Kritiek op de Raad voor de Journalistiek is als gezeur op het Nederlandse weer: oneindig. Uit onderzoek naar soortgelijke raden in Europa van RvdJ-secretaris Koene uit 2008, blijkt dat de Raad wederom toe is aan een aantal verbeteringen. Daarnaast hebben de afgelopen jaren NOVA, HP/De Tijd, de TROS en De Telegraaf het orgaan de rug toegekeerd. Vindt de beroepsgroep zelf wel dat Raad anno 2010 bestaansrecht heeft? Vier studenten journalistiek stelden deze vraag aan negen hoofdredacteuren van landelijke media. De uitkomst is een verdeeld ‘ja’, gevolgd door een dikke ‘maar’.
Het afstudeeronderzoek is gedaan door vier studenten aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Om de hoofdvraag ‘In hoeverre heeft de Raad voor de Journalistiek volgens hoofdredacteuren van landelijke media anno 2010 bestaansrecht?’ te beantwoorden, spraken zij met de kopmannen van negen verschillende landelijke media. Het originele plan was om van elk medium minimaal één voorstander en één tegenstander van het zelfreguleringsorgaan te interviewen. Niet alle vooraf geselecteerde hoofdredacteuren konden echter meedoen aan het onderzoek, vooral vanwege drukte en afwezigheid. Voor de media die afvielen werden alternatieven gekozen die het dichtst bij de originele keuze lagen. Uiteindelijk spraken de studenten gedurende januari en februari van 2010 met het Algemeen Dagblad, NOS, Panorama, Elsevier, BNR Nieuwsradio, EenVandaag, NOVA, JOOP en Sargasso.
Verdeeld bestaansrecht
Uit deze gesprekken wordt duidelijk dat twee van de negen interviewkandidaten (Panorama en Elsevier) de Raad voor de Journalistiek totaal niet meer zien zitten, zelfs als de Raad de nodige aanpassingen maakt. Panorama is, in tegenstelling tot Elsevier, niet uit de Raad gestapt, maar vindt het orgaan totaal overbodig. Het Algemeen Dagblad en NOVA betwijfelen of de Raad toekomst heeft. Het AD vertelt eerder richting een ‘nee’ te neigen. NOVA kwam bijna twee jaar geleden in botsing met de Raad, waardoor de medewerking geschorst werd. Het programma geeft de Raad voorwaardelijk bestaansrecht. Om te beginnen moet het mogelijk worden een uitspraak te herzien. Sinds 1 maart is deze optie verwezenlijkt, samen met een aantal aanpassingen naar aanleiding van het onderzoek van Koene uit 2008. De andere hoofdredacteuren vinden wel dat de instantie bestaansrecht heeft, maar dat er afgezien van de gedane aanpassingen nog een en ander verbeterd moet worden.
Vijf van de hoofdredacteuren die toekomst zien in de klachteninstantie, vinden bijvoorbeeld dat er in het verleden onzorgvuldige uitspraken zijn gedaan. “De enige manier waarop de Raad gezag ontleent, is aan de kwaliteit van de uitspraken”, benadrukt Carel Kuyl (NOVA). Daarnaast blijkt dat de ervaringen die de media met de Raad hebben gehad, veelal bepalend zijn over hoe er tegen het orgaan wordt aangekeken. De journalisten die niet met de instantie te maken hebben gehad (JOOP, BNR en Sargasso) hadden haast geen kritiek. Het zijn vooral de hoofdredacteuren die een aantal keren door de Raad in het ongelijk zijn gesteld, die veel op het orgaan aan te merken hebben.
Niet serieus genomen
Naast de discutabele uitspraken, sommen de gesproken media in grote lijnen dezelfde kritiek op die de Raad al jaren achtervolgt; lange procedures, het ontbreken van een hoger beroep, een dubieuze samenstelling. Er is echter ook nieuwe kritiek tijdens de interviews boven komen drijven. Zo voelen Frans Lomans (Panorama) en stephan Okhuijsen (Sargasso) zich niet serieus genomen door het zelfreguleringsorgaan. De internetjournalist van Sargasso heeft het gevoel dat zijn werk volgens de Raad niet onder de definitie van journalistiek valt. Volgens hem is hij in de ogen van de Raad “een goedwillende amateur, maar ik houd me weldegelijk bezig met journalistieke zaken”.
Ook de hoofdredacteur van Panorama zet vraagtekens bij hoe de Raad tegen ‘zijn’ medium aankijkt. Hij heeft het gevoel dat de klachteninstantie op zijn blad neerkijkt. “Ze vinden dat ik de hoofdredacteur ben van een ordinair blaadje, dat puur bestaat om winst te maken.” Hij vindt dat het net zo goed “de Raad voor de NRC” had kunnen zijn, omdat ze andere journalistieke normen hanteren dan bijvoorbeeld Panorama of De Telegraaf. Ook Peter de Jonge (AD) en Hans Laroes (NOS) vinden het lastig om te bepalen wat nu de grenzen van gedegen journalistiek zijn.
‘Er moet iets zijn’
Naast de kritiek, geven de hoofdredacteuren ook eventuele alternatieven voor de Raad. Opvallend hierbij is dat alle journalisten vinden dat verantwoording tegenover de consument cruciaal is. Of dit nu via een ombudsman gaat, de Raad of zelfs een simpel telefoontje met de hoofdredacteur. Over de vorm worden ze het niet eens, maar ‘er moet iets zijn’ waar mensen met journalistieke klachten aan kunnen kloppen. Lomans (Panorama) is de enige voorstander van de gang naar de rechter. De ombudsman of mediator heeft ook maar één felle voorstander, namelijk De Jonge (AD). De NOS gebruikt wel een ombudsman, maar vindt het geen representatief alternatief voor de gehele journalistiek. Het komt er op neer dat de voorstanders van de Raad eigenlijk vinden dat de Raad deze rol het beste kan vervullen. Daarmee lijkt het orgaan voor de meeste hoofdredacteuren, ondanks alle klachten, toch nog het beste zelfreguleringsorgaan. Of, met de woorden van De Jonge (AD): “De Raad is een kreupel paard, maar wel het enige paard dat we hebben.”
In een tweede aflevering, die een van de komende dagen op De Nieuwe Reporter verschijnt, reageert secretaris Daphne Koene van de Raad voor de Journalistiek op bovenstaande kritiek.
4 reacties