De komende maanden gaan weer miljoenen Nederlanders op vakantie. Er zijn zelfs journalisten die het werk een paar weken neerleggen en naar het buitenland vertrekken. Maar welk boek moeten zij per se meenemen op vakantie? Die vraag legden we de afgelopen weken voor aan een aantal journalisten. Vandaag in deel 2 de boekentips van Guikje Roethof, Erik van Heeswijk, Peter de Vries, Ernst-Jan Pfauth, Jan Bierhoff en Huub Wijfjes.
Erik van Heeswijk (Hoofdredacteur VPRO Digitaal):
Een verplicht nummer, maar geenszins een straf, is het boek ‘No Logo‘, waarin ‘globaliste’ Naomi Klein uitlegt hoe merken een realiteit op zichzelf worden; het product doet er steeds minder toe. Het is vaak geroemd en geciteerd, maar we heeft het nou echt gelezen (geldt trouwens ook voor ‘The Long Tail‘ van Chris Anderson)? Het is met name relevant voor de journalistiek omdat Klein goed begrijpelijk maakt hoe merken de informatiestromen proberen te beïnvloeden. En waarom je eigenlijk elk persbericht met argwaan moet bekijken. No Logo heeft stiekem grote invloed op me uitgeoefend, merk ik vaak.
Het verzameld werk van Godfried Bomans is niet alleen een genot voor de liefhebber van mooie zinnen, maar ook omdat Bomans vaak een heerlijk filosofisch inkijkje geeft in de wereld van het schrijven, en van de journalistiek in het bijzonder. Neem bijvoorbeeld ‘Op de keper beschouwd‘ (1963) waarin de beroemde passage “Schrijven is schrappen” voorkomt, maar dat verbleekt bij de rest van die alinea: “ik rust niet voordat ik de zin heb gevonden die mijn bedoeling zo nauwkeurig zo bondig mogelijk weergeeft. De taal is een handschoen die strak om de huid van de inhoud getrokken is. Maar hij verzet zich ook tegen de mooischrijverij om niks (“schoonheid is een bijproduct van een overtuiging”), tegen columnistenlolligheid (“humor is ernst, doorgetrokken naar het absurde”). Ook geeft hij in daar in ‘Reden tot zelfverwijt’ al een aardige beschouwing over de vicieuze cirkel van de verslaggeving, waarbij door familiedrama’s te verslaan, je bijdraagt tot het ontstaan van nieuwe gevallen. Tijdloos.
Peter de Vries (Directeur Instituut voor Media: School voor Journalistiek):
Nou, drie boeken dan:
- Govert Schilling: ‘Gratis maar niet goedkoop‘. Over de geschiedenis van dagblad De Pers. Hilarisch boek dat je op de eerste avond op de camping bij de tweede fles wijn al uit hebt. Leest als een trein, of het allemaal klopt is minder belangrijk.
- ‘Het geheim van de Telegraaf‘, Mariëtte Wolf. Gedegen en onthullend boek waarin de clichés over de grootste krant van Nederland op genuanceerde wijze worden onderzocht en ontrafeld. Voor een wetenschappelijke promotie bovendien uiterst leesbaar.
- ‘De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders‘ van Motivaction. Gaat niet over journalistiek maar wel over maatschappelijke betrokkenheid en mediagebruik. Het is een must-read voor iedereen die zich verbaast over de culturele veranderingen in dit land en voor wie zich afvraagt hoe aansluiting te krijgen bij de ‘’jeugd van tegenwoordig’’.
