch goed.

    maar ja, het blijft hun goede recht. Wsl. vinden ze het wel lekker zo. Prima, hun punt. ze zullen beloond dan wel afgestraft worden.

    Ik leef met jullie mee hoor.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (566 van 891 artikelen)


Radiozenders komen over het internet naar je toe, met beeld. Wat ...