Plasterks Informatiecrisis: we weten te weinig samen (deel 5)

informatio overloadSamen weten we onwaarschijnlijk veel, maar we weten te weinig samen. Dat is een gevolg van de versnippering van de massamedia. Het ‘informatiegat’ wordt niet opgevuld door nieuwe media; die zijn goed in iets anders. Van het gevolg, een samenleving zonder samenhang, zou minister Plasterk wakker moeten liggen.

Op de publieke tribune van een raadszaal in zomaar een provinciestad kon je vijftien jaar geleden drie of vier verslaggevers aantreffen van kranten of omroep. Inmiddels blijft ook de laatste journalist geregeld weg. Hij leest stukken online, belt zich suf, kiest zijn oorlogjes. Als het nieuws belangrijk genoeg is, vindt het hem wel.

De journalistiek die de macht zou moeten controleren en in dienst van de burger de politieke agenda zou moeten bepalen, doet niet meer wat ze deed. Meer dan twintig kranten zijn de laatste decennia gefuseerd of opgeheven. Honderden, misschien duizenden verslaggevers zijn sinds 2000 afgevloeid; zzp’er geworden, of persvoorlichter, of pakweg onderwijzer.

Waartoe die braindrain kan leiden is beschreven door Guardian-journalist Nick Davies in Flat Earth News. Nog maar een fractie van wat Britse kwaliteitskranten publiceren, is door die kranten zelf gemaakt. Hun coverage van de regio verdwijnt. In Nederland gebeurt hetzelfde, zij het langzamer. Tegenover elke journalist stonden in 2003 drie voorlichters; dat zullen er nu, schat ik, vier of vijf zijn.

Kikkerperspectief
De massamedia verliezen hun grip op en betekenis voor de democratie. Dat gaat heel geleidelijk, maar je moet een kikker zijn om niet door te hebben dat het water in de pan langzaam heter wordt. Wie optimistisch is gelooft dat nieuwe media – internet – de rol van de traditionele journalistieke platforms zal overnemen. Wie goed kijkt, ziet dat dat niet vanzelf gebeurt.

Dankzij internet en de digitalisering van informatie weten we samen meer dan ooit tevoren. Soms hoor je dat we bijkans bezwijken onder information overload, maar die overdaad is het probleem niet. Zolang harde schijven niet vollopen en glasvezelkabels het aankunnen, valt met die yottabytes aan data wel te leven. We worden er steeds behendiger in.

Samen weten we meer, en elk van ons kan alles te weten komen wat hij zoekt – via Google, Wikipedia of welke site dan ook -, maar we weten te weinig samen. Dat gebrek aan collectieve kennis wordt een nijpender probleem naar mate de klassieke massamedia terrein verliezen. Internet repareert dat gat niet. Internet is goed in iets anders.

Crisis
Het groeiende tekort aan gedeelde kennis, aan overzicht, leidt tot een informatiecrisis omdat met die kennis de samenhang uit de samenleving lekt. De crisis ontstaat niet door een tekort of een teveel aan informatie, maar door wat we ermee doen, of niet meer doen.

Niet belangrijk is wat we weten, maar wat we samen weten. Veel daarvan vinden we oninteressant omdat het ons persoonlijk minder raakt. Soms gaat het om informatie van een andere groep dan waartoe we zelf behoren, een groep die de aandacht claimt van het collectief, een minderheid die zijn belang verdedigt.

We zitten er misschien niet op te wachten, maar die ‘collectieve informatie’ is van groot belang voor de democratie – beseffen we als we straks zelf die minderheid zijn.

Journalistiek
Theoretisch zijn er drie mogelijke uitwegen uit de informatiecrisis. In alle drie speelt de journalistiek een rol – ik geloof niet dat die journalistiek per se met de massamedia aan betekenis hoeft te verliezen (al lijdt zij wel onder het defecte verdienmodel; het geld raakt op), en denk bovendien dat journalistiek onmisbaar is in een democratie, welke journalistiek dan ook.

Om te beginnen kunnen we de crisis overlaten aan de markt, aan economische wetten van vraag en aanbod. Als de samenleving werkelijk hapert door de informatiecrisis, als de macht een loopje neemt met de burger omdat de laatste raadsverslaggever zijn laptop heeft dichtgeklapt, als we onze belangen op geen enkele politieke agenda meer aantreffen, zal vanzelf behoefte ontstaan aan informatie.

