Kranten zien belang van infographics nog onvoldoende in

609-zwartFrank Kalshoven en Martijn Bennis (mede-oprichters van Visual Stories) betoogden hier onlangs dat informatievisualisatie zich de komende jaren zal ontwikkelen tot een serieuze bedrijfstak. Maar ze verwachten dat traditionele journalistieke partijen daarbij achter het net zullen vissen.

In deze reactie stelt Remy Jon-Ming (infographic ontwerper bij de Volkskrant) dat kranten zich met goed gebruik van datavisualisatie zouden kunnen onderscheiden. Helaas ziet nog niet iedereen dit voldoende in. Maar er zijn mogelijkheden het tij te keren.

Op de een of ander manier lukt het op dit moment de bij media werkende datavisualisatoren (infographicmakers) nog niet om hun meerwaarde te laten zien. Neem de infographicredactie van de Volkskrant: zes jaar geleden bestond die nog uit vier fte’s. Na een groei naar zes full time medewerkers in 2007, blijven er na de huidige reorganisatie waarschijnlijk nog drie over. Bij het Algemeen Dagblad is eerder dit jaar een nog grotere reorganisatie doorgevoerd op de infographicredactie. Dat is niet echt een beleid waarbij de infographicredactie een beeldbepalende functie kan vervullen.

Dat is zorgelijk, want hierdoor worden er onnodig fouten gemaakt. Zo stond enkele dagen na de tsunami van 2004 op de voorpagina van de Volkskrant een beeld van de Indische Oceaan en omliggende landen met hoogteverschillen. In het bijschrift stond dat de kleur van de golf de hoogte aangaf. Rood en geel gaven het hoogtepunt van de golf aan. Maar dezelfde kleuren waren ook gebruikt om hoogtes op het land aan te geven, met als hoogste punten de rode en gele toppen van de Himalaya. Hè? Dus de tsunami was op zijn hoogste punt net zo hoog als de Himalaya?

Wat was er gebeurd? De graphic was afkomstig uit een computeranimatie van de NOAA (de Amerikaanse overheidsorganisatie National Oceanic and Atmospheric Administration) die de ontwikkeling van de tsunami-golf in zee illustreerde. De NOAA wilde de satellietdata over de golfhoogtes toegankelijk maken door deze in een visueel herkenbare omgeving te plaatsen: een door de computer gegeneerde aardbol met hoogteverschillen. Een fotobureau had een foto uit de animatie verspreid en deze was zo in de krant geplaatst.

In de nabespreking van de krant de volgende dag, haalde men de schouders op bij de constatering dat twee verschillende hoogteschalen (die van land en die van zee) dezelfde kleur hadden gekregen. Het beeld is toch duidelijk, iedereen snapte bij het zien van de foto de impact van de golf, en daar ging het om.

De wil om informatie te visualiseren is er dus wel in de media, maar het gaat er vooral om dat het lekker oogt. Terwijl niet het beeld maar de informatie en de helderheid ervan de belangrijkste boodschap zijn. De fout die gemaakt wordt is deze: men kijkt niet zozeer naar wat er verteld wordt, maar vooral naar hoe het er uitziet.

Dat komt vooral door onwetendheid bij redacteuren. Tekst en foto komen voortdurend binnen via de persbureaus. Infographics worden maar weinig geleverd. Keuzes voor infographics worden gemaakt door een redacteur die gericht is op beeld of tekst, maar weinig inzicht heeft in kwalitatieve goede integratie van tekst én beeld.

Er zijn wel een aantal redacteuren die zelf infographics maken (en ook de benodigde journalistieke, grafische en statistische kennis hebben). Maar ze zijn dun gezaaid, en worden meestal pas ingeschakeld als er nog een open plek op de pagina is. Zij kunnen in de beschikbare ruimte en tijd niet veel meer doen dan rudimentaire informatie verwerken tot standaard infographics en die zijn beeldend vaak niet aantrekkelijk. In nabesprekingen van de infographics in de krant gaat het dan opnieuw over de inhoud (terecht) maar zelden of nooit over de vorm.

Toch ligt hier een mogelijkheid voor kranten zich te onderscheiden. Zo wordt er nog regelmatig een eigen fotograaf gestuurd naar een sportevenement, waar toevallig nog ook nog 1.500 andere fotografen zijn. Waarom in plaats daarvan niet investeren in fraaie infographics?

