De eindredacteur is overbodig in het digitale tijdperk

tippexJe levert je stukje (zonder kopsuggestie, want dat is te veel moeite) in bij de eindredacteur. Die wikt, weegt, corrigeert en herschrijft de ganse avond, plaatst een kop en stuurt het naar lay-out. Die componeert van al die stukkies een pagina. Vervolgens gaat de corrector er nog eens overheen, voor de punten en komma’s, afbreekfouten en andere stommiteiten. De redactiechef geeft als laatste zijn zegen aan het artikel, en vervolgens mag het eindproduct richting drukkerij en lezer.

Dat was decennialang (en is nog steeds) de werkwijze op vrijwel alle kranten- en tijdschriftenredacties. Goed, de corrector is inmiddels op de meeste plekken wel wegbezuinigd. Maar de eindredactie is verder nog steeds in stand. Die starre bedrijfscultuur is één van de redenen waarom de oude media het in deze nieuwe tijd zo lastig hebben. Wie daar nog niet van overtuigd is, moet maar eens Clay Shirky’s betoog over het ineenstorten van complexe businessmodellen lezen.

Shirky noemt een voorbeeld uit het midden van de jaren negentig, wanneer vrienden die werken bij telecombedrijf AT&T hem vragen hoe het kan dat concurrenten webhosting aanbieden voor 20 dollar per maand. AT&T ging er prat op 99,999% betrouwbare servers te hebben, met voor gebruikers aparte testomgevingen waar ze veranderingen en vernieuwingen aan hun websites afgeschermd van het publiek konden uitproberen. Shirky vertelde zijn vrienden wat voor een webhosting hij zelf had: een erg goedkope, met servers die af en toe crashten. Zonder aparte testomgeving, veranderingen aan zijn site waren meteen voor bezoekers te zien. Bij AT&T snapten ze niet dat consumenten met zo’n lage kwaliteit genoegen namen. Vanuit hun cultuur was het onbegrijpelijk. Maar voor Shirky en vele andere klanten was de goedkopere service goed genoeg.

Weg met de eindredacteuren
Trek de vergelijking even door met kranten en tijdschriften. Die gaan, bijvoorbeeld in het geval van de Volkskrant en NRC Handelsblad, prat op de kwaliteit die ze bieden. Dat levert inderdaad mooie producten op, alleen ook een hoger kostenniveau. En dat is in de huidige neergaande markt steeds moeilijker te verkopen aan de directie.

Een goede maatregel om mee te beginnen is in theorie simpel: weg met de eindredacteuren. Het levert al snel een fte-reductie van twintig procent op. In de praktijk is dat heel lastig bij oude media, omdat ze qua denkpatroon vast zitten in hun in decennia gegroeide cultuur. Maar wat het begrip ‘kwaliteit’ inhoudt voor redacties, kan voor de lezers iets heel anders zijn. Is het echt zo erg als in de krant of in het tijdschrift een paar tik- en spelfouten staan? Bovendien staan die er toch wel in, zelfs met uitgebreide eindredacties. Ik vermoed dat er amper een lezer is die de eindredacteuren gaat missen.

Begrijp me niet verkeerd, er zijn vele zeer deskundige eindredacteuren. Maar hun toegevoegde waarde is alleen groter dan hun kosten bij hele lange verhalen (boeken, tijdschriften en de weekendbijlagen van kranten). Daar leiden hun ingrepen tot substantieel betere verhalen, in die gevallen kunnen ze blijven. In alle andere gevallen moeten redacteuren zelf zorgen dat ze foutloze kopij aanleveren, in ieder geval vrijwel zonder tik- en spelfouten. Wie dat niet kan, hoort simpelweg niet thuis in de journalistiek. En zulke mensen zijn zeker niet geschikt om nog veel ingrijpender en noodzakelijker herstructureringen in de mediasector te overleven, want dit is mijns inziens pas het begin.

Bas Timmers

Bas Timmers (5 augustus 1972, Oss) studeerde bedrijfseconomie aan de Hogeschool Den Bosch en later journalistiek bij Fontys hogescholen in Tilburg. Vanaf 1998 was hij werkzaam bij dagblad BN/DeStem, onder andere als redacteur nieuwsdienst en sportverslaggever. In de hoedanigheid zette hij het NACblog op. Tot 1 april 2010 werkte hij op de Newsroom van de Volkskrant als internetredacteur. Sindsdien heeft hij een eigen bedrijf: Pixels en Komma's, advies en projectmanagement voor nieuwe media.