Of niet? Zijn we niet al te ver doorgeschoten? Vergis ik mij, of heeft de Google-generatie – iedereen van na 1980, iedereen die opgroeide met internet, de digital natives zeg maar – elke belangstelling voor de instituties in de samenleving al verloren? Willen ze überhaupt nog horen wat een wethouder te zeggen heeft, of een Kamerlid?

Het alternatief is idealistisch. Grassroots democratie, open source burgerjournalistiek, netwerk fact checking. De burger aan de macht. Het is waar, internet is nog jong, maar gedurende de eerste vijftien jaar is het vooral verbazingwekkend goed geweest in iets anders. Communicatie in kleine groepen, waarbij het collectief het aflegt tegen het particuliere belang. Noem het de balkanisering van internet.

Zoals met het gat in de ozonlaag – onmerkbaar nu, grote ellende later – het geval is, moet de overheid misschien ook bij het informatiegat haar verantwoordelijkheid nemen. Ik zeg dat niet van harte, links-liberaal als ik ben; ik zou graag zien dat we het als krantenuitgevers of als burgers onder elkaar zelf konden rooien. Maar dat kunnen we niet.

Minister Plasterk (Media) zou zich dat moeten aantrekken. Met alle waardering die je kunt hebben voor zijn pogingen de printmedia te steunen, stel ik vast dat hij ook iets laat liggen: een advies uit 2003 om goed onderzoek te doen naar de mediaconsumptie van de Google-generatie.

Bovenstaand artikel verscheen, evenals de eerste vier afleveringen in deze reeks, op de weblog van de auteur.

15 reacties

  1. OK. Interessante kost. Maar ik vind een wat pessimistische analyse. Je zegt in feite: traditionele journalistiek kalft af, daardoor erodeert de sociale cohesie in de samenleving, en omdat de markt of grassroots-initiatieven dat niet kunnen oplossen moet de overheid ingrijpen.
    Dan zeg ik: hold your horses! Ik vind niet dat we iets meer vertrouwen mogen hebben in de markt of grassrootsbewegingen (wat ik trouwens niet als verschillende fenomenen zie). Neem het lokale politieke debat, bijvoorbeeld. Vorige zomer zat nog geen politicus op Twitter, nu doen ze het in drommen. Het staat te bezien hoeveel er blijven hangen na de verkiezingen, maar het publieke debat is er nu al fundamenteel door veranderd. Ik heb genoten bij het aanschouwen van Nijmeegse of Amsterdamse politici die onderling liepen te discussiëren, onderwijl bevraagd door journalisten en bloggers. En net stuit ik op Volgdeverkiezingen, waar lokale tweets en blogs worden gebundeld. Dat hadden we een paar jaar geleden niet eens kunnen voorstellen, laat staan dat we het hadden durven voorspellen. En dat in een periode waarin er nog amper een krant is omgevallen.
    Terwijl de oude structuren afkalven, is het zaak om nieuwe structuren te laten verrijzen. De overgang zal wat schokkerig zijn. Het is vooral de overgangsfase die gevaarlijk is voor de maatschappelijke samenhang. Zie Clay Shirky’s vergelijking met de introductie van de boekdrukkunst, die ook voor tijdelijke chaos zorgde omdat de nieuwe instituties niet zo betrouwbaar bleken als de oude waren geweest.
    Dit ondersteunt jouw analyse natuurlijk ook. Maar de ‘oplossing’ is waarschijnlijk iets totaal anders dan wat jij en ik kunnen verzinnen – om het maar niet over Plasterk te hebben, die vooral de kranten wil ondersteunen. Met name ‘de journalist’ als professioneel filteraar en doorgeefluik van feitjes is mogelijk wat al te zeer verbonden aan achterhaalde bedrijfsmodellen. Jij benadrukt naar mijn smaak bijvoorbeeld iets te zeer het verhalenvertellende karakter van de journalist, terwijl mijn indruk is dat ze dat juist prima kunnen – luisteren en conversaties aangaan is echter een ander verhaal. Los daarvan verwacht ik veel meer van de actieve bijdragen (nieuws, opinies, conversaties) van maatschappelijke organisaties en burgers.
    Kortom: we weten nog niet wat gaat werken, maar we mogen iets meer vertrouwen hebben in de maatschappij om zichzelf te informeren – juist omdat het daar nu alle middelen voor heeft. Nu al angstig naar de overheid kijken is onnodig en mogelijk alleen maar innovatie-remmend.

