Journalistiek is een publiek goed (en staatssteun is onvermijdelijk)

waakhondDe journalistiek is onmisbaar in een democratie. Dat vinden journalisten zelf uiteraard, maar de meeste politici, ook degenen die afgeven op de pers, denken er niet anders over. Ik vermoed dat ook het publiek in ruime meerderheid gelooft dat het land beter af is mét dan zonder journalisten. De pers, concludeer ik, is een “publiek goed” en moet, als het echt niet anders meer kan, ook uit publieke middelen worden gefinancierd.

Bij de meeste kranten in Nederland stappen dezer dagen de Plasterk-jongeren binnen. Dat zijn jonge journalisten die dankzij 4 miljoen euro subsidie van (toen nog) minister Plasterk twee jaar lang aan het werk kunnen. Hoewel het water de dagbladen aan de lippen staat, ging er nog een stevige discussie aan die regeling vooraf. Moet de pers wel staatssteun accepteren? NRC weigerde de Plasterk-jongeren, net als Elsevier, de meeste andere kranten onderdrukten hun intuïtieve aversie.

Ook media die met publiek geld worden gefinancierd, kunnen onafhankelijke journalistiek bedrijven, stellen Robert McChesney en John Nichols in The Death and Life of American Journalism, een recent verschenen manifest waarin ze laten zien dat staatssteun voor de pers veel minder dubieus is dan journalisten tegenwoordig denken. De vrije pers, ongeveer uitgevonden in de VS, begon zelfs dankzij het subsidiëren van de postdistributie.

In de VS leidt de publieke omroep in vergelijking met die in Europese landen een marginaal bestaan. Elke Amerikaan draagt slechts een dollar bij aan de publieke omroep. Canada betaalt per hoofd van de bevolking 22 dollar, Ierland 59, het Verenigd Koninkrijk 80 en Denemarken 101. McChesney en Nichols verwijzen dan ook graag naar Europa: kijk naar de BBC als voorbeeld van publiek gefinancierde, onafhankelijke journalistiek.

Pervertering
In Nederland bewijst NOS Nieuws natuurlijk dat het mogelijk is, net als journalistieke programma’s als Zembla, Pauw & Witteman of Nova. De regionale publieke omroepen doen het ook. Ik begrijp de hartgrondige liberale afkeer van NRC en Elsevier (“onder geen beding een staatsmedium”), hoe groter de afstand tussen overheid en pers hoe beter, maar zie niet in waarom staatssteun per se tot de pervertering van de pers moet leiden.

De commissie-Brinkman, die onderzoek deed naar de toestand van kranten, waarschuwde dat dagbladen in Nederland al binnen enkele jaren structureel verliesgevend zullen zijn. De minister besloot daarop tot een steunoperatie. Ik denk dat publieke financiering van de pers niet alleen te billijken valt, maar binnenkort onvermijdelijk is. En de paar miljoen van Plasterk volstrekt onvoldoende.

Hinderlijke vragen
Wie naar publiek geld hengelt, zal zich moeten verantwoorden. Gewend als ze zijn hinderlijke vragen te stellen aan anderen, zullen journalisten die vragen nu aan zichzelf moeten stellen. Waar komt die crisis in de pers vandaan, en in welke richting zoeken we de oplossing? Zijn we inderdaad zo belangrijk voor de democratie als we denken? En hoeveel journalistiek is er eigenlijk nodig?

Wie daarover nadenkt, ontdekt dat internet niet de oorzaak van alle ellende is, maar wel een katalysator. Dat kranten eind vorige eeuw wel steeds beter zijn geworden, maar ook zonder pardon in hun kwaliteit gingen snijden toen de enorme winsten begonnen te slinken. Dat journalisten zich afvragen waar het nieuwe verdienmodel gevonden moet worden, maar niet staan te dringen om zich halverwege hun carrière de bizarre werkelijkheid van internet te laten uitleggen.

Kranten verdwijnen niet van vandaag op morgen. Maar ze hebben in hun huidige vorm ook niet het eeuwige leven. Al meer dan een halve eeuw lang lezen opeenvolgende generaties steeds minder kranten. Internet versnelt dat proces. De zestigers en veertigers van nu houden de dagbladen nog even op de been, maar om de Google-generaties te interesseren voor nieuws en ze daarmee te betrekken bij de democratie, is meer nodig.

