Niet alleen politici verdienen soms een Pinokkio
Acht afleveringen kende ‘NOS Fact check’ tijdens de afgelopen verkiezingscampagne. Acht onderzoekjes naar het waarheidsgehalte van politieke uitspraken, gepubliceerd op NOS.nl, voor een belangrijk deel op basis van de tientallen tips en vragen van het publiek. Het hadden er makkelijk twee of drie keer zoveel kunnen zijn.
Voor het belangrijkste deel is dat natuurlijk de ‘verdienste’ van de lijsttrekkers zelf. Wie er op gaat letten, valt op dat zij in de strijd om de kiezersgunst met name de neiging hebben om de effectiviteit van de eigen voorstellen te overdrijven en de nadelige effecten weg te relativeren. Het ultieme voorbeeld deed zich voor tijdens het eerste RTL-debat, toen Jan Peter Balkenende en Geert Wilders werd gevraagd of hun plannen nadelige gevolgen zouden hebben voor de koopkracht. En zij dat glashard ontkenden.
The Washington Post, die tijdens de presidentsverkiezingen van 2008 ‘The Fact Checker’ introduceerde, zou hier waarschijnlijk drie ‘Pinokkio’s’ voor hebben uitgedeeld.
Democratie
Zo duidelijk in strijd met de waarheid zijn de uitspraken van de politieke leiders overigens slechts zelden. Als fact checker ben je in de praktijk veel meer energie kwijt aan halve waarheden dan aan hele. Ja, het komt voor dat bijstandmoeders dankzij allerlei regelingen tussen de 1500 en 1800 euro per maand weten binnen te krijgen. Maar dat is bij lange na geen ‘gemiddelde’, zoals Mark Rutte beweerde.
En ja, Femke Halsema had gelijk toen zij stelde dat de meeste mensen binnen een jaar weer uit de WW zijn en dus geen last zullen hebben van de beperking van de uitkeringsduur die GroenLinks bepleit. Maar die groep ‘niet-getroffenen’ is kleiner dan Halsema het voorstelde. Eén Pinokkio, zou het vermoedelijk worden, voor zowel Rutte als Halsema.
Dergelijke vermengingen van feit en fictie verdienen correctie, zeker vlak voor verkiezingen. Zonder al te grote woorden te willen gebruiken: een democratie functioneert nu eenmaal op z’n best als burgers zoveel mogelijk op basis van de juiste informatie naar de stembus gaan. De journalistiek kan daarbij een rol spelen. In de eerste plaats overigens door zelf precies te zijn en de feiten te kennen. Het is tot daar aan toe als Rutte tijdens een interview beweert dat de PvdA de hypotheekrente-aftrek wil schrappen, waar het ‘om een beperking gaat. Het wordt pas echt een probleem als de krant in kwestie zo’n bewering vervolgens onweersproken afdrukt. Ook dat verdient eigenlijk een Pinokkio.
Argwaan
Punt is wel dat de politieke leiders in verkiezingstijd op zoveel plaatsen verschijnen en dat partijen zoveel papier verspreiden, dat het voor journalisten ondoenlijk is om al dit soort beweringen op te pikken en te controleren. Vandaar dat wij de afgelopen maand oprecht blij waren met al die mailtjes van het publiek. Die zorgden voor een vorm van samenwerking tussen journalisten en niet-journalisten (‘co-creatie’, heet dat tegenwoordig) waar wij vooral het afgelopen half jaar met ‘NOS Net’ al veel in hebben geïnvesteerd, maar nu die tijdens de campagne een nieuwe dimensie kreeg.
Sommige tips waren zo goed onderbouwd en zo gedetailleerd, dat er op de redactie zelfs enige argwaan ontstond. Die meneer die een discrepantie had gevonden tussen de bijlage van de CPB-doorrekening van het D66-verkiezingsprogramma en het originele program, was dat wel zomaar een burger? Was die niet in dienst van een concurrerende politieke partij? Nee, leerde een check. Deze Joeri Jansweijer heeft gewoon ‘een grote interesse in politiek’. En ontdekte zo een redelijk gevoelige aanpassing van het D66-program die de partij zelf niet had gepubliceerd.
Natuurlijk vonden wij de voorbije maand ook de nodige reacties in onze inbox die minder bruikbaar waren. Omdat ze bijvoorbeeld te politiek aangezet waren en te weinig gericht op de feiten: “Kunt u eens uitzoeken welke mensen dan wel op de VVD stemmen?” Of omdat ze ons vroegen iets te doen waar zelfs het Centraal Planbureau te weinig tijd voor had: “Ik zou graag willen weten wat de bezuinigingen van de partijen een gemiddeld gezin ongeveer per jaar kosten met 1 werkende partner en 2 schoolgaande kinderen.”