  2. Oeps, correctie begin 2e alinea: ik vind WEL dat we iets meer vertrouwen mogen hebben in markt / grassrootsbewegingen.

    Een tweede punt: dat we te weinig gezamenlijk weten omdat internet vooral kleine groepen bedient vind ik getuigen van technologisch determinisme – alsof de maatschappij zich naar de technologie modelleert in plaats van andersom. Volstrekt mee oneens: het is juist zo dat traditionele media altijd per definitie op grote publieksgroepen moest zijn gericht om winstgevend te zijn, met tijdschriften als de niche-spelers. Internet is schaalbaar en maakt alles mogelijk voor kleinere groepen, maar bedient de massa net zo goed. Op het internet verdwijnt niet opeens de interesse voor het Nederlands Elftal, om iets te noemen. Doordat ik het hiermee niet eens ben, en de afkalving van de traditionele journalistiek zo’n vaart niet loopt, vind ik de analyse van de afnemende sociale cohesie overdreven (in zoverre die door de ontwikkelingen in het medialandschap veroorzaakt zouden worden, althans) – en daarmee de vermeende noodzaak tot drastische maatregelen als overheidsingrijpen overdreven.

  3. @Jaap: dank voor je uitvoerige reactie. Stemt tot nog meer nadenken. Als mij, mes op de keel, wordt gevraagd wat groter is, mijn pessimisme of mijn vertrouwen in technologische innovatie, kies ik ook voor het laatste. Misschien is wel waar wat jij stelt en is sprake van een overgangsfase, ofwel een frictieprobleem. Resteert de vraag hoe de journalistiek die fase het best overleeft.

  4. Jaap Stronks schreef op 25 januari 2010 om 17:25

    Nou… Mijn punt is dus dat de journalistiek geen doel is maar een middel. Het gaat (inderdaad) om de sociale cohesie, de kwaliteit van het publieke debat, de kwaliteit van openbare informatie. Jij lijkt ‘journalistiek’ a priori als oplossing van problemen in die sfeer te beschouwen.

  5. @Jaap, niet als oplossing maar wel als onmisbaar onderdeel. Te veel verlies van journalistiek – professioneel of niet – betekent een risico voor de sociale cohesie.

  6. Huub schreef op 25 januari 2010 om 19:42

    Maar, als we dan dan toch historisch gaan vergelijken, was er geen sociale cohesie vóór de uitvinding van de journalist? Natuurlijk wel.
    De journalist as we know it is ten diepste verbonden met de 20e eeuw, met de eeuw van de massamedia. Maar zonder journalistiek verdwijnt de sociale cohesie niet. Ik durf zelfs te zeggen dat je je pas echt zorgen moet maken als de sociale cohesie staat of valt bij de journalist. Democratie is misschien wat anders, maar juist daar zie je, zoals Jaap zegt, een verschuiving van journalisten als doorgeefluik naar directe informatiestromen tussen burger kiezer.

  7. @Huub: hear, hear!
    Ik meldde het ook in mijn eigen DNR-stuk vorige week: het sentiment dat de maatschappij de journalistiek een verdienmodel verschuldigd is, omdat de journalistiek een onmisbare functie in de maatschappij zou vervullen. Ik vind het dé grote systematische fout in het debat over de toekomst van de journalistiek: dat ‘de journalistiek’ niet als een product van een tijdperk, van massamedia, van de twintigste eeuw wordt gezien maar universele geldigheid wordt toegedicht. Terwijl je het begrip moet slopen, ontdoen van contextuele, periode- en medium-specifieke aspecten (dat het eenrichtingsverkeer is en dat het is voorbehouden aan een bepaalde beroepsgroep van fulltime professionials, bijvoorbeeld) – om de resterende onderdelen en achterliggende functies weer in te bedden en op te zoeken. Maar ja, dan kom je bij heel andere dingen uit, waar geen traditionele journalisten aan te pas komen. Volgdeverkiezingen.nl bijvoorbeeld, weetikveel.
    Maar goed, dat schreef ik vier jaar geleden al op DNR… En let op de vierde comment: daar zegt Henk Blanken dat er op de keper beschouwd niet zo veel staat, en dat het een stap moeilijker is om te kijken hoe de journalistieke beroepsgroep beter kan functioneren. Ik vind dát juist makkelijk, de kwestie reduceren tot hoe journalisten zich kunnen verbeteren. De conclusie luidt dan ook: gewoon nog beter je best doen, betere verhalen beter vertellen. Het verhalenvertellend vermogen van journalisten is het probleem echter niet.
    Sorry als ik de discussie wat kaap. Maar ik wil graag wat optimisme injecteren in het debat. Kijk wat verder dan ‘de journalistiek’ en dan zijn er genoeg redenen om positief gestemd te zijn over het publieke debat en de samenleving.
    Hoe dan ook ben ik het roerend eens met de aanbeveling om onderzoek te doen naar het mediaconsumptiegedrag van de Google-generatie. Wellicht dat ook Plasterk dan wat genuanceerder gaat denken over de toekomst van de journalistiek – of wat daarvoor in de plaats komt.

