De helft van de bezoekers van Google News klikt niet door naar de oorspronkelijke nieuwsaanbieder, meldt PaidContent. Waarom Google News desondanks geen parasiet is, paywalls niet werken en kranten de linkeconomie moeten omhelzen.
Google als parasitoïde
De discussie tot op heden kon als volgt worden samengevat: kranten zijn boos dat aggregatiesites geld verdienen over de rug van hún content, Google stelt dat het kranten juist een dienst bewijst door te linken naar hun sites. Zie een DNR-stuk uit 2006, hier een ander stuk uit 2009 – steeds dezelfde herhaling van zetten. Nu blijkt echter dat Google News voor velen niet fungeert als doorstuurdienst – zij zijn scanners die genoegen nemen met de nieuwskoppen zelf en veelal niet doorklikken naar het orgineel. Google-critici zullen dit gegeven aangrijpen om te argumenteren dat de zoekgigant een parasiet is – of wellicht zelfs een parasitoïde, een schadelijke freeloader die op de koop toe zijn gastheer – lees: de krant – doodt.
Die karakterisering is onjuist. Het punt is dat we filters domweg nodig hebben – intermediaire filters, om precies te zijn. De overvloed aan contentaanbieders op het internet vereist nu eenmaal een tussenliggend filtersysteem dat content aan consumenten koppelt, dat onze schaarse aandacht zo goed mogelijk verdeelt over een oneindig aantal concurrerende aanbieders.
Dat systeem kan bestaan uit algoritmische aggregatiesites, zoals Google News – maar ook uit sociale systemen als Twitter. Techmeme (dat nieuwsconversaties aggregeert op basis van linkgedrag en contentanalyse, geholpen door menselijke redactie) en Digg (dat oordelen over nieuwsrelevantie baseert op sociaal stemgedrag) zijn weer andere, niet minder populaire voorbeelden.
It’s the economy, stupid!
De niet te missen achterliggende ontwikkeling is de volgende: de productie van nieuws en het selecteren / filteren ervan zijn redactionele functies die voortaan van elkaar worden gescheiden, die door verschillende organisaties of systemen worden uitgeoefend. In de offline-wereld die werd gekenmerkt door contentschaarste committeerden we ons aan één organisatie – zeg, de Volkskrant – die de selectie, productie en distributie van nieuws voor zijn rekening nam. Omdat dat geld kost (vooral druk en distributie) namen we gewoonlijk maar één krant, en geen twee.
Het internet daarentegen wordt gekenmerkt door content-overvloed: bij zoveel nieuwsaanbieders, een muisklik van ons verwijderd, zijn we niet langer bereid een exclusieve relatie aan te gaan met een nieuwsaanbieder. We nemen graag ook een kijkje bij de buren, en de buren zijn dermate talrijk dat we wegwijzers nodig hebben. De belangrijkste wegwijzer was natuurlijk Google, gevolgd door diverse soorten aggregatiesites en sociale media waar men links met elkaar deelt.
Kranten kunnen dus klagen wat ze willen, ze hebben geen poot om op te staan. Niet in juridische, maar bovenal niet in economische zin. Inderdaad: it’s the economy, stupid! Na een explosie van aanbod, bij een ongeveer gelijkblijvende vraag, ontstaat een vragersmarkt waarin de consument het voor het zeggen heeft. De lezer is de baas! En die bewapent zich met hulpmiddelen als zoekmachines, aggregatiesites en sociale media om selectief te winkelen bij talloze partijen die vechten om een brokje aandacht. Uiteraard verdienen die hulpmiddelen geld, Google zelfs heel veel – maar ze vervullen een essentiële functie in de productieketen, dus vanuit macro-economisch oogpunt is dat niet meer dan gerechtvaardigd.
Om het niet in economische maar biologische termen te zeggen: er is geen sprake van parasitisme, maar van mutualisme: een samenlevingsvorm waar beide partijen (contentaanbieder en aggregatiesysteem) voordeel van ondervinden. Indien kranten alsnog het loodje leggen, dan komt dat niet door vermeende parasieten, maar door het feit dat ze – in dat geval – niet compatibel zullen zijn gebleken met het ecosysteem dat door de komst van het internet nu eenmaal onherroepelijk onherkenbaar is veranderd.
Paywalls werken niet
Hieruit kan bovendien worden geconcludeerd dat paywalls – content tegen betaling, zoals The New York Times nu van plan is – niet zullen werken. Aanbieders zijn afhankelijk van de vrije toegang tot hun content. De link is het betaalmiddel waarmee aandacht wordt betaald, en de link gedijt alleen bij openheid.
Wat is dan wel de oplossing? Nou ja, behoudens bestaande verdienmodellen als online-advertenties en dergelijke, is die er waarschijnlijk niet. Er is geen gouden ei. Het gemiddelde krantenbedrijf zal niet overleven in huidige omvang en vorm, wel indien het in staat zal zijn zich aan te passen – hetgeen een grootscheepse transformatie zal vergen. Het is een gevalletje survival of the fittest, waarbij het zaak is zelf te veranderen en het ecosysteem te omhelzen, in plaats van het ecosysteem te willen wijzigen om dat zelf maar niet te hoeven (of – het is een veelvuldig weerklinkend sentiment – omdat de maatschappij dat om de een of andere reden aan je verschuldigd zou zijn).
Het ecosysteem omhelzen betekent de linkeconomie accepteren. Als het gaat om Google News, aggregatiediensten en sociale media, dan is een eerste belangrijke stap om te zorgen dat je juist méér geaggregeerd en gelinkt wordt. Hetgeen je kunt opstuwen door overigens vooral ook zelf te linken: vanuit Twitter bijvoorbeeld, maar zeker ook in eigen artikelen. Het is zaak om éérst internet-compatible te worden (hoe lastig dat ook is, met tegelijkertijd een offline-poot waar het geld mee wordt verdiend) voordat je geld kunt verdienen op internet. Je moet eerst waarde creëren, voor je die te gelde kunt maken.
Feit is echter dat krantensites niet linken – of in elk geval niet naar buiten, uitgezonderd nrcnext.nl. Bang dat ze bezoekers kwijtraken, niet beseffend dat ze die online nooit werkelijk hebben ‘bezeten’ – de gemiddelde Volkskrant.nl-bezoeker komt ook bij NRC.nl. (Er is weinig veranderd in de afgelopen tien jaar, dit stuk van Marie-José Klaver stamt uit 2000 – maar is na al die tijd nog wél linkbaar, chapeau!) Klachten over aggregatiesites en de afwezigheid van links bewijzen dat de meeste kranten de linkeconomie niet snappen, of – waarschijnlijker – hem bewust niet omhelzen omdat ze zichzelf er niet mee compatibel beschouwen. Hetgeen, spijtig voor hen, best eens mogelijk zou kunnen zijn.
32 reacties