Ouderwets journalistiek handwerk
Want sjonge, wat kost het inderdaad veel tijd, die zoektocht naar de waarheid. Alleen al omdat er soms een complete tv-uitzending van een uur moet worden teruggekeken om een tip na te kunnen trekken. Omdat het even duurt voordat de juiste cijfers boven water zijn gehaald. Omdat er intensief contact moet worden onderhouden met de tipgevers. En omdat er soms natuurlijk ook intensief uitzoekwerk is dat uiteindelijk niets oplevert.
Maar het is vooral ook heel leuk om te doen: ouderwets journalistiek handwerk, dat wordt gewaardeerd en gedragen door het publiek. Het is niet voor niets dat er binnen de NOS de komende tijd gaat worden gekeken of het mogelijk is om door te gaan met ‘Fact check’, ook buiten verkiezingstijd.










3 reacties:
21 juni, 2010
Wat een mooi voorbeeld van goede journalistiek. Dat ben je geneigd te denken als je bovenstaand stuk doorleest. Maar eigenlijk zou dit stuk moeten leiden tot gevoelens van diepe treurigheid.
Alleen al het feit dat de NOS een apart project optuigt om beweringen van politici te checken, zou moeten stemmen tot treurigheid. De hoofdzaak bij de NOS is het uitzenden van debatten en ferme uitspraken van politici. Het controleren van die uitspraken is blijkbaar maar een een bijzaak. Dat getuigt van een bedroevende opvatting over journalistiek.
Dat blijkt ook wel uit enkele passages in dit stuk. Zo lees ik: “een democratie functioneert nu eenmaal op z’n best als burgers zoveel mogelijk op basis van de juiste informatie naar de stembus gaan. De journalistiek kan daarbij een rol spelen.”
Wat een vrijblijvende formulering. Is het niet zo dat de journalistiek daarbij een rol moet spelen?
En op het eind: “Het is niet voor niets dat er binnen de NOS de komende tijd gaat worden gekeken of het mogelijk is om door te gaan met ‘Fact check’.” Twijfel om door te gaan met een fudamentele taak van de journalistiek, namelijk het checken van feiten en beweringen?
Treurig dus.
21 juni, 2010
@Alexander Pleijter: Ik ben uiteraard blij met iedereen die zo vurig pleit voor fact checking als fundamentele taak van de journalistiek. Maar voordat je al te treurig wordt: het is denk ik wel belangrijk om onderscheid te blijven maken tussen het checken van nieuws (onze ‘core business’) en het checken van beweringen van politici.
De NOS stopt bijzonder veel tijd en energie in het checken van alle nieuwsfeiten. Ik heb persoonlijk nergens anders meegemaakt dat zelfs ANP-berichten worden nagebeld voordat ze tot een onderwerp kunnen leiden.
‘NOS Fact check’ echter valt weer net in een andere categorie: daar kijken we ook naar beweringen van politici die niet onmiddellijk het nieuws hadden gehaald. Dat is dus extra werk bovenop onze dagelijkse bezigheden. Bijzonder belangrijk werk, zeker in verkiezingstijd, daar zijn we het gelijk over eens. Maar ook arbeidsintensief.
Niet toevallig denk ik is The Washington Post na de presidentsverkiezingen van 2008 gestopt met ‘The Fact Checker’. Treurigmakend? Nogmaals: wij gaan kijken of voortzetting mogelijk is, er is nog hoop.
22 juni, 2010
@Bas de Vries: Het checken van de nieuwsfeiten is belangrijk, maar het checken van uitspraken van politici is minstens zo belangrijk. Zeker als je er vanuit gaat dat de journalistiek een functie heeft in de democratie.
Als je meldt dat een politicus een uitspraak heeft gedaan, dan is het goed om te checken of dat klopt. Dat wil zeggen, controleren of hij het daadwerkelijk gezegd heeft. Dat is het checken van nieuwsfeiten. Maar dat is hele oppervlakkige journalistiek. Voor het publiek is het fijn om te weten dat het klopt dat die politicus iets beweerd heeft, maar het is nog veel belangrijker om te weten of het klopt wat die politicus zegt. En daar kan de journalistiek zijn meerwaarde bewijzen. Het enkel doorgeven van uitspraken van journalisten en checken of hij dat echt gezegd heeft, dat kan iedereen. Daar hoef je geen journalist voor te zijn. Maar checken of zulke uitspraken kloppen, daarin zit de toegevoegde waarde van de journalistiek. Dat vergt wel een andere opvatting van journalistiek: niet slechts registreren, maar ook rechercheren. Inderdaad, arbeidsintensief. Maar daarom juist ook zo belangrijk.
Hopelijk komt er een vervolg!