Het idee dat journalisten transparant moeten zijn over hun werkwijzen wint aan populariteit, zowel onder sociale wetenschappers als vakdeskundigen. Michael Karlsson, professor aan de Karlstad University, is de eerste die onderzocht of de online versies van drie normzettende kranten inderdaad transparant zijn. Hij concludeert dat er wel wat elementen zijn die verwijzen naar een transparant journalistiek proces, maar dat kranten de norm nog niet hebben omarmd. De New York Times loopt volgens Karlsson voorop.
Transparantie als nieuwe objectiviteit
Transparantie zou volgens Karlsson een nieuwe norm voor online journalistiek kunnen zijn. Het is een alternatief voor de objectiviteitsnorm, die volgens de door hem geciteerde wetenschappers niet haalbaar is en ook niet meer wenselijk in een digitale omgeving, waarin journalisten autoriteit verliezen. Transparantie is, net zoals objectiviteit was, een middel om verantwoording af te leggen aan je publiek over je werk. Dit zou betekenen dat de lezer aan de site of de berichten moet kunnen zien of de journalist transparant te werk is gegaan.
Het doel van het onderzoek is enerzijds te bepalen wat precies die meetbare kenmerken van transparantie zijn, en anderzijds vaststellen of deze kenmerken ook zichtbaar zijn op nieuwssites van normzettende kranten in drie verschillende landen: Zweden (Dagens Nyheter), de VS (The New York Times) en Engeland (The Guardian).
De kenmerken van transparantie
Karlsson beschrijft transparantie als openheid, en geeft aan dat er twee typen zijn: openheid over de communicatie naar de lezer, en openheid over de communicatie met de lezer. Tot zover vind ik zijn denkstappen logisch. Vervolgens vertaalt hij het eerste type naar de meetbare kenmerken ‘de vermelding van voorkeuren en motieven van redacteuren bij publicaties’, ‘aanwezigheid van dag- en tijdsaanduidingen’, ‘het openlijk verbeteren van fouten inclusief een toelichting daarop’, en ‘de aanwezigheid van hyperlinks naar originele documenten en relevante websites’. Ook dit vind ik nog logisch. Daarna vertaalt hij het tweede type openheid naar de ‘mogelijkheid’ om ‘redacteuren te mailen’, ‘commentaren te plaatsen’, ‘te chatten’, ‘polls in te vullen’, ‘zelf nieuws te maken’ of ‘fouten te rapporteren’. Nu is de vertaalslag volgens mij niet helemaal juist. Aan het feit of burgers kunnen reageren, kan ik niet opmaken wat de redacteur vervolgens met de input van de lezer heeft gedaan, of hoe, of waarom.
Resultaten
De belangrijkste resultaten van het onderzoek heb ik hieronder op een rij gezet:
- The New York Times is de enige krant die veranderingen en onjuistheden benadrukt en toelicht. De twee Europese kranten vervangen het oude bericht door het verbeterde nieuwe bericht. Hoe Karlsson dit laatste heeft kunnen constateren is onduidelijk. Karlsson merkt terzijde op dat The New York Times in 1 van de 14 nieuwsberichten correcties moet aanbrengen, wat hij erg veel vindt.
- The Guardian geeft zowel de tijd van publicatie als de tijd van de update bij een bericht. Zo staat er bijvoorbeeld bij het bericht op de voorpagina: “This article was published on guardian.co.uk at 12.01 BST on Friday 28 july 2010. It was modified at 12.08 BST on Friday 28 July 2010.” The New York Times en Dagens Nyheter geven de tijd van update bovenaan de site: “Last updated two minutes ago.”
- The New York Times is de enige van de onderzochte kranten die zo nu en dan verwijst naar originele documenten; in 13 procent van de onderzochte berichten. Bij de Europese kranten is dit slechts 1 procent.
- Berichten op de The New York Times hebben ook de meeste verwijzingen naar andere websites, bijvoorbeeld websites van genoemde organisaties of bronnen. 51 procent van de berichten op nytimes.com bevat externe links, in vergelijking met 17 procent bij The Guardian en 5 procent bij Dagens Nyheter.
- Alle drie de kranten nodigen lezers uit te reageren op nieuwsberichten. Ook kunnen lezers van de twee Europese kranten direct de verslaggever mailen. Dagens Nyheter heeft bovendien de optie om een link naar je eigen blog te plaatsen. Volgens Karlsson een slimme manier voor zowel krant als blogger om gebruik te maken van elkaars publiek, met name interessant voor advertentie-inkomsten.
The New York Times het transparantst
Het ging Karlsson niet per se om de vergelijking tussen landen of specifieke kranten. Toch noemt hij enkele verschillen. The New York Times is volgens Karlsson het transparantst in de communicatie naar de lezer, terwijl Dagens Nyheter het transparantst is in de communicatie met de lezer en vice versa. The Guardian zit er een beetje tussenin.
Geen transparantie en geen burgerjournalistiek
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is volgens Karlsson dat de meeste nieuwsberichten worden gemaakt zoals ze altijd werden gemaakt: zonder hulp van lezers, zonder uitleg over hoe en waarom ze zijn gemaakt, en zonder uitleg over persoonlijke voorkeuren van de journalist. Als de burger al meedoet, dan pas in het eindstadium van het nieuwsproces.
Hiermee geeft Karlsson aan dat niet alleen transparantie nog niet zichtbaar is, maar dat ook het andere nieuwe idee over de toekomst van online journalistiek, de burgerjournalistiek, nog geen feit is. Vreemd is dan ook zijn hoopvolle slotconclusie dat het nieuwe concept transparantie, net als het ooit nieuwe concept ‘user generated content’, gewoon wat tijd nodig heeft om door te dringen tot de redactievloer.
Het besproken onderzoek is onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journalism Studies onder de titel ‘’Rituals of transparency: Evaluating online news outlets’ uses of transparency rituals in the United States, United Kingdom and Sweden. (De link verwijst naar de Engelstalige samenvatting. Het volledige artikel is tegen betaling te downloaden).