Alle artikelen van Bas Timmers op De Nieuwe Reporter.

  • Bas, je betoog bevat naar mijn mening één grote misvatting: dat een eindredacteur alleen aan het einde van een redactieproces om de hoek komt kijken. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, zijn de meeste eindredacteuren – zeker bij tijdschriften – verantwoordelijk voor het complete redactieproces. Ze bewaken de formule, delen een blad in, kijken naar het ritme, briefen freelancers, checken de opmaak enzovoorts. Wanneer je al die functies weg zou laten, zouden lezers dat zeker merken. Een blad zou simpelweg als een kaartenhuis in elkaar storten. Ook bij een krant of televisieprogramma is de functie van een eindredacteur veel uitgebreider dan wat jij beschrijft. Als we journalistiek willen laten overleven, zullen we juist naar méér kwaliteit toe moeten en misschien ook wel naar meer eindredacteuren. Raymond Krul

  • Ik vind de vergelijking met het leveren van serveromgevingen een beetje mank gaan. Natuurlijk is het een feit dat consumenten genoegen met een mindere kwaliteit nemen. Dat was een jaar of 15 geleden al mijn betoog als vormgever toen ik zag dat men het met spatieringen in koppen op bijvoorbeeld billboards niet meer zo nauw nam. Mijn stagebegeleider bij Bonaventura liet me aan het einde van het plak- en kniptijdperk nog met gemak een halve dag werken aan de ruimte tussen de letters van een kop in Focus, Avenue of Man.

    De rol van menig eindredacteur is ook al lang niet meer het corrigeren van tik- en spelfouten maar hij of zij heeft een veel meer coordinerende rol gekregen en is de hoeder van de stijl. Die rol zal – mijns inziens – dan ook alleen maar toenemen.

  • Vanmorgen nog maakte ik me druk over het aantal fouten in de Belgische Metro en trachtte ik een indeling te maken, indien mogelijk zelfs een rangorde. Ik nam genoegen met een opdeling in twee dimensies: taal-inhoud enerzijds en onzorgvuldigheid-onwetendheid anderzijds. Voor een verdere verfijning zal ik mijn eigen blog wel inschakelen, maar mij lijkt het belangrijk om na te gaan wat de oorzaak van elk type fout is en wat de mogelijke gevolgen zijn. Zo kunnen de lezers er mogelijk wel baat bij hebben dat de redacties ‘kwaliteit’ anders invullen. In dat perspectief kan men ten slotte het nut of onnut van een eindredacteur vaststellen.

  • Sterker nog, een eindredacteur is soms eerder een last dan een verdienste. Hoe vaak heb ik geen stukken van mezelf gezien die door de eindredacteur vakkundig om zeep waren geholpen, bijvoorbeeld doordat ze net die ‘twist’ in mijn verhaal hadden weggehaald.
    Afgezien van de kosten is er nog het praktische probleem bij online media: die moeten snel op de actualiteit inspelen, waardoor de eindredactieslag domweg te veel tijd kost.

    En toch… Er lopen een heleboel experts rond die veel verstand hebben van hun vakgebied, maar die niet de beste schrijvers zijn. Een een goed geschreven uitgave zonder fouten is nu eenmaal een stuk geloofwaardiger.
    Een goede eindredacteur is volgens mij overigens niet alleen iemand die d’s en t’s verbetert en lollige kopjes maakt. Een goede eindredacteur is op veel meer manieren bij de productie te betrekken en kan zo werk van de hoofdredacteur, chefredacteur of hoe al deze ouderwetse functies ook genoemd worden.

  • “…en kan zo werk uit handen nemen van…” moest natuurlijk in die laatste zin staan.

  • Bas Timmers

    @Mark de vergelijking met serveromgeving gaat kennelijk niet mank, je geeft zelf een voorbeeld uit je eigen ervaring. dus dat consument met minder kwaliteit genoegen neemt, zijn we het over eens.

    De rol van eindredacteuren is m.i. amper veranderd, zeker bij dagbladen. De agenda wordt overdag bepaald, inclusief grofweg de pagina-indeling. In de avonduren heb je een chef nacht, of een chef uit, of redactiechef, die inspeelt op de laatste nieuwsontwikkelingen en die het overzicht behoudt. Eindredacteur heeft als eerste taak corrigeren. Ja, stijl is belangrijk, maar toch minder voor de verhalen van een paar honderd woorden. Voor paginalange tijdschriften en boeken ligt dat anders, zoals ik ook betoog.

