De database als vertelvorm, maar hoe vertel je het verhaal?
Tijdens de Follow the money conferentie in De Balie op 14 januari, die de aftrap vormde voor een nieuwe editie van de Mediafonds@Sandberg Masterclass, wemelde het van de datavisualisatie voorbeelden. Van Gapminder’s pogingen om met multidimensionale statistische vertelvormen vooroordelen te lijf te gaan tot visueel aantrekkelijke verbeeldingen van parkeerbonnen van diplomaten in New York. En van een collage van powerpoint cinema, infoaesthetics en data poetry tot de filosofische vraag of bankiers wel in staat zijn met financiële risico’s om te gaan.
The Visual Display of Quantitative Information
Edward Tufte houdt zich als hoogleraar aan de Yale University bezig met statistische bewijsvoering, informatie design en interface ontwerp, Hij heeft vier boeken gepubliceerd die gaan over de manier waarop kwantitatieve informatie in beeld omgezet moet worden, wat zich later verbreedde tot de regels waaraan ‘Beautiful evidence’ moet voldoen. Voor wie de boeken niet kent: ieder werk is een pareltje van in praktijk gebrachte theorie, typografisch design (in eigen beheer uitgevoerd), en voorbeelden uit wetenschap, tijdschriften, kranten, beeldende kunst, cartografie, wetenschap, goochelkunst, fotografie, schilderkunst… er is geen terrein waar Tufte geen voorbeelden van aanroept om zijn ideeën en principes mee te illustreren. Kijk op zijn site voor het totale spectrum aan activiteiten, waar je onder meer ook een van zijn grote voorbeelden als reproductie kan bestellen: Minard’s haast perfecte grafische weergave van de Napoleon’s nederlaag in Rusland (1869).
Tufte formuleert in zijn eerste boek The Visual Display of Quantitative Information (1982) een aantal regels en uitgangspunten die hij vervolgens verder uitwerkt en verdiept, maar die in essentie een checklist vormen waaraan goede visualisatie moet voldoen. Zo heeft hij het over graphical excellence en graphical integrity, wat een juiste combinatie is van inhoud, statistiek en design. Complexe ideeën moeten worden overgebracht door helderheid, precisie en efficiency. Iets wat hij in een daaruit volgend theoretisch model haast letterlijk neemt: verspil geen inkt (pixels) aan informatie die niet relevant is. Vermijd chart junk (afleidingen, lijnen en illustraties) en streef naar data-ink maximalisatie:
Chartjunk kan turn bores into disasters, but it can never rescue a thin data set. The best designs (…) are intriguing and curiosity-provoking, drawing the viewer into the wonder of the data, sometimes by narrative power, sometimes by immense detail, and sometimes by elegant presentation of simple but interesting data. But no information, no sense of discovery, no wonder, no substance is generated by chartjunk.

Zijn boeken staan vol van de do’s and don’ts hoe om te gaan met complexe, gelaagde informatie. Zijn laatste boek heet simpelweg Beautiful evidence (2006) en gaat over ‘how seeing turns into showing, how emperical observations turn into explanations and evidence.’
Interface design en datavisualisatie
Er is een dunne lijn tussen datavisualisatie en interface design. De interactieve ontsluiting van complexe datasets maakt websites mogelijk waarin de bezoeker zelf op zoek kan gaan naar verbanden en relaties die relevant zijn. Met Tufte’s richtlijnen in gedachten is het aantal mooie applicaties en toepassingen interessant die op het eerste oog prachtig zijn, echt toegevoegde waarde lijken te bieden, maar waar het in de praktijk ergens struikelt. Neem bijvoorbeeld de Aquabrowser zoals die op de zoekpagina van www.oba.nl is opgenomen. Prachtig concept, lijkt helemaal te kloppen, ik laat het vaak zien als manier waarop je door meerdere databronnen kan zoeken en de onderlinge verbanden kan blootleggen. Probleem: in de praktijk gebruik ik hem niet. En ik vrees dat ik niet de enige ben.
Net zoiets is er aan de hand met Liveplasma. Visuele connecties op basis van een filmdatabase: ziet er prachtig uit, maar ik heb nooit echt de relaties begrepen tussen bijvoorbeeld Paul Verhoeven en de film Swimming Pool. Maar het kan overigens wel goed gaan: Moviecharts (http://www.xach.com/moviecharts/2009.html) geeft een mooi inzicht in box office resultaten van films dat ook echt werkt. Het illustreert de dunne lijn tussen mooi en bruikbaar.
Misschien is hier het probleem hetzelfde als je geïnspireerd door Hans Rosling’s presentaties zelf aan de slag gaat met datasets en die laat animeren op gapminder.org. Voor je het weet creëer je allerlei mooie plaatjes met bewegende bubbels in de tijd, maar zonder enige samenhang. Het is speelgoed zonder betekenis. Wat mist is het verhaal dat je wilt illustreren. Rosling zelf noemt in dat verband de Chimpansee-test: een serie vragen over eigenschappen van landen als baby-sterfte of inkomen. Apen blijken dan beter te scoren dan mensen die zich door hun vooroordelen laten leiden. En hoe het dan werkelijk zit toont hij vervolgens aan met zijn krachtige visualisatietools.
Tufte is in zijn boeken ook niet neutraal, zijn ideeën over goede visualisaties gaan verder dan het uitvoeren van een aantal technische regels:
Graphical elegance is often found in simplicity of design and complexity of data. Visually attractive graphics also gather power from content and interpretations beyond the immediate display of some numbers. The best graphics are about the useful and important, about life and death, about the universe. Beautiful graphics do not traffic with the trivial.










1 reactie:
13 februari, 2010
[...] De database als vertelvorm, maar hoe vertel je het verhaal? [...]