
Eerste reactie op de debatbijdrage Cultuurambities van de omroep.
De analyse van Tom Rooduijn over de toekomst van de kunstjournalistiek is in overwegend sombere kleuren geschreven. Dat kranten worden gedwongen op het budget van de kunstredactie te bezuinigen is aannemelijk (bij de publieke omroep zou dat ook kunnen gebeuren als de omroep onderwerp wordt van overheidsbezuinigingen), maar is het reëel om te veronderstellen dat bij de Volkskrant, Trouw, Parool of NRC Handelsblad kunstredacties gaan verdwijnen? De schrik slaat je om het hart als een dergelijk pessimisme uit de eigen gelederen opstijgt. Mocht het zo ver komen, dan zal ik als trouw lezer/abonnee direct de wapens opnemen. Maar daarover gaat de aangezwengelde discussie nu niet. De voorliggende vraag is wat de reactie van de publieke omroep moet zijn op het afkalvende bereik van inkrimpende kranten.
Rooduijn laat in zijn beantwoording een verfrissend geluid horen. In de strijd om het voortbestaan spreken uitgevers vaak over de opkomst van de nieuwe media en het ontbreken van een goed verdienmodel. Hoewel het aan banden leggen van de publieke omroepen daar geen oplossing voor biedt, laten ze geen gelegenheid onbenut om te tamboerijnen dat de inspanningen van de publieke omroepen op het terrein van de nieuwe media (en dan vooral internet) regelrechte concurrentievervalsing betekent. Interessant om nu van een redacteur van een van de kranten een oproep aan de publieke omroep te krijgen om de inspanningen juist te versterken. Begint het besef te groeien dat het met die concurrentievervalsing wel meevalt?
Kijker wil snelheid
‘De kans op kunst’ begint met een beschrijving van de wijze, waarop de publieke omroep aandacht heeft besteed aan de dood van Rudy Kousbroek. Samengevat oordeel: oppervlakkig en gefragmenteerd. Rooduijn suggereert dat in Hilversum afwegingen niet vanuit visie en beleid worden gemaakt, maar dat dergelijke berichtgeving afhankelijk is van de aanwezigheid van een redacteur, die toevallig affiniteit heeft met de materie of niet. Dat kan in een enkel geval een rol spelen, maar andere factoren zijn dominanter.
De belangrijkste factor is natuurlijk de kijker of luisteraar. Die wil snelheid, liefst ook wat humor (voorbeeld: De Wereld Draait Door) en heeft tegenwoordig genoeg keuze om bij de buren te gaan kijken als het aanbod niet aan die vraag voldoet. Vooral de VPRO heeft ervaren dat programmamakers het zich niet langer kunnen veroorloven om met de rug naar de doelgroep te staan (wat te doen als uit onderzoek blijkt dat VPRO-leden graag naar RTL Boulevard kijken?). Geen misverstand: er blijft ruimte voor kwetsbare initiatieven en experimenteren, maar in een andere omvang en niet ongeclausuleerd.
Zoals bekend bepalen bij de televisie de netmanagers van Nederland 1, 2 en 3 welke programma’s een plek krijgen in het uitzendschema. En, anders dan vroeger, hangt daar de financiering van de meeste individuele omroepen rechtstreeks mee samen. Om de doelstellingen te realiseren moet iedere omroep, en dus ook iedere programmamaker, zich bekommeren om de uitgangspunten van de drie netten. Die worden mede bepaald door doelstelling van bereik. Die zijn op Nederland 2 voor kunst en cultuur minder dwingend, maar spelen altijd een rol.
Het zijn de nieuwe technologische mogelijkheden die de kijker en luisteraar inmiddels te hulp schieten. Naast de broadcasting van de open netten zijn er de digitale themakanalen gekomen, die voor kijkers met een kabelaansluiting voor een klein bedrag toegankelijk zijn gemaakt. Sinds september 2006 is er voor de specifieke doelgroep (narrowcasting) Cultura24. Hier worden 24 uur per dag, zeven dagen in de week op basis van de actuele agenda programma’s getoond en context geboden. Inmiddels nemen maandelijks bijna 600.000 mensen kennis van dit aanbod.
