
Radiozenders komen over het internet naar je toe, met beeld. Wat voor beeld? Het inhoudelijk combineren van een radio-format met de visuele mogelijkheden van internet, dat is nog grotendeels onontgonnen terrein.
“You can’t see tits on the radio” zongen de Scissor Sisters nog in 2004, en wie had dat willen tegenspreken? Maar alles wordt anders. Radio, of het nu om nieuws, muziek of gesproken woord gaat, laat zich zien anno 2010. Voortaan komen alle zenders naar je toe, daar waar je steeds vaker te vinden bent, namelijk achter je beeldscherm. Internet biedt ongekende mogelijkheden voor radiomakers. Goed, dat moet je natuurlijk altijd zeggen, “internet biedt ongekende mogelijkheden”, ook voor duivenmelkers, de FBI en Hare Krishna. Maar voor radiomakers nog net een beetje meer.
Een paar voorbeelden van Hollandse bodem om mee te beginnen, van simpel tot spectaculair: een permanente webcam in de studio van 3FM, een parade van concertregistraties op de site van 3voor12, een met meerdere camera’s opgenomen dagelijkse live-stream van talkshow OBAlive, een slideshow van foto’s als rode draad voor een radio-reportage van de VPRO.
Audio narrative
Die reportage, Detroit, een stad in vrije val van Jacqueline Maris en Jan Donkers, met foto’s van Daimon Xanthopoulos, is onlangs bekroond met een speciale onderscheiding van de Prix Italia. Niet de minste onder de prijzen. Maris en Donkers zijn van oorsprong radiomakers oude stijl. Donkers was ook nog professor in de audio narrative aan de universiteit van Austin (Texas), en bleef in die hoedanigheid onbewogen wanneer zijn studenten wegliepen omdat ze “zonder beeld niks konden”. Een radioman pur sang dus, die met de overgebleven studenten tot de verbeelding sprekende reportages maakte in de plaatselijke shopping mall. Donkers is inmiddels radio-pensionado, met een nuchter oordeel over de onlinetoekomst van radio: “Of het mooi is weet ik niet, maar het is noodzakelijk.”
Maris beaamt dat van die noodzakelijkheid, maar zij is ook lyrisch enthousiast over de mogelijkheden. “Door Daimon, de fotograaf, te laten vertellen wat hij ziet, krijg je een magisch verhaal, en omgekeerd is het geweldig om bij de foto’s die hij in Detroit maakte, de geluiden van de stad te horen.” Ze zit vol nieuwe plannen voor radio-documentaires met een online-component.
Doelt NPO-baas Jan Westerhof op mensen als Maris wanneer hij schrijft dat het huwelijk tussen radio en internet is gesmeed in de hemel, vanwege de overeenkomstige mentaliteit van de makers en de karakteristieken van beide media? Zowel radio als internet appeleert aan ‘zelfredzame individualisten’, schrijft Westerhof in Spreekbuis, het blad voor omroepmedewerkers, en hij bejubelt een toekomst vol improvisatie en zelfstandigheid. En o ja, kleine budgetten.
Die toekomst gaat verder dan het online beschikbaar houden van uitzendingen, podcasten of het op een site verwijzen naar namen, titels en produkten die in de radio-uitzending zijn genoemd. Die mogelijkheden zijn gevoeglijk bekend. Een stap verder gaat het community-building via internet, waar op dit moment vooral BNR Nieuwsradio succes mee heeft. “Dankzij onze vrienden op LinkedIn hoef ik nooit meer geld uit te geven aan marktonderzoek,” zegt adjunct-hoofdredacteur Rens de Jong. Waarom zou je, als vierduizend man met je meedenken en discussiëren over je zender, gratis en voor niks. De zender heeft zeven redacteuren op het community-building zitten.
Maar waar het echt om gaat, het inhoudelijk combineren van een radio-format met de visuele mogelijkheden van internet, dat is nog grotendeels onontgonnen terrein. Of dat terrein voor een Apple en een ei via improvisatie en zelfstandigheid te ontginnen valt, zoals Westerhof voorspelt, dat staat nog te bezien.
Radiolab
Klikt u even mee naar YouTube. We zien een ruim vier minuten durende sequentie van momenten. Baby strekt handje uit gaat over in jongetjes stoeien om frisbee gaat over in bejaarde neemt hap gaat over in bladzijde wordt omgeslagen gaat over in het strikken van een das gaat over in… Het ritme waarin dit gebeurt is visueel en tegelijkertijd is het de muziek die het ritme lijkt te bepalen. Is hier een regisseur of een dirigent aan het werk?