Innovatie
De journalistiek zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Ze zal meer geld moeten steken in innovatie, ook al neigen uitgevers naar het tegenovergestelde: net zolang saneren tot er niets meer over is, wat Michael Porter de harvest-strategie noemde: take the money and run. Via het Stimuleringsfonds probeert de overheid nu die innovatie te bevorderen, maar de regeling is tijdelijk en, als gezegd, volstrekt onvoldoende.

Het is waar: kranten in Nederland – en ver daarbuiten – hebben geen overweldigend track record op het gebied van innovatie. Ze hebben commerciële kansen laten liggen – denk alleen maar aan Marktplaats of Nu.nl – en zijn nogal sloom gebleken waar ze inventief moesten zijn. Maar het is nog niet te laat. Ze hebben nu tijd nodig en een dwingende reden om te innoveren, noem het een incentive, noem het an offer you can’t refuse.

Waar moet geld heen
Omdat journalistiek een publiek goed is, zou de overheid nu de pers met meer publiek geld moeten steunen. Een paar ideeën. Financier de bijscholing van journalisten; op krantenredacties ligt de gemiddelde leeftijd tegen de 50 en bestaat behoefte aan basale computertraining, of kennis over de omgang met statistische gegevens (wat leidt tot computer assisted research) of de mogelijkheden en valkuilen van internet-zoeken.

Als de burger meer behoefte heeft aan verdieping en onderzoek, zouden we onderzoeksjournalistiek ook kunnen steunen met publiek geld. In directe zin, door specifieke projecten te financieren. Of indirect, door journalisten te laten trainen – bijvoorbeeld door de VVOJ. Alle producten die dat oplevert, de verhalen dus, zouden kort na eerste publicatie via internet voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

Om nieuwe journalistieke mediabedrijven een kans te geven zich te bewijzen herinneren Nichols en McChesney aan een al eerder bedacht systeem van vouchers. Geef elke burger 200 dollar om te besteden aan media. Een medium – het mag geen advertentie-inkomsten hebben – dat meer dan 20.000 dollar toegewezen krijgt, mag dat geld ook daadwerkelijk besteden, onder het voorbehoud dat alle producten gratis voor het publiek beschikbaar komen.

Niet twee maar twintig
Ik kan me nog meer rigoureuze maatregelen voorstellen. De overheid zou de distributie van dagbladen kunnen subsidiëren, zoals dat in een andere landen – de VS bijvoorbeeld – lang heel gebruikelijk is geweest. En ze zou de Plasterk-regeling dramatisch kunnen uitbreiden: als er niet twee maar twintig jongeren per krant aan het werk zouden gaan, zou die “verjonging” wel effect hebben, vooral ook op de journalistieke cultuur.

(Terzijde: al in 2003 telde Nederland drie maal meer voorlichters en pr-functionarissen dan journalisten. Inmiddels zullen dat er vier of vijf keer zoveel zijn. Zou de overheid de publieke pers niet kunnen financieren door te bezuinigen op voorlichters? Dat trekt de verhouding wat recht en sommige voorlichters kunnen gewoon terug naar het vak waarin ze ooit zijn begonnen).

Zou de overheid – nog een andere suggestie – de persdienst ANP kunnen overnemen, en zijn producten om niet ter beschikking kunnen stellen aan journalistieke media? Welke media zouden daarvan dan profiteren? Verdwijnt het concurrentievoordeel voor de krant als elke nieuwssite ook gratis ANP-berichten kan doorplaatsen? En zou je in dat geval een norm moeten bepalen?

Professionalisme
In The Vanishing Newspaper pleit de Amerikaanse krantenman en emeritus hoogleraar Philip Meyer voor herwaardering van het professionalisme in de journalistiek. Dat schuurt met het beginsel van vrije meningsuiting, iedereen mag zich wat mij betreft journalist noemen, maar helpt misschien wel te bepalen welke media voor publieke financiering in aanmerking zouden moeten komen.

Een publiek gefinancierde pers moet onafhankelijk zijn, maar ook verantwoording durven afleggen en duidelijk maken wat zijn professionele principes zijn. Je zou daarom van journalistieke media die om staatssteun vragen kunnen verlangen dat ze de Raad voor de Journalistiek steunen. Daarmee bedoel ik uiteraard niet dat ze aan de leiband van de Raad dienen te lopen – evenmin als dat nu het geval is – maar iets van publieke verantwoording lijkt me redelijk.

Dit artikel verscheen ook op het weblog van Henk Blanken.

