Seattle PI web-only propvol ‘hersensnoep’

Afbeelding 1Er was goedkoop bier, live-muziek en een nep-Marilyn Monroe: in maart vierde Seattlepi.com, de online-opvolger van de Seattle Post-Intelligencer (PI), zijn eerste verjaardag in The Crocodile-club in Seattle. Een jaar eerder werd de papieren krant – een van de twee dagbladen in de stad – na 146 jaar opgeheven. Maar de Seattle PI deed iets wat geen enkele grote Amerikaanse stadskrant tot dan toe had gedaan: een drastisch afgeslankte redactie ging met steun van uitgever Hearst de volgende dag verder met een online-versie.

Hoe heeft die het het eerste jaar gedaan? Volgens Michelle Nicolosi, uitvoerend producent van Seattlepi.com, is de redactie ‘een enorme journalistieke factor’. Dat valt nogal tegen. Hoewel de site nu en dan een primeur binnenhaalt, is de online-reïncarnatie van de Seattle PI, destijds een instituut, nauwelijks relevant. De site wordt overschaduwd door de overgebleven krant The Seattle Times. Die had zijn eigen financiële problemen, maar draait nu volgens eigen zeggen winst, mede dankzij het verdwijnen van de papieren PI. Verder knokt Seattlepi.com op tegen een groot aantal buurtblogs en andere kleine, maar kwalitatief hoogstaande nieuwssites als Crosscut en PubliCola.

Deze situatie heeft Seattlepi.com deels aan zichzelf te danken. De site is het voorbeeld van hoe het niet moet. In plaats van een duidelijke richting te kiezen, propt de redactie – kennelijk bang om de online-boot te missen – de site boordevol: korte nieuwsartikelen, links naar andere sites, redactionele blogs, expert-blogs, burgerblogs over elk denkbaar onderwerp – van de relatie tussen de VS en China tot nudisme – en fotogalerieën van dieren en beroemdheden, bedoeld om kliks te genereren.

Hersensoep
Lokaal columnist Knute Berger vatte de hutspot samen als ‘hersensnoep’. Journalistiek veteraan David Brewster van Crosscut was evenmin complimenteus: “Ik baan me een weg door de jungle en vind af en toe iets goeds.” (De Pulitzer-winnende spotprenten van David Horsey, de politieke columns van Joel Connelly en het populaire The Big Blog zijn inderdaad positieve uitzonderingen.)

Ook lezers kraken de lawine aan infotainment af. De hardste kritiek kwam nota bene van een ex-PI-journalist, Regina Hackett: ‘Het is journalistiek zonder journalisten’, schreef ze. ‘Het is een schijnvertoning, maar een schijnvertoning met bezoekers. Oh, brave new world.’

Hoeveel verjaardagen zullen er dan ook nog volgen voor Seattlepi.com? Volgens Hearst zijn de lezers wel degelijk geïnteresseerd in de site. Die zou vier miljoen unieke bezoekers en veertig miljoen page views per maand hebben – vergelijkbaar met de belangstelling voor de site van de papieren krant destijds. Onderzoeksbureau The Nielsen Company spreekt dat tegen: in februari had Seattlepi.com slechts 1,92 miljoen unieke bezoekers en kwam het aantal page views niet hoger dan 12,5 miljoen.

Lisa Bagley, woordvoerster van Hearst, wijt die flinke discrepantie aan de verschillende onderzoeksmethodes. ‘Onze cijfers zijn gebaseerd op de logs van de website’, e-mailt ze. Zulke cijfers zijn om verschillende redenen onbetrouwbaar, reageert Nielsen.

Seattlepi.com verliest in elk geval niet een miljoen dollar per maand, zoals de papieren krant deed, zei Pat Balles, algemeen manager van Hearst Seattle (hij en uitvoerend producent Nicolosi staan DNR niet te woord). Naar schatting verloor de Seattle PI veertien milljoen dollar in 2008, het laatste jaar voordat het dagblad werd opgeheven. De site zou zelfs op koers liggen om winst te maken, al meldde Balles niet wanneer dat zou gebeuren. Gezien de reacties van de adverteerders is Hearst ‘optimistisch’, meldt Bagley.

Rick Edmonds, analist van het journalistieke Poynter Institute, heeft er echter een hard hoofd in dat Seattlepi.com winstgevend kan worden. “Er zijn niet genoeg online-advertenties om een aanzienlijke nieuwsorganisatie te financieren”, zei hij. En zelfs een organisatie met 22 personeelsleden, zoals Seattlepi.com, is volgens hem ‘aanzienlijk’ te noemen.

Werkloze ex-collega’s
Toch zijn die 22 beter af, in elk geval voorlopig, dan hun talloze nog steeds werkloze ex-collega’s. Andere PI-verslaggevers namen banen in niet-journalistieke sectoren aan of gingen voor zichzelf werken. Een enkeling vond alsnog emplooi bij een krant.

Negentien verslaggevers en fotografen zetten hun eigen online-opvolger van de krant op: de Seattle PostGlobe. Maar deze nieuwssite, die draait op donaties en vrijwilligerswerk, komt niet echt van de grond.

De onderzoeksjournalisten van de Seattle PI wisten daarentegen nieuwe betaalde banen voor zichzelf te creëren. Vijf van hen richtten de non-profit InvestigateWest op, die onderzoeksartikelen over onder meer het milieu, de gezondheidszorg en dakloosheid in het Amerikaanse noordwesten produceert. InvestigateWest ontving in februari 100.000 dollar van de Ethics and Excellence in Journalism Foundation. Eerder al kreeg de non-profit 40.000 dollar van de Bullett Foundation.

“Nu kunnen we mensen gaan betalen”, zegt hoofdredacteur Rita Hibbard. Tot nu toe heeft haar team twee grote onderzoeken voltooid, naar seksueel misbruik op universiteiten en gevaarlijke chemicaliën in trottoirs en parkeerplaatsen. InvestigateWest verkoopt zijn verhalen aan andere media, waaronder Seattlepi.com.

Hibbard wil haar oude werkgever dan ook niet te hard aanpakken. “Gezien het feit dat Seattlepi.com een kleine redactie heeft, doen ze het aardig wat betreft ‘breaking’ nieuws”, vindt ze. Zelf zou Hibbard niet terug willen. “Als chef van de Seattle PI stond ik aan het hoofd van de aftakeling van dat systeem. Ik zoek liever nieuwe oplossingen voor onderzoeksjournalistiek.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (497 van 891 artikelen)


In het artikel Museum 2.0 beschreef Stefan Kuiper hoe musea zich begeven ...