Aantrekkelijke tijden
De komst van nieuwe technologieën heeft het afgelopen decennium de heldere verdeling van taken tussen publieke omroepen en kranten verstoord. Het gevecht om de gunst van de consument wordt vooral op internet uitgevochten, maar meerdere kranten zijn ook zelf televisie gaan maken. Recentelijk lijkt bij uitgevers het inzicht gegroeid dat die laatste stap redelijk heilloos is. Het is te duur en vraagt naast inhoudelijke ook veel programmatische kennis en ervaring. Dit inzicht helpt bij de heroriëntatie op de taken voor de onderscheiden platforms. Binnen de redactie van het themakanaal Cultura24, en bij de daarin deelnemende omroepen AVRO, VARA, VPRO en NPS, is die discussie vanaf de start in 2006 gevoerd.
De ambities reiken direct ver. Speerpunt vormt het lineaire kanaal. Hiervoor bestaat over de uitgangspunten weinig twijfel. Cultura24 herhaalt zoveel mogelijk (op aantrekkelijke tijden) alle recente kunstprogramma’s zodat een ieder, die een uitzending heeft gemist, de schade kan inhalen (van Opium tot Boeken, van KunststofTV tot Vrije Geluiden). Dat is vooral relevant als de rechten voor Uitzending Gemist ontbreken.
Daarnaast wordt zoveel mogelijk op basis van de actualiteit geprogrammeerd. Toen Pavarotti overleed zond Cultura24 diezelfde avond een concertregistratie uit; op de dag dat Fons Rademakers overleed was er een speelfilm (‘Mijn Vriend’) van zijn hand te zien en jawel, ook voor het overlijden van Rudy Kousbroek is de geplande programmering direct aangepast. De redactie van Cultura24 doet dagelijks waardevolle vondsten in de archieven van het Instituut voor Beeld en Geluid en is trots dat het die schitterende programma’s, die na een enkele uitzending uit het oog zijn verdwenen, opnieuw kan aanbieden. Dat vormt de basis van de programmering.
Pinkpop rechtstreeks
Daarnaast haakt Cultura24 aan op de mogelijkheden die vanuit de open netten ontstaan. Maandelijks wordt de fameuze Zaterdagmatinee live op het themakanaal uitgezonden. Begin deze maand was de opening van het Holland Festival live te zien. Tijdens Pinkpop keken meer dan 200.000 liefhebbers op Cultura24 rechtstreeks naar een groot aantal concerten. En dat zal volgende maand ook gebeuren tijdens het North Sea Jazz in Rotterdam. De camera’s staan er al, maar op Nederland 1, 2 en 3 heerst schaarste aan beschikbare zendtijd. Daarin voorziet Cultura24 met het uitzenden van de integrale concerten.
Rooduijn spreekt ook over de witte vlekken in de programmering. Ook hier vervult het lineaire kanaal een taak. Op het open net wordt in twee talkshows met gasten gesproken over het actuele cultuuraanbod. Cultura24 maakt, in eerste instantie voor internet maar inmiddels ook op het themakanaal en in de herhaling op woensdagmiddag op Nederland 2, wekelijks een visuele rubriek over nieuwe voorstellingen en tentoonstellingen: Vrw zkt knst. Het literatuuraanbod wordt op een eigenzinnige wijze maandelijks bijgelicht met het programma Knetterende Letteren. De lijst met andere voorbeelden is aanzienlijk.
Veelzijdige website
Cultura24 heeft vanaf de start ook een website, die in de eerste twee jaar met nieuwe applicaties is uitgebreid. Hier richt de ambitie zich op vijf terreinen: nieuws (korte berichten op de homepage), achtergronden (verdiepende dossiers), de culturele agenda inclusief een actuele tv-gids (wat heeft de publieke omroep op het gebied van kunst en cultuur te bieden), uitzending gemist (op ieder gewenst moment kijken naar gewenste programma’s) en de mogelijkheid van interactiviteit. Voor het nieuws werd korte tijd samengewerkt met NRC Handelsblad omdat het de kleine redactie aan mankracht ontbrak (en ontbreekt) om dit terrein actief te zijn. En ook het bijhouden van de dossiers legt een zwaar beslag.
