Stel de gebruiker centraal en kom uit de ivoren toren
Dit artikel is een reactie op ‘Nationale agenda media-innovatie richtsnoer vernieuwing‘.
De NOS heeft de afgelopen jaren een enorme transformatie ondergaan, van een wat stoffige staatsomroep naar een vooruitstrevend en innovatief mediabedrijf. Inmiddels is NOS.nl de derde nieuwssite van Nederland (na NU.nl en Telegraaf.nl) en distribueren we onze publieke crossmediale content buitengewoon succesvol via tv, radio, internet, mobiel en talloze applicaties, widgets en andere netwerken.
We beschouwen het als onderdeel van onze publieke taak om de daarbij opgedane kennis en ervaring steeds weer ter beschikking te stellen aan de bredere mediasector, vandaar dat deelname aan het 3D-project een vanzelfsprekendheid is.
De NOS heeft de afgelopen jaren bewezen dat ook op eigen kracht een strategische innovatieagenda opgesteld en geïmplementeerd kan worden, zonder dat daar grote budgetten mee gemoeid zijn. Hoe hebben we dat gedaan?
Zoals Valerie ook schrijft begint het proces misschien wel met het vaststellen van een heel simpel uitgangspunt: de gebruiker staat centraal. Toch was dat voor de NOS beslist niet vanzelfsprekend. Van oudsher was de organisatie geheel aanbod-georiënteerd. Wat het publiek wilde, vond of wenste wist men niet en was dus ook geen issue. De eerste experimenten (meer dan tien jaar geleden) op internet kenmerkten zich dan ook door navigatiestructuren die vooral de interne organisatie weerspiegelden. Inmiddels is dat proces 180 graden omgedraaid en is bijvoorbeeld de nieuwe website van de NOS helemaal ontworpen en gebouwd vanuit de principes van het ‘user experience design’. De interne organisatie is daarbij volstrekt irrelevant.
Transparantie en interactiviteit
“De NOS is van de samenleving en niet van de makers”. Deze zin stond enige jaren geleden in het strategisch bedrijfsplan van de NOS. Het lijkt een open deur, maar is het niet. Het is namelijk – net als het uitgangspunt van user-centred design – een belangrijke paradigma-shift voor een traditionele mediaorganisatie. Het veronderstelt namelijk dat je als journalist in contact treedt met het publiek en verantwoording aflegt voor wat je doet of juist laat.
En precies op dit punt loopt de tijdsgeest (afnemend vertrouwen in de autoriteiten en de media) parallel met het wegvallen van het informatiemonopolie van de traditionele media door de opkomst van het internet. Burgers beschikken door de nieuwe informatietechnologie over vrijwel dezelfde informatie als de journalisten en kunnen eenvoudig controleren of er andere feiten beschikbaar zijn.
Een focus op volledige transparantie, kwaliteit en professionalisme is de enige oplossing om het tij te keren en dat geldt voor de publieke omroep net zo goed als voor commerciële mediaorganisaties. Valerie schreef het ook al: Een cruciaal gemeenschappelijk belang is het overeind houden van de onafhankelijke journalistiek, een van de belangrijkste ‘checks & balances’ in de democratische rechtsorde. We moeten dus zoeken zoeken we naar nieuwe manieren om die functie vorm en inhoud te geven in een medialandschap waarin de legitimiteit en relevantie van media volop ter discussie staat.
We hebben als nieuwsorganisatie in deze snel veranderende buitenwereld geen andere keuze dan de ivoren toren, waarin veel traditionele journalisten zich nog altijd graag ophouden, in hoog tempo op te blazen. Afgelopen, over en uit. Vanaf nu zijn we transparant, leggen verantwoording af en staan we in contact met het publiek. De redactie-weblogs speelden daarin bij de NOS een belangrijke rol, evenals Twitter en andere Social Media. Na een aarzelend begin in 2007, staan NOS-medewerkers inmiddels doorlopend in contact met kijkers en luisteraars, gaan de discussie aan en leggen de gemaakte keuzes uit. Er is geen andere weg.
Focus op het onderscheidend vermogen
Basis van de strategische innovatieagenda moet altijd een sterkte-zwakte-analyse van het eigen bedrijf zijn. Daar begint alles mee. Wat onderscheidt ons van de andere nieuwsaanbieders? Waarvoor komen mensen naar de NOS? Die kernwaarden moeten vervolgens vertaald worden naar crossmediale concepten, die herkenbaar voor de NOS zijn. Maar ook het in alle eerlijkheid analyseren van de beperkende factoren is erg belangrijk. Waar zit de weerstand? Waar zijn we niet goed in? Vooral dat laatste is ook erg belangrijk. De NOS is bijvoorbeeld geen ‘schrijvende’ organisatie. Teksten langer dan de drie alinea’s die een Teletekstbericht lang is werden bij de NOS nooit gemaakt en dat moet je dus ook op internet niet willen gaan doen.
Vanuit dit uitgangspunt vind ik het moeilijk te begrijpen dat veel dagbladen op internet en mobiel zich helemaal zijn gaan toeleggen op het eerstelijns nieuws (vaak afkomstig van het ANP) en video (vaak ook ingekocht). Dat zijn niet de onderscheidende elementen die maken dat de site van de Volkskrant of het AD de moeite waard is om te bezoeken. De traditionele waarden waar kranten in uitblonken (meningsvorming, opinie, analyse, onderzoek, fotografie) zijn vaak maar moeilijk terug te vinden op de websites. Daar is nog een wereld te winnen.