Guikje Roethof (ombudsman NOS):
In het najaar van 2002 was Amerika in de ban van een sluipschutter. Jack R. Censer, decaan van de sociologische faculteit van George Mason University nabij Washington, heeft uitgezocht hoe de media hierover verslag deden. Ik stop ‘On the Trail of the D.C. Sniper‘ in mijn tas, omdat ik gefascineerd ben door de relatie tussen angst, gevoelens voor onveiligheid en de rol die de media daar in spelen. Het reële risico onder schot genomen te worden door de sluipschutter werd door de continue media-aandacht voor iedereen voelbaar. In een 24-uurs nieuwscyclus heeft dat een buiten proportioneel verlammend effect op het dagelijkse leven. Voor de ontspanning stop ik de biografie over Joseph Pulitzer in mijn tas van James McGrath Morris. ‘Pulitzer, a life in politicis, print and power’ speelt zich af in een tijd dat krantenmagnaten nog in hun zeiljachten de wereld rondreisden en via de telegraaf opdrachten gaven aan hun redacties. Het is heel goed geschreven, leerzaam en amusant. Alleen nog in hardcover te verkrijgen.
Jan Bierhoff:
‘De Duurzame Informatiesamenleving‘ (jaarboek ICT & Samenleving 2010). Handige bundeling van artikelen over de digitale wereld waarbinnen de media nu hun plekje zoeken. Met cijfers over de trends elders in Europa, de overambitieuze doelstellingen van de EU (Lissabonagenda), maar ook nuttige feiten over internetgebruik door allerlei maatschappelijke groepen. Kan per artikel genoten worden, dus gefragmenteerd gelezen, en ook als naslag nog in de boekenkast naast de vakantiekiekjes.
Huub Wijfjes:
Vakantie is een mooie tijd om bij te tanken, ook voor journalisten. En grijp dan eens niet naar die boeken waar iedereen naar verwijst maar die niemand echt gelezen heeft, zoals Nick Davies en Joris Luyendijk. Allemaal van die boeken die het besef van menselijk tekort bij journalisten afkopen, maar toch eigenlijk weinig nieuws toevoegen.
Neem nu eens iets origineels ter hand, bijvoorbeeld het werk van volstrekt onterecht vergeten journalisten. Haal toch eens een boek van M.J. Brusse uit het antiquariaat of goed gesorteerde bibliotheek. En lees in de hangmat hoe mooi een speurende journalist rond 1900 kon schrijven. Neem de gebundelde reportages in ‘Vijf en twintig jaren onder de menschen’ (1920) of zijn participerende reportages over landlopers (1906), confectienaaisters (‘Slavernij voor mooie kleeren’, 1910) of zeelui (‘Van af- en aanmonsteren’, 1898).
Of neem het even fraaie en onderhoudende werk van Jan Feith over de nieuwe luchtvaart (‘Een week als vliegmensch’, 1910), misdadige of verwaarloosde kinderen (verschillende boeken uit 1911, 1913 en 1918). Houd je van het mooi geschreven portret? Pak dan eens een bundel van Frans Netscher, zoals ‘In en om de Tweede Kamer’ (1889) of ‘Karakters’ (1899) of de bundel van C.K. Elout: ‘De heeren in Den Haag’ (1907).
Ouderwets? Wellicht in de taal een beetje, maar stukken zoals ze geschreven moeten worden: met engagement, enerverend, kritisch, met oog voor sprekende details en vooral in een unieke zeer persoonlijke stijl. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om….
En wil je echt weten wat een journalist zou moeten doen en zijn, probeer dan eens het boekje ‘De Journalist’ op te scharrelen van M.J. Brusse en C. Easton uit 1913. Zal niet gemakkelijk zijn om te vinden, want het is een snel vergeten boekje. Maar Luyendijk en Davies zijn er niets bij….
Ernst-Jan Pfauth (blogger nrc.next):
‘Eating Animals‘ van Jonathan Safran Foer. Omdat het laat zien hoe je als journalist jaren aan onderzoekswerk aantrekkelijk kan verpakken in een vuistdik boek. Ten eerste beïnvloedt hij nu duizenden mensen, die stoppen met vlees eten, ten tweede weet hij getuigenverklaringen, onderzoeken, emotionele verhaallijn en anekdotes prachtig in één boek te gieten. Een eclectisch boek, dat wel, maar wel één die je je leven lang bijblijft. Heel knap.
2 reacties