De afgelopen tijd is de manier waarop Nederland met zijn Wet Openbaarheid van Bestuur omgaat op verschillende plaatsen tegen het licht gehouden. Specialist Roger Vleugels analyseerde de stand van zaken in een vlammend artikel op dit weblog en de zgn. Persvrijheidsmonitor Nederland 2009 wijdde een afzonderlijke, juridisch getinte paragraaf aan de WOB.
De volgende korte tekst, onderdeel van de Jaarrede die Arendo Joustra onlangs als voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren hield, is deels op deze twee publicaties gebaseerd. Joustra meldt ons overigens dat het Tweede-Kamerlid Marinko Peters (GroenLinks) van plan is met kamervragen over dit onderwerp te komen.
Er is een groeiende ergernis bij de journalistiek over de toepassing van de Wet Openbaarheid Bestuur. Dertig jaar geleden, toen deze wet van kracht werd, liep Nederland voorop met de openbaarheid van bestuur. Nu blijkt uit talrijke rapporten dat Jan Romeins wet van de remmende voorsprong heeft toegeslagen. Nederland bungelt nu een beetje achteraan.
Overheden traineren verzoeken, overschrijden de termijnen, zetten overal het etiket STAATSGEHEIM op, sturen aan op rechterlijke uitspraken, gaan de informatie te lijf met een stift, zoals Ad van Liempt in zijn toespraak op de Dag van de Persvrijheid liet zien, of laten zich voor de informatie betalen.
Komende kabinetsformatie
Blijkbaar vergeet de overheid dat dit soort informatie niet van haar is, maar van de burger. En als de burger deze informatie vraagt, dient de overheid deze informatie zonder dralen en zonder er geld voor te vragen te overhandigen.
Het zou mooi zijn als in de komende kabinetsformatie afspraken worden gemaakt over een betere openbaarheid, die zich ook uitstrekt over allerlei diensten die dertig jaar geleden nog tot de overheid behoorden, maar inmiddels op afstand zijn gezet en daarmee niet meer onder de wet vallen. Ook andere organen met een publieke taak zouden onder de wet moeten vallen, dus ook ziekenhuizen en staatsbedrijven als de NS.
Overigens maken recente uitspraken van het Europese Hof in Straatsburg zo’n aanpassing noodzakelijk. Ik verwijs daarbij naar het arrest Társaság a Szabadságjogokért – onthoud die naam – tegen Hongarije van 14 april 2009.