12 reacties

  1. Theo Dersjant schreef op 19 mei 2010 om 08:36

    Een aantrekkelijke gedachte, waarbij het vooral aanspreekt dat de overheid ook voorwaarden mag stellen aan perssteun. Die richting op doordenkend, schetst Blanken een print- of onlinelandschap dat uiteindelijk niet zo heel veel hoeft te verschillen van het huidige omroepbestel. Waarom datzelfde model niet ook op de printsector losgelaten? Dan mogen uitgevers kiezen of ze de commerciële kant van het bestel kiezen (en ten gevolgde dus niet langer de hand bij de overheid mogen ophouden) of de publieke, niet op winst gerichte kant, die onder voorwaarden overheidssteun kan ontvangen. Ooit hadden we een sector die daar al toe neigde, met Perscombinatie als bedrijf dat in eerste aanleg ideëel was. Al heeft ook daar het grote winstdenken zijn intrede gedaan.

    Aan het publieke omroepbestel worden nu ook voorwaarden gesteld als programmaspreiding. Een duaal printbestel (en mogelijk ook online) is dus eigenlijk niet eens zo heel vreemd. Het zou in ieder geval een einde maken aan de vreemde constructie dat een dagblad als De Telegraaf enerzijds de rug heeft toegekeerd naar de Raad voor de Journalistiek, maar anderzijds wel wil meedelen in de overheidsgelden.

    Nog verder doordenkend kan de overheid huishoudens een ‘rugzakje’ geven, waarin bijvoorbeeld jaarlijks 300 euro zit, vrij te besteden aan krantenabonnementen, abonnementen op websites die nieuws en achtergronden brengen, tijdschriften of onderzoeksjournalistiek (de ‘vouchers’ van Nichols en McChesney). Op die manier blijft de overheid op enige afstand en hebben media nog steeds genoeg prikkels om hun bestaansrecht aan te moeten tonen. Want als niemand een – door de overheid gefinancierd – abonnement op een krant neemt, is zo’n krant het ook niet waard om in leven gehouden te worden. Bovendien is steun aan media niet langer doel maar middel. Middel om burgers geïnformeerd en betrokken te houden, een voorwaarde voor democratie. (Zie in dit verband ook: http://www.denieuwereporter.nl/2008/11/de-excellentie-zwetst/)

    Met 7,3 miljoen huishoudens zou zo’n model een slordige 2 miljard op jaarbasis kosten. Toegegeven: geen kattedrek en het politieke draagvlak ervoor is op dit moment niet aanwezig. Maar mag democratie iets kosten?

  2. Pingback: www.ensafh.nl

  3. Overheidssteun aan journalistiek lijkt me gerechtvaardigd als de journalistiek iets van waarde levert. De Raad voor de Journalistiek erkennen, biedt te weinig garantie voor kwaliteit. Je kunt braaf zijn, maar toch niets te melden hebben. Een beter criterium voor subsidie lijkt me dat de te subsidieren journalistiek ook daadwerkelijk de watchdog functie vervult die zo belangrijk wordt geacht. Het is interessant te zien wat de verschillende rechters te melden hebben over wat je nu wel en niet onder serieuze journalistiek moet verstaan. Misschien is het een idee om de visie van het Europees Hof te volgen en alleen dat als journalistiek te erkennen dat die watchdog functie vervult. Kom maar op met de subsidie voor onderzoeksjournalistiek.

    Voor Uitspraak van Europees Hof zie: http://www.ivir.nl/publicaties/hins/EHRC_7_2009.pdf
    Voor rechters over journalisten zie: http://www.ivir.nl/publicaties/dommering/De_rol_van_een_journalist_in_de_democratie.pdf

  4. alt. johan schreef op 19 mei 2010 om 19:57

    Is vrije toegang tot internet niet veel belangrijker voor de democratie?

    Is kunnen zoeken met Google zonder dat de overheid censureert niet veel belangrijker voor de democratie? Denk aan China, denk aan Iran.

    Omdat iedereen tegenwoordig kan publiceren op internet hebben journalisten een beetje hun monopolie verloren. Ik vind het fantastisch. Het was toch een beetje een links feestje.

    Ik ken iemand die spelt zijn volkskrantje iedere dag van A-Z. Wordt zijn krant er door overheidssteun beter van? Ik denk het niet. Er is zelfs een risico dat ie genoeg krijgt van die krant.

  5. Henk Blanken schreef op 19 mei 2010 om 20:42

    @Gerard: om misverstanden te voorkomen: ik wil niet suggereren dat erkenning van de RvdJ het enige criterium, of zelfs maar het belangrijkste, zou moeten zijn.

