Wie vertrouwt de journalist nog?

prikTot op het bot wantrouwt de Nederlander zijn bank, zijn priester, zijn volksvertegenwoordiger en zijn klimaatwetenschapper. Ze graaien en verdraaien, liegen en bedriegen, jagen de waan van de dag en hun eigen status na. We leven in een low trust samenleving, aldus een themanummer van Filosofie Magazine dat vreemd genoeg met geen woord rept van de pers. Wie vertrouwt de journalist nog?

Ondanks de doehetzelf-media van internet, ondanks de “dekolonisatie van de burger” (Hofland), speelt de pers nog een rol tussen publiek en instituties. Na de hoogtijdagen van de massamedia eind vorige eeuw, toen pers en politiek elkaar vonden in een dramademocratie, kalft de invloed van de journalistiek af; de pers bereikt minder lezers en kijkers, die zich calculerend afvragen of ze ook zonder krant kunnen.

Dat kunnen ze niet – misschien nog wel zonder krant, maar niet zonder journalistiek. Maar dat die pers even onmisbaar is als een politicus, de huisarts of een straatagent laat zich lastig uitleggen. Het vertrouwen in pers en massamedia neemt af. Dat is vreemd en zelfs wat onrechtvaardig, want de journalistiek is de afgelopen decennia eerder beter geworden dan slechter. Onafhankelijker, professioneler, breder, betrokkener.

We zijn allemaal consumenten geworden, meer nog dan burgers, en we waarderen met onze portemonnee. Wat belangrijk is, kopen we. Kennelijk ligt betrouwbaarheid niet meer voorin de schappen, en kiezen we als shoppende burger eerst voor gemak, snelheid, overvloed, vermaak en emotie. Kwaliteitsmedia zien hun eigen betrouwbaarheid als hoeksteen, maar het lijkt alsof de consument er minder om maalt.

Scepsis
De digitale cultuur van internet is vergeven van glibberige paradoxen. De omgang met de waarheid is misschien wel de meest eigenaardige. Altijd en overal kunnen we alles weten of te weten komen, maar de ondubbelzinnige waarheid lijkt niet ons hoogste doel. Als het lijkt te kloppen, zijn we vaak al tevreden. Als we te veel aarzelen, googlen we nog een keer. Bronnen te over, en iedereen heeft zijn eigen waarheid.

Scepsis is de grondhouding van de geïndividualiseerde burger in de postmoderne netwerksamenleving. En van scepsis – zou het wel kloppen? – komt argwaan – het deugt vast niet. De assertieve burger die te rade moet bij autoriteiten eist transparantie, maar raakt het spoor bijster als de politicus of dokter hem niet in drie zinnen – in de 0,2 seconde van Google – kan uitleggen waarom het allemaal zo ingewikkeld is. En dat is de opwarming van de aarde nu eenmaal, of de noodzaak van vaccinatie, of de vorming van een kabinet.

Politici en ambtenaren vinden burgers “verwend, emotioneel en wispelturig,” schrijven Evelien Tonkens en Tjsalling Swierstra in Filosofie Magazine. Veel journalisten hebben een vergelijkbaar gramstorige verhouding met hun publiek. Doen we ons best, negeren ze ons. Bieden we duiding, willen ze Paris Hilton. Geven we onderzoeksjournalistiek, verlangen ze human interest. Schrijven we opinieverhalen, reaguren ze liever zelf. Maken we een keuze uit het nieuws, eisen ze alles.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Henk Blanken. Het is het eerste deel van een korte serie posts over pers en vertrouwen.

14 reacties

  1. Emile Schrama schreef op 30 juni 2010 om 18:21

    Het zijn dit soort analyses die aantonen welk een dedain er voor de moderne burger bestaat. Omdat hij door politiek en journalistiek nog steeds is begrepen, wordt hij maar wispelturig en emotioneel genoemd en wordt er over hem gesproken alsof het een klein kind is dat “guidance” nodig heeft. Een zoveelste manier om aan te geven “aan ons ligt het niet, het ligt aan de burger”. Zo’n analyse maakt de situatie er niet beter op, integendeel.