Dit magistrale filmpje is gemaakt door Robert Krulwich, een van de drijvende krachten achter het Amerikaanse radioprogamma Radiolab. In wezen is Radiolab een wetenschapsprogramma, maar het plezier waarmee je ernaar luistert associëer je eerder met poëzie. Dat komt niet alleen door de manier waarop de onderwerpen worden benaderd maar minstens zo zeer door de montage. Snel, scherp, bijzonder. ‘Sound illuminates ideas’, zo staat het op de website omschreven, en: ‘Radiolab believes your ears are a portal to another world’. Waarom zou dan juist dit programma een andere portal opzoeken en een internet-film maken? “Dit filmpje is een overpeinzing – op video – bij een serie radio uitzendingen die we hebben gemaakt over de dood” verklaart Krulwich vanuit New York. Een overpeinzing (‘meditation’) over de dood dus, maar het resultaat laat zich ook bekijken en beluisteren als een overpeinzing over wat radiomakers kunnen met beeld. Het ritme van de montage is “very radio-precise” merkt Krulwich op. Krulwich en zijn team beschouwen zich nog immer als radiomakers – “it’s our first love” – maar hij verheugt zich op de gestage toenadering tot het internet. Had Jan Westerhof het over een huwelijk tussen radio en internet, Krulwich spreekt liever van “The tango! The pas-de-deux! The funky chicken!” die hij het oude en het nieuwe medium wil laten doen. En hij vertelt verder over een animatiefilm die hij aan het maken is over het vermogen van mieren om te kunnen tellen.**
Van dit verhaal brengt hij een versie met een een versie zonder beeld uit. Zo doet hij dat vaker. Van andere afleveringen van zijn eigen programma Krulwich on science bestaat alleen een audio-versie, maar dan wordt het verhaal ervan uitgeschreven op de site, in combinatie met schitterende foto’s. “Het geld komt rechtstreeks van NPR of uit het budget voor freelancers van Radiolab, en ik maak uitruils met andere media-bedrijven.”
Sluitpost
Wat gaat het snel – de mededeling in de vorige alinea dat van een radioprogramma ‘alleen een audio-versie’ bestaat, is al geen tautologie meer. Denk aan de telefoon, daar kon je vroeger ook alleen mee telefoneren. Nu bestaan er festivals voor met de telefoon vervaardigde filmpjes en worden er bundels uitgegeven van sms-gedichten.
Maar wie de documentaire over Detroit of de overpeinzing van Krulwich bekijkt/beluistert/binnenhaalt, begrijpt direct dat hier van improvisatie geen sprake is. Dit is met uiterste precisie gemaakt, er is veel tijd in gestoken – en dus geld. “Hoezo kleine budgetten?” luidt dan ook de reactie van Jacqueline Maris op de woorden van Jan Westerhof.
De dagelijkse talkshow OBAlive op radio 5, voorheen DesmetLive geheten, was het eerste Nederlandse radioprogramma dat met professionele camera’s werd opgenomen en live te zien was op internet. De NPO had daar geld voor vrijgemaakt, met de gedachte dat het programma ook via een themakanaal zou worden uitgezonden op televisie. Dat gebeurde aanvankelijk op Cultura, toen een tijd niet en nu gedeeltelijk op Spirit. Hoeveel kijkers de show via die kanalen trekt is niet bekend maar via internet kijken maandelijks ruim zesduizend mensen. Eindredacteur Anika Landmeter van ObaLive is zelf “meer van het radiootje in de keuken” maar ze is blij dat haar programma online te zien is. “Er is een jonger publiek mee te bereiken, mensen die Radio 5 niets zegt.” Behalve dat praktische voordeel ziet Landmeter ook inhoudelijke meerwaarde van de aanwezige camera’s. “Er is publiek bij onze opnamen aanwezig, we hebben elke dag live muziek, er gebeurt altijd wel wat. Het is leuk om dat te kunnen laten zien.” Dat zijn duizenden mensen per maand met haar eens.
Voor Jacqueline Maris betekent internet “nieuwe levensadem voor het genre van de documentaire, dat in Nederland inmiddels bijna is gestorven aan geldgebrek.” Haar eigen redactie (buitenland) heeft de toegemeten zendtijd in een paar jaar zien halveren. Een van de eerste mogelijkheden voor verrijking van de radio via internet ziet Maris dan ook in het plaatsen op de site van langere versies van interviews of reportages die in ether te weinig tijd hebben gekregen. In de beste traditie van de VPRO lardeert ze haar enthousiaste toekomstvisioen met scherpe kritiek op de omroep, die volgens haar het internet nog steeds niet echt aanpakt. “Internet blijft een sluitpost, hoe zeer men er ook de mond van vol heeft.” Het echte “vuurwerk” ziet Maris in het voorbeeld van haar volgende project: zij gaat een reis maken door West-Afrika, waarbij ze zich telkens een stukje door een plaatselijke gids zal laten vergezellen. Een fotograaf zou op het moment dat Maris weer afscheid neemt van die gids, bij hem kunnen blijven, hem volgen, en vervolgens online een beeld van die persoon schetsen dat voor Maris verborgen was gebleven. “Het gegeven is die reis, en hoe we dat uitwerken, dat is als een vuurpijl die in alle richtingen uiteen spat.”
Er lijkt maar één echte beer op de weg te zijn voor radio op internet, en die heet niet improvisatie of klein budget, maar verlies van intimiteit. “Computers zijn het tegendeel van intimiteit” constateert Jan Donkers. “En radio is het intieme medium bij uitstek. Bij een klein lampje in de studio praten tegen die ene luisteraar, daar gaat het om.”
De toekomst moet uitwijzen of en hoe die intimiteit in ere kan worden gehouden. “Just because we have been ear-people” zegt Robert Krulwich, “doesn’t mean we can’t grow and expand and become eye-people too. That’s our new goal!” Als dat gebeurt, hebben niet alleen radiomakers een wereld gewonnen, maar het publiek ook.
Pingback: Hoe doe je als hedendaagse radiomaker je voordeel met nieuwe vormen? « De nieuwe reporter
Pingback: Nieuwe radiovormen « Lessen van Michel