  • Gitte

    Dan moet je inderdaad eerst zorgen voor foutloze kopij en dat is voor sommigen erg lastig. Ik ben heel kritisch, maar ontkom ook niet aan een foutje af en toe. Zeker als ik wat langer met een tekst bezig ben, dan lees je wel eens over iets heen. Een goede eindredacteur heeft zeker wel toegevoegde waarde!

  • Ik ben het met Mark eens en bovendien: waar gehakt wordt, vallen spaanders. Een (tik)fout is zo gemaakt en het is alleen maar fijn als een kundig eindredacteur er voor zorgt dat die fout uiteindelijke niet gepubliceerd wordt. Hoewel een eindredacteur natuurlijk ook niet foutloos kan zijn.

    Eindredacteuren zijn zeker belangrijk!

  • Ik maak een eigen krant op freelance basis. Ik lees mijn eigen stukken altijd nog een keer door. Toch laat ik anderen er ook naar kijken. Blijk ik toch nog fouten te hebben laten staan, of juist bij het verbeteren van zinnen nieuwe fouten te hebben gemaakt. Als ik de reguliere kranten lees, kom ik dergelijke vergissingen ook tegen en ze halen me behoorlijk uit mijn concentratie. En ik zal geen uitzondering zijn.
    Je kunt een goede journalist zijn in die zin, dat je een goede neus hebt voor nieuwswaarde en opmerkelijke details in een verhaal. Maar een verhaal dat met gedrevenheid is geschreven, heeft soms ook wat meer ordening nodig, om voor de lezer goed volgbaar te blijven.
    Daarom ben ik blij dat er goede eindredacteuren zijn.

  • Bas, jouw inschatting dat 20% van een dagbladredactie zich met misbare eindredactie bezighoudt, klopt niet, in elk geval niet overal, in elk geval niet bij mijn krant. Bij Dagblad van het Noorden – en andere regionale kranten – doen eindredacteuren veel meer dan tekst corrigeren. Ze hebben een deel van de taken van opmakers overgenomen, wier werk ook door automatisering is veranderd of weggevallen. Ze stellen pagina’s samen uit aanbod van persbureaus of verslaggevers. Ze zijn met andere woorden een onmisbare schakel in het proces, en dan heb ik het niet alleen over de bijlagenredactie.

    Je redenering klopt om nog een andere reden niet. Bestaande lezers van kranten hechten juist wel aan artikelen zonder tik- en spelfouten, zonder slordigheden en kleine onjuistheden. Elke brievenredacteur, lezersredacteur en hoofdredacteur kan je dat vertellen. Het mag zo zijn, ik beweer dat zelf graag, dat een nieuw en jonger publiek wat pragmatischer is, en minder hecht aan de AT&T achtige bedrijfszekerheid, maar het kranten lezende publiek is nou juist wat conservatiever.

  • Ik lees de Volkskrant online, en ik erger me vreselijk aan de hoeveelheid fouten die ik daarin tegenkom. Spelfouten, stijlfouten, tikfouten, alles komt voorbij. Grappig genoeg in golven, die misschien samenvallen met de vakantie van de proeflezer of een redacteur met arendsogen?

    Toegegeven, ik betaal er niet voor, dus ik mag misschien niet zeuren, maar omgekeerd krijgen de mensen die die fouten publiceren wel gewoon betaald – tenminste, dat hoop ik dan weer wel voor ze, zo aardig ben ik dan nog. Zoals je zegt, dat kan natuurlijk eigenlijk niet. Een timmerman die iemand nodig heeft of zijn scheef geslagen spijkers recht te zetten moet geen timmerman worden.

    (de enige fout die me opviel in het stukje hierboven was ‘hele lange verhalen’, ziet een Nederlandse spelchecker die fout trouwens?)

  • Ben

    Als eindredacteur ben ik echt niet alleen maar bezig met de d-tjes en de t-tjes. Ik coördineer pagina’s, kort verhalen in totdat ze in de krant passen en ik maak onleesbare passages leesbaar. Juist voor internet blijft dat laatste broodnodig. En gezien veel reacties bij veel media over de spelfouten e.d. zit een deel van de lezers echt wel te wachten op een zo foutloos mogelijk medium.

