Journalist Laura Ling en coproducer/vertaler Euna Lee, van Al Gore’s station Current TV, kwamen een jaar geleden vrij nadat het Noordkoreaanse regime hen bijna vijf maanden had vastgehouden. Het tweetal was veroordeeld tot twaalf jaar zware kamparbeid voor ‘vijandige handelingen’ omdat het vanuit China, waar het een reportage over Noordkoreaanse vluchtelingen maakte, kort de grens was overgestoken.
Maar onthulden de Current-journalisten na hun vrijlating wat zich precies had afgespeeld in het hermetisch gesloten Noord-Korea? Nee. Ze schreven een opiniestuk voor de Los Angeles Times en toen werd het doodstil. Nu weten we waarom: slechts enkele dagen nadat oud-president Bill Clinton hun vrijheid had onderhandeld, probeerden Ling en haar oudere zus Lisa, een bekend TV-journalist, al een boekvoorstel te slijten. ‘Somewhere Inside’, door de zussen samen geschreven, is inmiddels uit en gaat zowel over Laura’s gevangenschap als over Lisa’s niet-aflatende pogingen haar vrij te krijgen.
Goed leesbaar is het boek niet: het is droog geschreven, de passages waarin de dames hun gevoelens beschrijven zijn vaak tenenkrommend (Lisa noemt haar 32-jarige zus consequent Baby Girl) en Lisa, die op hoog niveau connecties heeft, is dol op name dropping. Maar het is uitermate fascinerend om te lezen hoe geslepen het Noordkoreaanse regime, waarmee de Amerikaanse regering nooit eerder direct had gesproken, de zussen bespeelt om te krijgen wat het wil: een bezoek van Clinton – dictator Kim Jong II wilde hem altijd al ontmoeten.
Twee interviews
Ling praat nog steeds nauwelijks: ze gaf alleen uitgebreide interviews aan Lisa’s werkgever Oprah Winfrey en aan Current TV (een verzoek van DNR werd niet gehonoreerd). Gelukkig beantwoordt ‘Somewhere Inside’ een aantal dringende vragen, zoals waarom hielden Amerikaanse journalisten zich zo stil over de gevangenschap van hun collega’s?
Dat deden ze op nadrukkelijk verzoek van Lisa Ling, schrijft deze. Zij drukte haar media-contacten op het hart voorzichtig te werk te gaan omdat elk woord verkeerd kon worden opgevat in Noord-Korea. National Geographic staakte op Lisa’s aandringen eveneens de uitzending van een kritische undercover-documentaire over het Noordkoreaanse regime die ze in 2007 voor de zender had gemaakt en die in dat land kwaad bloed had gezet.
Het Comittee to Protect Journalists (CPJ), dat nauw bij de zaak-Ling en Lee was betrokken, zegt dat het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken geen enkele inmenging van de media wenste. “De houding was: houd je mond en laat het ons oplossen”, zegt Bob Dietz, directeur van het Azië-programma van CPJ. “Het ministerie wist precies wat het moest doen, hoe lang deze zaak zou duren en dat er een rechtszaak, een vonnis en een pardon moest komen. Ik denk niet dat het één dag sneller had gekund. Als er journalistieke druk was geweest, was de situatie alleen maar moeilijker geworden voor het ministerie.”
Media-stiltes
De media-stilte was overigens geen uitzondering: media-organisaties willen zelf geen publiciteit als hun journalisten worden gekidnapt, zegt Clothilde Le Coz, directrice in Washington DC van Reporters Sans Frontières (RSF). “Hoe meer je erover praat, hoe meer ‘waarde’, financieel of politiek, de verslaggever voor de kidnapper krijgt. Daardoor kunnen de onderhandelingen moeizamer worden.”
De New York Times bijvoorbeeld hield de kidnapping van verslaggever David Rhode, door de Taliban in november 2008, volledig geheim. Het nieuws werd pas bekend toen Rhode na zeven maanden was ontsnapt. Current TV verwijderde het nieuws over de gevangenschap van Ling en Lee al snel van de site en heeft tot op de dag van vandaag geen commentaar gegeven. Net zomin als Mitchell Koss, de doorgewinterde cameraman die met Ling en Lee op reportage was en aan de Noordkoreaanse grenswachters wist te ontkomen.
De families van gekidnapte journalisten willen daarentegen wel publiciteit, zegt Le Coz. Omdat het Noordkoreaanse bewind vond dat er te weinig media-aandacht was voor Lings en Lee’s situatie, bood Lings familie uiteindelijk op TV excuses aan en schakelde CPJ in. “De familie kon zelf niet veel zeggen, daarom hielden wij de kwestie in de openbaarheid”, zegt Dietz.
