Documentaire-regisseurs worden steeds vaker zelf de producent van hun films. Dat schreef Niels Bakker hier onlangs in dit artikel. Is dat slim? Of onderschatten ze het vak? Filmmaker en producent Rolf Orthel stelt dat een goede samenwerking tussen filmmaker en producent meestal echte meerwaarde heeft, maar dat de keuze om met een producent te werken aan de filmmaker zelf moet worden gelaten.
Een van de eerste dingen die Bert Haanstra mij leerde was om je eigen film te kunnen produceren. Ik herinner me hoe we aan een tafeltje in de warme middagzon zaten en hij zei: ‘Zo, nu gaan we je film begroten’. Dat was in 1964.
Een uur of twee later lag er een eerste versie, waarvan ik voor een aantal posten nadere gegevens moest gaan uitzoeken om tot de juiste bedragen te komen. Ook de RVD vond het later vanzelfsprekend dat ikzelf produceerde. En zo is het tot op de dag van vandaag gebleven.
Nu heb ik veel gewerkt met alle mogelijke regisseurs. Daarvoor deed ik ‘de productie’, wat soms in feite vrijwel alleen administratief werk inhield, en de volgende keer betekende het dat ik inhoudelijk zeer bij het plan was betrokken. En daar zit denk ik de kern van de zaak – wat mij betreft. Want als een regisseur op pad gaat, zijn of haar research doet, dan kan zij of hij daarna in veel gevallen ook de organisatie doen: alle gegevens zijn verzameld, rechtenkwesties zijn bekend en al deels geregeld etc.
Het inschakelen van een producent is voor een wat meet ervaren regisseur alleen dan zinnig, wanneer iemand productioneel werk niet wil of kan doen – niet kan doen, omdat iemand van zichzelf kan weten dat hij dan fouten maakt.
Voor mij is producent zijn dan ook vooral van belang als de regisseur behoefte heeft aan inhoudelijk weerwerk. De producent als sparring partner. Als leverancier van ideeën. Als iemand met productioneel inzicht, die kan helpen nadenken waar je op inzet bij realisering en waarom. Als adviseur. Als filmkenner. Als vraagbaak. En tenslotte ook als degene die in een vroeg stadium denkt aan distributie en verkoop, en die dan weet wat hij doen moet.
Maar het kan zeer goed zo zijn, dat de regisseur daar geen behoefte aan heeft en ruim voldoende ervaring bezit om dat alles zelf te doen. Dan is een producent misschien eerder ballast dan steun. Of hij is er alleen ‘omdat het moet van het fonds’.
Als ik hoor hoe Paul Cohen zelf produceert denk ik: vanzelfsprekend. Wanneer ik moet begrijpen dat Heddy Honigmann en John Appel niet samen hun film kunnen produceren en maken – omdat het Filmfonds als voorwaarde heeft dat regisseurs een externe producent bij hun project betrekken – denk ik: dat is onzin. Beiden hebben grote ervaring met filmmaken, in binnen- en buitenland. Beiden maken keer op keer prachtig werk. Beiden zouden zelf zonder meer een producent zoeken wanneer ze daar baat bij zouden hebben.
En daar zijn we bij de kern: een wat meer ervaren regisseur weet zelf of hij voor die specifieke film waarmee hij bezig is graag met een producent wil werken. De regisseur weet zelf of hij behoefte heeft aan inhoudelijke steun. En waarschijnlijk lezen enkele vrienden – met wie hij al langer samenwerkt – in elk geval het script en worden mogelijke problemen besproken. Die kleine ‘kring’ die wij allemaal in de loop van de tijd hebben opgebouwd is van meer belang dan de producent, met wie we moeten werken omdat het Fonds dat wil.
Kortom: omdat er zoveel verschillen zijn – ten aanzien van documentaires – denk ik dat de regel in een aantal gevallen eerder averechts werkt of overbodig is. Ook denkend aan mijn eigen ervaringen met beginnende regisseurs vind ik zeker dat ‘de regel’ goed kan werken bij mensen met weinig ervaring. Maar dat – als het gaat om ervaren regisseurs, die graag zelf willen produceren – de regel moet worden opgeheven. Dan kan altijd in gevallen van twijfel in gesprek met de maker uitgezocht worden wat te doen. Bovendien: het kweekt ervaring en spaart geld.
Ofwel: vertrouw op het inzicht van de maker. Het is immers in zijn of haar belang dat er van geval tot geval wel een raadgever, een assistent of een producent in de buurt is. Omdat elke film zo anders is zal de keuze om met een producent te werken dan ook van geval tot geval verschillen. Maar leg het niet op.
Ten aanzien van speelfilm denk ik dat het zelf produceren een grote uitzondering moet zijn. Daar moet ik eerder aan iets anders denken: dat beginnende producenten training en stageplaatsen nodig hebben, of een adviseur. Zelf (co-)produceerde ik ruim een dozijn lange speelfilms. Het had mij zeer geholpen wanneer ik destijds incidenteel op ervaren raad had kunnen rekenen.
Eén reactie