  • @Bas: Voor mijn weblog krijg ik dagelijks e-mails van mensen die zich storen aan allerhande fouten in de media. Hoezo zijn eindredacteuren overbodig? Er is juist een enorme behoefte aan eindredactie.

    Je schrijft: ‘In alle andere gevallen moeten redacteuren zelf zorgen dat ze foutloze kopij aanleveren, in ieder geval vrijwel zonder tik- en spelfouten. Wie dat niet kan, hoort simpelweg niet thuis in de journalistiek’

    Mijn weblog illustreert dat redacteuren niet foutloos zijn. Horen die mensen dan maar niet thuis in de journalistiek?

  • Mark Intres

    Vermakelijk betoog en heerlijk ‘out of the box’ gedacht. In de ideale situatie heb je natuurlijk helemaal gelijk: eindredacteuren zijn vanuit kostenoogpunt een noodzakelijk kwaad. Omdat zij zelf niets produceren, kosten zij meer dan ze opbrengen. Hun meerwaarde moet worden gefinancierd door de organisatie, door de collega’s dus.

    Jij zegt: wie een eindredacteur nodig heeft, hoort niet thuis in de journalistiek. Maar in de praktijk maakt een stevige inhoudelijke sparringspartner de kopij beter. Daarom ga ik in grote lijnen met je mee, maar is het eigenlijk zo dat in de journalistiek alleen nog maar plaats is voor redacteuren met eindredactionele vaardigheden. Voor eindredacteuren dus.

  • Henk Blanken schrijft: “lezers van kranten hechten juist wel aan artikelen zonder tik- en spelfouten, zonder slordigheden en kleine onjuistheden.” Op internet speelt dat wat minder en dat heeft vermoedelijk te maken met de aard van het medium.
    In economisch opzicht is internetnieuws een ‘inferieur product’ (zie http://www.denieuwereporter.nl/2010/02/internetnieuws-is-inferieur-product/). Aan zo’n soort product stellen consumenten minder stringente eisen. Een krant is juist geen ‘inferieur product’, in de beleving van consumenten. Dus stellen ze daar hogere eisen aan.

  • Bas, je verhaal klopt naar mijn mening op een aantal punten niet.
    – Volgens mij is de verhouding eindredacteuren op gewone redacteuren een stuk minder dan 1 op 5.
    – Eindredacteuren doen tegenwoordig heel veel meer dan stukjes corrigeren, zeker op kleinere redacties.
    – Als alle journalisten die typfouten of een enkele spelfout maken niet thuis horen in de journalistiek, blijft er op de gemiddelde nieuwsredactie weinig bezetting meer over. Afgezien van de eindredacteur dan, die heeft daar in het algemeen een neusje voor.
    – Kun je onderbouwen dat lezers van ‘kwaliteitsmedia’ genoegen nemen met typ/taal/spelfouten? Volgens mij irriteert een (groot) gedeelte van de lezers zich daar dood aan.

  • Theo Dersjant

    Twee weken terug presenteerde de Amerikaanse professor Scott Maier onderzoek naar fouten in dagbladartikelen (zie ook: http://www.denieuwereporter.nl/2010/03/het-regende-fouten-in-hamburg/). Volgens zijn eerdere Amerikaanse onderzoek verliezen lezers juist door kleine, maar storende fouten, het geloof in de krant. Wie dergelijke fouten op de koop toe gaat nemen, zal een verlies van lezers ook op de koop moeten toenemen. Maar ja, een verlies aan lezers betekent in de ogen van sommige uitgevers een besparing op drukkosten. Want zo kun je het inderdaad ook nog zien.

  • Bas Timmers

    Henk, het is zeker zo dat de rol van eindredacteuren van medium tot medium verschilt. Bij regionale kranten zullen de binnen- en buitenlandpagina’s waarschijnlijk nog echt volledig bepaald worden door de eindredacteuren zelf. Ook omdat voor die pagina’s minder ‘eigen’ kopij is. Of je voor die pagina’s zonder eindredactie kunt bij een regionale krant, is idd discutabel. Voor de regiopagina’s ligt dat vermoed ik anders, omdat de indeling daarvan meestal door de deelredactiechefs wordt bepaald.

