Journalisten moeten meer experimenteren met InfoVis

How Different Groups Spend Their DayInformation Visualization is een populair onderwerp, ook op De Nieuwe Reporter. Journalisten zouden meer moeten experimenteren met nieuwe technieken om informatie in beeld te brengen. Daarbij geldt het aloude adagium: vorm volgt functie.

Amerikaanse bejaarden kijken ruim vier uur per dag naar de televisie. Dat is een uur meer dan werklozen en bijna twee keer zoveel als jongeren tussen de 15 en de 24 jaar oud. Liefhebbers van de serie Mad Men zijn vooral te vinden in de Amerikaanse binnensteden, naar melodrama van het kaliber Last Chance Harvey kijken ze juist buiten het centrum. Waar ze ook wonen en hoe oud ze ook zijn: allemaal houden ze van The Curious Case of Benjamin Button.

Misschien niet de nuttigste informatie die er is te vinden op de website van de New York Times, maar wel de mooist verpakte. Steeds vaker presenteert de krant grote hoeveelheden gegevens in interactieve graphics. Twee bijzonder fraaie exemplaren brengen in beeld hoe de Amerikanen hun dag besteden en welke films ze het liefst kijken. Exemplarische voorbeelden hoe de journalistiek gebruik kan maken van nieuwe manieren om data te visualiseren.

Vloeibaar
Did you knowInformation Visualization, InfoVis voor ingewijden, mag zich verheugen in toenemende belangstelling. Ook in Nederland, zo blijkt uit recente bijdragen op deze website. Frank Kalshoven en Martijn Bennis voorspellen de opkomst van een serieuze bedrijfstak, Remy Jon-Ming hekelt het gebrek aan kennis erover op krantenredacties en John Grimwade waarschuwt dat verkeerd gebruik een ‘heleboel schade’ kan aanrichten – al blijft onduidelijk wat die schade dan precies behelst. Wat vooral blijkt uit beide bijdragen, is hoe vloeibaar het begrip InfoVis nog is. Het beslaat een terrein van historische grafieken tot filmpjes op YouTube en wordt toegepast in vakgebieden variërend van de consultancy tot de kunsten. Voordat we iets kunnen zeggen over nut en noodzaak van InfoVis in de journalistiek, moeten we eerst afspreken waarover we het eigenlijk hebben.

Wie de genoemde bijdragen op deze site leest, merkt al snel dat er allerlei begrippen door elkaar worden gebruikt. Het gaat niet alleen over information visualization maar ook over data visualization, data-driven graphics en informatiedesign. Tik deze begrippen in bij Google en je vindt een woud aan verschillende definities. Soms overlappen ze elkaar, soms sluiten ze elkaar uit, nooit zijn ze helemaal bevredigend. Laten we de dubbele namen daarom opzij zetten en ons beperken tot de huis-tuin-en-keukenbetekenis van visualiseren: iets in beeld brengen, verbeelden. Vervolgens kunnen we een paar vragen stellen over dat beeld.

Matrix
Total eclipse of the HearthDe eerste vraag is wát we precies in beeld brengen. Dat kunnen fysieke zaken zijn die we ook echt kunnen zien (planeten, een vliegtuig, een hersencel) of die zichtbaar zouden zijn als onze ogen goed genoeg waren (een zwart gat, DNA, een foton). Maar het kan ook informatie zijn die in de normale wereld onzichtbaar is: abstracte ideeën (een concept, een proces maar bijvoorbeeld ook een songtekst) of kwantitatieve data (eigenschappen, categorieën en bovenal cijfers).

De tweede vraag is hoe we die dingen in beeld brengen. De oudste en nog steeds meest gebruikelijke manier is het maken van een statische afbeelding: een tekening of een foto. Als we meerdere tekeningen of foto’s snel achter elkaar laten zien, spreken we over film of animatie. Met behulp van de computer kunnen we de kijker ook nog de mogelijkheid bieden het (geanimeerde) beeld te beïnvloeden. Het resultaat is een interactieve infographic of – in goed Nederlands – een interactive. Zet je het wat en hoe van een verbeelding tegen elkaar af, dan krijg je de volgende matrix:

vis_matrix

Genres
Maar met het bepalen van de soort informatie dat we willen visualiseren en de manier waarop we dat willen doen, zijn we er nog niet. De volgende vraag is welke vorm we gebruiken. Of, in journalistieke termen, voor welk genre we kiezen. Want binnen ieder van de rode vakjes hierboven kunnen we kiezen uit talrijke genres, van eenvoudige tekeningen, grafieken en kaarten tot fraaie animaties van opengewerkte fabrieken, complexe diagrammen met meerdere variabelen en complete interactieve verhalen. En alle mogelijke combinaties daarvan.

Flow in scienceDe rijkheid aan visuele genres in de lichtere hokjes blijkt al uit de door Kalshoven en Bennis genoemde Periodic Table of Visualization Methods. Maar de werkelijke innovatie vindt plaats in de donker gekleurde vakjes. De computer kan enorme hoeveelheden, multivariabele data tegelijk in beeld te brengen. Door de kijker de mogelijkheid te bieden in te zoomen of gegevens te filteren, biedt dezelfde afbeelding tegelijkertijd overzicht en detail. Het is deze elementaire vernieuwing die InfoVis heeft verheven tot een buzzword. Het is ook op dat vlak dat de journalistiek het meest heeft te leren. Met statische afbeeldingen en animaties hebben kranten en omroepen de nodige ervaring, maar interactie wordt nog amper gebruikt.