    Wat een zegen zou het zijn als de journalist eens een werkelijk intelligente en nieuwgierige analyse maakte van het gedrag van de burger, zonder vooroordelen of hoogmoed vooraf. Het zou opleveren dat aan die zogenaamde wispelturigheid een emotie een goed verklaarbare samenhang ten grondslag ligt, die door politiek en journalistiek gewoon nog steeds niet wordt begrepen. Dit artikel is feitelijk een herhaalde klap in het gezicht van de burger, die overigens lachend zijn schouders erover ophaalt.

  2. alt. johan schreef op 30 juni 2010 om 23:24

    Ik ben het helemaal met Emile eens. Je moet als burger toch bijna masochist zijn wil je ooit nog een krant van zo’n kwakzalver kopen.

    Ik snap best dat het vak van journalist in deze tijd lastig kan zijn. Belangrijk is ook te weten dat je het nooit bij iedereen goed kan doen. Zelf de (volkse) Telegraaf krijgt uit allerlei hoeken kritiek.

    Het belangrijkste is dat je een zekere vertrouwensband met een lezersgroep opbouwt. De lezer moet bij wijze van spreke lid van de krant zijn. Inclusief ledenavonden!! De betalende lezers zijn immers belangrijk voor de krant, voor de journalistiek en uiteindelijk voor de democratie. Daarom moeten ze volop betrokken worden.

  3. Theo van Stegeren schreef op 1 juli 2010 om 12:09

    “De lezer moet bij wijze van spreke lid van de krant zijn”… Het aardige is dat we in Nederland een ledensysteem bij media kennen: de meeste publieke omroepen zijn verenigingen met (vaak honderdduizenden) leden. Sommige omroepen weten die band met hun leden ook werkelijk betekenis te geven (bijv. BNN, VARA, VPRO) en van invloed te laten zijn op hun programmering, andere doen er te weinig mee.

    Maar voor alle omroepen is het roeien tegen de stroom in. De meeste leden peinzen er niet over naar een ledenbijeenkomst van hun omroep te komen. Wat dat betreft is het, om met Putnam te spreken, “bowling alone”: de geindividualiseerde burger laat zich niet zo makkelijk meer voor het verenigingsleven strikken en opereert liever op eigen houtje. “Although the number of people who bowl has increased in the last 20 years, the number of people who bowl in leagues has decreased. If people bowl alone, they do not participate in social interaction and civic discussions that might occur in a league environment.”
    Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Bowling_Alone

    Geen krant of omroep is op eigen houtje in staat deze trend te keren. Het is een culturele trend die zich in de meeste westerse samenlevingen voordoet, al zijn er onderzoekers (Robert Andersen, Edward Grabb, and James Curtis, 2006) die menen dat Nederland er minder onder te lijden heeft dan de VS.

  4. Na het lezen van dit (eerste) artikel, is het mij niet helemaal duidelijk voor welk deel ervan Henk Blanken verantwoordelijk is.

    Twee delen troffen mij als karakteristiek voor de houding van de professionele journalist van vandaag:

    “Het vertrouwen in pers en massamedia neemt af. Dat is vreemd en zelfs wat onrechtvaardig, want de journalistiek is de afgelopen decennia eerder beter geworden dan slechter. Onafhankelijker, professioneler, breder, betrokkener.”

    en

    “Kwaliteitsmedia zien hun eigen betrouwbaarheid als hoeksteen”.

    Daar wringt het dus. Als er al aan zelfonderzoek wordt gedaan, dan is de kritische blik afwezig. Het ligt aan de consumerende ontvanger, en anders aan andere dan de kwaliteitsmedia.

    Ik ben benieuwd of er in de volgende artikelen van Blanken wordt helder (en hard) gemaakt HOE/of de journalistiek in de afgelopen decennia eerder beter is geworden dan slechter. Onafhankelijker, professioneler, breder, meer betrokken? Graag de feiten!

  5. Anne van der Baan schreef op 1 juli 2010 om 13:13

    Ik denk dat het vertrouwen in de journalistiek zal groeien als er een verplichte bronvermelding zou komen bij ieder artikel/ nieuwsfeit/reportage etc.

    Dan kun je als publiek op basis waar de informatie vandaan komt zelf een inschatting maken op welke manier iets ‘waar’ is. Althans, je weet dan in ieder geval dat het een waarheid voor de bron is. (En dat hoeft niet meteen te betekenen dat het een algemene waarheid is.)