    Vwb kleine slordigheden, een punt dat Alexander en Theo ook aansnijden: de ergernis van lezers is mij ook bekend. Maar print media hebben nu wél stevige eindredacties en desondanks staan er nog genoeg kleine en grote slordigheden in de krant. Dus mag je je afvragen wat de meerwaarde is. Bovendien ben ik benieuwd naar de consequenties van de ergernis bij lezers. Zou het kunnen dat ze veel klagen over slordigheden, maar dat het geen reden is de krant op te zeggen?

  • @Bas: Ook bij regiopagina’s zijn eindredacteuren onmisbaar omdat ze, zoals ik al zei, veel meer doen dan tikfouten corrigeren. Je hebt overigens gelijk met je waarneming dat kranten veel meer overdag in elkaar worden gezet dan in het verleden. We zijn van een stukjesgedreven, tekstgedreven productieproces naar over gegaan naar een meer paginagedreven en vormgegeven proces. Dat leidt in het beste geval tot een wat tijdschrift achtige benadering waarbij de presentatie van verhalen (layout en fotografie of infografieken) belangrijker is geworden.

    In het verleden was dat andersom. Eerst werden alle teksten gemaakt, dan werd er beeld bij gezocht, en bouwde een vormgever samen met een eindredacteur een pagina. Dat was arbeidsintensief, inefficient en leidde ook niet tot de mooiste pagina’s. Nadeel van de huidige werkwijze is dat de vorm dwingender wordt en verslaggevers “vakken moeten vullen” (zo wordt het vaak beleefd).

    In jouw boutade ga je voorbij aan de efficiencyslag die veel kranten noodgedwongen al hebben gemaakt (waarbij, als gezegd, de winst is dat er meer aandacht is gekomen voor presentatie van nieuws). Overigens ben ik van mening dat verslaggevers inderdaad “schone” kopij moeten aanleveren.

  • Pingback: www.ensafh.nl()

  • Pingback: De kostbare eindredacteur «()

  • Bas Timmers

    @Henk ontegenzeggelijk is er al een forse efficiencyslag gemaakt bij kranten. Het gevoel van ‘vakken vullen’ is ook bekend, het is zelfs een direct gevolg van die efficiencyslag.
    Eindredacteuren zullen best meer doen dan alleen tikfouten corrigeren. De vraag die ik stel is of die ingrepen leiden tot kwaliteitsverbetering die door de consument gewaardeerd wordt. Ik vermoed dus van niet. Bovendien wordt de krant zoals je zelf terecht constateert veel meer overdag in elkaar gezet. Daardoor is het makkelijker geworden om een korte en snelle eindredactieslag vaak overdag te laten doen door collegae.

    @Sander: de mailtjes voor je weblog bewijzen dat zelfs eindredactie kennelijk geen afdoende middel is om spelfouten te voorkomen. En om je slotvraag te beantwoorden: ja, journalisten die structureel kromme zinnen inleveren en artikelen vol met tik- en spelfouten, horen inderdaad niet in de journalistiek thuis. Perfectie bestaat niet, maar schrijven is een vaardigheid die journalisten dienen te beheersen. Je eigen artikelen een keer nalezen op tik- en spelfouten, en je naaste collega hetzelfde laten doen, kan toch nooit veel moeite zijn?

    @Mark: het pakket van functie-eisen wordt gewoon breder. Je zult meer verantwoordelijk worden voor je eigen eindredactie. Die functies kunnen, zeker in de nieuwskrant, met elkaar versmelten.

  • Gisteren heb ik een leuke, interessante lezing bezocht. Jammer was dat de powerpoint presentatie vol stond met taalfouten. Wat is er dan aan de hand? Was de enthousiaste spreker ook zo enthousiast toen hij zijn presentatie maakte? Was hij mogelijk dyslectisch of was het geheel in elkaar geflanst? Het is in ieder geval geen reclame.

    Overigens ontving ik eens een uitnodiging voor een NT2-symposium. Alle partijen waren aanwezig: ministerie, roc’s, gemeenten, noem maar op. In een eerste blik op dat halve A4’tje tekst zag ik zo acht fouten. Denk alleen al aan het woordje persé …

  • @Bas: je mist mijn punt. De wenselijke werkelijkheid zoals jij beschrijft – zo min mogelijk eindredactie, planning van pagina’s overdag, vormgedreven productie – bestaat al. Zonder de eindredacteuren zoals wij die nu hebben, komt er geen krant uit, en dat lijkt me toch van belang voor de kwaliteit die de consument waardeert. Met andere woorden: je begon wat mij betreft te redeneren vanuit een verkeerd vertrekpunt, in elk geval waar het om regionale kranten gaat (ik ben al weer te lang bij de Volkskrant weg om dat nog te kunnen beoordelen). Wat overblijft van jouw betoog is een bewering (eindredacteuren zijn overbodig) die hooguit een beetje klopt, dat wil zeggen: veel meer niet dan wel. Een polemiek best overdreven zijn en scherp geformuleerd, maar moet, om hout te snijden, toch tenminste voor 70 of 80 procent waar zijn. Net andersom dus.