Volgens Le Coz was er echter een tweede reden waarom zo weinig Amerikaanse journalisten zich uitspraken over het lot van hun collega’s. “Sommige verslaggevers hielden hen verantwoordelijk omdat ze zelf de grens waren overgestoken.”
“Veel mensen in de journalistiek vroegen zich af wat ze daar deden, of het avonturisme was”, zegt ook Dietz, een ervaren Azië-verslaggever. Hij werpt tegen dat hij zelf in het Noordkoreaanse grensgebied risico’s heeft genomen “en die waren journalistiek de moeite waard. Als Laura en Euna met een verhaal waren teruggekomen, waren ze helden geweest”. Niettemin erkent Dietz: “Ik heb eveneens op die grens gestaan en ben hem niet overgestoken.”
Journalistieke fout
Waarom deden de Current-journalisten dat wel, uitgerekend in een periode waarin de relatie tussen Nood-Korea en Amerika bijzonder gespannen was? Hoewel Lee geen buitenlandervaring had, hadden Ling en Koss tientallen reportages over de hele wereld gemaakt. Toch besloten ze hun gids over de bevroren rivier –de grens- te volgen, ondanks dat hij volgens hen op het laatste moment het plan veranderde en zich raar begon te gedragen.
De grootste journalistieke fout die Ling en Lee begingen, was dat ze geen voorzorgsmaatregelen namen om hun bronnen te beschermen. Ling benadrukt in haar boek dat zij en Lee de tape uit de cassettes trokken, papieren aantekeningen opaten of in de wc gooiden, en tijdens de eindeloze verhoren geen namen noemden. Maar ze geeft toe dat de autoriteiten ‘kennelijk’ delen van de tape wisten te herstellen.
Dominee Lee Chan-woo, een Zuidkoreaanse pastoor die het Current-team in contact bracht met kinderen van Noordkoreaanse vluchtelingen, zei in The New York Times dat het videomateriaal kort na Ling en Lee’s arrestatie leidde tot een inval in zijn huis in China. Zijn vijf geheime opvangtehuizen werden gesloten en hij werd gedeporteerd.
“Je bronnen in gevaar brengen, dat doe je absoluut niet”, reageert Dietz. “Laura en Euna zullen ermee moeten leren leven dat ze dat hebben gedaan.”
De gevangenschap van het tweetal heeft overigens een bredere journalistieke trend aan het licht gebracht. Nu buitenlandjournalistiek steeds meer wordt overgelaten aan nieuws-startups en freelancers, nemen deze aanzienlijke risico’s om hun naam te vestigen. In dezelfde periode dat Ling en Lee gevangen zaten, hield Iran de Iraans-Amerikaanse freelance-journalist Roxana Saberi vast op beschuldiging van spionage. Maar als het misgaat, hebben deze journalisten niet een gevestigde nieuwsorganisatie met militaire en diplomatieke contacten achter zich. Evenmin werken ze, zoals het tamelijk obscure Current TV, nauw samen met andere grote media die kunnen helpen.
Groei-industrie
Volgens CPJ werkten in 2008 wereldwijd minstens 56 (45 procent) van de 125 gevangen journalisten voor online-media – meer dan voor elk ander medium. Van het totale aantal was 45 freelancer. Amerika zelf zet ook journalisten gevangen, in Irak, zonder aanklacht of rechtszaak. “Ik werk in een groei-industrie”, zegt Dietz.
Dat het met Ling en Lee goed afliep, kwam omdat Ling, zoals ze in ‘Somewhere Inside’ toegeeft, toevallig een voormalig vice-president als baas heeft en een zus met invloedrijke connecties. “Er was veel stress”, concludeert Dietz, “maar Lisa en Euna zaten in een warm gebouw en kregen te eten. Ze werden niet gemarteld of verkracht. Laura had telefonisch contact met haar zus Lisa. Terwijl ik geen flauw idee heb wat er gebeurt met bijvoorbeeld de twee Franse journalisten die al ruim zes maanden door de Taliban worden vastgehouden.”
Een deel van de opbrengsten van ‘Somewhere Inside’ gaat naar CPJ, Reporters Sans Frontières en Liberty in North Korea (LiNK).

Reporters Sans Frontieres (RSF) organiseerde een demonstratie tegen de gevangenschap van de twee Amerkaanse journalisten.