    NRC Next heeft dat vorig jaar een aantal keren gedaan: dan las je onderaan het artikel een verantwoording hoe de journalist aan zijn informatie was gekomen. Dat gaf mij in ieder geval heel veel vertrouwen en vooral ook het gevoel dat ik als lezer serieus werd genomen.

    Mijn probleem met de huidige nieuwsvoorziening is dat ik alleen maar meningen te horen krijg die als waarheden worden gepresenteerd zonder een transparante onderbouwing.

  6. @Alle: Ik ben uiteraard voor de hele post verantwoordelijk, zij het dat ik in de eerste en laatste alinea refereer aan en citeer uit Filosofie Magazine. Maar het gaat je natuurlijk om mijn bewering dat de journalistiek beter geworden is.

    Daar valt inderdaad wel wat meer over te zeggen. In elk geval is dat het beeld dat de journalistiek van zichzelf heeft. Lees bijvoorbeeld wat Pieter Broertjes er in zijn jaarredes voor het Genootschap van Hoofdredacteuren over zei. Of wat Huub Wijfjes er in zijn dikke boek over 150 jaar journalistiek over schreef.

    Maar ik vind ook zelf dat de journalistiek “de afgelopen decennia” (!, en dus niet het afgelopen decennium) beter is geworden. In vergelijking met pakweg de jaren zeventig zijn journalisten beter getraind (er zijn tal van opleidingen gekomen), beter en kritischer naar zichzelf gaan kijken (denk aan interne en branchebrede ethische codes), terwijl kranten en omroepen ombudslieden hebben aangesteld om transparanter om te gaan met kritiek.

    Kranten zijn in vergelijking met de verzuilde kranten van de jaren ’10-’70 zonder twijfel onafhankelijker geworden. Ze laten meer interne pluriformiteit toe (denk aan de Volkskrant die Fortuyn, Wilders of Bolkestein aan het woord laat, of aan de Telegraaf die Femke Halsema interviewt).

    Kranten zijn in diezelfde periode breder geworden. Denk aan de bijlages en magazines, aan het verschijnen van columnisten en illustratoren, aan graphics en fotografie, aan buitenlandse correspondenten en onderzoeksjournalistiek. En ze zijn ook meer betrokken geworden: de lessen van Leon van Wolff over een lezersgerichte krant zijn bij tal van dagbladen binnengekomen.

    Dat het beeld van de lezer een ander is, ben ik van harte met je eens. Dat was nou net het vertrekpunt van dit artikel. In de ogen van de lezer – in elk geval is dat zo de laatste tien jaar, in in toenemende mate – doet de journalistiek veel mis. Journalisten zijn in hun ogen vaak afstandelijk, elitair, arrogant en vooringenomen.

    Voor een deel van de journalistiek klopt dat beeld, voor een groter deel niet – dat is althans hoe ik het zie (en ik ben natuurlijk zelf ook journalist). Punt is dat het het een het ander niet uitsluit: ook een afstandelijke, elitaire journalist kan een betere professional zijn.

    Voor de toekomst van de journalistiek maakt dat niet uit. Journalisten zijn afhankelijk van wat het publiek van hen vindt; hun “betrouwbaarheid” achten ze immers zelf hun grootste goed. Hun zelfbeeld is minder belangrijk dan hun publieke imago. Of anders gezegd: in dit soort situaties heeft de klant altijd gelijk.

  7. Scorpius schreef op 1 juli 2010 om 22:21

    Het vertrouwen in journalisten is inderdaad ver te zoeken. Soms spreken zelfs kranten – en dan zeker de gratis kranten in het vervoer – hun eigen koppen tegen, of lijkt een kop meer te willen vertellen dan het artikel.
    Toch wordt er steeds meer naar grenzen gezocht. Ook hier geldt: vooral in de kopper. Een schreeuwende kop, maar een verder nietszeggend artikel.

  8. alt. johan schreef op 2 juli 2010 om 00:23

    @Theo: 75% v/d burger komt z’n stoel uit om te stemmen. Er is dus nog steeds sprake van een zekere betrokkenheid. Ik denk dat in de perceptie van veel publiek het belang van journalistiek niet gevoeld wordt. Dat kan eigenlijk alleen als de burger zelf een journalistieke mini-ervaring heeft. Hij kan er dan ook achter komen hoe moeilijk het vak is. Hij moet het voelen om het te snappen.