  • @Bas: Maar niet alle redacties hebben een eindredactie. Zo krijg ik veel mailtjes over een specifieke nieuwssite en ik vermoed dat zij geen eindredactie hebben. Sterker, ik vermoed dat zij zelfs geen spellingchecker gebruiken. En dat is vreemd. Want zo’n spellingchecker haalt veel slordigheden uit je tekst.

    De vele spel- en taalfouten illustreren m.i. de kwaliteit van de journalistiek. Alles moet snel. Door die snelheid is de kans op fouten groot. Wat vind je van de volgende stelling? ‘Als er al geen tijd is om artikelen op spel- en taalfouten te controleren, dan is er ook geen tijd om de inhoud te checken’. En hoeveel waarde moet je dan hechten aan journalistiek?

    Verder ben ik het met je eens dat redacteuren en journalisten het schrijven dienen te beheersen. Net zoals een metselaar een muur zonder gaten moet kunnen metselen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar het taalniveau van studenten Journalistiek.

  • Leuk geprobeerd, helaas misgeslagen.

    Anderen zeiden het ook al en ik doe volmondig mee: de eindredacteur is juist de spil van de redactie. De keeper van het team, de drummer van de band.

    Bij ons (NWT) is de eindredacteur feitelijk degene die het blad maakt. De coördinator/chef/aanjager/tempobepaler/producent/spil. En juist nu redacties krimpen, is die rol zwaarder dan ooit!

  • Theo Dersjant

    @Bas: Ik heb de bijdrage van Scott Maier op het factcheckcongres van Hamburg nog even doorgenomen. Vooraf: Maier beschrijft hoe in zijn onderzoek over een periode van twee jaar 7600 dagbladartikelen werden gecontroleerd op feitelijke (on)juistheden door de bronnen die in de artikelen genoemd werden te benaderen. Maier (op zijn presentatie in Hamburg):

    Every newspaper – small or large – suffered from inaccuracy. So clearly, accuracy remains a challenge among the U.S. press. But does it matter?

    Indeed it does. By every measure, we found that inaccuracy had a toll on credibility. When asked to assess the story’s overall credibility, news sources finding one or more errors rated the article nearly a full point lower on a 7-point scale than sources finding no error. The errors in a single story also measurably had a negative effect on news source perceptions of the entire newspaper. Even mistakes considered “small” diminished respect for the news media.

    Error explains a third of perceived story credibility. A lot when you consider all that goes into judging a newspaper – its look, prestige, political orientation and so on.

    These mistakes also tarnished the media’s working relationship with sources relied on for information. Even thought news sources were remarkably forgiving of errors, recognizing that journalists have a difficult job, their willingness to be a news source again diminished with every error found.

    Maier ontleent er vervolgens een argument aan om aandacht te besteden aan het belang van fact-checken. Een activiteit die in Nederland – deels – door eindredacteuren pleegt te worden gedaan.

    Overigens herhaalde Maier onlangs het onderzoek (in samenwerking met Stephan Russ Mohl van het European Journalism Observatory) in Italië en Zwitserland. Hij vond ruwweg een even groot aantal feitelijke onjuistheden. Zijn conclusie luidt dan ook dat fouten universeel zijn en – uiteindelijk – funest voor de geloofwaardigheid.

    Nog een laatste opmerking. Der Spiegel (Duitsland) heeft een afdeling ‘documentatie’ (waaronder factcheckers) van 75 personen. De factcheckers telden dat ze in één nummer van het tijdschrift, voor het ter perse ging, ruim 1100 fouten detecteerden (en verbeterden). De eveneens op het congres aanwezige ‘chef factcheckers’ van The New Yorker, Peter Canby, merkte op dat het ‘pre-press’ checken van artikel gelijk staat aan het bijtijds onschadelijk maken van explosieven die een grote schade aan de reputatie van een titel kunnen toebrengen.