Het afgelopen jaar is de vraag gerezen of internet-bezoekers behoefte hebben aan lange beschouwingen. En inhoudelijk stelt de redactie zich de vraag of een kunstredacteur van de krant hier niet veel beter voor is toegerust. Beeld en geluid is de core-business van de publieke omroep en dus wil de redactie ook op internet vooral hier een onderscheidend aanbod leveren.
Inmiddels wordt hard gewerkt aan een door alle omroepen gedragen portal voor kunst en cultuur (planning: november 2010) met video on demand als belangrijkste toegevoegde waarde. Voor de krant liggen de mogelijkheden op internet op de terreinen waar kranten van oudsher goed in zijn: nieuws, achtergronden, recensies en agenda-informatie. Kranten en omroepen kunnen elkaar dus voortreffelijk aanvullen. Met dat inzicht in de rug zijn NRC Handelsblad en de NPS op het gebied van kunt en cultuur inmiddels nieuwe mogelijkheden van samenwerking aan het onderzoeken.
Actief en reislustig
Inmiddels is er aardig wat bekend over het profiel en het mediagebruik van kunst- en cultuurliefhebbers. Onderzoekers vertellen dat het (vooral) mannen en vrouwen van tussen de 40 en 65 jaar zijn met een HBO of WO opleiding. Ze zijn cultureel actief en reislustig, verdienen bovenmodaal, hebben een positieve kijk op het leven en een bovengemiddelde interesse voor kunst, literatuur, theater, (klassieke) muziek, film en reizen. Het jongere deel van de doelgroep heeft grote affiniteit met kunst en cultuur, voornamelijk vanwege studie of werkomgeving. Deze doelgroep kijkt weinig televisie. Vrije tijd wordt overwegend actief ingevuld.
Dit verklaart enigszins de matige kijkcijfers van kunst- en cultuurprogramma’s op televisie. Het is geen reden om te berusten. In het door Rooduijn gememoreerde meerjarenbeleidplan is voorzien in een vergroting van de toegankelijkheid en in onderlinge versterking door platformoverschrijdend te programmeren. Als op Nederland 2 een serie over het leven van Annie M.G. Schmidt wordt uitgezonden, dan is er op Cultura24 aansluitend een making of van iedere aflevering en een zeer uitgebreid overzicht van haar (televisie)werk (speelfilms, talkshows, liedjesprogramma’s, etc.) te zien. Onderzoek wijst uit dat dit wordt gewaardeerd en het bereik vergroot.
Witte plekken opgevuld
Rest de vraag van Rooduijn of er niet een centrale kunstredactie moet komen. De auteur schetst daarbij de onderlinge concurrentie tussen de omroepen als belangrijkste obstakel. Helemaal ongelijk heeft hij daarin niet. De wispelturigheid van de politiek heeft mede in de hand gewerkt dat de omroepen onzeker zijn geraakt over de mogelijke effecten (voorbeeld: de voorgenomen irrationele en inmiddels teruggedraaide opheffing van de NPS). Omroepen worden geacht zich meer en meer te profileren en daar past samenwerking maar moeilijk bij.
Toch zijn de directies van AVRO, VPRO en NPS drie jaar geleden bij elkaar gaan zitten om tot de gewenste coördinatie op het terrein van kunst en cultuur te komen. Sindsdien zijn witte plekken opgevuld (voorbeeld: Toneel op 2, een project van deze drie omroepen om toneelstukken te registreren) en is inefficiëntie teruggedrongen. De pluriformiteit wordt overeind gehouden, zoals de culturele sector zelf ook zijn differentiatie kent. En alle programma’s komen bij elkaar binnen Cultura24, het platform voor de cultuurliefhebber en straks op het nieuw te lanceren portal.
De redactie van het themakanaal (met veel gespecialiseerde kennis over kunst en cultuur, over programma’s maken en uitzenden en met een groot netwerk in de sector) zou zich graag ontwikkelen in de richting van het gedroomde vergezicht van Rooduijn. Met de komst van Cultura24 zijn de eerste stappen gemaakt.
Het maakt mij iets minder somber over de perspectieven van de kunstjournalistiek bij de publieke omroep.
Dit artikel verscheen eerder in 609, het kwartaalblad van het Mediafonds.
Pingback: De cultuur-ambities van de omroep « De nieuwe reporter