    Daarom moet de krant de lezers opleiden tot mini-journalisten. Geef ze geen vis maar een hengel. Empowerment ipv consumeren. En als iedereen eenmaal amateur journalist is geworden dan zal de professional ook veel meer gewaardeerd worden.

    @Henk: Natuurlijk is de journalistiek professioneler, maar de burgerjournalistiek is er in verhouding veel meer op vooruitgegaan. De afstand is kleiner geworden omdat vele tools die de prof. gebruikt ook voor de burger beschikbaar zijn.

    De journalist kan zijn ‘voorsprong’ niet vergroten door afstandelijke en elitair te doen. Het is arrogant en de burger trapt daar niet in.

  9. @Anne: je hebt groot gelijk. In PopUp (2007, er komt een nieuwe druk) pleitten Mark Deuze en ik al voor meer transparantie in de journalistiek. Bronvermelding is daar een onderdeel van, maar hoort al veel langer standaard te zijn. Wij willen een stap verder gaan: laat maar zien hoe je verhaal tot stand gekomen is, en vooral: wat je eigen positie is als journalist of commentator, wat je “bindingen” zijn.

    @alt.johan: Burgerjournalistiek bestond in pakweg 1995 niet en heeft door internet een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Denk aan de miljoenen blogs (vooral commentaar op het nieuws) en de meer op nieuws gerichte, vooral lokale sites van amateur-journalisten, steeds vaker ondersteund door professionals (in de VS zijn er goede voorbeelden). Maar ik denk niet dat burgerjournalistiek de professionele journalistiek zal kunnen vervangen. Aanvullen, verrijken, corrigeren, inspireren – ja.

  10. Theo van Stegeren schreef op 2 juli 2010 om 13:41

    @ alt.johan ‘De lezers opleiden tot mini-journalisten…’: een bruikbare benadering, zeker in onderwijssituaties. Ik heb in het verleden heel wat van dergelijke sessies georganiseerd. Toch merkte ik dat het lang niet bij iedereen de intrinisieke behoefte aan nieuws en journalistiek vergroot. You can lead the horse to the water but you can’t make him drink…

    Zolang alles zijn gangetje lijkt te gaan zien de meeste mensen de consumptie van journalistiek niet als eerste levensbehoefte. Elke vakantieganger weet dat je de krant ook rustig een paar weken kunt missen. Bovendien beschikt de mens natuurlijk over genoeg ingenieuze psychologische mechanismen om de realiteit te ontlopen of ontkennen.

    Het is een verre van vrolijke vaststelling maar de betrokkenheid van veel burgers bij nieuws en journalistiek wordt pas authentiek en maximaal in tijden van oorlog en crisis. De Amerikaanse media kenden een opleving na 9/11 en de Katerina orkaan. Honderdduizenden Nederlanders riskeerden tijdens de oorlogsjaren hun veiligheid door illegale kranten te lezen of de BBC te beluisteren.
    Cynisch genoeg biedt dat perspectief voor de journalistiek. Wie de globale ontwikkelingen eerlijk volgt weet dat we met name op klimaatgebied op een levensgrote crisis afstormen. Maar het gaat wat ver op dat perspectief te hopen.

  11. @ Henk. Het duurde even maar dan krijg je toch nog een reactie van mij.

    Je verwijst mij naar twee bronnen die moeten helpen om mij te overtuigen van jouw stelling ‘dat journalisten (of is het de journalistiek) in de afgelopen decennia beter zijn geworden’.
    De jaarredes van Pieter Broertjes voor het Genootschap van Hoofdredacteuren, en boek over 150 jaar journalistiek van Huub Wijfjes.

    Het is goed dat die jaarredes zijn na te lezen, want zij hebben in alle opzichten een ‘long copy’ karakteristiek met een variatie aan onderwerpen. De vluchtigheid van het luisteren, kan de herinnering dan parten spelen. Zeker als ik zie dat de redes zijn uitgesproken in de periode 2000 – 2005.
    Ik heb mij beperkt tot het lezen van de laatste rede (2005). Eerlijk gezegd lees ik hierin geen ondersteuning van jouw stelling. In tegendeel, waar de rede het dichtst bij dat onderwerp komt, ik citeer het citaat van Broertjes van John Lloyd (Financial Times)

    “Veel journalisten zijn slordig, willen te graag scoren, nemen het niet altijd even nauw met de feiten en zijn te zeer verwikkeld in een wedstrijd om de macht met politici. Hij vindt dat de media, die een aanzienlijke macht vormen, ook zelf ter verantwoording kunnen worden geroepen.”