  • Bas Timmers

    @Theo het punt van Maier is duidelijk. Het is m.i. wel appels met peren vergelijken: het onderzoek van Maier lijkt me een pleidooi voor fact-checkers. En hoewel idealiter eindredacteuren bij (gedrukte) nieuwsmedia ook fact-checkers zijn, is dat in de praktijk vooral door de tijdsdruk nauwelijks het geval.
    Dat het maken van fouten de toekomstige samenwerking met nieuwsbronnen bemoeilijkt, lijkt me evident. Dat de consument daar uiteindelijk last van kan hebben, is niet goed. Tegelijkertijd ben ik benieuwd naar Maier’s oplossingen, naar een analyse wat het kost om op een aanvaardbare foutenmarge te komen. En dan bedoel ik een aanvaardbare foutenmarge voor de consument, niet voor de nieuwsbron. Ik vermoed dat de consument vergevingsgezinder is dan nieuwsbronnen. Abonnees klagen vaak en luidruchtig, maar het aantal opzeggingen vanwege fouten was minimaal bij de kranten waar ik werkte.
    Tot slot: Der Spiegel is nou typisch een product waarvan ook ik betoog dat je er de eindredacteuren niet weg moet halen, omdat bij langere en explosievere verhalen hun ingrepen een substantiële verbetering van het artikel zijn.

  • @Theo: Er zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen bij het onderzoek van Maier.

    1. Maier laat bronnen fouten in krantenartikelen aanwijzen. Dat wil dus niet zeggen dat er daadwerkelijk sprake is van feitelijke onjuistheden. Het gaat om fouten in de perceptie van de betreffende bronnen. Het is dus een subjectieve maat. Als een bron zegt dat een bepaald woord fout is geschreven, dan registreert Maier dat als een onjuistheid in het krantenbericht, terwijl het best kan zijn dat die bron het bij het verkeerde eind heeft.

    2. Maier stelt de vraag of het erg is dat er fouten in krantenberichten staan. Zijn antwoord: jazeker, want “we found that inaccuracy had a toll on credibility. When asked to assess the story’s overall credibility, news sources finding one or more errors rated the article nearly a full point lower on a 7-point scale than sources finding no error.” Dat is natuurlijk niet verwonderlijk. Eerst vraagt hij bronnen om alle fouten in een krantenbericht aan te wijzen. En vervolgens vraagt hij die bronnen of ze het bericht betrouwbaar vinden. Nogal wiedes dat bronnen die veel fouten hebben gevonden, zo’n bericht niet zo betrouwbaar zullen vinden. Het probleem is hier dat je de respondenten ‘triggert’. Dat wil zeggen, je maakt ze eerst bewust van het feit dat er allemaal fouten in een bericht staan, en vervolgens ga je vragen of het bericht betrouwbaar is. Geen erg valide meting naar mijn idee.

    Wel een interessant idee trouwens om te onderzoeken of fouten van invloed zijn op de betrouwbaarheid van nieuwsberichten. Om dat te doen zou je twee versie kunnen maken: eentje met fouten, en eentje zonder fouten. Vervolgens voorleggen aan twee groepen en na lezing vragen hoe betrouwaar ze het bericht vinden. Als je dan een verschil vindt tussen die twee groepen wordt het interessant.

  • Theo Dersjant

    @ Alexander: Maier maakte in zijn studie een onderscheid tussen ‘objective’ en ‘subjective’ errors. Hij erkent daarmee natuurlijk het belang dat een bron heeft om op een bepaalde manier tegen ‘de feiten’ aan te kijken.

    Overigens inventariseerde hij ook naar type fouten. Het meest voorkomend was een fout citaat (objective), gevolgd door foute koppen en rekenfouten.

    Dat bronnen zelf zwaarder tillen aan fouten over artikelen waar ze zelf in voorkomen, is evident. Het is ontegenzeggelijk een nadeel van Maiers onderzoek. Daarbij nog wel de kanttekening dat bronnen natuurlijk vooral naar de bij henzelf bekend zijnde informatie keken om fouten te benoemen. Als in een artikel staat dat vandaag op de kop af 98 jaar geleden de Titanic zonk, kan dat feitelijk onjuist zijn, maar door geen van de bronnen zijn opgemerkt (bronnen zijn geen fact-checkers). Het is dus te verwachten dat de werkelijke hoeveelheid fouten nog iets hoger ligt dan Maier in zijn onderzoek vaststelde.

