Wie gaat de bewegende visualisaties maken?

609-zwart

In het artikel Informatievisualisatie als opkomend journalistiek genre schetsen Frank Kalshoven en Martijn Bennis de mogelijkheden voor informatievisualisatie als nieuwe creatieve sector met kansen voor de journalistiek. Geslaagde toepassingen van bewegende visualisatie vereisen vier basisfactoren: complexiteit van het onderwerp, de beschikbare data, patroonherkenning en creativiteit om die patronen in beeld te brengen. Als daaraan voldaan is vereenvoudigt een visualisatie de opname van informatie.

Het risico is dat dit proces kostbaar is: “Het visualiseren van informatie is een ingewikkeld en arbeidsintensief vak. Technische kennis, inhoudelijke kennis en creativiteit moeten worden samengebracht. Op een huiselijker manier geformuleerd: visualisaties zijn misschien niet duur maar ze kosten wel veel geld. Hierin ligt een risico voor traditionele journalistieke organisaties, waar schraalhans dezer dagen keukenmeester is.”

Hun zorg is dat kranten het geld niet (over) hebben om dit op een structurele manier op te zetten. Dat zou overigens zeker met ontwikkelingen als de iPad in gedachten een gemiste kans zijn.

Als de middelen er in het krantenbedrijf niet zijn lijkt deze rol op het lijf van de publieke omroep gesneden te zijn. Als het goed is moet daar de tijd, de middelen en de expertise zijn om nieuwe vertelvormen en visualisaties te maken en die in te passen in bestaande programma’s of om nieuwe programma’s mee te maken.

Onderzoeksjournalistiek zoals Argos bedrijft zou een veel breder publiek bereiken als de jarenlange investeringen terugvertaald worden in visualisaties. Denk bijvoorbeeld aan Crisis of Credit, dat in 10 minuten het ontstaan van de kredietcrisis uitlegt op een manier die je graag thuis nog eens laat zien. Voor een programma als Tegenlicht biedt het intensief gebruik van beschikbare databases en de vertaling van die gegevens nieuwe onderwerpen en invalshoeken, die in de documentaires terecht kunnen komen of als zelfstandig product online geplaatst kunnen worden.

De VPRO heeft een naam hoog te houden op het gebied van vormgeving en design. Meer dan bij andere omroepen wordt er aandacht besteed aan vormgeving: in de montage, decors, bij de VPRO Gids of in het design van sites: kwaliteitsinhoud verdient een mooie verpakking en talent dat mooi kan verpakken moet je volop kansen geven.

Op het vlak van datavisualisatie moet de VPRO de rol kunnen vervullen die van Kalshoven en Bennis voor ogen hebben. Voorbeelden? Een project dat schoonheid en informatie samen kan brengen is een programmaserie die losjes geïnspireerd is door Britain from Above. Dit ‘Boven Nederland’ wordt een grote crossmediale productie voor 2011 waarin state of the art visualisatie mogelijkheden ingezet worden om actuele onderwerpen en verbanden letterlijk en figuurlijk te laten zien: wat zit er onder het oppervlak verborgen, wat houdt het thema veiligheid eigenlijk in, hoe verplaatsen we ons en welke consequenties heeft dat? Boven Nederland moet geen serie mooie plaatjes worden die verbazen, maar biedt de kans om te laten zien how seeing turns into showing, how emperical observations turn into explanations and evidence.

Dit programma biedt de kans nieuw talent te kans te geven de mogelijkheden van datavisualisatie ten volle te benutten. Waarbij het geen televisieprogramma moet worden met een website, maar een crossmediaal programma dat de lijn doortrekt die bij In Europa en de Beagle is ingezet: vertaling van de inhoud naar alle beschikbare media en doelgroepen. Het eindresultaat moet wat mij betreft op hetzelfde niveau liggen als de boeken van Edward Tufte, waarbij inhoud en vorm tot een geheel zijn gesmeed. Maar daarover morgen meer.


Geen reacties.


Laat een reactie achter »