  6. Kortom, het publiek wil ergens niet meer voor betalen en als straf duwen we het door z’n strot, betaald met zijn eigen belastinggeld (2 miljard euro). Dit alles onder het mom van vrijheid en democratie. En, uiteraard, in het geloof dat door de overheid betaalde journalistiek volstrekt onafhankelijk is en niet als vanzelf geïnteresseerd raakt in de issues, belangen en sferen die de overheid bezig houden, zoals: hoe kunnen we de overheidssector en subsidiestromen zo groot mogelijk houden. Fijn gecontroleerd door een Raad voor de Journalistiek met algemeen geldende ethische richtlijnen, zodat er een mooi gelijkgeschakelde (sorry voor dit Germanisme) pers ontstaat.
    En de vrijbuiters en dissidenten die een andere keuze maken en geen geld van de overheid wensen aan te nemen, moeten maar opboksen tegen de staatsmedia. Ja, het was een vrije keuze van NRC en Elsevier om geen Plasterk-journalisten aan te nemen, maar dat wil niet zeggen dat ze nu geen last hebben van oneerlijke concurrentie.
    Maar toegegeven, het klinkt als een zeer aantrekkelijk model, de journalistiek als ‘publiek goed’.

  7. @Arendo: je sarcasme in je laatste zin verbaast me niet, evenmin als je standpunt. Ik ben de eerste om toe te geven dat publiek gefinancierde journalistiek het laatste alternatief moet zijn, en de tweede om de erkennen dat publiek geld voor pakweh Hilversumse internetinnovatie een vorm van oneerlijke concurrentie is. Van de andere kant: onafhankelijke journalistiek met publiek geld is wel degelijk mogelijk, bewijst Hans Laroes. Dat zou jij hem ook niet ontzeggen. Maar jouw punt blijft staan: hoe voorkom je dat strikt private media nog harder moeten opboksen tegen deels publiek gefinancierde media. Eerlijk gezegd: ik weet het niet.

  8. @Henk: allemaal tot je dienst, maar ik kreeg uit je stuk een beetje de indruk dat alle media maar geld van de overheid moeten aannemen, zodat we dan eindelijk hand in hand het paradijs kunnen binnenwandelen.
    En wat de publieke omroep betreft, het gaat ook om de proporties. Jaarlijks 850 miljoen is een hoop geld. De particuliere media concurreren niet alleen met NOS Nieuws om de schaarse aandacht van de mediaconsument, maar ook en vooral met programma’s als Boer zoekt vrouw. Tegen het instituut NOS Nieuws heb ik weinig, hoewel ik zeer gelukkig ben dat er ook zoiets bestaat als RTL Nieuws, al was het maar om NOS Nieuws scherp te houden.
    Moedig voorwaarts.

  9. Laten we ons over de onafhankelijkheid van de Publieke Omroep niet te veel illusies maken. Vooral sinds de fiscalisering van de omroepbijdragen, is de ondergrondse en bovengrondse invloed van ‘Den Haag’ alleen maar gegroeid. Kamerleden, ministers en omroepbaasjes die uitspraken doen over individuele, journalistieke programma’s, het is allemaal dood gewoon. Nieuwe toetreders in het bestel dankzij de angst van Den Haag. Een KRO-directeur die een stemadvies geeft uit angst voor delen van Den Haag. Je zou bijna gaan verlangen naar de tijden dat de KVP de KRO regeerde en de PvdA heerste over de VARA.

  10. Pingback: Welke journalistiek is een publiek goed? « De nieuwe reporter

  11. Deze (nu weer door Henk Blanken) eindeloos opgetekende loopgraven zijn de reden dat ik opgehouden ben mee te werken aan DNR. Hier heerst de geest van de Eerste Wereldoorlog. Wat je ziet? Een zich progressief noemende beroepsgroep, die uit angst voor hypothecaire problemen (vertaald naar mooie begrippen als ‘functioneren van de democratie’) terugkruipt achter subsidiemuren. Goede interventie van Arendo Joustra. Blanken valt ook gelijk om, daarna.

    Mijn antwoord? Journalistiek is altijd een vorm van ondernemen geweest, ook binnen een omroep of krant. Journalistiek BLIJFT ondernemen, alleen nu risicovoller, sneller, harder…

  12. Pingback: VS vinden de journalistiek opnieuw uit « De nieuwe reporter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (465 van 891 artikelen)


Heeft de overheid grote invloed op de media? Is er een tycoon ...