Publieke nieuwsvoorziening
Terwijl veel Nederlandse dagbladen de afgelopen jaren bezig waren met aandelenconstructies, venture capital investeringen en allerlei commerciële avonturen, heeft de NOS zichzelf opnieuw uitgevonden. Toegegeven, met publiek geld. Maar maakt dat wezenlijk iets uit? De NOS heeft als publieke omroep succesvol geïnvesteerd in een toenemend bereik op allerlei nieuwe platforms. Een bereik dat inmiddels zeker te gelde te maken zou zijn, ware het niet dat we een publieke omroep zijn. Er zijn dus kansen genoeg voor de commerciële mediabedrijven en er is geen enkele reden om het voorbeeld van de NOS niet te volgen. We hopen dan ook dat we de kennis die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd in het 3D-project kunnen delen om op die manier een bijdrage te leveren aan het overeind houden van de onafhankelijk kwaliteitsjournalistiek. Want daar gaat het natuurlijk om.










8 reacties:
31 januari, 2010
[...] Stel de gebruiker centraal en kom uit de ivoren toren: “Vanaf nu zijn we transparant, leggen verantwoording af en staan we in contact met het publiek.” [...]
31 januari, 2010
Geweldig wat de NOS de afgelopen jaren heeft bereikt en ik ben het volkomen eens met de visie op nieuwssites van de dagbladen en het onderscheid dat ze moeten kunnen maken. Toch wringt er iets. Het is fantastisch als de onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek met publiek geld in stand wordt gehouden. En ja, dat laatste maakt wel degelijk wezenlijk iets uit als het gaat om de concurrentiepositie van de NOS op de advertentiemarkt. De NOS heeft een oneerlijk concurrentievoordeel en zou dus beperkt moeten worden bij het aantrekken van advertentiegelden uit de markt. Als de content daadwerkelijk toegevoegde waarde bevat voor de consument ligt daar wellicht een mogelijkheid om geld te verdienen. Lijkt me overigens lastig om daar een goed model voor te bedenken.
31 januari, 2010
johan: de NOS heeft geen zelfstandige (concurrentie)positie op de advertentiemarkt. STER-geld gaat rechtstreeks naar Den Haag (OCW). wij trekken geen advertentiegeld aan; hoogstens indirect, maar daar zien we niets zellf van terug. idem reclame op de websites, die er wat mij betreft (bij ons) best af mag om een level paying field te hebben met de kranten. en; we willen geen geld verdienen aan wat we al gemaakt hebben, want dat is al betaald, via het aan ons beschikbaar gestelde budget, en dus kunnen alle items vrij worden gebruikt, door particulieren en, bijv, door kranten.
1 februari, 2010
@roeland
Het uitgangspunt om kennis en informatie te delen vanuit een gemeenschappelijk publiek belang is een belangrijke voorwaarde voor succes van dit project. Waarvoor dank!
1 februari, 2010
@Hans dank voor de reactie, grappige typo een level paying field. De kwestie is niet direct of indirect, dat maakt voor de commerciele partijen niet uit. Feit blijft dat er op basis van publiek gefinancierde sites reclamegeld uit de markt wordt gehaald. Ik ben het eens met de positie die je inneemt tav reclame op de sites maar de realiteit is anders. Denk je dat dat zal veranderen in de toekomst?
2 februari, 2010
[...] NOS heeft zichzelf in de afgelopen jaren opnieuw uitgevonden, betoogt Roeland Stekelenburg, hoofd nieuwe media van de NOS in reactie op een eerder artikel op De Nieuwe Reporter. Er heeft een [...]
2 februari, 2010
@ johan: ja, haha, die is heel komisch en onbedoeld. ik heb eerlijk gezegd geen idee of eea gaat veranderen; ligt vooral in den haag. voorzover ik weet levert adverteren op sites niet al te veel geld op overigens
3 februari, 2010
NOS vroeger “een wat stoffige staatsomroep”.
HUH?
Stoffig…de NOS vroeger leek me eigenlijk niet stoffiger dan veel andere media. Hier en daar werd in NOS gelederen zelfs, net zoals nu eigenlijk, groot enthousiasme getoond voor technologische en inhoudelijke vernieuwing.
Minpuntje was natuurlijk wel dat het toen aan de kennis van nu ontbrak. Nou ja wat die stoffigheid betreft mag iedereen wat mij betreft het hare ervan denken, maar staatsomroep… dat kan natuurlijk helemaal niet!!!
Onaardig, onheus en vooral onjuist, in feite was de NOS vroeger minder des staats dan nu. Tot tien jaar geleden werd de publieke omroep grotendeels gefinancierd uit kijk- en luistergeld, een financiele bijdrage die iedere bezitter van een radio en/of tv toestel moest leveren ten bate van het voortbestaan van het publieke bestel.
Tien jaar geleden schafte de regering de omroepbijdrage af en werd de inkomensbelasting verhoogd om de publieke omroep uit belastinggeld te kunnen betalen. Daarmee zou je kunnen zeggen dat in het jaar 2000 de niet leden-gebonden/gefinancierde NOS in belangrijke mate juist staats(afhankelijke)omroep werd.
Grappig, of wrang -hangt er maar vanaf van welke kant je het bekijkt- is dat de NOS juist als een soort staatsomroep in de laatste tien jaar een “vooruitstrevend en innovatief mediabedrijf” is geworden. Zou een dynamische staatsomroep toch bestaan? Laat de politici het maar niet horen.
In dat verband is het natuurlijk mooi en belangrijk dat Roeland aandacht vraagt voor het voortbestaan van onafhankelijke journalistiek. Het gevaar lijkt me dat politici, omdat zij de geldstroom via de belasting controleren, echt gaan denken dat ze de baas van de publieke omroep zijn.