  8. Huub schreef op 25 januari 2010 om 20:53

    Haha, mooi dat je dat inderdaad al betoogde. Dat is inderdaad wel de eerste stap die je moet zetten naar een oplossing.

    Wat betreft de sociale cohesie: natuurlijk moet je een gedeelde kennis hebben. Onderwijs is daar het mooiste middel voor. Onderwijs is per definitie het overbrengen van gedeelde kennis. En die gedeelde kennis zal ook altijd blijven. Natuurlijk gaat nieuwe media over niches, over individuele keuzes in informatie. Maar dat betekent niet dat er niet altijd grotere en kleinere spelers zullen zijn. Of dat die kennis los van elkaar staat. Je kan immers niet over Feyenoord en over Ajax praten als je iet weet wat die steden zijn, wat de geschiedenis van die clubs is, dat er ook in Tilburg en Venlo gevoetbald wordt etc. Je hoeft dus niet zo bang te zijn voor die versnippering van die kennis.

    En al versnippert kennis, dat betekent niet automatisch een slechtere democratie. Een lokaal geörienteerd persoon zal willen weten wat er besloten wordt over park x. Een globaal geörienteerde vind het interessanter te weten wat de politieke situatie in Honduras is, dan welke model schouwburg ze in z’n eigen stad met te veel subsidie overeind moeten houden.

    Ik ben daar dus heel positief over. Dat “onderzoek naar de google generatie” moet niet te belangrijk gemaakt worden. Ik vind het prima en belangrijk, maar je looopt er wel de kans mee om achter de feiten aan te blijven lopen. Mediagedrag verandert immers. De enige oplossing die de overheid kan nemen is een “laat 10000 bloemen bloeien” tactiek veel verschillende kleine initiatieven steunen,meerdere jaren en steeds nieuwe projecten. Laat de consument maar kiezen voor hun mediagedrag. Dat moet iedereen kunnen voor z’n zorgverzekering, dus burgers kunnen hun medgebruik prima zelf bepalen.

  9. Jaap Stronks schreef op 25 januari 2010 om 21:59

    Eens. Doet denken aan een discussie met iemand van De Gelderlander toen ik daar ooit stage liep. Die zei ook bang te zijn dat we niks meer gemeenschappelijk hebben als we op internet ons eigen kostje bij elkaar scharrelen. Dat kun je ook omkeren: het zou erg zijn als de beschaving afhankelijk is van kunstmatige contentschaarste waardoor we min of meer gedwongen en toevallig dezelfde content op tv consumeren, terwijl we iets anders hadden gekeken wanneer we daartoe uit vrije wil hadden gekozen, indien ons de mogelijkheid was geboden. Je ziet dat daar een gigantisch paternalisme in schuilt, plus extragratis grenzenloze zelfoverschatting van mediamensen.

  10. Huub schreef op 25 januari 2010 om 23:11

    En daar zit natuurlijk de crux in het hele debat over “de toekomst van de journalistiek”. Grenzeloze zelfoverschatting van mediamensen. Wat een eeuw massamedia wel niet met de mens kan doen.

