Multimedia heb ik altijd een vreselijk begrip gevonden, vooral omdat ik het associeerde met redacteuren die me suggereerden ‘ook maar even een cameraatje mee te nemen’ voor de foto’s bij mijn reportage in Afrika. Als schrijvende journalist vind ik fotograferen een ander vak. Zelfs toen nrc.next me vroeg foto’s te maken voor op mijn blog, deed ik dat met tegenzin: Geef mij maar pen en papier.’ Niemand had durven voorspellen dat ik anderhalf jaar later verslingerd zou raken aan het filmen.
De afgelopen anderhalf jaar verbleef ik in zes verschillende Afrikaanse steden voor een boek over urbanisering op het continent. Terwijl ik het stadsleven portretteerde, liep bij nrc.next in de papieren krant en online het cross-mediaproject City Life in Afrika. Naast mijn stedelijke ontdekkingsreis, werd dat ook een professionele.
Voordat ik begin november afreisde naar Burkina Faso, kondigde ik op de nrc.nextredactie aan dat ik zou proberen korte filmpjes te maken. Een experiment, want ik had nog nooit gedraaid, laat staan gemonteerd. Video vond ik ook een oppervlakkig verschijnsel, want wat kun je kwijt in een filmpje van anderhalve minuut?
Veel meer dan ik dacht, bleek toen ik in Bobo aan de gang ging. De toegevoegde waarde van beeld bij tekst: hoe een stad klinkt waar vooral brommers rijden, hoe het rode zand stuift in de straten. Ik kreeg er bovendien plezier in meerdere verhaallijnen in één filmpje te verwerken. Bij het videoportret van de 21-jarige xylofonist die zijn troost zoekt in de muziek, staat steeds wel een glas bier of dolo, het traditionele gierstbier, in beeld. De jongeman vindt zijn troost niet enkel in de muziek, kon ik daarmee zonder woorden zeggen. Mijn beschrijving van de minutenlange Burkinese begroetingsrituelen versterkte ik met opnames van vijf ontmoetingen. Dat de ondertiteling de beleefdheidsfrasen niet eens kan bijhouden, spreekt boekdelen.
Een jaar of tien geleden was het nauwelijks mogelijk geweest zo autonoom aan de slag te gaan met een nieuw medium. Dat kon ik alleen doen bij gratie van de gebruikersvriendelijkheid van de techniek van vandaag: de uitstekende HD-videofunctie op mijn kleine Lumix fotocamera en de kant-en-klare programma’s op mijn Mac waarmee ook dummies een video in elkaar kunnen zetten.
Dat ieder beginner een camera ter hand kan nemen, kun je zien als een bedreiging voor professionals. Je kunt het ook opvatten als een zegen: hoe minder de techniek een belemmering vormt voor journalistieke uitingen, hoe meer de ware kwaliteit zal komen bovendrijven.
Ik ben als schrijfster uit Burkina Faso teruggekomen met een inspiratiebron erbij, zowel vaktechnisch als inhoudelijk.
Een hekel aan het begrip multimedia heb ik nog steeds. Het is te vaak door managers misbruikt om bij wijze van verkapte bezuinigingsmaatregel journalisten op pad te sturen met een driedubbele opdracht, en het vertaalt zich te vaak in correspondenten die dezelfde reportage zowel in geschreven vorm, als voor radio en televisie slijten. Van hun kant volkomen begrijpelijk, maar het heeft wel als gevolg dat een Nederlandse nieuwsvolger ‘s ochtends op Radio 1 een reportage hoort die hij ‘s middags in de krant kan lezen om hem ‘s avonds nog eens bij het Journaal te zien. In die zin heeft het fenomeen multimedia geleid tot een verarming van de journalistieke diversiteit.
De mogelijkheden van cross-media echter, vind ik wel veelbelovend. Ik heb op de City Life in Afrikablog gemerkt hoe een filmpje een kijker verleiden kan het stuk erbij ook te lezen of hoe bewegend beeld een tekst verduidelijkt. Via mijn eigen site ontving ik daarnaast meermaals de vraag wanneer het boek uitkwam en of het alvast besteld kon worden. Het publiek is blijkbaar al meer gewend de overstap van de ene naar de andere mediavorm te maken, dan wij journalisten dat zijn.
In de zinvolle en effectieve combinatie van al die media ligt de toekomst. Ik doe niet mee aan het zwartkijken dat onze beroepsgroep zo verlamt: ik ben ervan overtuigd dat er altijd mensen verlegen zullen zitten om een goed verteld, diepgravend verhaal. Maar ik ben er inmiddels ook van overtuigd dat ik me niet tot één medium hoef te beperken om dat verhaal over te brengen.
Ondanks mezelf ben ik zo van journalist 1.0 geüpgraded naar 2.0. Een verhaal vertellen, ingewikkelde kwesties inzichtelijk maken en de tijd nemen om een onbekende wereld te begrijpen, dàt is ons vak. De vrijheid om daar verschillende media voor te gebruiken, is het voorrecht van de journalist van de 21ste eeuw.
3 reacties