    Brooertjes stelt vervolgens: ‘Hij (Lloyd) roept op ons te bezinnen op onze motieven en vooroordelen. Ik steun die oproep graag.’ Maar daarmee zijn journalisten dus nog niet direct beter geworden?

    Het Boek van Wijfjes is 600 pagina’s dik, dat gaat mij nu even te ver, maar dankzij Google vind ik een artikel (Volkskrant 27/1/09) waarin Wijfjes – mede – commentaar levert op hoe journalisten omgaan met – wie anders dan – Geert Wilders.

    ‘Het is echt heel knap wat hij doet. Hij begrijpt de mediawetten precies en gebruikt die in zijn eigen voordeel. En de journal
    stiek laat zich elke keer opnieuw in de houdgreep nemen.’ En, ‘….Dat is heel knap, en de journalistiek trapt er elke keer weer in.’ ‘…Het is immers veel makkelijker en uit nieuwsoogpunt ook veel aantrekkelijker om over extreme standpunten te schrijven dan over ingewikkelde vraagstukken of gematigde opvattingen.’
    Tot slot, ‘Ook zouden de media elkaar niet voortdurend achterna hoeven te lopen, vindt hij. Maar dat gebeurt wel.’

    Goed, ik erken dat ik in mijn reactie citaten gebruik die mijn gevoel en dus mening ondersteunen. Waarbij ik direct ook aanteken, dat ik echt geen positievere teksten in deze artikelen over de stelling heb gelezen. Het aangehaalde Volkskrant artikel gaat over Geert Wilders, maar het had net zo goed over DSB Bank, Joran van der Sloot, of het Nederlandse voetbalelftal kunnen gaan.

    Een goed stuk journalistiek is gebaseerd op (eigen) onderzoek, hoor en wederhoor, resulteren in een eigen mening die is opgeschreven op een begrijpelijke manier. De variatie daarin kan dan bij de lezers tot eigen standpunten en discussie leiden.
    Lezers (consumenten) vinden dat fijn. Zij zoeken namelijk wel degelijk houvast. Kijk naar het succes van internet sites waar consumenten kennis kunnen nemen van de gebruikservaring met, en mening over producten en diensten. In essentie gaat het daarom.

  12. @Alle: Dat is inderdaad wel heel selectief lezen. Broertjes en Wijfjes hebben die kritiek op het vak geuit, maar ook andere dingen gezegd. En ik geloof dat ik mijn mening – dat de journalistiek beter is geworden – wel wat beter heb onderbouwd.

    Wat niet wegneemt dat er veel aan te merken valt op het vak en zijn beoefenaars. Lees daarvoor PopUp, het boek dat ik in 2007 publiceerde samen met Mark Deuze.

    Wat ik probeer te begrijpen is dit: hoe kan het dat een beroep, dat niet alleen in de ogen van de beoefenaars maar ook objectief vaststelbaar “beter” is geworden, toch zo’n achteruitgang in zijn imago heeft doorgemaakt.

    Dat is beslist ook terug te voeren op het feilen van de journalistiek, en op de afstand tot de lezer (de politiek zou van een kloof spreken). Maar dit kan niet de enige verklaring zijn. En dat vind ik belangrijk omdat het doel van mijn serie posts nu eenmaal is dat probeer te beredeneren hoe de journalistiek zijn imago weer kan verbeteren.

  13. Alle Wijmenga schreef op 8 juli 2010 om 00:26

    Henk, om misverstanden te voorkomen, ik vind niet alle journalisten (journalistiek) slecht. Maar net als vele anderen neem ik waar dat het met de kwaliteit in de breedte niet zo goed is gesteld. Een belangrijke reden daarvoor is denk ik dat de middelen die journalisten ter beschikking staan in de afgeloen paar decennia sterk zijn beperkt. In de zin van geld en als uitvloeisel daarvan tijd. Het moet tegenwoordig overal in de maatschappij ‘lean and mean’, ook in de journalistiek.

