Tech-sites die over de iPhone berichten, hebben het wel eens spottend over de Jesus Phone: een knipoog naar het soms religieus aandoende enthousiasme waarmee het toestel bij de introductie werd onthaald. Als de iPhone de Jesus Phone, dan is de iPad de Jesus Tablet. Want ook aan Apple’s nieuwste gadget worden weer de meest fantastische eigenschappen toegeschreven. En eerlijk is eerlijk: toen uw DNR-verslaggever een paar weken geleden voor het eerst een exemplaar mocht vasthouden, was hij diep onder de indruk. Wat een mooi scherm!
Hans Janssen, CEO van Woodwing, is zo mogelijk nog enthousiaster. Tijdens een presentatie die hij dinsdagmiddag gaf tijdens de Expert-meeting e-readers en tablets van het 3D-project, betoogde hij dat de iPad wel eens voor een revolutie in de uitgeefwereld kan zorgen – te vergelijken met de revoluties die de iPod en de iPhone eerder teweegbrachten in de muziekwereld en op de markt voor smartphones. “De iPad is een game changer. Natuurlijk waren er hiervoor ook al e-readers en tablets op de markt, maar de iPad is echt iets heel anders”, aldus Janssen.
Hopeloos ouderwets
De iPad is ontegenzeggelijk een verkoopsucces. Apple kon de apparaten in de eerste weken na de lancering in de Verenigde Staten nauwelijks aanslepen – een luxeprobleem dat alleen maar bijdroeg aan de toch al mythische status van het apparaat.
De iPad heeft er ook voor gezorgd dat alle e-readers die op de markt zijn (de Kindle, de iLiad en de Sony Reader) er opeens hopeloos ouderwets uitzien met hun zwartwitschermen. Nu is de vergelijking tussen de e-readers en de iPad niet helemaal eerlijk. De e-readers maken voor hun schermen namelijk gebruik van een heel andere technologie (e-inkt) dan de iPad.
De voordelen van de e-inkt-schermen zijn dat ze ook prima buiten in de zon zijn te lezen en dat ze een stuk energiezuiniger zijn. Nadeel van e-inkt is dat de mogelijkheden van de schermen beperkt zijn: ze zijn zwartwit en traag (video is onmogelijk, zelfs het omslaan van een bladzijde kan al irritant lang duren).
1,6 miljoen dollar aan advertenties
Janssen meent dat de extra mogelijkheden die de iPad biedt, uitgevers over de streep zouden moeten trekken. Redacties kunnen in de iPad-versie van hun publicatie zaken als video en live content (bijvoorbeeld beurskoersen, weersvoorspellingen of breaking news) aan hun papieren uitgave toevoegen.
Met een paar simpele aanpassingen aan de lay-out-software is het mogelijk om de papieren versie van bijvoorbeeld een tijdschrift direct om te zetten in een iPad-uitgave. “Als de lay-out van de papieren Time Magazine klaar is, is 80 procent van het werk voor de iPad-versie ook af. De opmakers hoeven er vervolgens alleen nog maar video’s en dergelijke aan toe te voegen.”
De kosten om een app voor de iPad te lanceren en de redactiesystemen aan te passen, zijn laag volgens Janssen. En dat terwijl de inkomsten flink kunnen zijn. “Time Magazine heeft in de eerste zes nummers die voor de iPad zijn uitgebracht voor 1,6 miljoen dollar aan advertenties verkocht. Daardoor is iPad-versie van het blad winstgevender dan de papieren editie.”
Lezersinkomsten
Behalve advertentie-inkomsten nemen de lezersinkomsten dankzij de iPad ook weer toe. Time Magazine vraagt voor een exemplaar voor de iPad hetzelfde bedrag als voor het papieren blad: bijna 5 dollar. “Lezers waren daar niet heel blij mee”, aldus Janssen.
Discussies over de prijs die je moet vragen voor een tijdschrift of krant op de iPad zorgden de afgelopen maanden al voor verhitte gemoederen bij uitgevers. Moet je een bedrag vragen dat vergelijkbaar is met de prijs van de papieren versie? Of moet je juist veel minder vragen, omdat de uitgever ook veel minder kosten heeft (voor drukken en distributie)?
Janssen vindt het niet zo gek dat Time is begonnen met dezelfde bedrag als voor het papieren tijdschrift. “Je kunt namelijk alleen maar naar beneden met de prijs.” Time Magazine staat overigens niet alleen in het vragen van een flink bedrag voor de iPad-versie van zijn blad. Zo zal vandaag Vanity Fair, dat vandaag voor het eerst op de iPad verschijnt, dezelfde prijs hanteren als in de kiosk (volgende nummers zullen wel iets goedkoper zijn).
Mooi vormgegeven
Janssen is ervan overtuigd dat lezers bereid zijn te betalen voor tijdschriften op de iPad. Zolang ze maar mooi zijn vormgegeven. Dat is dan ook de grote uitdaging voor uitgevers: ze moeten ervoor zorgen dat ze een mooi product uitbrengen. “Kranten die een tablet-versie van hun website maken, zullen daar geen inkomsten uit kunnen halen”, voorspelt hij. “Maar als ze voor de iPad een mooi opgemaakte krant met wat online elementen maken, valt er wel degelijk iets te verdienen.”
Het is niet al goud wat blinkt voor de uitgevers. Zo pakt Apple een flink deel van hun omzet als ze hun publicaties via de iPad willen aanbieden: 30 procent. Het percentage dat Apple opeist is overigens ook veel ontwikkelaars van applicaties een doorn in het oog. Uit recent onderzoek onder ontwikkelaars blijkt dat 80 procent de verdeling oneerlijk vindt. Het kan overigens nog erger: uitgevers die kranten en tijdschriften uitbrengen voor op de Kindle moeten soms wel 70 procent van hun omzet afstaan.
Daarnaast is lang niet iedereen ervan overtuigd dat lezers hun portemonnee zullen gaan trekken voor – mooi opgemaakte – kranten en tijdschriften op de iPad. “Omdat Apple een mooi product ontwerpt, gaan mensen opeens weer betalen? Het zou mooi zijn als het gebeurde, maar ik betwijfel het”, schreef Mike Masnick begin dit jaar op Techdirt. “Als kranten zichzelf opsluiten achter paywalls of alleen betaalde content aanbieden via de tablets, gaan mensen gewoon ergens anders heen – en heel snel ook.”
Pingback: Gaat de iPad het tijdschrift en de krant redden? « De nieuwe reporter | iPad Pagina