  11. Rene Schoemaker schreef op 26 januari 2010 om 00:24

    Contentschaarste is er altijd geweest, tot het heilge internet alle sluizen heeft opengezet. De keuze van de nieuwsconsument is altijd beperkt geweest tot simpelweg de keuze welk filter hij wilde betalen: Telegraaf, VK, Parool, GPD-bladen etc. Datzelfde gold voor TV. Keuzes zijn altijd voor de nieuwsconsument gemaakt en nu kan hij zijn eigen filter at random toepassen via mediaconsumptie op het internet. Daarbij is journalistiek geen beschermde beroepsgoep, net zo min als de politiek dat is. Beide trekken een te grote broek aan.

  12. Rene Schoemaker schreef op 26 januari 2010 om 00:27

    Met excuses voor typootjes op het laatst: klein scherm, kleine toetsjes.

  13. @Jaap en Huub: opnieuw dank voor jullie inbreng en het kapen :-) van de discussie. Dat zou meer moeten gebeuren; gedeelde kennis, nietwaar. Ik kan me in jullie relativeringen wel een beetje vinden en ben blij met Jaaps opmerking over het onderzoek naar de G-generatie. Maar ik wil ook een hardnekkig misverstand opruimen: telkens wanneer ik het over “de journalistiek” heb bedoel ik nadrukkelijk, en in tegenstelling tot veel collega-journalisten, niet uitsluitend de professionele journalistiek, maar ook de journalistiek van amateurs, bloggers, passanten, etc. Mij gaat het niet om de beroepsgroep, maar om de journalistieke “houding”, de journalistieke opdracht iets te willen weten, iets te willen controleren of agenderen, in het publieke belang (wat lang niet altijd gelijk staat aan het “nationale” belang; er zijn uiteraard veel kleine “publieke belangen” mogelijk).

    In schrijf ondertussen aan deel zes van deze serie met als hamvraag: wat moet de journalistiek. Jullie en andere critici helpen me lekker op weg.

  14. Jaap Stronks schreef op 26 januari 2010 om 17:15

    @henk blanken: Zie dit prachtige stuk van Guardian’s Alan Rusbridger, en dan het verhaal over William Perrin, succesvol buurtblogger c.q. communitymanager, die het label journalistiek afwijst. Wat vrijwel alle bloggers, videopodcasters, communitymanagers trouwens doen (terwijl journalisten hen ook niet-journalistiek vinden). Volgens mij ben je de enige die het begrip zo ver wil oprekken. (Waarbij je denkexercitie vervolgens niet waardenvrij is, en altijd wordt beïnvloed door de gebruikte woorden met de daaraan klevende betekenissen – wat precies de reden is waarom de nieuwe niet-institutionele garde de term ook afwijst!) En zoals ik schreef in dat eerder gelinkte stuk van 4 jaar geleden: dan dondert de inhoud eruit.
    Los daarvan moet ik trouwens op mijn beurt benadrukken dat ik de benadering van bovenstaand artikel desondanks WEL goed vind. In plaats van het verdwijnen van de krant als het grote probleem te bestempelen gaat het hier om achterliggende problematiek, in casu de sociale cohesie, waaraan zowel een goede pers als een grassroots-online-platform zou kunnen bijdragen. De systematische denkfout waar ik anderen van beschuldig, bega jij volgens mij dus niet echt, al vind ik wel dat je het belang van (traditionele) journalistiek overschat, want a priori als onmisbaar bestempelt.

  15. @Jaap: Ik kan kennelijk niet vaak genoeg, niet hard genoeg en niet provocerend genoeg zeggen dat het mij, als ik over “journalistiek” schrijf en praat, niet gaat om de oude journalistiek, de klassieke journalistiek, de professionele journalistiek en nog veel minder om de werkgelegenheid van de huidige beroepsgroep. Ik snap je punt wel: de term “journalistiek” is inmiddels evenmin waardenvrij als “de politiek” of “de wetenschap”.

    Ik pleit voor het behoud van “journalistiek” omdat ik de doelstellingen ervan hoog acht, omdat ik denk dat er een ambachtelijke kant aan zit die de moeite waard is om door te geven, en omdat ik het persoonlijk een prachtig vak vind dat ik gepassioneerd beoefen. Ik die termen schreef ik erover in PopUp en MediaMores.

    Als dat niet kan met behulp van de term “journalistiek” omdat die te veel geassocieerd wordt met behoudzucht en arrogantie – zie PopUp -, welke term stel jij dan voor?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (557 van 891 artikelen)


Geen telefoon, geen radio, geen tv, geen dagbladen en een computer die ...