    Je stelt dat jij jouw mening, waarom journalistiek beter is geworden, beter hebt onderbouwd. Dat waag ik ter discussie te stellen.
    Dat journalisten meer ‘interne’ pluriformiteit hanteren vind ik niet noodzakelijkerwijs iets met kwaliteit hebben uit te staan. Het gaat immers om de inhoudelijkheid en er niet om of een journalist van bijvoorbeeld de Volkskrant Wilders aan het woord laat.

    In relatie tot mijn constatering dat journalisten meer moeten doen met minder, lijkt het mij helemaal geen voordeel dat kranten breder zijn geworden (bijlages, magazines). Nog meer pagina’s vullen met toch al te weinig mensen?
    Columnisten zijn leuk in de krant, maar het zijn niet per definitie journalisten (zeker niet in de rol van columnist).
    Dat er meer aandacht is gekomen voor de presentatie en dat daarmee kranten meer lezersgericht zijn geworden, daar kan ik mij in vinden. Maar dat heeft niets met de inhoudelijkheid te maken.

    Al met al denk ik dat ‘less is more’ – en dan doel ik op het product – journalisten zou kunnen helpen. Meer aandacht voor de punten in de laatste alinea van mijn vorige reactie.
    Dat schrijver en lezer het niet (altijd) met elkaar eens zijn is geen punt. De geinteresseerde lezer zal kwaliteit herkennen, ook al heeft die lezer een andere mening.

    Hoewel het misschien niet zo leest zijn wij het uiteindelijk wel met elkaar eens. Lezenswaardige serie posts zijn het zeker. Ook voor niet-journalisten!

  14. Nog1 schreef op 30 juli 2010 om 22:24

    De reden dat de burger de bank, de priester, de politicus en de journalist niet vertrouwd, is het feit dat ze iets te vaak bedonderd zijn.

    Eerst woekerpolissen en pedofiele priesters, en vervolgens verbaasd zijn dat mensen je niet meer vertrouwen.

    De onbetrouwbaarheid van overheid en politiek is eerder structureel dan incidenteel. Op 9 juni kenden we lange lijsten breekpunten die, nog voordat de zomer officieel begonnen was, alweer gesmolten waren. Pak voor de grap de verkiezingsprogramma’s van de vorige verkiezingen erbij en je hebt een door de politiek zelf geleverde lijst van verbroken beloften. De leugens van de politiek bij infrastructurele projecten zijn regel, geen uitzondering. En al zo oud dat er historisch onderzoek naar gedaan kan worden, zoals dat van professor Bent Flyvbjerg.

    En die betrouwbare journalisten…hebben die niet al eens het overlijden van Harry Mulisch gepubliceerd? Tikken die niet trouw ANP- en Reuter-berichten over, zonder deze verder te controleren?

    En al die katernen, waardoor de ‘journalistieke’ recensies naast de juiste advertenties staan. Ooit in een krant een recensie over een reis gelezen die samengevat neerkwam op; ‘Kutstad; lelijk en duur. Niet naar toe gaan.’ Hoe zou dat komen, omdat er geen rotsteden bestaan, of omdat de adverteerder dit niet blieft?

    Echte journalistiek is onafhankelijk, zorgt ervoor dat ze alleen zekerheden (geen veronderstellingen) publiceert en past hoor en wederhoor toe. Echte journalistiek wordt vertrouwd, niet omdat ze foutloos is, maar omdat ze haar best doet foutloos te zijn. De huidige sensatieblaadjes op tabloidformaat hebben hun principes sneller verloren dan hun lezers.

    En als klap op de vuurpijl, na bestolen door de bank, verkracht door de priester, opgelicht door de politiek en belogen door de media te zijn krijg je de volgende kwalificatie naar je hoofd geslingerd;

    “verwend, emotioneel en wispelturig,”

    Nu hoor ik zelf iets te veel bij de elite om op de PVV te stemmen, maar als we het hebben over hun wantrouwen voor autoriteiten, kan ik deze alleen maar terecht vinden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (422 van 891 artikelen)


Dit is een reactie op Drempelloos Museumland van Dick Tuinder. Als ...