    Een zinvolle methode om de relatie tussen fouten en opzeggen in kaart te brengen, is om met een beperkte hoeveelheid respondenten diepte-interviews te houden om de werkelijke opzegmotieven te achterhalen (mensen geven vaak andere redenen dan ze eigenlijk hebben). Dergelijk onderzoek gebeurt in Duitsland (naar opzegmotieven). Voor zover ik weet worden fouten daarin niet als argument meegewogen. Het zou interessant zijn om te zien of opzeggers ‘fouten in de krant’ spontaan noemen in een diepte-interview.

    Overigens zal ik Scott Maier vragen of hij een artikel voor DNR wil schrijven over de vraag in hoeverre de mening van bronnen relevant is voor de vraag in hoeverre fouten in media opzeggedrag beïnvloeden.

  • Paul Disco

    In de laatste zin staat herstructuringen in plaats van herstructureringen. Ik weet niet of dat een heel goeie afsluiter is van het betoog ;-)

  • @Paul Disco. Heel scherp! Aangepast. :) (Overigens idd wel het bewijs dat eindredacteuren af en toe fouten laten staan.)

  • piet oosthoek

    ha bas, leuk stuk. maar een goeie eindredacteur zou je erop hebben gewezen, dat je redenering niet goed is opgebouwd, om niet te zeggen dat-ie vals is. je beschrijft een procesje, met eindredacteuren en correctoren en zo, noemt dat vervolgens – onbeargumenteerd – star en koppelt daaraan de evenmin onderbouwde conclusie dat ‘de oude media’ het dankzij deze cultuur zo moeilijk hebben.
    jij weet, denk ik, heel goed, dat ‘de oude media’ juist op de verwerkende redacties enorm hebben bezuinigd en dat in die zin van starheid juist geen sprake is. vals vind ik, dat je doet of eindredacteuren niet meer zijn dan collega’s die de spellingcontrole aanzetten, om daar vervolgens de redenering op te baseren dat eindredacties overbodig zijn. je weet beter.
    maar het mafste vind ik nog de gedachte dat dat de eindredacteur ‘in het digitale tijdperk’ wel weg zou kunnen. wat heeft dat tijdperk ermee te maken?
    de gedrukte krant, in jouw termen oude media, moet zich van de ‘nieuwe’ onderscheiden door betrouwbaarheid, kwaliteit en onafhankelijkheid. daarin speelt een vakkundig eindredacteur een belangrijke rol. waarbij het overigens goed is te beseffen, dat een groot deel van de nieuwe nieuwsmedia niet zou hebben bestaan en ook niet kan bestaan zonder de ‘oude’.

  • Paul Disco

    Het moet natuurlijk ‘goede’ zijn, in plaats van ‘goeie’. Inkoppertje, dacht ik. Ik overvraag vermoedelijk op het eindredactievlak ;-)

  • Henk

    De kop zou dus eigenlijk moeten luiden: Weg met heel veel verslaggevers. Het lijkt er veel op dat Bas geen idee heeft van de aboninabele kwaliteit in eerste aanleg van veel journalistieke producties. Eindredacteuren trekken dat onbaatzuchtig recht, waarna de verslaggever de complimenten voor het prachtige artikel incasseert en er niet voor terugdeinst te klagen over de drie (eigen) tikfouten die de eindredactie heeft laten zitten.
    Dit laat onverlet dat het heel zinnig kan zijn als een krant de zwakke broeders onder de verslaggevers de laan uit stuurt, waarna eindredacteuren, die in principe wel het ambacht beheersen, hun plaatsen kunnen innemen. Al moet niet onderschat worden hoe belangrijk het is als de producties van schrijvende journalisten nog eens door iemand met onbevangen blik worden bekeken.

  • Anja Scheutjens

    Lieve Bas, ik heb je betoog en de reacties daarop met interesse gelezen en het doet me deugd dat je na al die jaren nog net zo eigenwijs en tegendraads bent als in de tijd dat we intensief met elkaar omgingen. Heerlijk!

  • Pingback: Een freemiummodel voor een kwaliteitspers | geschreven om te lezen()

  • Pingback: Stelling: de eindredacteur is overbodig « Copytijgers : Beroepsdeformatie van een copywriter()