Functies
Daarmee komen we ook op de volgende vraag: wat is eigenlijk de functie van ons beeld? Dat kan bedoeld zijn om iets te tonen, zoals een nieuw ontdekte kever of de omvang van een continent. Het kan de werking van iets uitleggen of helpen om gegevens te duiden. Maar een interactieve afbeelding kan ook dienen als interface voor het ontsluiten van een grote hoeveelheid gegevens, zoals de interactive van de New York Times over de dvd-verhuur in diverse steden. Door de kijker gericht door de informatie heen te leiden, kan een interactive ook worden gebruikt om een verhaal te vertellen.

InfostheticsHet andere uiterste is een afbeelding die enkel dient als illustratie. Dat kan gelden voor een eenvoudige tekening maar ook voor een een enorme hoeveelheid zeer fraai gevisualiseerde gegevens. In dat laatste geval spreken we van information aesthetics, de tot kunst verheven verbeelding van data waarvoor John Grimwade ons waarschuwt.

Experiment
De ultieme vraag is welk van de vele visuele genres het beste past bij het doel van een specifiek beeld. Daarbij geldt: vorm volgt functie. Wat willen we de kijker vertellen of laten ervaren? Moet hij of zij een dag later nog weten hoe hoog de beloning van een bepaalde topman is, of vooral dat de banken weer massaal bonussen uitdelen? Bieden we de kijker de service om zijn hypotheek te vergelijken met die van zijn buren of willen we een verhaal vertellen over de overspannen huizenmarkt? Of allebei tegelijkertijd? Hoe visualiseren we al die gegevens zo dat de gebruiker snapt hoe het werkt? Welke factoren bepalen uiteindelijk de effectiviteit van een visualisatie?

Het antwoord op die vragen moet komen van nog pril wetenschappelijk onderzoek. Maar ook uit de journalistieke praktijk. Daarom is het nodig dat journalisten experimenteren met nieuwe technieken om informatie te visualiseren. En dan vooral met de mogelijkheden die interactie biedt. Dat is niet goedkoop, schrijven Kalshoven en Bennis terecht. Maar het is bijvoorbeeld lang niet zo duur als het maken van video, terwijl je je met deze vorm van experimentele journalistiek veel meer kunt onderscheiden van de concurrentie.

AxiisBovendien: het experiment kan klein beginnen. Redacties vergaren nu al een heleboel (kwantitatieve) informatie. Ook op het web zijn een heleboel data te vinden; alleen het CBS al biedt een online schatkamer voor cijferfetisjisten. Met eenvoudige tools als Google Gadgets, Maney Eyes en Swivel is die zonder veel moeite in beeld te brengen. Wie iets meer ambitie heeft, zet een programmeur aan het werk. Die maakt met behulp van open-source software als Protovis, Flare of Axiis in een handomdraai een interactieve grafiek waarvoor de New York Times zich niet zou hoeven schamen.

5 reacties

  1. GertJan Kuiper schreef op 4 februari 2010 om 00:50

    Nuttig stuk waarin een stapje achteruit wordt gedaan en alle termen en begrippen op een rijtje worden gezet! Maar ik geloof wel in een gemeenschappelijke basis die geldig is voor alle soorten die je noemt, van de licht roze tot de dieprode vakjes. Onderliggende do’s en don’ts zoals ik die terugvindt bij Edward Tufte.

  2. Dank voor je reactie, GertJan. Die gemeenschappelijke basis zie ik ook en de ideeën van Tufte helpen zeker bij het beter verbeelden van kwantitatieve data. Waar ik vooral in geïnteresseerd ben, is de toegevoegde waarde van interactie: hoe kun je technieken als filtering, zooming en brushing het best gebruiken in journalistieke interactives? En hoe verhoudt interactie zich tot narrativiteit? Maak je als journalist een interface die vooral bedoeld is om een grote hoeveelheid data te ontsluiten? Of wil je er ook nog een verhaal mee vertellen? Op dat soort vragen geeft Tufte bij mijn weten nog geen antwoord.

  3. Aad Oosterhof schreef op 7 februari 2010 om 15:33

    Wat een helder overzicht. Een goed geschreven stuk ook. Heeft me geïnspireerd. Dank. Wellicht ken je Hans Rosling? Dat is een wetenschapper die ingewikkelde statistische resultaten op een visuele manier laat zien. Zoek maar eens op ted.com naar mooie presentaties.

  4. GertJan Kuiper schreef op 9 februari 2010 om 12:39

    Zit al even te kouwen op je vraag ‘En hoe verhoudt interactie zich tot narrativiteit? Maak je als journalist een interface die vooral bedoeld is om een grote hoeveelheid data te ontsluiten?’

    Geslaagde en gelaagde database-ontsluitingen zoals Rosling doet lijken vooral te werken als illustratie bij het verhaal, of als je duidelijk hebt wat je ermee wilt illustreren. Zonder dat verhaal, of context, zit je snel op allerlei knopjes te drukken en zie je van alles gebeuren. Het ‘verhaal’ dat je zo naar de oppervlakte kan brengen kan aanleiding zijn voor verder onderzoek, of opname in een bredere uiteenzetting. Zodra het verhaal het doel wordt kom je in de sector Crisis of Credit. Of is er nog een tussengebied? En het is zeker ook jammer dat Tufte zich niet begeeft op het terrein van Rosling. Gemiste kans.

  5. @Aad Oosterhof: Dank voor de complimenten. Zeker ken ik Rosling en zijn Trendalyzer. Het aardige is dat je met Google Gadgets zelf motion charts kan maken zoals die op Gapminder.org.

    @GertJan Ik zie dat tussengebied wel zitten: een lineair verteld verhaal waar je op bepaalde punten als gebruiker desgewenst de diepte in kan gaan. Maar echt goede voorbeelden ken ik niet. Ik houd me van harte aanbevolen voor tips :-)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (547 van 891 artikelen)


Frank Kalshoven en Martijn Bennis (mede-oprichters van Visual Stories) betoogden hier onlangs ...