Hoe kunnen we nu de infographics en datatvisualisatie meer onder de aandacht brengen en het belang en toegevoegde waarde laten zien? Hoe krijgen we alle beeldredacties weer gevuld met infographicmakers?

Mijn oplossing is: doen als de beeldende en tekstuele media dat doen met prijzen, congressen, en opleidingen. Mijn hoop gaat daarbij uit naar de infographic-jaarprijs van de NVJ/BNO. Dit zou door sponsoren en media aandacht toch echt moeten uitgroeien tot de Zilverencamera/Pullitzer/Tegel/Oscars/… ( < hier invullen waar u laatst aan heeft meegedaan) van de datavisualisatie. Daarnaast moet iedere beeld- en tekstredacteur in Nederland en Vlaanderen, het Infographiccongres 2010 (Zeist) en Infodecodata (Graphic design museum, Breda) bezoeken om zijn kennis te blijven vergroten, te delen en te ontdekken waarom investeren in journalistieke informatie visualisatie elk beeldend medium onderscheidende en toegevoegde waarde kan geven.

Remy Jon-Ming

Remy Jon-Ming (39) is coördinator van de infographics-redactie van de Volkskrant sinds 2004. Daarvoor werkte hij vier jaar voor NRC Handelsblad. Hij won in 2006 en in 2008 een bronzen en een zilverenmedaille op de Malofiej (SND-prijs voor infographics). Hij is ook mede-organisator van het infographicscongres 2010, dat dit jaar op 5 maart wordt georganiseerd in Zeist.

Alle artikelen van Remy Jon-Ming op De Nieuwe Reporter.

  • Pingback: Journalisten moeten meer experimenteren met InfoVis « De nieuwe reporter()

  • GertJan Kuiper

    Je verwijst er al naar, maar het probleem dat je schetst begint al bij desinteresse (negatief) of onkunde (positief) van de gemiddelde journalist als het gaat om cijfers en het gevoel of ordes van grootte wel of niet kunnen. En dan heb ik het niet over de onkunde van Europese of Amerikaanse biljoenen ;-) Het is iets waar iemand als Hans van Maanen zich al jaren druk over maakt.

    Met de bezuinigingen die er nu gaande zijn zie ik geen krant die de wens, ambitie of visie heeft om iets te gaan realiseren als de Guardian Data store (http://www.guardian.co.uk/data-store). Dan neem je niet alleen jezelf serieus maar ook de deskundigheid van je lezers. Misschien ziet de NRC een kans liggen?

  • Laurens Reitsma

    Als krantenlezer en journalist wacht ik al jaren met smart op die aantrekkelijke, duidelijke en snelle berichtgeving in beeldtaal in de krant. De tijd van lange grijze kolommen, afgewisseld met een foto, is al lang voorbij.
    Of je nu leert met Word of WP je informatie over te brengen of met een Apple. Het mag als journalist geen verschil maken. De lezers verdienen het snel, duidelijk en aantrekkelijk geïnformeerd te worden. Ik heb liever een volwassen stripverhaal over de hulpverlening op Haïti dan anderhalve kolom grijze tekst.

    Het opvallende gebrek aan infographics ligt vooral aan het onderwijs in ons land. Geschreven taal is nog altijd de hoogste vorm van communicatie. Ze is gemakkelijk, want iedereen leert het al vanaf zijn 4e jaar en journalisten zien zichzelf liever als schrijver dan als plaatjesmaker.

    Op de opleidingen (voortgezet onderwijs en relevante hbo-scholen) moet beeldtaal daarom nadrukkelijker als een alternatief vorm van communiceren worden beschouwd. Elke aankomende journalist moet leren zowel in beeldtaal als in tekst informatie over te brengen.

    Ik zou alle hoofdredacteuren van ons land wel eens 1 dag bijelkaar willen zien in de Beurs van Berlage. Toon ze hoe ze met infographics grote groepen (jonge) lezers kunnen binden en winnen. Gebrek aan beeldtaal is een gebrek aan kennis en durf. Op alle mogelijke manieren willen ze een antwoord geven op snelle informatie via internet, sms, radio en tv. Maar infographics vinden ze kennelijk te moeilijk of te duur. Straks hebben ze er nog een concurrent bij: Beeld.